Veel kibboetsen werden bewust gesticht aan de grenzen van Israël om zo als eerste verdedigingslinie van de Joodse staat dienst te doen. Tot op de dag van vandaag komen er jongeren van over de hele wereld om in die gemeenschappen te werken en levenservaring op te doen. Vaak letterlijk onder het oog van de vijand.
TEKST EN FOTO’S: BART SCHUT EN ESTHER VOET
De rit van Tsefat naar de Libanese grens wordt steeds mooier. En steeds stiller. De glooiende heuvels en bossen doen denken aan de Zuid-Franse Provence. Dit deel van noordelijk Galilea wordt beheerst door de ruim 1200 meter hoge Meron, de hoogste berg binnen de bestandslijn van 1949. Aan de voet van de berg, direct aan snelweg 89 waarover wij naar het noorden rijden, ligt het dorp Meron. Het graf van de tweede-eeuwse rabbijn Shimon bar Yochai wordt er jaarlijks op Lag Baomer door meer dan honderdduizend charediem bezocht, wat het na de Klaagmuur de belangrijkste Joodse pelgrimsplaats ter wereld maakt. Dat gaat niet altijd goed, in 2021 werden 45 gelovigen doodgedrukt toen de opeengepakte mensenmassa op hol sloeg.
Op de top van de berg ligt een van grote afstand zichtbare radarpost, van waaruit het Israëlische leger Zuid-Libanon observeert. Dat is nodig ook, de dreiging van terreurbeweging Hezbollah begint een paar kilometer verderop al. Om de dreiging uit Libanon het hoofd te bieden, lang voordat er sprake was van de sjiitische ‘Partij van God’, verrees een keten nederzettingen langs de noordelijke grens, zoals dat ook gebeurde in de Jordaanvallei. De jisjoev in het Britse mandaatgebied Palestina begon met de bouw, daarna nam de jonge staat Israël het over. Deze kibboetsiem waren de eerste Joodse verdedigingslinie tegen aanvallen door de vijandelijke buurstaten en liggen daarom pal tegen de grens aan. In dit deel van Galilea hebben zij namen als Sasa, Dovev, Yiron en Baram, onze bestemming. Alle vier kibboetsiem werden in 1949 gesticht.
Hightech
We slaan rechtsaf en rijden in noordelijke richting over de 899, de belangrijkste weg die parallel aan de grens met Libanon loopt. Er is een weg die pal langs het hek van de ‘blauwe lijn’ van de Verenigde Naties loopt, onder het wakend oog van Hezbollah-torens, soms letterlijk een steenworp ver en altijd op heuvelruggen gelegen. Je bent je er pijnlijk van bewust hoe dichtbij de dreiging voor de kibboetsbewoners aan de grens is. Een sluipschutter zou moeiteloos de kibboetsniks onder vuur kunnen nemen, laat staan de Israëli’s en buitenlandse vrijwilligers die in de boomgaarden werken.
Niet dat wij daar iets van merken als wij door het automatische hek Baram binnenrijden. In de hitte van de zomerochtend is er vrijwel niemand op straat. We zijn in telefonisch contact met Yaara Littman, de coördinatrice van de internationale vrijwilligers in Baram en geboren en getogen in de kibboets. Toch lijken we haar telkens te missen op onze zoektocht, wat wel de mogelijkheid biedt tot een nadere verkenning. Aan de rand liggen bedrijven die bij de kibboets horen. De indrukwekkendste is een fabriek voor plastic dat in de gezondheidszorg gebruikt wordt. Het is de combinatie van hightech en landbouw die zorgt voor de inkomsten van de gemeenschap. In de boomgaarden die rond de nederzetting liggen, worden appels, peren, pruimen, kiwi’s en nectarines verbouwd. Deze worden lokaal verpakt en koud opgeslagen in Barams eigen loodsen, voordat zij naar afnemers in heel Israël verscheept worden.
Hechte gemeenschap
Die economische activiteit heeft de kibboets geen windeieren gelegd, Baram is een van de rijkere in Israël. Daardoor kon er lang worden vastgehouden aan de tradities.
Baram was de laatste kibboets waar kinderen nog gescheiden van hun ouders sliepen in grote slaapzalen
Baram was de laatste nederzetting in de Joodse staat waar kinderen nog gescheiden van hun ouders sliepen in slaapzalen. Pas na de eerste Golfoorlog, toen kinderen gasmaskers moesten dragen, werd dit door het oude Sparta geïnspireerde systeem opgeheven en gingen de kinderen bij hun ouders slapen.
Als Littman ons eindelijk heeft gevonden, neemt zij ons mee naar haar kantoortje in het gebouw waar de internationale vrijwilligers verblijven. Direct aan het begin van het gesprek vertelt zij al dat meisjes die in deze kibboets zijn geboren, nu in Nederland wonen omdat ze een Nederlandse vrijwilliger tegen het lijf liepen. Eigenlijk is het andersom: Nederlandse vrijwilligers kwamen via het in Tel Aviv gevestigde Kibbutzvolunteers in Baram terecht. Littman vertelt over de stichting van de gemeenschap: “We zijn inderdaad een grenskibboets. Als je alle lichten in Israël uit zou doen en alleen die van die kibboetsiem zou laten branden, dan zie je de grens van ons land.”
Later die dag bezoeken we nog zo’n kibboets: Shaar Hagolan, die ten zuiden van het meer van Galilea ligt en de grens met Jordanië bewaakte. Littman: “Vanaf het begin was Baram een heel hechte gemeenschap en essentieel voor de veiligheid van Israël. De bewoners waren rechtlijnig: streng voor zichzelf en elkaar. Iedereen die er later kwam wonen, moest mooie kleding verruilen voor T-shirt, korte broek en tembel, het typisch Israëlische hoedje. Nu heeft het leger de militaire taak voor een groot deel overgenomen, maar nog altijd hebben we hier bewoners die als reservisten een speciale groep vormen en zo nodig kunnen worden ingeschakeld.”
Die rechtlijnigheid kwam terug in de bewaking van het budget. “Schulden maakten we niet. We leenden geen cent van de bank, maar leefden van wat het land opbracht en waren behoudend in onze uitgaven. Maar mede dankzij onze fabriek hebben we het nu heel goed.
‘We zijn nog steeds volledig collectief, iedereen krijgt dezelfde toelage’
We zijn nog steeds volledig collectief, iedereen krijgt nog altijd precies dezelfde toelage. De helft van de inwoners wil daar verandering in brengen. We zitten in een patstelling, want de machtsverhoudingen zijn fiftyfifty. Als er moet worden gestemd over een verandering, blijken velen toch tegen te stemmen.”
Andere wereld
Littman heeft van dichtbij meegemaakt dat het leven aan de grens risico’s met zich meebrengt: “Er werd op ons geschoten en mensen raakten gewond. We hadden toen één auto in de kibboets en mijn vader moest een keer iemand naar Sasa brengen. Ze reden op een mijn. Gelukkig liep het goed af, zij het met de auto minder. Een ander verhaal is dat van een groepje jongeren dat een trektocht ging maken. Een meisje van elf stapte op een mijn en haar been moest worden geamputeerd.”
De laatste jaren is het relatief rustig. Littman gaat ons voor naar de gemeenschappelijke woonkamer, die geblindeerd is tegen de hitte. Op een paar banken liggen jongeren te luieren. Hun werkdag in de appelboomgaard zal een half uurtje later beginnen. “Is het hier niet te heet voor appels?” vragen we onze gids. “Nog niet, maar het wordt wel steeds heter en we zullen onze gewassen daarop moeten gaan aanpassen.”

Buiten bij de barbecueplaats spreken we met Simon (21) uit het Zwitserse Genève. Zijn moeder werkt voor de Verenigde Naties in Jordanië. Astrid (20) is Joods en komt uit Zweden. Ze zijn twee van de in totaal veertien vrijwilligers die op dit moment in Baram werken. De kibboets kan er 45 herbergen. Waarom zou je als jongere ergens aan het einde van de wereld fruit gaan plukken? Voor de ervaring, zegt Astrid. “Het is een goede manier om het volwassen leven nog even uit te stellen, een goede pauze tussen school of studie en werk. Je leert hier veel over jezelf, want je wordt niet afgeleid. Ik kom uit Stockholm. Daar is het altijd druk, hier leef je van dag tot dag, ontspannen, zonder stress. Dat heeft me geholpen te ‘aarden’. Als je werktijd erop zit, houd je echt veel vrije tijd over.”
Simon: “Je sociale leven is hier heel anders. Het is een andere wereld, veel relaxter. Het is een contracultuur en daar was ik naar op zoek. Ik studeer aan de universiteit en snakte naar een pauze, even weg van alle hectiek en stress. Ik ben blij dat ik die keuze heb gemaakt, eigenlijk wil ik niet weg.”
Raketten
Of er ook een ideologische reden was voor zijn keuze, vragen we Simon. “De socialistische grondslag, de vraag hoe het leven er daarmee uit zou zien, was beslist een van de redenen. Die verschilt totaal van de ideologie van de Israëlische regering.” Ook Astrid was benieuwd daarnaar: “Je bent echt onderdeel van een groep, je bouwt gezamenlijk iets op. Heel anders dan we gewend zijn en ik vind het heerlijk. Ik verzwijg niet dat ik hier zit, hoewel Zweden niet bepaald een pro-Israëlland is. Iedereen weet dat ik Joods ben en ik heb verteld dat ik dit ging doen. Dan krijg je reacties als: het is daar altijd oorlog! Maar een vreedzamer plek op aarde dan hier heb ik nog niet gezien.”
Toch vlogen twee maanden geleden bij Baram de raketten over uit Libanon. Astrid: “Veel Zweedse vrienden waren ongerust. Maar het is moeilijk uit te leggen dat het leven hier gewoon doorgaat en je niet in paniek raakt. De Zweden hebben een raar, incorrect beeld van dit land. Als je hier eenmaal bent, wil je niet weg.” Simon relativeert: “Het beeld in Zwitserland is neutraler.”
Is er dan geen negatief punt te noemen? Jawel, beamen beide vrijwilligers. Je bent voortdurend met dezelfde mensen en er is een gebrek aan privacy. “Soms wil je gewoon even alleen zijn, maar daar is ook ruimte voor,” zegt Simon.
Bewogen geschiedenis
Tijd voor de vrijwilligers om aan de slag te gaan. De bewoner die hen naar de boomgaard rijdt, staat al een tijdje ongeduldig te wachten. Wij volgen het busje over onverharde wegen naar een boomgaard die vrijwel tegen het grenshek met Libanon ligt. De jongeren werken onder het oog van Hezbollahterroristen in een net over de grens gelegen observatietoren, die gemakkelijk met het blote oog te zien is. De vrijwilligers lijken zich er niet druk over te maken dat op slechts een paar honderd meter gewapende jihadisten hen gadeslaan, die niets liever zouden doen dan hen te doden.


De locatie van het huidige Baram heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. Al in de derde eeuw voor de gewone jaartelling lag hier een Joodse nederzetting. De ruïnes van een prachtige synagoge uit de derde eeuw zijn nog steeds te bewonderen. In de middeleeuwen lag er op de plek van het Joodse Kfar Baram een islamitisch dorp, maar in de negentiende eeuw was de bevolking van Kafr Birim vrijwel volledig maronitisch-christelijk. De Arabische bevolking vluchtte in 1948 tijdens de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog en om te voorkomen dat zij terug zou keren, maakte de IDF het dorp grotendeels met de grond gelijk. De militaire autoriteiten vonden een Arabisch dorp zo dicht bij de grens met het vijandige Libanon een veiligheidsrisico. Nu staan alleen nog de resten van de maronitische kerk overeind als stille getuigen. De plaats waar deze respectievelijk Joodse, islamitische en christelijke nederzetting had gelegen, werd tot natuurpark verklaard.
________________________________________
Het veld van Nehemia de Lieme
In het uiterste noordoosten van Israël, op een steenworp afstand van de bestandslijn die Israël scheidt van de formeel nog steeds Syrische Golan, ligt een kibboets met een opvallende naam: Sde Nehemia. Dat ‘sde’ is niet zo bijzonder, dat kennen we van andere plaatsnamen zoals Sde Boker in de Negev; het betekent ‘veld’. Maar ‘Nehemia’ is opvallend. Die naam heeft in dit geval niets te maken met de gouverneur van Perzisch Judea in de vijfde eeuw vdgj, die bekend is als naamgever van een boek in de Tenach.

Nee, de naamgever van Sde Nehemia mogen we dichter bij huis zoeken. De kibboets in de Hulavallei werd op 19 december 1940 opgericht door Joodse immigranten uit Oostenrijk, Tsjechoslowakije en … Nederland. Zij vernoemden in de jaren zestig hun kibboets naar Nehemia de Lieme, geboren op 26 maart 1882 in Den Haag. De Lieme, zoon van sjocheet Benjamin de Lieme en Aaltje Goudsmit, begon zijn carrière toen zijn ouders hem van school haalden en hij als veertienjarige knaap jongste bediende werd op het effectenkantoor van de firma Edersheim.
Daar kwam de jonge Nehemia in aanraking met twee zaken die zijn leven zouden bepalen: de financiële wereld en het zionisme. In beide was hij bijzonder succesvol: als oprichter van de Centrale Arbeiders Verzekerings- en Depositobank en als voorzitter van de Nederlandse Zionistenbond (NZB), later het Joods Nationaal Fonds. Toch maakte hij vijanden, vooral omdat hij zich verzette tegen de eis van Joodse socialisten dat ook in Palestina voor de stichting van een Joodse staat de klassenstrijd gevoerd diende te worden.
Net als Baram ligt Shaar Hagolan vlak aan de grens
Nehemia verbond zich slechts aan zaken die aan zijn eigen hoge morele normen voldeden. Toen de internationale zionistische beweging in 1937 in principe akkoord ging met een Brits plan om Palestina in Joodse en Arabische kantons te verdelen, trok hij zich teleurgesteld terug uit de NZB. Drie jaar later, op 24 juni 1940, stierf hij in zijn geboorteplaats Den Haag. In het NIW stond vier dagen later een rouwbericht: ‘in den ouderdom van 58 jaar, 18 siwan 5700’. Zes maanden voordat de kibboets werd opgericht die voor altijd zijn naam draagt.
________________________________________
Opwinding
Net als Baram ligt Shaar Hagolan vlak tegen de grens, ditmaal de Jordaanse. De hitte is eind juli bijna ondraaglijk, het kwik tikt bijna de hele dag de veertig graden aan. Nu pas beseffen we dat het snikhete Baram eigenlijk op een van de koelste plekken van Israël ligt, noordelijk en op zo’n zevenhonderd meter hoogte. Shaar Hagolan daarentegen ligt bijna tweehonderd meter onder zeeniveau. Er waait geen verkoelende bries en er zijn geen bossen die schaduw en verkoeling bieden.


Net als Baram is Shaar Hagolan aan de grens gebouwd om als eerste verdedigingslinie te dienen. Datzelfde geldt voor de oudste kibboets van Israël, het in 1910 gestichte Degania Alef, dat net als zijn zusterkibboets Degania Bet een paar kilometer noordwestelijk van Shaar Hagolan ligt. Ook hier ligt aan de rand van de kibboets een plasticfabriek en net als Baram werd Shaar Hagolan opgericht door leden van Hashomer Hatzair. Maar de kibboets aan de Jordaanse grens is ouder, van 21 maart 1937 om precies te zijn. Toen woonden er overigens al achtduizend jaar mensen op deze plek: archeologen vonden in de neolithische aardlagen de oudste scherven van kookpotten in Israël. En onlangs ging er een golf van opwinding door de archeologische wereld na de vondst van een achtduizend jaar oud beeldje van de ‘moedergodin’, compleet met brede heupen en een grote neus. Het archeologische museumpje in de kibboets biedt uitzicht op de Jarmoek, de grensrivier met Jordanië.
Voordat in 1973 heftig om het gebied werd gevochten na de mislukte aanval van de Syriërs, lag Shaar Hagolan vrijwel op het drielandenpunt waar de grenzen van Jordanië, Syrië en Israël bijeenkomen. Deze strategische positie dwong de bewoners ertoe na een bombardement door het Syrische invasieleger in mei 1948 de nederzetting tijdelijk te ontvluchten, iets wat de regering van Israël hen in dank afnam. Net als op de ‘heldhaftige verdedigers’ van andere tijdelijk ontruimde kibboetsiem rustte er decennialang een stigma op de bewoners van Shaar Hagolan. Joodse verdedigers werden niet geacht zich terug te trekken. Liever zagen de politici in Tel Aviv dat zij zich doodvochten in de traditie van Masada. Tegenwoordig wonen in de kibboets zo’n zevenhonderd mensen van wie er driehonderd lid zijn.
Ballotage
Waarschijnlijk komt het door de hitte, maar op dit heetst van de dag – het is twee uur – zien we geen enkele bewoner behalve het echtpaar met wie we hebben afgesproken. Meta en Pinchas ontmoetten elkaar in de jaren zeventig, toen de Nederlandse Meta hier als vrijwilligster werkte. In 1980 trouwden ze. “Toen ben ik hier komen wonen,” vertelt Meta.
Maar het kibboetsleven viel haar zwaar: “Ik was als kunstenares een enorme vrijheid gewend, het was voor mij heel erg aanpassen. Ik moest op plekken werken die helemaal niet bij mij pasten en je mocht niets zelf bepalen.” Zo wilde ze de veranda van hun woning ombouwen tot atelier, maar ze moest drie jaar wachten. En dan zou de kibboets zorgen voor de bouw. “Uiteindelijk hebben we de kibboets verlaten en zijn we in Haifa gaan wonen.” Totdat Meta bericht kreeg uit Nederland dat het slecht ging met haar moeder. Het paar zou voor een beperkte tijd terugkeren, maar dat werd langer. Pinchas keerde in 2014 terug, vertelt Meta. “We zijn gescheiden en daarna toch opnieuw getrouwd. Pinchas wilde beslist terug naar de kibboets en ik woon pas sinds oktober weer hier.” De niet-Joodse Meta moet nu opnieuw door de ballotagecommissie van de kibboets. Vooralsnog verblijft zij er op een toeristenvisum: “Het wachten is op een verblijfsvergunning, maar daar wordt heel moeilijk over gedaan. De bureaucratie is hier moordend.”
Neolithicum
Meta heeft een speciale taak in de kibboets. Terwijl Pinchas op de kinderboerderij werkt, legt zij zich toe op replica’s voor de museumwinkel die binnenkort wordt geopend. We lopen langs een oude wachttoren in het centrum naar het museumpje dat vanwege de hitte helaas gesloten is. Vanaf de veranda hebben we een prachtig uitzicht op de Jarmoek, een zijrivier van de Jordaan waar achtduizend jaar geleden, in de nieuwe steentijd, al mensen woonden. Toen was Shaar Hagolan een centrum van culturele bedrijvigheid, zoals blijkt uit het eerdergenoemde godinnenbeeldje.
Terwijl we uitkijken over het prachtige landschap, te midden van kunstwerken die geïnspireerd zijn op de archeologische vondsten, vragen we of het echtpaar nu blijft. Pinchas zegt meteen ‘ja’. Meta is voorzichtiger: “Met deze regering weten we niet wat er gebeurt. Ik denk dat de kibboetsen het erg moeilijk gaan krijgen.” Pinchas deelt de zorgen van zijn vrouw. De economische vooruitzichten zijn onzeker. En blijft de gezondheidszorg wel in stand?
Op zich is de kibboets niet arm. We zien groene bananen liggen in een loods, verse oogst. De aan de kibboets gelieerde fabriek maakt speciale buizen die grote temperatuurverschillen kunnen weerstaan. Maar omdat Pinchas en Meta op latere leeftijd zijn teruggekomen, kunnen ze geen lid meer worden van de gemeenschap. Vrijwilligers zijn er ook niet meer. “Al onze jongeren werden verliefd op buitenlandse vrijwilligers en vertrokken,” verzucht Pinchas. Nu zijn de enige buitenlandse jongeren die we hier nog zien deelnemers aan de reizen van Taglit, Birthright in het Engels. Die groepen logeren vaak een paar dagen in onze B&B’s. Wij betalen per maand zo’n 4000 sjekel aan huur, water en elektriciteit, en dan komt internet er nog bij.” Meta klinkt niet al te positief: “De wasserij en het zwembad zijn wel gratis, maar daar maken we nooit gebruik van.” Pinchas: “Ach, het is hier rustig, groen en veilig. We zien wel wat de toekomst brengt.”
Deze serie is mede mogelijk gemaakt door Maror. Het artikel verscheen eerder in het NIW42 van 8 september 2023
