Hoe beladen de voorgenomen importboycot is, bleek al voor het kort geding dat het Israël Producten Centrum (IPC) en de European Jewish Association (EJA) hadden aangespannen tegen de staat. De staat vroeg de rechtbank om veiligheidsmaatregelen: ambtenaren wilden anoniem blijven en kregen een eigen ruimte. De advocaten Abraham Mouritz en Moshe Beukers, die de eisers bijstaan, noemen dat verzoek in de pleitnota ‘ronduit bizar’. Alsof er dreiging zou uitgaan van de eisers, of van de Joodse gemeenschap: stemmingmakerij, vindt Mouritz.
Waar gaat het om? In juli stelde de Nederlandse regering een gedeeltelijke boycot in tegen Israël; officieel het ‘Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen’. Dat gebeurde per algemene maatregel van bestuur, een regeringsbesluit waar de Tweede Kamer buiten blijft. Nooit eerder legde Nederland op die manier handelsbeperkingen op aan een bondgenoot.
Vanaf 22 september, zo luidt het voornemen, is het verboden goederen die (deels) uit Israëlische nederzettingen komen in te voeren, te kopen of te verkopen. Dat geldt voor dorpen op de Westelijke Jordaanoever, in Oost-Jeruzalem of op de Golanhoogvlakte. Wie dat toch doet, riskeert maximaal zes jaar cel. Mouritz opent zijn pleidooi met die wanverhouding: een fles koosjere wijn en een potje techina worden juridisch behandeld als gevaarlijke smokkelwaar, terwijl op bijvoorbeeld mishandeling drie jaar staat.
Overigens staat Nederland niet alleen in die boycotmaatregel: Spanje nam er al een, in België gaat half september een verbod in en Ierland werkt eraan.
Brussel of Den Haag
De grote juridische vraag in de rechtszaal: mag Nederland dit wel zelf beslissen? Over handel met landen buiten de EU gaat Brussel, niet Den Haag. Nederland probeerde eerst een Europees verbod voor elkaar te krijgen, kreeg daar onvoldoende steun voor, en ging toen alleen verder. Dat kan niet, zeggen de eisers: wie in Brussel zijn zin niet krijgt, mag hetzelfde niet alsnog in zijn eentje regelen. Voor landbouwproducten, en daar vallen wijn en techina onder, ligt dat volgens Mouritz nog scherper: uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie uit 2024 volgt volgens hem dat lidstaten voor die producten geen eigen importverbod mogen instellen.
De staat wijst op een uitzondering in de Europese regels: een land mag de invoer beperken als de binnenlandse openbare orde in het geding is, en daar zou de bescherming van de internationale rechtsorde onder vallen. Mouritz noemt dat een sluw geitenpaadje. Als een toerist een leuke chanoekia koopt in Oost-Jeruzalem, bedreigt die dan de openbare orde in Nederland? Bovendien vallen alle landbouwproducten buiten deze uitzondering: daar gaat de Europese Unie over, het staat Nederland niet vrij eigen beleid te maken voor die producten.
Ambtenaren willen anoniem blijven; ‘ronduit bizar,’ zegt advocaat Mouritz
Ook de totstandkoming van de maatregel rammelt, zeggen de eisers. De regering sloeg de gebruikelijke internetconsultatie over, waarbij iedereen op een voorgenomen regeling kan reageren; de Raad van State had daar kritiek op. De douane, FIOD en het Openbaar Ministerie waarschuwden dat het verbod nauwelijks te handhaven is. En er is geen ondergrens: een product dat vrijwel volledig in Israël zelf is gemaakt, valt er al onder zodra er één ingrediënt uit de betwiste gebieden in zit.
Feestdagen
De timing kon niet pijnlijker: het verbod gaat in rond Rosj Hasjana en Jom Kipoer. De staat betoogt dat er wereldwijd genoeg koosjere alternatieven zijn en dat de godsdienstvrijheid dus niet in het geding is. In antwoorden op Kamervragen gaat het kabinet nog een stap verder: producten kopen uit heilige plaatsen is ‘objectief gezien’ geen uitdrukking van godsdienst. Volgens de eisers gaat dat voorbij aan de Joodse wet. In een verklaring over de halacha aan de rechter wordt uitgelegd dat wijn uit Erets Jisraël, het land Israël, in de Joodse wet een eigen betekenis heeft. Wijn van elders is religieus gezien geen vervanging, en sommige producten worden uitsluitend in Oost-Jeruzalem of Judea en Samaria gemaakt.

Hoe dat uitpakt, laat de Amsterdamse delicatessenwinkel David & Mouwes zien, in een verklaring die bij de rechter ligt: alleen al acht van de tien flessen uit het wijnassortiment moeten uit de schappen. Het IPC in Nijkerk is door zijn wijnvoorraad uit de gebieden heen en kan niet meer bijbestellen voor de feestdagen. Mouritz vraagt de rechter het omgekeerde voor te stellen: een importverbod op dadels uit Iran of Zamzamwater uit Saoedi-Arabië, afgekondigd daags voor de ramadan. De verontwaardiging zou terecht ‘niet te overzien zijn’. Nu het de Joodse gemeenschap treft, haalt de staat volgens hem de schouders op.
En het verbod reikt verder dan de winkel, blijkt uit de antwoorden op de Kamervragen. Legaal ingekochte voorraden mogen vanaf 22 september nergens meer worden verkocht, ook niet in winkels of kerken. Thuis opdrinken mag nog. Zelfs de oude stad van Jeruzalem, inclusief de Klaagmuur, staat op de lijst van gebieden waarvoor het verbod geldt. Je mag er iets kopen, maar wie een product dat daar is gemaakt mee naar Nederland neemt, is strafbaar. Ook als vakantieganger en souvenirjager.
Palestijnen
Opmerkelijk genoeg komen de eisers ook op voor de groep die de maatregel juist zegt te beschermen. In het dossier zitten verklaringen van Palestijnse fabrieksarbeiders die waarschuwen dat zij en hun gezinnen als eersten lijden zodra een boycot hun fabriek raakt. De staat heeft die gevolgen nooit onderzocht, aldus Mouritz. De antwoorden op de Kamervragen geven de eisers munitie: de minister erkent dat er geen analyse is gemaakt. Het valt niet uit te sluiten dat Palestijnse families en de druzen-gemeenschap op de Golanhoogvlakte worden geraakt, al acht het kabinet dat ‘onaannemelijk’.
Handhaving wordt lastig, maar de regering benadrukt het ‘stevige politieke signaal’
Het besluit voert volgens het kabinet uit wat het Internationaal Gerechtshof in juli 2024 van staten vroeg: geen handel drijven die de Israëlische aanwezigheid in de betwiste gebieden in stand houdt. Een boycot van Israël is het niet, zegt de staat: producten uit Israël zelf blijven toegestaan, net als Palestijnse producten. Eén fles wijn vormt misschien geen gevaar voor de openbare orde, betoogde de landsadvocaat, maar de situatie in de ‘nederzettingen’ wel. Bovendien ligt de lat in een kort geding hoog: een rechter grijpt alleen in als een regeling overduidelijk in strijd is met hogere regels, en juist bij buitenlands beleid krijgt de regering veel ruimte.
Gespleten
Tweede Kamerleden stelden ruim 120 schriftelijke vragen. Die tonen een diep verdeelde volksvertegenwoordiging. De linkerflank wil verder gaan en ook diensten en investeringen verbieden; het kabinet zegt dat te onderzoeken. De rechterflank houdt het kabinet de IHRA-werkdefinitie van antisemitisme voor, die het meten met twee maten jegens Israël als voorbeeld noemt. Het kabinet verwerpt ‘enig verwijt van discriminatie of antisemitisme’: het besluit zou alleen kijken naar waar een product vandaan komt, niet naar wie het maakt of verkoopt.
Opvallend is hoe het kabinet het belang van de maatregel omschrijft: de ministers erkennen dat de handhaving lastig wordt, maar benadrukken het ‘stevige politieke signaal’. Precies die woorden voeden het verwijt van de eisers dat de regering hier symboolpolitiek bedrijft over de rug van een kleine gemeenschap.
De Kamer heeft onder de Sanctiewet wel een machtsmiddel. Tot 30 september kan de Kamer eisen dat het besluit alsnog als gewone wet wordt behandeld. Stemt de Tweede of de Eerste Kamer dan tegen, dan gaat de boycot van tafel. Zelfs als de rechter de staat gelijk geeft, kan de politiek het verbod dus nog vellen. De voorzieningenrechter noemt de zaak ‘ingewikkeld’ en doet naar verwachting medio september uitspraak. Veel Nederlandse Joden richten zich intussen op een andere kalender, en beginnen het nieuwe jaar zonder te weten waar ze aan toe zijn.