26 januari-13 februari 1948 – Een ‘kleine’ oorlog
Israël 75

26 januari-13 februari 1948 – Een ‘kleine’ oorlog

De burgeroorlog tussen Joden en Arabieren in de eerste helft van 1948 was internationaal gezien een klein conflict, maar achter elke statistiek zitten talloze verhalen van echte mensen. Kinderen soms.

Bart Schut 17 maart 2024, 17:00
26 januari-13 februari 1948 – Een ‘kleine’ oorlog
Een slachtoffer wordt weggeleid uit de puinhopen van de aanslag op The Palestine Post

Soms worden journalisten zelf het verhaal dat zij moeten verslaan. De voorpagina van The Palestine Post van maandag 2 februari 1948 ziet er heel anders uit dan die van de voorgaande dagen, weken en maanden. De reden hiervoor is in de belangrijkste kop – ‘opening krant’ in jargon – te vinden: ‘Palestine Post press and offices destroyed’. De persen en het kantoor van de krant in Hasolel Street (tegenwoordig Hahavatselet Street) in het hart van Joods Jeruzalem worden in de avond van 1 februari om kwart voor elf verwoest door een enorme autobom. Ramen in een omtrek van meer dan anderhalve kilometer sneuvelen. Er vallen vier doden, onder wie drie medewerkers van de krant, en tientallen gewonden.

De aanslag is typerend voor de eerste weken en maanden van het cruciale jaar 1948 in het Britse Mandaatgebied Palestina. Er heerst een felle burgeroorlog, waarbij Arabieren vooral afgelegen Joodse dorpen aanvallen en bussen, vrachtwagens en auto’s in hinderlagen laten lopen. De jisjoev verdedigt zich, maar gaat nog niet tot een serieuze tegenaanval over. Eerst moet er georganiseerd en getraind worden, en moeten wapens aangeschaft of gefabriceerd worden. Bomaanslagen zijn een geliefd middel voor radicale groepen aan beide zijden. Aan Joodse kant zijn dat de Irgoen en de nog extremistischere Lechi, beter bekend als de ‘Stern-bende’. 

Gandhi

De burgeroorlog is verschrikkelijk voor iedereen die ermee te maken heeft. Maar eerlijk is eerlijk, op een internationale schaal stelt de strijd tussen Joden en Arabieren niet zo heel veel voor. In Europa is de Griekse burgeroorlog die op dat moment woedt een stuk bloediger. Om nog maar te zwijgen over de burgeroorlog in China, die al twintig jaar uitgevochten wordt tussen nationalisten en communisten en miljoenen dodelijke slachtoffers eist. Of de scheiding van het islamitische Pakistan en het in meerderheid hindoeïstische India, met misschien wel 2 miljoen doden en tussen de 10 en 20 miljoen vluchtelingen. De moord op Mahatma Gandhi was twee dagen voor de bomaanslag in Hassolel Street. 

De Britse koloniale autoriteiten hebben de controle verloren

Bij dit soort vergelijkingen verbleekt het dodental van het jaar 1948 in het gebied dat Israël zal worden. Als de wapens daar in maart 1949 zwijgen, zullen de Joden zo’n 6400 doden te betreuren hebben, ongeveer één procent van hun bevolking. De Arabieren verliezen meer, al weet niemand zeker hoeveel precies: ergens tussen de 3 en de 13 duizend, de soldaten van de Arabische landen die Israël direct na de onafhankelijkheidsverklaring op 15 mei binnenvallen niet meegerekend. 

De controle verloren

Intussen beheersen Arabische milities de heuvels rond Jeruzalem in de eerste weken van februari. De situatie voor de Joden in de stad begint steeds meer op een beleg te lijken, en de Britten zijn nog niet eens vertrokken. Maar de koloniale autoriteiten moeten toegeven dat zij de controle over de situatie buiten de steden hebben verloren. De Britten hebben simpelweg te weinig troepen in het land om de massale infiltratie van vrijwilligers uit omliggende Arabische landen te voorkomen – als zij dat al zouden willen. Op 11 februari slaat de Hagana een aanval af van een goed getrainde en goed uitgeruste Arabische militie op de Joodse wijk Yemin Moshe, uitkijkend over de Oude Stad. De Hagana houdt stand en verdrijft de 150 ‘gangsters’, zoals Joodse kranten hen omschrijven. Negen Arabische militieleden blijven dood achter als hun kameraden zich terugtrekken. 

Negen doden, het is niets in vergelijking met conflicten in andere delen van de wereld. Net als die 6400 Joden die de onafhankelijkheidsstrijd van hun volk niet overleven, in het niet vallen bij de verschrikkingen van slechts een paar jaar eerder. 6400 is net 0,1 procent van het dodental van de Shoa. Maar we mogen niet vergeten dat achter elk getal echte mensenleven schuilgaan. Zoals dat van de 11-jarige Menahem Zion – what’s in a name? – die op 9 februari in Tel Aviv wordt gedood door een verdwaalde kogel, afgevuurd vanuit de Hassan Bek-moskee in Jaffa. Kan het symbolischer?

Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Max 1000 tekens. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *