De maand van de Hoge Feestdagen is weer voorbij, helaas. We wensen elkaar een gezonde winter en hebben de gewoonte om tegen elkaar te zeggen “weJaäcov halag ledarko” (Genesis 32:2) wat betekent: “En Jakob ging zijns weegs.” Dat we elkaar een gezonde winter wensen is begrijpelijk, maar wat zit er achter deze zinsnede? eEn had er niet moeten staan: “En Jacobs ging zijns weegs” met een s achter Jakob (met een c)? Onze aartsvader Jakob verliet het huis van zijn schoonvader waar hij getrouwd was met Lea en later met Rachel, waar hij een gezin had gesticht en waar hij twintig jaar had gewoond en gewerkt voor zijn schoonvader Laban. Hij trok erop uit, de wereld in. Wij, de zonen van aartsvader Jakob, nadat we met Simchat Thora, Vreugde der Wet, de periode van 1 tot en met 23 tisjri hebben beëindigd, worden geacht ons weegs te gaan, de gewone wereld in. De periode van de Hoge Feestdagen is een soort oplaadstation waar we onze accu hebben opgeladen om de reis aan te kunnen. Het oplaadproces (Joods Nieuwjaar, de Grote Verzoendag en het Loofhuttenfeest) was geen doel, maar een middel. En dus, opgeladen met goede gedachten en vooral met vreugde, trekken we er nu op uit, de moeizame wereld in.
Want juist in die wereld met al zijn beproevingen worden we geacht te leven op de manier zoals wordt aangegeven in de Tora. Wat gold voor onze aartsvader Jakob, geldt ook voor ieder van ons, wie je ook mag zijn en waar je jezelf ook moge bevinden, dus ook voor mij, Jacobs. In de synagoge waar ik Vreugde der Wet heb gevierd, werd, ook toen het al nacht was, nog spontaan gedanst. Ieder wilde enerzijds vol goede moed, opgeladen en vreugdevol het dagelijkse leven (weer) oppakken. Maar anderzijds hebben we allen, al dansend, toch gepoogd de drie weken, een en al spiritualiteit en inspiratie, vast te houden.
En nu zijn we weer terug in de gewone wereld: af en toe (meer af dan toe) krijg ik een digitaal schrijven waarin van mij verlangd wordt om een open brief te schrijven aan onze overheid en hen min of meer (meer meer dan min) te beschuldigen van antisemitisme. Maar dat ga ik niet doen, want in mijn optiek is er bij hen geen sprake van Jodenhaat. Iemand tot antisemiet degraderen is makkelijk, maar onjuist en vooral onverstandig, als er geen duidelijke aanwijzingen toe zijn. Maar ontken ik hiermee het inmiddels springlevende antisemitisme? Helemaal niet!
Neem nou Roelof Bisschop, voormalig lid van de Tweede Kamer voor de SGP en een goede bekende van mij. Hij had bewust twee flessen foute wijn gekocht na 22 september, zo las ik in een bericht van de NOS. Uiteraard winden zich een paar vaderland (welk?) liefhebbende malloten zich daarover op. Dat vrouwen door een aantal van hen als tweederangsburgers worden beschouwd en dat elders in de wereld hun geloofsgenoten gigantisch worden vervolgd, deert ze niet. Dat, terwijl ik dit dagboek aan het digitale papier toevertrouw, duizenden mensen worden vermoord in Afrika, is niet interessant … En zo kan ik nog een tijdje doorgaan, en toch schrijf ik (nog) geen publieke brief waarin ik openlijk onze overheid van antisemitisme beschuldig.
Wat ik wel zou kunnen doen is een open brief waarin ik aandacht vraag voor het schrikbarend toenemende antisemitisme dat mede het gevolg is van de voortdurende kritiek op de huidige regering van Israël. Het is mij volkomen onduidelijk waarom de Nederlandse regering zoveel tijd besteedt aan Israël terwijl er helaas veel meer en zeker veel grotere brandhaarden op onze aardbol zijn. Maar los van dat vraagteken: een overheid heeft als primaire taak om zijn burgers te beschermen. Door het anti-Israëlbeleid als een soort ongelovige missionaris te blijven verkondigen, komen wij, piepklein groepje Nederlandse Joodse burgers, in de verdomhoek, want voor de gemiddelde Nederlander zijn Joden Israëliërs en Israëliërs zijn Joden. Wat doet onze overheid voor ons? Beveiliging bij Joodse bijeenkomsten en bij de Joodse scholen is geweldig, maar lost het probleem van haat tegen Nederlandse Joodse burgers geheel niet op. Beveiliging is vergelijkbaar met een paracetamolletje bij hoofdpijn. De hoofdpijn wordt gecamoufleerd, maar de kwaal blijft en wordt niet bestreden. Maar, zo legde een topper uit onze overheid mij onlangs uit, we hebben jullie toch een NCAB, Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding gegeven! Dat is inderdaad een goede zaak, maar lost dus kennelijk niets op, want Jodenhaat blijft maar groeien omdat de anti-Israëlpolitiek krachtiger is dan de NCAB, die vergeleken kan worden met mijn paracetamolletje, maar dan ook nog toegediend in een veel te lage dosering.
En zo rolde ik gisteren van de spontane vreugdedans helemaal aan het eind van Simchat Thora in de realiteit van de twee flesjes Israëlische wijn van mijn christelijke vriend Roelof Bisschop van de SGP.
Enige jaren geleden was ik uitgenodigd om een lezing te geven over Jeruzalem, hetgeen toen nog mogelijk was, maar heden ten dage bijna gelijkstaat aan suïcide. Het gezelschap dat me uitnodigde bestond uit Joden, christenen, moslims en ongelovigen. Nadat ik de uitnodiging had aanvaard, belde een van de organisatoren mij op om me te waarschuwen dat niet allen verheugd waren met mijn komst. De Joden waren voor, idem de moslims en de seculieren. Een deel van de christenen was echter tegen, omdat ik te veel verbonden ben met Christenen voor Israël!
Er schijnt een discussie te bestaan in de wereld der belastingbetalers over box 3. Hoe ik dat weet? De kranten staan er bol van en het is onmogelijk dat ik daarvan geen weet heb. Maar als u mij vraagt wat er precies of zelfs ongeveer speelt bij box 3, dan moet ik u het antwoord schuldig blijven. Ik volg box 3 geheel niet, gelijk ik ook niets weet over Verstappen, anders dan dat hij iets heeft met raceauto’s. De reden dat ik van Verstappen en van box 3 niets weet, is niet omdat ze niet bovenaan in mijn agenda staan, maar omdat ze überhaupt niet in mijn agenda voorkomen, zelfs niet helemaal onderaan. Als ik me in box 3 zou verdiepen, zou ik er vermoedelijk wel een mening over hebben, maar ik verdiep me er niet en nooit in, ook niet als ik een sloot box 3-belasting moet betalen.
Natuurlijk zijn er christenen die, ook met oprechte bedoelingen, mij willen redden, maar ik garandeer u dat de christelijke vrienden met wie ik dagelijks eendrachtig strijd tégen antisemitisme en vóór Israël, niet bezig zijn met bekering, zelfs niet heel diep en verhuld weggestopt.