De koningin en haar Joodse vrienden

Hoewel er pas in 1775 sprake was van een Joodse gemeenschap in Zweden, waren er al veel eerder contacten tussen Joden en de Zweedse adel. Zo redden de bankiers Diego en Manuel Teixeira de excentrieke koningin Christina van de financiële ondergang. En wat was haar connectie met Menasseh ben Israel?
David Beck, Christina, koningin van Zweden, 1644-1654   Google Art Project
David Beck, Christina, koningin van Zweden, 1644-1654   Google Art Project

Niet veel Nederlanders zullen koningin Christina I van Zweden (1626-1689) kennen, terwijl er interessante en hechte connecties zijn tussen haar en grote namen uit de vaderlandse geschiedenis. Een daarvan is die van de vrijdenker en boekenverzamelaar Isaac Vossius, die zij zeer waardeerde en die verantwoordelijk was voor haar uitzonderlijke bibliotheek. En dan waren er Menasseh ben Israel en de Teixeira’s, met wie ze een bijzonder warme band onderhield.

Voor haar vader Gustaaf II Adolf moest Christina het meisje worden dat zijn dynastie zou redden. Hij was dol op zijn kleine meid en erkende al vroeg dat ze bovengemiddeld intelligent was. Moeder Maria Eleonora van Brandenburg was minder gecharmeerd van haar spruit. Als ‘mooiste vorstin van Europa’ wist moeder niet wat ze aan moest met haar vierde kind, het enige dat de geboorte en het eerste levensjaar overleefde. Hoewel Christina uiterlijke trekken van haar mooie moeder had, kwam ze zwaar behaard ter wereld. Even werd nog gedacht dat Eleonora eindelijk de langverwachte mannelijke troonopvolger had gebaard. Maar toen vader Gustaaf de minutenoude Christina in zijn armen kreeg, riep hij uit: “Het is een slimmerik, ze heeft ons allemaal in het ootje genomen.”

Eleonora’s teleurstelling was groot toen het toch een dochtertje bleek te zijn. Terwijl vader Gustaaf een wet doordrukte zodat de troonsopvolging ook bereikbaar werd voor dochters, schitterde Eleonora in de eerste jaren van Christina’s leven door afwezigheid. Liever ging zij met haar geliefde echtgenoot – het was een goed huwelijk – mee op militaire campagnes.

In 1632 vond koning Gustaaf in Slag bij Lützen de dood. Gelukkig had hij een vooruitziende blik gehad. In geval van zijn overlijden moest rijkskanselier Axel Oxenstierna de verantwoordelijkheid voor Christina’s opleiding op zich nemen – niet de grillige Eleonora, die werd verteerd door verdriet om haar overleden gemaal. Zij verordonneerde zelfs dat haar Gustaaf zolang zij leefde niet mocht worden begraven en ze bleef jarenlang bijna dagelijks zijn gebalsemde stoffelijk overschot bezoeken.

Talenknobbel

Zo werd Christina al op haar zesde koningin. Ze bleek hyperintelligent en zeer ijverig. Al op jonge leeftijd studeerde zij tien uur per dag en ze had een talenknobbel. Naast Zweeds en Duits sprak zij Nederlands, Deens, Frans en Italiaans en kon het opgroeiende kind Hebreeuws en Arabisch lezen. Of bij dat Hebreeuws haar lijfarts, de maraan Benedict de Castro (eigenlijk Baruch Nehemiah), heeft geholpen, is onbekend. Maar van De Castro wordt gezegd dat hij de eerste Jood op Zweeds grondgebied was.

Hoewel Christina pas in 1650 op achttienjarige leeftijd tot koningin werd gekroond, werd zij lang daarvoor al als monarch beschouwd. Ze stond bekend als beschermvrouwe van de kunsten en wetenschap, wat haar de bijnaam ‘Minerva van het noorden’ opleverde. Ze was volledig op de hoogte van de ontdekkingen van onder anderen Copernicus en Kepler. Hugo de Groot was een kennis van Christina. De vooraanstaande Nederlandse wapenhandelaar Louis de Geer emigreerde op uitnodiging van de vorstin naar Zweden, waar hij in de adelstand verheven werd. De Geer, eigenaar van het Amsterdamse Huis met de Hoofden aan de Keizersgracht, richtte in 1648 voor Christina de Zweedse Afrika Compagnie op. Dat de familie De Geer Zweden nooit heeft losgelaten, blijkt nu in het Joods Museum in Gamla Stan, het schilderachtige eiland in de hoofdstad Stockholm. Daar vinden we de familienaam van de koopmansdynastie terug, als een van de gulle gevers voor de totstandkoming van het in 2019 geopende museum.

Kabbala

In navolging van haar Britse voorgangster Elizabeth I kondigde Christina al een jaar voor haar kroning aan nooit te zullen trouwen. “Er is meer moed voor nodig te trouwen dan naar het slagveld te trekken,” zou ze hebben opgemerkt. Haar innige band met haar vriendin en protegee Ebba Sparre kan daar debet aan zijn geweest. Aan elegantie ontbrak het de jonge koningin, mede vanwege een vergroeide rug, en zij schokte het hof door geregeld in herenkleding te verschijnen. Liever dan de verantwoordelijkheid te hebben een huwelijk in stand te houden en kinderen te baren, begroef Christina zich in haar werk en boeken.

Isaac Vossius, ca. 1650
Menasseh ben Israel, 1642

Haar nieuwsgierigheid was onverzadigbaar. Met de hulp van de erudiete Isaac Vossius, een groot collectioneur van boeken en handschriften, stelde de vorstin een kostbare bibliotheek samen. René Descartes werd uitgenodigd aan het hof om haar te onderwijzen in filosofie. Christina was een kenner van Plato, volgde de wetenschap op de voet en verzamelde opvallend veel geschriften over religie, messianisme en kabbala. Zo kwam zij in contact met Menasseh ben Israel. De erudiete rabbijn en uitgever uit Amsterdam was aanhanger van Sjabtai Tsvi, de ‘valse messias’ die onder vooraanstaande leden van de Sefardische gemeenschap veel volgelingen had. Ben Israel bood de Zweedse koningin aan haar bibliotheek aan te vullen met de belangrijkste Joodse werken, ze las immers Hebreeuws. Hij zorgde ervoor dat de mystieke Toracommentarenverzameling Zohar en andere Hebreeuwse werken in haar boekenkast kwamen te staan.

Abdicatie

In 1651 werd Christina getroffen door een behoorlijke zenuwinzinking, waarschijnlijk ten gevolge van uitputting: ze sliep maar drie tot vier uur per nacht. Daarom besloot de koningin drie jaar later afstand te doen van de troon waarop zij al 21 jaar had gezeten. Een van de belangrijkste redenen voor haar wens te abdiceren was dat ze zich wilde laten bekeren tot het rooms-katholieke geloof. In het lutherse Zweden was dat vloeken in de kerk. Nog voor haar troonsafstand gaf de vorstin Vossius de opdracht zesduizend van haar belangrijkste boeken het land uit te krijgen.

Niet alleen was Christina hyperintelligent, ze had ook een groot gat in haar hand. In de zomer van 1654 besloot ze haar bezittingen en het inkomen dat daaruit voortvloeide, in beheer te geven aan Abraham ‘Diego’ Teixeira, want ze zat tot over haar oren in de schulden. De beurshandelaar was in 1643 vanuit Portugal gevlucht naar Hamburg en stond bekend als puissant rijk. Ze verbleef diverse malen in de residentie van de Teixeira’s aan de prestigieuze Jongfernstieg, in 1661 zelfs een heel jaar. Diego’s zoon Manuel (Isaac) nam de verantwoordelijkheid voor Christina’s financiën van zijn vader over. De oud-vorstin verbleef vaker bij de familie en na een verblijf in Rome, waar ze zich inmiddels tot het katholicisme had bekeerd, zou zij in 1666 nog één keer langere tijd bij de familie intrekken.

Christina wendde haar invloed aan om Joden in Europa te beschermen

Dat deed ze nadat ze een uitnodiging van de regenten in de stad had afgeslagen. De stadsbestuurders waren zo beledigd dat ze dreigden Teixeira’s huis te bestormen.

Verhouding

Christina I wendde haar invloed diverse malen aan om Joden in Europa te beschermen. Ze deed bijvoorbeeld haar uiterste best een dreigende verbanning van Joden uit Wenen tegen te gaan. Manuel Teixeira probeerde die ban op alle mogelijke manieren te voorkomen en schakelde zelfs de hulp in van een intieme vriend van Christina, kardinaal Azzolino. Van hem werd beweerd dat hij een verhouding met de voormalige koningin had. Christina zelf richtte zich direct tot de roomse leiders van Wenen. Ze zou tot haar dood in 1689 bevriend blijven met Manuel Teixeira en zijn vrouw. Haar laatste jaren bracht Christina door in Rome. Ook daar viel haar onconventionele levensstijl niet altijd in goede aarde, maar haar intelligentie werd vooral in de hogere echelons bewonderd. Ook in Rome zou ze zich voor het oude volk blijven inzetten, zoals tijdens een carnaval toen Joden werden opgejaagd. Manuel Teixeira bleef niet in Hamburg. Hij vertrok met zijn gezin naar Amsterdam, waar hij in 1699 werd benoemd tot voorzitter van de Sefardische gemeenschap. In 1705 werd hij op Beth Haim begraven. Christina zelf overleed op 62-jarige leeftijd in Rome. Ze ligt begraven in de pauselijke crypte in het Vaticaan.

Bronnen

•Veronica Buckley, Christina, koningin van Zweden. Forum, 2004                                                           

Joodse digitale bibliotheek, Jewishvirtuallibrary.org                                                                                           

Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren, dbnl.org

Deze Zwedenspecial werd mede mogelijk gemaakt door Maror en verscheen eerder in het NIW15 van 31 januari 2025

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Stockholm

De koningin en haar Joodse vrienden