Op de eerste dag van zijn proces werd Amin Abou Rashed in de Rotterdamse rechtbank flink door de mangel gehaald. “De officier van justitie gaf per jaar precies aan welke bedragen via welke wegen en banken tussen 2003 en 2023 zijn overgemaakt,” zegt Kees Broer, die de zaak volgde. “Waarom er eerst over 11,7 miljoen euro werd gesproken en nu over 8,5 miljoen, is omdat de bedragen die voor 2010 zijn overgemaakt inmiddels zijn verjaard”.
Een opvallende getuige voor het OM was Rob Groenhuijzen, die ooit veroordeeld werd voor terrorisme. In de jaren 70 was hij lid van de Rode Jeugd, die banden had met de Rote Armee Fraktion. Jaren later dook hij op in het bestuur van de stichting van Abou Rashed, Israa. Die stichting was de opvolger van zijn stichting Al-Aqsa, waarvan de tegoeden al in 2003 werden bevroren vanwege het overmaken van geld naar Hamasgerelateerde organisaties. Ook tegen Israa bestonden verdenkingen. De Rabobank wilde de rekening opheffen, maar verloor een kort geding. Groenhuijzen verzekerde de bank dat Abou Rashed geen enkele rol in de stichting vervulde, ook niet op de achtergrond. In een verhoor gaf Broekhuijzen toe dat hij daarover loog om Abou Rashed niet te verraden. “Op basis van pure leugens heeft Israa de rekening bij de Rabobank weten te behouden”, zegt Broer. En in het proces zet de verdachte die strategie voort: gewoon over alles liegen.
Allemaal toeval
Abou Rashed ontkende ook maar iets met Hamas te maken te hebben. Hij zou niet geweten hebben dat de organisaties waarnaar hij geld overmaakte banden hadden met Hamas. De bewijzen tegen hem moesten haast wel uit de koker van de Mossad komen, vermoedde hij. Toen de rechter hem confronteerde met de Hamascontacten op zijn telefoon, ontkende de Nederlandse Palestijn simpelweg dat het zijn telefoon was. Die zou van het bestuur zijn, waar hij niets mee te maken had. “Deze is naast uw bed gevonden,” meldde de rechter. “Ja, het kan zijn dat ik die telefoon weleens gebruikte,” herinnerde Abou Rashed zich dan opeens.
Daarnaast zijn er stapels foto’s van de vermeende fondsenwerver samen met Hamas-leider Ismail Haniyeh en als eregast op grote evenementen van de terreurorganisatie in Gaza. Ook allemaal toeval, volgens de verdachte. Hoe zou hij moeten weten wie dat waren? Die foto met Haniyeh stond volgens hem maar negen seconde online en zou meteen zijn opgepikt om tegen hem te gebruiken. Door de Mossad, vanzelfsprekend.
‘Humanitair’
In de rechtbank kwam een reclasseringsrapport over Abou Rashed ter sprake. Daaruit bleek dat hij zichzelf graag als leider van de Europese Palestijnen ziet. Hij vergelijkt zichzelf met Bill Clinton en Emmanuel Macron. Aan het eind van de eerste zittingsdag eiste de openbaar aanklager desondanks vier jaar celstraf tegen de verdachte, waarvan één voorwaardelijk. Abou Rashed zat al een jaar in voorarrest.
Abou Rashed ontkende ook maar iets met Hamas te maken te hebben
De tweede dag was het de beurt aan de verdediging. Die begon met het zwartmaken van een getuige-deskundige. Voormalig inlichtingenofficier en jihadexpert Ronald Sandee zou een agent van Israël zijn. Voorts ging de verdediging in op het ‘humanitaire karakter’ van de organisaties waaraan het geld werd gedoneerd. Het gaat onder meer om de Mercy Association for Children en de Dawa-organisaties, groeperingen die actief zijn in Gaza onder leiding van hoge Hamasfunctionarissen. De verdediging wees erop dat deze ngo’s niet op de Europese sanctielijst staan.
Hoewel het OM en Sandee duidelijk hadden gemaakt dat geld via de ‘Union of Good’ naar Hamas is doorgesluisd, bestreed de verdediging dat. Het zou slechts gaan om een online platform waarop nieuwsberichten worden gedeeld. Kees Broer vreest dat de aanpak van de verdediging vruchten zal afwerpen, omdat Abou Rashed net als Hamas daadwerkelijk aan liefdadigheidswerk doet: “Eigenlijk kan hij niet worden vrijgesproken, maar in Nederland is alles mogelijk.” De uitspraak volgt op 27 mei.