De macht van een leugen

In zijn programma Frontlinie rakelde journalist Bram Vermeulen de mythe op dat Jezus een Palestijn zou zijn geweest. Die bewuste vervorming van de geschiedenis is niet nieuw, maar is de laatste tijd wel erg populair. En dat is gevaarlijker dan het lijkt.
Deze AI-interpretatie van de fabel ‘Jezus was een Palestijn’ werd volop gedeeld op X
Deze AI-interpretatie van de fabel ‘Jezus was een Palestijn’ werd volop gedeeld op X

Het grijpt steeds meer om zich heen in Nederland: bewuste geschiedvervalsing die nieuwe waarheden creëert. Onwetendheid over de geschiedenis van het antieke jodendom mag je misschien niet iedereen verwijten, maar wel de desinformatie die moedwillig wordt verspreid. Die heeft zich zo stevig genesteld in dagelijkse gesprekken dat tot mijn verbazing journalist Bram Vermeulen de moderne Palestijnse identiteit als vanzelfsprekend op het verleden projecteert in het VPRO-programma Frontlinie. Samen met Sally Azar, de eerste vrouwelijke leider van de lutherse kerk in Jeruzalem, berooft hij Jezus van zijn Joodse identiteit en maakt hem het eerste slachtoffer van de Joden. In een paar minuten wordt in dit VPRO-programma de complexe werkelijkheid gereduceerd tot een malle analogie.  

Even een reminder: Jezus was Joods. De wereld van Jezus was Joods. Pontius Pilatus executeert Jezus als ‘koning van de Joden’: ὁ βασιλεὺς τῶν Ἰουδαίων, staat in het Nieuwe Testament. Het Oude Testament is Joods. En het Nieuwe Testament is merendeels geschreven door Joden die er geen idee van hadden dat wij ze christenen gingen noemen. De naam ‘Palestina’ werd pas na de Joodse opstanden rond het jaar 135 opgelegd. Het hernoemen van de koninkrijken Israël en Juda tot ‘Syria Palaestina’ was een bewuste poging van de Romeinse machthebbers om de band van het Joodse volk met hun land te ondermijnen en hun historische aanwezigheid en rechten te ontkennen. De naam ‘Palestina’ was door de eeuwen heen een geografische term en de Palestijnen zijn geen directe afstammelingen van de antieke Filistijnen. Hoewel de moderne Palestijnse identiteit is gebaseerd op de bewoners van het land, is dat een twintigste-eeuwse ontwikkeling.

Rare jongens

Vermeulen en Azar begeven zich op zeer glad ijs door dit gesprek te voeren in de Geboortekerk in Bethlehem, op de plek waar volgens de traditie Jezus Christus zou zijn geboren. Het inzetten van zo’n beladen historische locatie dient niet alleen als decor, maar fungeert ook als krachtig middel om de publieke opinie te sturen. Dit fenomeen is niet nieuw; door de hele geschiedenis heen zijn er talrijke voorbeelden van te vinden. Ook in de Romeinse periode. Ja, diezelfde rare jongens die de tempel in Jeruzalem hebben verwoest.

Arafat sprak bij de VN over Jezus als ‘de eerste van de Palestijnse fedayeen’

Het beeld van Jezus als Palestijnse vrijheidsstrijder wordt al decennialang actief uitgedragen in de Palestijnse politieke en religieuze retoriek. In 1983 sprak Yasser Arafat bij de Verenigde Naties over Jezus als ‘de eerste van de Palestijnse fedayeen die zijn zwaard ophief’, waarmee hij Jezus positioneerde als pionier van de gewapende strijd en een symbool van verzet tegen onderdrukking. Arafat stelde dat Jezus op het pad liep waar Palestijnen vandaag de dag hun kruis dragen, en trok zo een directe parallel tussen het lijden van Christus en de huidige situatie van het Palestijnse volk. Deze symboliek werd benadrukt toen Arafat in december 1995 onder grote publieke belangstelling Bethlehem binnentrok. Hij verklaarde daar dat hij gekomen was om ‘de geboorteplaats van onze Heer, de Messias, te bevrijden … de stad van de Palestijnse Jezus!’ Hiermee identificeerde hij Bethlehem niet alleen als een plaats van religieus belang, maar ook als een plek van nationale en politieke betekenis voor de Palestijnen.

Ook in recente tijden blijft deze retoriek actueel. In 2019 bijvoorbeeld, herhaalde activiste Linda Sarsour op sociale media dat Jezus een Palestijn was. Zo wordt het beeld consequent herhaald en versterkt, en fungeert het als krachtig middel in de publieke en politieke beeldvorming rond de Palestijnse zaak.

Venijn

In 2001 schreef de anglicaanse Palestijnse theoloog Naïm Ateek dat ‘Palestina in één groot Golgotha is veranderd, aangezien het Israëlische kruisigingssysteem daar in werking is’. Deze beeldspraak zet de situatie van de Palestijnen direct in het teken van het lijden van Christus, waarmee een sterke parallel wordt getrokken tussen de historische kruisdood en het Palestijnse volk. De boodschap die Ateek de wereld voorhoudt, is dat hij een vredesduif is. Maar wat hij uitdraagt, is een ouderwets antisemitisch frame. Daar zit ook het venijn van de Palestijnse bevrijdingstheologie die zich vanaf 1967 verspreidde. In deze theologie staat Israël te boek als vijand van Jezus, waardoor de eeuwenoude verbinding tussen het Joodse volk en Jezus volledig wordt ontkend en elke historische band tussen Christus en Israël doorgesneden. Sterker nog, het ‘Joodse gif’ heeft het terrorisme onder de Palestijnen doen ontstaan. 

Het Nieuwe Testament is geschreven door Joden die niet wisten dat wij ze christenen gingen noemen

Dit alles doet sterk denken aan klassieke anti-semitische haatspeeches. De ‘moordlustige Joden’ hebben niet alleen ‘Jezus de Palestijn’ vermoord, nu hebben ze hun bloeddorstige klauwen ook in de moderne Palestijnen gezet. Veel Palestijnse christenen zijn met deze propaganda opgegroeid. Er is een diepe verankering in de gemeenschap om steun aan een internationaal erkend land als Israël verdacht te maken. Als je als christen de staat Israël erkent, ontken je Jezus, vinden ze. Tenzij je tot bezinning komt en hem een Palestijn noemt. Maar dat mag je natuurlijk niet zeggen, want dan heb je geen oog voor het lijden van de Palestijnen in Gaza. 

Bram Vermeulen interviewt de lutherse predikante Sally Azar in Bethlehem

In 1979 was de VPRO ook al de spreekbuis voor de anarchistische schrijver Anton Constandse, die klakkeloos riep: “De Israëli’s zijn de nazi’s van het Midden-Oosten.” Dit openlijke antisemitisme riep toen nog zoveel weerstand op bij sommige VPRO-leden dat ze hun lidmaatschap opzegden. Er is ook een opmerkelijke Nederlandse film uit 1999 die Jezus is een Palestijn heet. Hierin komt de Messias terug in de gedaante van een Palestijn. Waar zou dat idee toch vandaan gekomen zijn? 

Rode draad

Systematische manipulatie, gecombineerd met de herhaling van een korte leus zoals ‘Jezus was een Palestijn’, leidt tot een eenzijdige en verminkte weergave van de werkelijkheid. Door die slogan telkens te herhalen, wordt de complexiteit van de historische context versimpeld en verdwijnen belangrijke nuances uit het publieke debat. Zulke slogans zijn krachtig in hun eenvoud, maar reduceren de geschiedenis tot een karikatuur die geen recht doet aan de feiten. Deze vorm van framing is des te gevaarlijker omdat die inspeelt op bestaande emoties en vooroordelen. 

De ‘Jezus is een Palestijn’-propaganda gaat erin als koek

Door de christelijke geschiedenis heen loopt een rode draad van haat tegen Joden. Rond het jaar 167 sprak de christelijke schrijver Melito van Sardes voor het eerst de beschuldiging uit dat de Joden Jezus vermoordden. Dit gedachtegoed heeft diepe en blijvende sporen nagelaten in de christelijke geschiedenis. Hoewel de rooms-katholieke kerk in 1964 officieel afstand heeft genomen van deze aanklacht, blijft de idee hardnekkig voortleven. Kerkvader Johannes Chrysostomos (344–407) zei: “De synagoge is erger dan een bordeel. (…) Het is de plaats van ontmoeting voor de moordenaars van Christus. Ik haat de synagoge en ik haat de Joden.” 

Bloedsprookje

Die haat continueert in de middeleeuwen, wanneer de Joden ervan beschuldigd worden christelijke kinderen te ontvoeren om met hun bloed matses te bakken. Het ‘bloedsprookje’ leidde tot een golf aan beschuldigingen en pogroms. En deze leugens doen het nog steeds goed op internet en de sociale media. De beschuldiging dat de Joodse staat Palestijnse christenen vervolgt, is een bewuste poging een vijandbeeld te creëren en Joden te ontmenselijken. Door een beladen uitspraak steeds te herhalen wordt de leugen langzaam maar zeker genormaliseerd, totdat uiteindelijk gerenommeerde journalisten zoals Bram Vermeulen het beeld gaan geloven. Sluimerende desinformatie uit het verleden heeft zich onbewust genesteld in het denken van mensen. De ‘Jezus is een Palestijn’-propaganda gaat erin als koek. Struisvogelpolitiek gaat ons niet meer helpen. Het is tijd de waarheid onder ogen te zien. Antisemitisme is niet aan een opmars bezig, de kanarie in de mijn is al dood.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Media

De macht van een leugen