Waarom is het museumrestaurant niet-koosjer?

Joods Verzetsmonument 4

Omdat Blouma enige jaren geleden in Berlijn was geweest en toen een bezoek had gebracht aan het Jüdisches Museum Berlin en zeer onder de indruk was van wat ze toen had gezien, wilde ze graag nu, alvorens we de terugreis uit Berlijn zouden aanvaarden, ons Berliner verblijf afsluiten met een bezoek aan dat museum. ’s Morgens in sjoel had ik navraag gedaan bij een autochtone Berlijner over parkeergelegenheid, toegang, openingstijden en of zo’n bezoek de moeite waard was. Dat was het volgens hem alleen als ik geïnteresseerd ben in moderne architectuur, was zijn reactie. Toch maar gegaan en helaas had hij gelijk. Wat ze veranderd hadden in het museum sinds Blouma daar was geweest, weten we niet, maar na vrij snel de nodige zalen te zijn doorgelopen, trap op, trap af, keerden we teleurgesteld terug naar onze auto en aanvaardden we de terugreis met drie uur vertraging vanwege het museum. De geschiedenis van de Berlijnse Joodse gemeenschap hadden we verwacht en een Joodse uitstraling.

Ik vermoed, zeker in Duitsland, dat scholen aandacht besteden aan het zwaar gedecimeerde Joodse leven van voor de oorlog en dat binnen dat kader het Jüdisches Museum Berlin wordt bezocht. Maar welke les de leerlingen hier moeten meekrijgen is mij niet duidelijk. Aan de deuren geen mezoeza, het restaurant, waar ik graag iets had willen nuttigen, was niet koosjer. Wel aan de muur werden begrippen als parve, melkkost en vleeskost uitgelegd en hing er een recept voor het bakken van challes. Overigens hing er ook een groot bord aan de muur met daarop in het Hebreeuws dat alle producten kakelvers zijn. Nou bestaat in het Hebreeuws het woord ‘kakelvers’ niet, maar om aan te geven dat iets kersvers is zeggen we ‘tarie meod’, maar dan geschreven in Hebreeuwse letters. De letterlijke vertaling hiervan luidt ‘Ergh Vers’. Beste dagboekenier: het zal u opgevallen zijn dat er normaliter in mijn dagboek geen spellingsfouten voorkomen en mocht ik die wel maken, dan zijn ze eruit gevist door mijn assistente. Bij deze, Joke mijn assistente: hartelijk bedankt voor je gevis. Als de fouten in de spelling uit mijn teksten worden verwijderd, waarom, hoor ik u vragen, staat ‘Ergh’ dan met een ‘h’ aan het eind? Antwoord: omdat er ook een spellingsfout zat in het Erg Vers zoals die aan de muur hangt van het niet-koosjere Joodse Museumrestaurant. Zo’n beetje het enige wat er Jüdisch was aan het Museum, was voor zover ik dat heb kunnen bemerken, de naam Jüdisches Museum.

Mijn gedachten dwalen af naar het JCK, het Joods Cultureel Kwartier, dat in Amsterdam gevormd wordt door het Joods Museum, gevestigd in de voormalige Asjkenazische sjoel, de Portugese Synagoge (Snoge), het Holocaustmuseum en de Hollandsche Schouwburg, waar de Joden werden verzameld alvorens op transport te worden gesteld. Het JCK heeft een uitstraling, het geeft mij iedere keer weer een bijzonder gevoel, waarschijnlijk omdat ik geboren en getogen ben in wat eens Mokum heette, omdat mijn vader in dat JCK naar de Joodse hbs was gegaan, ik vele jaren in mijn vrije tijd gids was in de Snoge, ook omdat ik tachtig procent van mijn familie nooit heb gekend. En juist daarom wil ik in het Museumrestaurant iets kunnen eten. Geen “Ergh Vers” in Hebreeuwse letters aan de muur, maar dat hoeft niet en zeker niet met een spellingsfout. Maar wat wel voor mijn gevoel belangrijk is en niet mag ontbreken is een hechsjer, kasjroetverklaring, zodat iedere Jood er kan eten (vroom, vrij of normaal, eten doen we allemaal!). Ik miste dat in Berlijn en ik mis dat in mijn eigen Joods Amsterdam ook.

Wat daarvoor nodig is? Twee partijen die beiden zoeken naar een aanvaardbare oplossing en beiden de wil hebben om die oplossing te vinden. Poeriem staat voor de deur, op Poeriem sturen we elkaar twee direct eetbare (koosjere) producten, en dan hebben we een gezamenlijke (koosjere) feestmaaltijd. In de IDF zijn de maaltijden koosjer omdat je niet kunt verlangen van een Jood die volgens de halacha wil leven dat hij niet-koosjer eet, maar er zullen geen Joden zijn die om principiële redenen een koosjere maaltijd zullen weigeren. (hoewel ik er één ken die om bijna-religieuze redenen niet-koosjer eet, maar dat tussen haakjes.) Vele Joodse toeristen doen het JCK aan. Wat mooi zou het zijn en hoe inspirerend om dan in het Joods Museum een echte Joodse (poeriem)maaltijd te kunnen nuttigen in een omgeving die eens was en nu niet meer is.

Op de terugreis kregen we berichten uit New York over burgemeester Mamdani die een verbod om op straat te gaan had uitgevaardigd. Er is nogal wat deining om zijn persoon. Moslim, anti-Israël en bepaald geen Jodenvriend. Natuurlijk had ik al een paar dagen eerder hierover gehoord, maar niet echt goed begrepen waarom hij de Joden aan het treiteren was. Antisemitisme kan soms vreemde vormen aannemen, dacht ik. Omdat we uren moesten rijden had Blouma, als ik reed, de gelegenheid om de appberichten (voor)te lezen. En wat werd duidelijk? Sneeuw en onbegaanbare wegen waren de oorzaak van het uitgaansverbod. Had niets te maken met antisemitisme en zelfs niets met Israël. Voor mijn gevoel sta ik al tientallen jaren in de voorste gelederen van de strijd tegen antisemitisme en dus ook tegen het bagatelliseren van Jodenhaat met woorden zoals ‘het zal zo’n vaart niet lopen, het zal wel meevallen, het zijn de jaren 30 niet’ en dus had ik het New Yorks uitgaansverbod meteen gekoppeld aan antisemitisme, want toen mochten de Joden ook de straat niet op.  Ik had de plank dus volkomen misgeslagen, gelukkig alleen voor mezelf en binnenskamers. Waarom ik deze oppervlakkige antisemitisme bestempeling hier dan met u deel? Niet om tegen antisemitisme te waarschuwen, dat doe ik volgens sommigen al te veel. Neen, ik vermeld mijn Mamdani-misvatting als waarschuwing dat niet achter iedere boom een antisemiet staat.

Vanmiddag werden verzetsstrijders herdacht tijdens de Nationale Herdenking Joods Verzet 2026, achter de Stopera in Amsterdam, midden in het Joods Cultureel Kwartier. Vele Joden zagen geen enkele uitweg, alle grenzen waren voor hen gesloten, geen land konden ze binnen, Nederland konden ze niet uit, de staat Israël bestond alleen nog maar in theorie. Ze waren slachtoffers, onbewapend, zonder rechten, met als enige mogelijkheid om te overleven, zo dachten velen, ‘dan maar tewerkstelling in het oosten’. En dan toch de wapens pakken, positie nemen tegen de bezetter met alle daaraan verbonden risico’s als Jood, jezelf volkomen wegcijferen. Toen ik de microfoon in de hand nam voor mijn toespraak, moest ik plotseling denken aan oom Joseph, de broer van mijn oma Sophie. Oom Joseph was een arts-internist. Hij was erin geslaagd om reeds aan het begin van de oorlog valse identiteitspapieren te krijgen, zonder J en met een valse naam. En toen hij die had en zonder risico de oorlog kon overleven, ging oom Joseph in het verzet. Hij werd opgepakt en als verzetsstrijder gefusilleerd. Duizenden Joodse verzetsstrijders als oom Joseph hebben we vandaag herdacht. Hulde aan de organisatoren van deze jaarlijkse herdenking om hen te eren en tevens om te waarschuwen dat wat toen geschiedde morgen en vandaag zo weer kan gebeuren. De minuut stilte galmt nog na in mijn hoofd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Dagboek

Waarom is het museumrestaurant niet-koosjer?