Brief aan mijn opa

YoramGroen_2025
Yoram Groen

Lieve opa,

Ik ken je alleen uit verhalen. Jij was daar, waar ik gelukkig nooit hoefde te zijn: Westerbork. De afgrond waar taal tekortschiet. Ik schrijf je, al weet ik dat je me niet meer kan antwoorden. Eigenlijk schrijf ik je omdat vragen misschien pas gaan leven wanneer ze een adres krijgen. 

Soms denk ik: wat zou je zeggen als je het Nederland van vandaag zag? Niet het land van open kampen en razzia’s, maar het land van subtiele wegkijkers, van bestuurders die rapporten ontvangen maar niet luisteren, van studenten die fluisteren dat Joden ‘tenminste wit’ zijn. Het land waar men antisemitisme verbergt onder woorden als ‘complex’ en ‘gevoelig’.

Ik weet dat mijn vrijheid niet te vergelijken is met jouw gevangenschap. Dat mijn zorgen niet het gewicht dragen van jouw overlevingsstrijd. Maar toch hoor ik echo’s. Echo’s in de collegezaal, waar een grap over Joden wordt weggelachen. Echo’s in het zwijgen van universiteitsbestuurders wanneer leuzen van haat onder hun ramen worden gescandeerd. Echo’s in het gemak waarmee men mijn bestaan tot discussiepunt maakt, alsof mijn identiteit een opinie is die je kunt inbrengen of verwerpen.

Jij kende Nederland als het land dat zweeg terwijl de treinen vertrokken. Ik ken Nederland als het land dat zwijgt in beleidsstukken en commissies. Die stiltes verschillen van toon, maar niet van gevaar.

Opa, hoe vond je de moed weer te wonen tussen buren die ooit hun ramen gesloten hielden?

Opa, hoe vond jij na de oorlog het vertrouwen terug in mensen die jou verraadden? Hoe vond je de moed weer te wonen tussen buren die ooit hun ramen gesloten hielden? En zou jij mij aanraden hetzelfde te doen en te geloven dat Nederland geleerd heeft?

Vaak twijfel ik en denk ik dat we hier dansen op een dunne laag ijs, dat de vrijheid waar we zo trots op zijn minder stevig is dan ze lijkt. Jij wist dat haat nooit plotseling komt, maar langzaam binnensijpelt, woord voor woord, grap voor grap.

En toch, ondanks mijn twijfel, wil ik schrijven. Want jij moest zwijgen om te overleven, en ik mag spreken om te voorkomen dat geschiedenis zich herhaalt. Mijn stem is klein, mijn pen licht. Maar het is wat ik heb.

Ik hoop dat ik je ooit weer kan schrijven, en je dan kan vertellen dat jouw lijden niet vergeefs was. Dat dit land wél geleerd heeft. Dat stilte geen antwoord meer is. Tot die tijd schrijf ik, in jouw naam, in mijn naam, in de naam van iedereen die weigert weg te kijken.

Met liefde, en vooral heel veel vragen,

Je kleinzoon.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Column

Brief aan mijn opa