Het gebeurt niet dagelijks dat je een Joodse barones ontmoet, dus wij haasten ons door de straten van de Antwerpse Diamantwijk naar onze afspraak op het kantoor van het Forum der Joodse Organisaties. De Diamant, de meest ‘zichtbaar Joodse’ wijk van Europa, maakt op het eerste gezicht deze woensdagochtend een nogal doodse indruk. Toeristen zien we niet, terwijl de ligging een bezoek bijzonder gemakkelijk maakt: je stapt op station Antwerpen-Centraal de trein uit en staat er middenin.
Maar het is er stil. Misschien projecteren wij ons eigen gevoel van moedeloosheid over de toekomst van Joodse gemeenschappen in de grote Europese steden op het straatbeeld. Ook Antwerpen is geraakt door een reeks antisemitische incidenten sinds 7 oktober 2023. Of misschien is het de koude voorjaarswind die nog door de straten snijdt. Hoe dan ook, in de talrijke Joodse juwelierszaken zijn nauwelijks klanten te bekennen.
De Antwerpse politie rijdt in fonkelnieuwe Mercedes SUV’s
In de Lange Herentalsestraat banen wij ons een weg door fonkelnieuwe Mercedes SUV-politieauto’s op weg naar het Forum, zeg maar de Belgische tegenhanger van het Nederlandse CJO. Die beveiliging lijkt indrukwekkend, maar een van de eerste zaken die ons opvalt in vergelijking met eerdere bezoeken aan de Diamantwijk is de afwezigheid van het Belgische leger. Ditmaal geen zwaarbewapende parachutisten in gevechtspak bij de ingangen van de wijk. De politiewagens lijken meer bedoeld om de diamanthandel te beveiligen tegen criminelen dan Joodse bewoners tegen antisemitische vandalen … of erger.
Amateuristisch
Want het was in België dat de schimmige terreurorganisatie Harakat Ashab al-Yamin al-Islamia voor het eerst toesloeg. In de nacht van 8 op 9 maart explodeerde een zelfgemaakte bom voor de deur van de synagoge van Luik. De aanslag werd opgeëist door de ‘Islamitische Beweging van de Gezellen ter rechterzijde’. Die naam refereert aan de dag des oordeels in de Koran, waarop de ‘mensen ter rechterzijde (van Allah)’ voor het paradijs bestemd zijn. Nogal een mondvol, zeker gezien de vaak wat amateuristisch aandoende aanslagen van de groep.

de bomaanslag op 20 oktober 1981, waarbij drie mensen om het leven kwamen en 106 gewond raakten. De daders waren vermoedelijk Palestijnse terroristen van de ook nu nog actieve PFLP Bart Schut

Toch is deze niet te onderschatten, want vriend en vijand zijn het erover eens dat de Islamitische Revolutionaire Garde hierachter schuilgaat. De IRGC gebruikt een methode die we tot dit jaar vooral uit Zweden kenden: lokale, vaak minderjarige criminelen met een immigratieachtergrond worden ingehuurd om angst te zaaien in de Europees-Joodse gemeenschappen. Na de explosie in Luik volgden drie (vier voor wie de mislukte op de synagoge in Heemstede meetelt) aanslagen in Nederland: op de synagoge in Rotterdam, op het Cheider in Amsterdam-Buitenveldert en op het BNY-kantoor aan de Amsterdamse Zuidas.
Op 24 maart keerden de door Iran gestuurde ‘mensen ter rechterzijde’ terug naar België, waar minderjarige allochtonen in de straten waar wij nu lopen auto’s in brand staken. Daarna verlegde de islamitische beweging haar werkterrein naar Parijs en vooral naar Londen, waar ambulances van Hatzola in brand werden gestoken. Opnieuw probeerden geronselde jongeren synagogen aan te steken, evenals een kantoor van Joodse liefdadigheidsinstellen. Vorige week kwam de reeks tot een gewelddadig hoogtepunt met het neersteken van twee Joodse bewoners van de Noord-Londense wijk Golders Green.
Onder de bus
Al met al genoeg reden voor verhoogde beveiliging van de zichtbare Joden van de Diamantbuurt, zou je denken. Toch lijkt daarvan nauwelijks sprake. De oorzaak van de op het oog lakse houding van de Belgische overheid was de eis van de Vlaams-christendemocratische CD&V dat militaire bescherming voor Antwerpse Joden gekoppeld zou worden aan het bestrijden van de overbevolking in Belgische gevangenissen.
Partijen zijn bereid de Joodse gemeenschap onder de bus te gooien
U ziet: Nederland is niet het enige land waar politieke partijen bereid zijn de Joodse gemeenschap onder de bus te gooien voor het verwezenlijken van politieke doeleinden.
Gelukkig zou de regering in Brussel korte tijd na ons vertrek uit Antwerpen een staatsrechtelijke truc uithalen, waardoor zonder toestemming van coalitiepartij CD&V toch tweehonderd soldaten vrijgemaakt konden worden voor de bescherming van Antwerpse Joden. Maar als wij de Lange Herentalsestraat in lopen voor onze afspraak met barones Regina Suchowolski-Sluszny is daarvan nog niets te bespeuren. Overigens moet die adellijke titel met een korrel zout genomen worden. Die is door koning Filip aan Sluszny toegekend zoals in Nederland de Orde van Oranje-Nassau wordt verleend, en is dus niet erfelijk.
Wij treffen de 86-jarige barones in het bijzijn van Ralph Pais, de vicevoorzitter en woordvoerder van het Joods Informatie en Documentatiecentrum (JID), de Belgische tegenhanger van het CIDI. Pais woont al twintig jaar tussen onze zuiderburen, maar is wel degelijk Nederlands. En hij is niet de enige Nederlander die een belangrijke rol speelt in de Joodse gemeenschap in België. Eerder trad oud-NIW-columnist Hans Knoop al voor het voetlicht als woordvoerder van het Forum, en ook de sinds 2017 in Vlaanderen wonende Michel Kotek, de uitgesproken voorzitter van het JID, speelt een belangrijke rol in de gemeenschap.
Koosjere Chinees
Wij spreken Regina Sluszny in een kantoor dat volhangt met foto’s van de Israëlische gijzelaars in Gaza, anti-BDS-affiches en posters met informatie over de Namenwand in aanbouw op het Loodswezenterrein van de Antwerpse haven. De in 1939 geboren Sluszny overleefde de oorlog ondergedoken op vijftien adressen in en om de plaats Hemiksen, even ten zuiden van Antwerpen. Zij werkte als boekhoudster bij een — hoe kan het anders — diamantbedrijf en had vijf jaar een boetiek voor herenkleding. Haar zakelijke carrière sloot zij af door met haar inmiddels overleden echtgenoot en medeonderduikkind Georges Suchowolski het eerste koosjere Chinese restaurant van Antwerpen te runnen. Er zijn boeken over haar geschreven en documentaires gemaakt (typ haar naam maar in bij YouTube) en al veertig jaar bezoekt zij Belgische scholen om met kinderen te praten over de Holocaust.
In dat laatste is sinds het bloedbad van 7 oktober en de oorlog in Gaza een beetje de klad gekomen. Sluszny begon haatmails te ontvangen waarin zij voor ‘kindermoordenaar’ werd uitgescholden en sommige leraren vonden het geen goed idee dat ze langskwam. “Beter van niet, zeiden ze,” vertelt de barones. “Zo was er een school waar één leerkracht de anderen had overtuigd dat ik niet moest komen. Maar een andere leraar belde mij op en bood zijn excuses aan. Ik ben toen gewoon gegaan en de lerares die mij wilde boycotten was aanwezig. Ze heeft niets gezegd.” Moslimleerlingen vragen Sluszny wat zij ervan vindt ‘wat Israël in Gaza doet’. “Dat is politiek, daar doe ik niet aan,” antwoordt zij steevast.
Orthodoxer
Regina Sluszny ging in december vorig jaar met een Belgische delegatie naar Auschwitz. De federale hoofdcommissaris van politie was erbij aanwezig. “Wij stonden naast elkaar met onze valises en hij zei ‘Dag, mevrouw Sluszny’ tegen mij. Ik draaide mij om en zei: ‘Sorry, ik zie zoveel mensen, ik weet niet wie u bent.’ Waarop hij antwoordde: ‘Dat kan ook niet, maar u bent veertig jaar geleden bij mij op school geweest. Toen heb ik uw geschiedenis gehoord en die ken ik nog helemaal’.”
‘Die mensen hebben geen angst, die hebben hun geloof’
Sluszny’s dochter en kleinkinderen wonen in Amsterdam. Gevraagd naar de verschillen met onze hoofdstad wat betreft de positie van de Joodse gemeenschap, wijst zij erop dat de Antwerpse zoveel orthodoxer is. “Het is heel raar, maar die mensen hebben geen angst, die hebben hun geloof. Met Poeriem was ik op de Belgiëlei. Daar stond een bus vol verklede kinderen, ze zongen Hebreeuwse liederen. Toen dacht ik: er hoeft er maar eentje (een terrorist, red.) voorbij te komen en het is gedaan. Maar dat beseffen zij niet. Een deel is ultra-ultra, die erkennen Israël niet eens.”
Of dat hen zal beschermen tegen de haat van pro-Palestijnse extremisten? “Bij Hitler dachten ook veel mensen: mij halen ze niet.” Antwerpen kent tegenwoordig nog zo’n twintigduizend Joden, het merendeel is charedi en daarvan is weer een groot deel chassidisch. Die groep telt in de Scheldestad weer een zeventiental substromingen.
Uithangbord
Hoffy’s is een begrip in Joods Antwerpen en al generaties het onbetwiste hart van de Diamantwijk. In het koosjere restaurant lijkt de tijd stilgestaan te hebben. Het is een oase van apolitieke rust, waar de ontwikkelingen in de buitenwereld geen invloed op lijken te hebben. Maar schijn bedriegt. Regina Sluszny heeft ons al gewaarschuwd dat de eigenaren van Hoffy’s de keuze hebben gemaakt de sinds 7 oktober geëxplodeerde Jodenhaat te negeren. “Dat zijn de enige mensen in heel België die zeggen: ‘Er bestaat geen antisemitisme meer.’” De reden daarvoor lijkt meer van economische dan van politieke of religieuze aard. Hoffy’s moet het qua klandizie vooral van toerisme hebben en racistische haat en geweld zijn niet bepaald een uithangbord voor de buitenlandse klandizie.

Aan een tafel achter in het restaurant aan de Lange Kievitstraat spreken wij met Naftuli Pollak, afkomstig uit het Canadese Montreal. Ondanks of misschien vanwege die afkomst is Naftuli een typisch Antwerpse Jood. Hij groeide op in de stad, is vader van jonge kinderen, orthodox en toch internationaal – zoals zoveel anderen. Daarnaast geeft Pollak als gids rondleidingen door de Joodse buurt en is hij bestuurslid van JID. Anders dan sommige van de ultraorthodoxe Antwerpenaren is Naftuli pro-Israël en maakt hij zich ernstige zorgen over het nog steeds toenemende antisemitisme.
“Politiek is de situatie in Nederland een stuk beter. Wij hebben hier in België één uitgesproken pro-Israëlische partij, de MR (de conservatief-liberale, Franstalige Mouvement Réformateur, red.). Daarnaast is er een min of meer pro-Israëlische, de Vlaams-nationalistische N-VA. Dat is de partij van de federale premier Bart De Wever, die voorheen burgemeester van Antwerpen was,” vertelt Pollak. “En dan hebben we nog het Vlaams Belang. Daar is gemeenteraadslid en federaal volksvertegenwoordiger Sam van Rooy sterk pro-Israël en hoewel het niet de partijlijn is, krijgt hij daarvoor wel de ruimte. Alle andere partijen zijn voor Joden tijdverspilling.”
Storm van protest
Een duidelijk voorbeeld daarvan is het liberale Anders. Vroeger was dat de Vlaamse tegenhanger van de VVD. “Die zijn de voorbije jaren stilletjes naar links opgeschoven,” legt Pollak uit. En hoe. Het was Gwendolyne Rutten, lid van het Vlaamse parlement voor Anders, een doorn in het oog dat België zich niet aansloot bij de boycot van het Eurovisie Songfestival. Daarom eiste zij dat de VRT het niet uit zou zenden. Toen zij nul op het rekest kreeg, riep Rutten zelfs op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. De vakbonden moesten door werkweigering uitzending dan maar onmogelijk maken: “Het is een mooie dag om net op dat moment te staken.”
Toen de liberale Vlaamse een storm van protest over zich heen kreeg, kroop zij geheel naar verwachting in de slachtofferrol. “Als je geen opmerking meer mag maken over Israël zonder dat je meteen wordt weggezet als antisemiet, dan weet ik het niet meer.” Dat Rutten dat verwijt zelf over zich had afgeroepen door zich te beklagen over ‘heel veel Joods geld’ dat achter het festival zou zitten, werd in de rabiaat anti-Israëlische pers grotendeels weggemoffeld.
Die pers is een groot probleem, vindt Naftuli Pollak. “Jullie hebben nog pro-Israëlische kranten zoals De Telegraaf, wij hebben er geen enkele.” En dan zijn er nog de universiteiten waar de antisemitische VN-gezant Francesca Albanese overladen wordt met eerbetoon. Haar uitspraken over de ‘Joodse lobby’ die de VS in zijn macht heeft en haar hartstochtelijke verdediging van Hamas waren geen reden voor drie Belgische universiteiten af te zien van een aangekondigd eredoctoraat voor Albanese. Pollak constateert dat het Nederlandse klimaat meer gepolariseerd en daardoor potentieel gewelddadiger is, maar dat komt juist omdat er in België vrijwel geen pro-Israëlische stemmen te horen zijn.
‘Als iedereen tegen Israël is, is er geen reden tot polariseren’
“Als iedereen tegen Israël is, is er geen reden tot polariseren. De Anti-Defamation League heeft onderzoek gedaan naar anti-Joodse gedachten. In Nederland staat dat op 8 procent onder de bevolking, Duitsland op 9, het Verenigd Koninkrijk op 12, Frankrijk op 13. Onder de Belgen? 30 procent. Die getallen spreken voor zich, denk ik.”
Inmenging
Inmiddels zijn ook Ralph Pais en Michel Kotek aangeschoven, de ‘Nederlandse lobby’ binnen het JID. Zo komt het gesprek op twee vraagstukken die in Nederland nauwelijks spelen: de briet mila en de sjechita. In 2024 bevestigde het Europese Hof voor de Rechten van de Mens dat het Belgische verbod op onverdoofd slachten juridisch in orde was, wat leidde tot het vertrek van het laatste koosjere slachthuis. Inmiddels staat ook de besnijdenis onder politieke druk.
Een strafrechtelijk onderzoek in Antwerpen naar drie mohaliem leidde zelfs tot een heuse diplomatieke rel. België kent geen wettelijke uitzondering op de regel dat alleen artsen medische ingrepen mogen uitvoeren. Bill White, de door Donald Trump benoemde Amerikaanse ambassadeur in België, greep in en beschuldigde de overheid van antisemitisme. Wat op zijn beurt weer leidde tot Belgische klachten over Amerikaanse inmenging in binnenlandse aangelegenheden.
“Als de briet mila wordt verboden, is dat het einde van het jodendom in België,” stelt Naftuli Pollak onomwonden. “Dat is geen dreigement, maar een feit. Het is de zuil waarop het jodendom rust, de basis van alles.” Toch vermoedt hij dat het zo’n vaart niet zal lopen. “Het is zelfs een klein landje als IJsland niet gelukt, en daar wonen bijna geen Joden.” De drie JID-bestuursleden aan de tafel zijn onverdeeld gelukkig met de interventie van de Amerikaanse ambassadeur. Waarbij langzaamaan wel een cultuurverschil opvalt. Pais en vooral Kotek houden er een andere stijl van spreken op na dan de ‘zachtere’ Pollak.
‘Een Nederlander geeft ongezouten zijn mening, een Belg blijft altijd in de ja-maarmodus’
Een cultuurverschil tussen Vlamingen en Nederlanders?
Uiteindelijk succesvol
“Een Nederlander geeft ongezouten zijn mening,” zegt Michel Kotek, “of je er nu wel of niet naar gevraagd hebt. Een Belg blijft altijd in de ja-maarmodus.” Daarom verloopt de samenwerking tussen Forum en JID niet altijd even gemakkelijk, iets wat ook Regina Sluszny al had opgemerkt. “Wij zijn uitgesprokener, activistischer,” meent Kotek, “we nemen geen genoegen met een weigering.” Kotek kwam voor de liefde naar Antwerpen. “En ik had mezelf beloofd me niet meer in de gemeenschap te mengen,” doelend op de actieve rol die hij voor 2017 in de Amsterdamse Joodse kille speelde. “Maar je ziet het: mislukt.”
Het was JID dat via een eigen onderzoek een zich journalist noemende Hamasaanhanger ontmaskerde. Mohannad Al-Khatib was erbij toen Palestijnse terroristen op 7 oktober 2023 honderden Israëli’s naar Gaza ontvoerden, waarbij hij zich uitzinnig van vreugde toonde. Na de ontmaskering van de zogenaamde journalist, die ook deelnam aan een sit-in in Amsterdam, begon de Belgische politie een onderzoek tegen Al-Khatib. Maar dat gebeurde pas nadat JID een 65 pagina’s tellend onderzoek aan de autoriteiten had overlegd. Ralph Pais zei daar toen over: “Het is onbegrijpelijk dat vrijwilligers en burgers deze man konden identificeren via open bronnen, terwijl onze veiligheidsdiensten hem nooit hebben opgemerkt.”

in het centrum van Antwerpen Bart Schut
Ook in het geval van de militaire beveiliging van Joodse objecten in Antwerpen, gebruikt door de christendemocraten in de regering als wisselgeld voor een niet-gerelateerd politiek vraagstuk, was JID uiteindelijk succesvol. Dat is zeker niet altijd zo. Het JID kan alleen maar jaloers zijn op een Nederlandse organisatie als het CIDI, die over veel meer financiële middelen beschikt dan zijn Belgische jongere broertje dat hoofdzakelijk uit vrijwilligers bestaat. “Er is zoveel te doen, maar het ontbreekt ons gewoon aan voldoende financiële middelen,” verzucht Kotek, terwijl hij ons een folder overhandigt die de organisatie uitdeelde op een internationaal symposium tegen antisemitisme. Het JID kon alleen de aanwezigen ‘een leerzame en bemoedigende bijeenkomst’ wensen.
Brusselmans
Sprekers waren onder anderen Afshin Ellian, wetenschapsfilosoof Maarten Boudry en imam Hassen Chalghoumi. De laatste moet in zijn Franse thuisstad Drancy worden beveiligd tegen fanatieke moslims, omdat hij regelmatig Israël bezoekt en kortgeleden nog collega-imams meenam naar Auschwitz. Hij durfde het aan op dit symposium ‘de invloed van de radicale islam op Jodenhaat in Europa’ als hoofdonderwerp op te voeren. Onder de kop ‘antizionisme is antisemitisme’ staat een lijst incidenten in België in 2025 die veel langer is dan die in andere Europese landen. Een paar voorbeelden: een Brusselse dokter weigert ‘zionistische’ patiënten te behandelen, bagagevervoerders op vliegveld Zaventem weigeren vluchten van en naar Israël te bedienen, in Brussel worden 47 herdenkingsplaquettes beklad, de eigenaar van een bekend Antwerps restaurant wordt fysiek aangevallen. Uiteraard staat ook Herman Brusselmans op de lijst.
Het kwam als een schok voor de Joodse gemeenschap dat de expliciete geweldsoproep van schrijver-columnist Herman Brusselmans onbestraft bleef. De auteur schreef dat hij elke Jood ‘een puntig mes’ in de strot wilde steken. Kan het antisemitischer? Niet echt, vindt Ralph Pais. “Zeker omdat hij zich in talloze andere publicaties aan Jodenhaat schuldig heeft gemaakt. Als dat als satirisch wordt opgevat en dus onder de vrijheid van meningsuiting valt, verklaar je als overheid elke Jood vogelvrij.”
Afgeschaft
Voelen Joden in Antwerpen zich inderdaad vogelvrij? We vragen het Tzvi Grosskopf, de uitbater van koosjer Italiaans restaurant Confetti’s in de Lange Herentalsestraat. De goedlachse Grosskopf werd geboren in Londen, maar woont alweer vijftien jaar in Antwerpen, waar hij met zijn Joods-Belgische vrouw de afgelopen zeven jaar eigenaar is geweest van Confetti’s. “Ik hou van dit plekje,” lacht Tzvi, doelend op de Diamantwijk. Maar tegelijkertijd maakt hij zich grote zorgen over het steeds explicietere en gewelddadigere antisemitisme in zijn stad.
Het gevoel van veiligheid holt achteruit, vertelt Grosskopf. Ondanks het bestaan van de Dia/Isra-eenheid van de Antwerpse politie (verkorting van ‘Diamant/Israël’), die toeziet op de veiligheid in de Diamantwijk. “Tot pakweg vier jaar geleden was het politietoezicht hier 24-7. Maar nu is de nachtdienst afgeschaft, omdat het budget er niet meer voor zou zijn.” Ook de houding van de politie tegenover de Joodse gemeenschap lijkt veranderd. “Vroeger kwamen ze meteen als we belden. Nu vragen ze eerst: ‘Gaat het om Joden?’ Dan is het afwachten. Maar ze staan hier wel de hele dag parkeerbekeuringen uit te schrijven.”
Is er een anti-Joodse houding bij het parket? “Het probleem is het hele systeem,” vindt Grosskopf. “Ik hoor het van politiemensen zelf. Dan arresteren ze iemand en gebeurt er niets mee. Dat gaat tot de rechters aan toe.” Het probleem lijkt zeker niet uitsluitend een kwestie van geld. Antwerpen opende in 2023 een fonkelnieuw, futuristisch hoofdbureau van politie. De restauranthouder noemt ook de Mercedes-SUV’s waar de Antwerpse dienders in rondrijden en die ons direct na aankomst in de Diamantwijk al waren opgevallen.
Sharmouta
“Ik zal jullie een verhaal vertellen,” zegt Grosskopf. “Gisteren kwam mijn dochtertje van zeven jaar thuis en vroeg haar moeder wat een ‘fucking Jew’ was. Dat was haar nageroepen.” Immigratie vanuit Noord-Afrika en het Midden-Oosten is volgens Grosskopf de belangrijkste aanjager van dit soort beledigingen. “Er wordt voortdurend sharmouta (Arabisch voor ‘hoer’, red.) geroepen,” zegt hij. “Daar ga je natuurlijk niet mee naar de politie.”
“Het zijn vaak jonge Marokkanen. Onder de 22, die zijn het probleem, want ik werk hier met respectvolle Marokkaanse collega’s. Maar die jongeren … En sinds 7 oktober doen steeds meer Belgen eraan mee. We zijn opeens babykillers.” Tzvi Grosskopf denkt er niet aan te vertrekken. Hij is lid van een beveiligingsteam, vergelijkbaar met het Nederlandse Bij Leven En Welzijn.
‘Ik ben een trotse Jood. Als je met mij wilt vechten, vecht ik met je’
“Ik ben een trotse Jood. Als je met mij wilt vechten, vecht ik met je. Maar niet iedereen is zo. Ik schat dat 30 tot 40 procent van de Joden in Antwerpen erover denkt te vertrekken.”
Deze reportage is mede mogelijk gemaakt door Maror en verscheen eerder in het NIW28 van 8 mei 2026
