Deel 3: Vredige dorpen met een gewelddadig verleden

In de derde aflevering van onze serie over de kibboetsen van Israël staan twee nederzettingen met een bloedige historie centraal. De ene is een begrip in het hele land, in de andere hebben wij een bijzondere ontmoeting met een jonge Nederlandse vrijwilliger.
Wijnranken in de omgeving van kibboets Kfar Etsion      Dreamstime
Wijnranken in de omgeving van kibboets Kfar Etsion Dreamstime

Als wij via highway 60 van Kfar Etsion in zuidelijke richting naar Hebron rijden, moeten we denken aan de ontmoeting die wij bij ons vorige bezoek aan het nederzettingenblok hadden op precies dezelfde plek. Bij een bushalte aan de weg stond een meisje te liften. Toen wij stopten en haar vroegen waar zij naartoe wilde, bleek haar bestemming Kirjat Arba te zijn, net ten oosten van de ‘stad van de aartsvaders’. In het gesprek dat zich met de liftster ontspon, vertelde zij ons hoe bang ze was voor haar diensttijd in de IDF.

Wij probeerden haar gerust te stellen. Israël had al sinds 2014 geen grondoorlog uitgevochten en het aantal aanslagen op legerposten was sinds het einde van de Tweede Intifada bijna te verwaarlozen. Onze woorden misten hun uitwerking volledig: “Ze gaan me vermoorden,” zei het meisje. Toch kwam dienstweigeren niet bij haar op, want ‘dat doe je niet als je hier bent opgegroeid’. Dat ‘hier’ zijn de 22 nederzettingen van Goesj Etsion, het ‘Etsionblok’.

Geen kibboets had tot 7 oktober een bloediger verleden dan Kfar Etsion

Nu we dat een paar jaar later opnieuw bezoeken, denken we terug aan onze passagiere. Had zij op 7 oktober haar dienstplicht al voltooid? Of was zij een van 325 IDF-militairen van wie de angstdromen die dag uitkwamen?

Geïsoleerd

Geen kibboets had tot 7 oktober een bloediger verleden dan Kfar Etsion. De naam is een begrip in Israël en ver daarbuiten. De reden daarvan is dezelfde als die achter deze serie en ligt 75 jaar geleden in de Israëlische strijd om onafhankelijkheid. In de aanloop naar 15 mei 1948, de dag waarop de staat Israël het licht zag, lagen er vier religieuze kibboetsiem in het gebied waar nu het Etsionblok ligt: Revadim (gesticht in februari 1947), Een Tsoerim (oktober 1946), Massoeot Jitzhak (augustus 1945) en de oudste, de naamgever Kfar Etsion (april 1943). Alle vier lagen diep in het gebied dat in VN-resolutie 181 aan de Arabieren was toebedeeld, maar omdat zij het verdeelplan hadden afgewezen en ondanks zware verliezen bij de bevoorrading, besloten de leiders van de jisjoev en de Hagana het geïsoleerde Goesj Etsion te verdedigen.

Eind maart 1948 liep een bevoorradingskonvooi vanuit Jeruzalem in een hinderlaag net buiten Bethlehem. Vanaf dat moment lagen de vier kibboetsen onder beleg. Op 12 mei zette het door Britse officieren geleide Jordaanse Arabische Legioen, ondersteund door honderden Palestijnse militieleden, de aanval in op Kfar Etsion. Een dag later zagen de verdedigers in dat verder verzet zinloos was, legden hun wapens neer en gaven zich over. Maar ondanks de aanwezigheid van de meer gedisciplineerde legionairs vermoordden de Arabieren zo’n 130 gecapituleerde Haganastrijders en burgers.

Museum

Slechts drie bewoners van Kfar Etsion en een soldaat van de elite-eenheid Palmach overleefden het bloedbad, dat ijzingwekkende gelijkenissen vertoont met de Hamasaanval op het dansfestival en de kibboetsen langs de grens met Gaza op 7 oktober. Zo zouden de Arabieren granaten gegooid hebben in een kelder waarin zich twintig vrouwen hadden verscholen. Geen van hen zou het overleefd hebben, maar misschien werd hen daarmee een erger lot bespaard. Na het bloedbad op 13 mei 1948 werd Kfar Etsion een strijdkreet voor de jonge IDF: wie de naam scandeerde, deed dat in de wetenschap dat capitulatie aan de Arabieren slechts tot de dood zou leiden.

Met zo’n verleden zou je verwachten dat er in Kfar Etsion een groot monument voor de verdedigers staat, maar als wij onze huurauto parkeren bij het doodstille lokale museumpje, kan zelfs de ongeïnteresseerde dame aan de balie ons niet vertellen waar dat is. Of zij wil dat niet, want stenen tafels met de namen der gevallenen blijken uiteindelijk midden in het museum te staan dat zij beheert. Ons bekruipt langzaam het gevoel dat de huidige religieuze bewoners weinig op hebben met de seculiere Haganaverdedigers van hun kibboets, 75 jaar geleden.

Vrijwillig

Dat is extra opvallend als je bedenkt dat de datum van het bloedbad, 4 ijar op de Hebreeuwse kalender, is gekozen voor de jaarlijkse herdenking van alle Israëli’s die voor hun land vielen: Jom Hazikaron. Toch blijkt dat dat door andere Israëli’s anders wordt ervaren. Er stopt een schoolbus uit Jeruzalem bij het museumpje. Middelbare scholieren stappen uit en gaan allemaal onder een grote boom zitten voor een beetje schaduw. Een meegekomen gids vertelt ze uitgebreid het verhaal van de kibboets. En die gids is geen overbodige luxe, want van de dame in het museum hoeven ze niets te verwachten.

Na 1948 waren er bijna twintig jaar lang geen Joden in het Etsionblok

Na 1948 waren er bijna twintig jaar lang geen Joden in Kfar Etsion of de drie andere kibboetsen van het Etsionblok, hoewel die drie wel elders in Israël opnieuw gesticht werden. Overigens was het Etsionblok geen gebied dat de Joden van de ‘oorspronkelijke bewoners’ geroofd hadden, zoals nu zo graag wordt beweerd. Elke dunam (de oude Ottomaanse landmaat, gebaseerd op het gebied dat een span ossen in een dag kon omploegen: ongeveer tien are) van de kibboetsiem was vrijwillig door de eigenaren verkocht aan Joden, die al vanaf 1927 weinig succesvol hadden geprobeerd zich in het gebied te vestigen. Toen in 1967 tijdens de Zesdaagse Oorlog de IDF de Jordaanse bezetter van de Westelijke Jordaanoever verdreef, besloot de regering in Jeruzalem onmiddellijk in Kfar Etsion een nieuwe kibboets te stichten. Dat lag volkenrechtelijk misschien ingewikkeld, maar was vanwege de gebeurtenissen in 1948 onomstreden onder de Israëlische bevolking.

Toeristische schatkamer

Tegenwoordig telt het Etsionblok 22 nederzettingen, waaronder de 38 duizend inwoners tellende stad Beitar Illit. Het totale aantal bewoners van het blok komt daarmee op meer dan 70 duizend. Van die 22 dorpen en steden, noemen er zich nog drie kibboets, waaronder uiteraard Kfar Etsion, dat zo’n 1300 inwoners telt. Nog steeds is landbouw daar een belangrijke bron van inkomsten, gezien de olijfgaarden, amandelbomen, wijnranken en kersenboomgaarden. Ook bierbrouwerij Lone Tree is een belangrijke werkgever, maar steeds meer kibboetsniks forensen een halfuur met de auto naar Jeruzalem om daar hun brood te verdienen.

De locatie van de kibboets, op de Westoever, wordt verzwegen in de toeristenfolder

Daarnaast richt Goesj Etsion zich op toerisme. We vinden een folder waarin de geschiedenis in ronkende bewoordingen met het nodige chauvinisme wordt verteld, en vertelt wordt hoe het blok deel uitmaakt van historische Joodse grond, een ‘eeuwig symbool’ van het hart van de stam Juda. Het Etsionblok wordt omschreven als een ‘ongeëvenaarde toeristische schatkamer’, waarbij de locatie – officieel op de Westoever, dus omstreden gebied – uiteraard verzwegen wordt.

In de omgeving van Goesj Etsion zijn veel wandelroutes uitgezet  Gershon Elinson/Flash90

Het moet gezegd: de omgeving van de kibboets is prachtig, met waterbronnen, vergezichten, archeologische opgravingen en verkoelende grotten. Voor de wandelaar zijn diverse routes uitgestippeld. Op deze vrijdagochtend echter, valt er in deze vredig aandoende omgeving geen toerist te bekennen. Buiten een paar Arabische werklieden vertonen zich op deze zelfs voor Israëlische begrippen bloedhete dag in de kibboets zelf maar weinig mensen op straat. Die lijken zich allemaal te verzamelen in het winkelcentrumpje, waar de verkoeling van de airco wordt opgezocht en waar het deze ochtend voor sjabbat een drukte van belang is.

Elahvallei

Wie zoekt, kan overal in Centraal-Israël nog de sporen vinden van de bloedige strijd tussen Joden en Arabieren, waarvan wij nu de zoveelste ronde zich zien afspelen in Gaza. De rit vanuit Kfar Etsion naar een andere historische kibboets, het een uur naar het noordwesten gelegen Gezer, voert langs een heuveltop waar een klein monument van lichte steen is opgericht. Het is gewijd aan ‘de 35’, nog zo’n begrip voor veel Israëli’s. Die 35 waren Haganasoldaten die door de heuvels naar Kfar Etsion gestuurd werden om hoognodige proviand naar de geïsoleerde kibboets te brengen.

Ongeveer halverwege hun tocht, liepen de 35 jonge mannen en vrouwen in een Palestijnse hinderlaag en zij trokken zich terug op een heuveltop om zich te verdedigen. Honderden Arabische militieleden stroomden toe en de Haganastrijders hadden geen kans. Toen hun munitie op was, bliezen de laatste overlevenden zich op met een granaat. De opoffering van de lamad he (‘35’) inspireerde na de onafhankelijkheid oud-Palmachniks ertoe vlakbij een kibboets te stichten, die tot op de dag van vandaag naar hen is vernoemd: Netiv Halamed He. Deze passeren wij aan de linkerkant van de weg, aan het begin van de Elahvallei. Dat dal is op zijn beurt bekend omdat het de plaats zou zijn waar David de Filistijnse reus Goliath versloeg. Er is geen land met een bloediger geschiedenis.

Honkbalveld

Dat blijkt ook als wij de kibboets Gezer betreden, gebouwd in de glooiende heuvels tussen Rehovot en Modiien in Centraal-Israël. Een van de eerste plaatsen in de kibboets waar onze gelegenheidsgids Keren ons mee naartoe neemt, is een groen parkje met een monument voor de verdedigers van Gezer, die sneuvelden in de onafhankelijkheidsoorlog. Op 10 juni 1948 werd de toen nog geen drie jaar oude kibboets aangevallen door het Arabische Legioen, hetzelfde Jordaanse leger dat verantwoordelijk was voor de val en het bloedbad van Kfar Etsion. Het was een ongelijke strijd: een heel bataljon legionairs, ondersteund door honderden Arabische militieleden en twaalf pantserwagens tegen 68 verdedigers van de Hagana.

Na vier uur strijd waarin de helft van de Joodse verdedigers sneuvelde, was het pleit beslecht en Gezer in Jordaanse handen. Maar toen het Legioen dezelfde avond nog de aftocht blies en de kibboets in handen van de Palestijnse fedajien achterliet, zag een Palmacheenheid de kans schoon Gezer weer te heroveren. Helaas, de kibboets was te zeer verwoest om voortgezet te worden. Dat gebeurde pas in 1964, en het duurde nog tien jaar eer dat een succes werd, toen Amerikaanse Joden zich er vestigden.

De kinderen vermaken zich met honkbal FLASH90

Hun invloed is onmiddellijk te zien aan het moderne honkbalveld dat Gezer beheerst, een unicum in Israëls kibboetsen.

Tienduizend jaar oud

Natuurlijk is ook Gezer veel ouder dan 1945, het jaar waarin de eerste kibboets gesticht werd. Die werd vernoemd naar de Bijbelse stad met dezelfde naam, die in verband wordt gebracht met Joshua en Salomo. En zelfs die geschiedenis is niet de oudste, want op de tel, de ruïneheuvel naast de huidige kibboets, lag bijna vierduizend jaar geleden al een Kanaänitische stad. En zelfs toen woonden er al meer dan duizend jaar mensen in grotten in de rotsen van Tel Gezer.

De meeste opgravingen die er nu te zien zijn, stammen uit de ijzertijd, maar er staan ook tien Kanaänitische ‘masseben’, massief stenen pilaren uit het midden van het tweede millennium voor de gewone jaartelling. Half november, zeer recent dus, maakten archeologen na grondig onderzoek bekend dat Tel Gezer zelfs al veel eerder werd bewoond, er zijn sporen gevonden die wel tienduizend jaar oud zijn.

Op deze zomerdag rijden we op een steenworp afstand van de opgravingen de ingang van de kibboets door, waar Keren Pardo al op ons staat te wachten. Zij is niet alleen bewoonster van Gezer, maar ook directeur van de internationale afdeling van de Verenigde Kibboetsiem en werkt voor Kibbutz Volunteers, de organisatie die vrijwilligers uit de hele wereld begeleidt. Hoewel de kibboets op een prachtige, strategische locatie ligt, gaat het de bewoners in economisch opzicht niet bepaald voor de wind.

‘Met die 3,5 miljoen liter koemelk per jaar doen we niet met de grote spelers mee’

“We zijn voornamelijk a­fhankelijk van onze koeien,” vertelt Keren. “We hebben er zo’n driehonderd, die produceren rond de 3,5 miljoen liter melk per jaar. Daarmee doen we niet met de grote spelers mee.” Voordeel is wel dat de koeien hier niet alleen maar in de stal staan, ze hebben grazige weiden tot hun beschikking.

Alles hier is biologisch. Er is een ontsierend bedrijfspand vlak tegen de kibboets aan gebouwd, dat het landschap domineert. Het is een doorn in het oog van de bewoners. Keren: “We zijn een arme kibboets, a­fhankelijk van onze koeien en wat olijfboomgaarden. Onze financiële situatie werd op een gegeven moment zo slecht dat we een stuk grond moesten verkopen. Er is toen een grote fout gemaakt. We verkochten de grond voor een schijntje, acht miljoen sjekel. Een beetje huis in deze regio kost net zo veel en zonder de eis een percentage van de opbrengst terug te sluizen naar de kibboets. De koper bleek bovendien later een louche zakenman. Er zou bijvoorbeeld overleg worden gepleegd over het gebouw. Nooit gebeurd, en toen zagen we tot onze grote schrik dit monster verrijzen.”

Gouden greep

Terwijl we de stallen bezoeken, horen we ineens Nederlands praten. Het blijkt Lydia, de van oorsprong Nederlandse overbuurvrouw van Keren. Ze woont al dertien jaar met haar gezin in Gezer: “Dat wil zeggen, met tussenpauzes. Mijn man werkt voor het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken en we hebben tussentijds ook een paar jaar in het buitenland gewoond.” Vorig jaar besloten ze zich definitief in Gezer te vestigen.

‘Onze zes kinderen wilden graag terug naar de kibboets, en voor ons is het hier thuis’

Lydia: “Onze zes kinderen zijn hier opgegroeid en ze wilden naar de kibboets terug. Een dochter van ons, inmiddels moeder van twee kinderen, woont nu in ons oude huis en mijn man en ik hebben een nieuw laten bouwen, tegenover dat van Keren.” Nederland heeft Lydia definitief achter zich gelaten: “Ik kom er eigenlijk nooit meer, ook omdat je op vakanties dan verplicht bent langs vrienden en bekenden te gaan. Ik kwam altijd vermoeider terug dan dat ik heen ging. Hier zijn we echt thuis, hoewel ik het jammer vind dat de eetzaal een paar jaar geleden is opgedoekt. Mensen bleken toch liever thuis met het gezin te willen eten, maar daardoor mis je nu een gezamenlijke plek waar je elkaar kunt ontmoeten.”

Die functie lijkt deze middag te worden vervuld in de koeienstal, want daar ontmoeten we ook Daniel de Vries, een jonge twintiger uit Haarlem. Hij lijkt hier totaal op zijn gemak en is de enige Nederlandse vrijwilliger die we tijdens deze reis ontmoeten. “Ook ik heb nergens in het land nog een medevrijwilliger ontmoet,” bekent Daniel, “en dat vind ik best raar. Wel veel Duitsers, die hebben we hier ook. Ik ben een van de zeven vrijwilligers hier en de helft van hen is Duits. Die kunnen daarmee punten halen voor hun cv, dat kennen we in Nederland niet.” Daniël wist niet zo goed welke kant hij in het leven op wilde. Het was zijn pianolerares die hem op deze mogelijkheid wees. Een gouden greep, want hij heeft het bijzonder naar zijn zin. “Ik werk met de koeien, leuk werk, en de mensen hier zijn ontzettend aardig. In het weekend kan ik kiezen of ik bijvoorbeeld naar de Dode Zee of Tel Aviv ga. Eigenlijk moet ik in augustus terug, maar ik ga dat verlengen tot december, want ik wil beslist langer blijven.”

Olijfzeep

Op 7 oktober zit Daniel inderdaad nog in Gezer. Op 8 oktober niet meer. Alle buitenlandse vrijwilligers zijn dan geëvacueerd, uit angst dat ze de weken daarop niet meer weg zullen kunnen. Keren: “Hier in dit deel van Israël is het relatief rustig gebleven, we hebben weinig last van raketten zoals dat in Tel Aviv wel het geval is. Inmiddels hebben we hulp van vrijwilligers uit Israël zelf, want extra handen zijn zeker nodig.”

Kerens organisatie van kibboetsvrijwilligers draait daarom nog steeds, ook in november. Vooral vrijwilligers die langere tijd in Israël willen verblijven, zijn welkom. Voor vrijwilligers die een kortere tijd voor ogen hebben, zeg zo’n zes weken, is er de organisatie Masa. Ook Nederlanders kunnen zich, uiteraard, aanmelden.

Daar hebben we tijdens onze reis allemaal nog geen weet van. Bij het kibboetswinkeltje slaan we heerlijke olijfolie in voor het thuisfront. En olijfzeep en za’atar. “Allemaal biologisch,” prijst Keren de waar geheel overbodig aan. “Goed voor de ziel!”

Aanmelden? Dat kan via Kibbutzvolunteers.org.il.   Voor een korte periode ga je naar Masaisrael.org.

Deze serie is mede mogelijk gemaakt door Maror. Het artikel verscheen eerder in het NIW9 van 24 november 2023

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Kibboetsen

Deel 1: Van rijk en arm