TEKST EN FOTO’S: BART SCHUT
Het moet een groot feest worden, maar of dat onder de huidige omstandigheden ook lukt? De Joodse gemeenschap in Stockholm viert in mei dit jaar haar 250-jarig bestaan. Dat doet men in grote eenheid, de haat en nijd tussen liberalen en orthodoxen zoals wij die kennen, lijkt de Zweedse Joden vreemd. Daarmee is niet gezegd dat de Svenskar Judar geen problemen hebben. Die komen zoals overal ter wereld vooral van buitenaf en uit dezelfde richtingen. En niet pas sinds 7 oktober.
Het was nog geen jaar geleden dat de Israëlische Songfestivaldeelneemster Eden Golan zich op haar hotelkamer moest verschuilen voor islamitische betogers in Malmö. Die stad in het zuiden van Zweden kent inmiddels net als het noordelijker gelegen Gotenburg nauwelijks nog Joden, de meesten zijn vertrokken onder druk van immigratie uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Telde Malmö een paar jaar geleden nog een gemeenschap van tweeduizend leden, die is nu gedecimeerd tot zo’n tweehonderd.
Opvallend genoeg heeft dat de gemeenschap in Stockholm alleen maar versterkt, vertelt de leider van de kehila in de hoofdstad, Aron Verständig (39). “Je hebt hier de ‘kritieke massa’ die je nodig hebt voor een echte gemeenschap, voor een school, voor een koosjer supermarktje, voor een synagoge. En natuurlijk voor een tweede synagoge, die waar je absoluut nooit naar binnengaat.” Het is de realiteit achter de mop van die Joodse schipbreukeling die op een onbewoond aanspoelt, na jaren wordt opgepikt en zijn redders de twee synagogen laat zien die hij gebouwd heeft.
IJsberen
250 jaar, het lijkt wat kort voor Europese begrippen. Maar eerlijk is eerlijk, Stockholm ligt een beetje uit de richting. Dat merk je al op de luchthaven, waar vrieskou en een dik pak sneeuw de reiziger uit zuidelijke contreien begroeten.
‘Welke Jood wilde er nou naar Zweden?’
Of, zoals rabbijn Ute Steyer het verwoordt: “Welke Jood wilde er nou naar Zweden? Dat land waar ijsberen bij wijze van spreken door de straten liepen?” De eerste onzekere stappen van de Joodse gemeenschap in het Scandinavische land dateren uit de zeventiende eeuw. Het verzoek van een groep Joden zich in Stockholm te vestigen, stuitte op een onverbiddelijke weigering van koning Karel XI, die daarna het bevel gaf te controleren of er niemand van hen in het geheim naar zijn hoofdstad kwam. Dit alles om het ‘pure, onbevlekte’ geloof van de Zweden te beschermen.
In 1681, 25 jaar nadat Oliver Cromwell vestiging in Engeland had toegestaan, werd een groep van 28 Joden gedwongen zich tot het christendom te bekeren als zij in Zweden wilden blijven. De zoon, opvolger Karel XII, stond vriendelijker tegenover de Joden. Niet per se uit tolerantie trouwens, tijdens een vijfjarige ballingschap aan het Ottomaanse hof had Karel XII flinke schulden gemaakt bij Joodse en islamitische geldschieters, die hem vergezelden bij zijn terugkeer naar Stockholm.
Zo kregen Joden in de achttiende eeuw gaandeweg steeds vastere voet aan de Zweedse wal, maar gemakkelijk ging het niet. In 1723 bijvoorbeeld werd een koninklijk decreet uitgevaardigd waarin te lezen was dat ‘Joden, zwervers, lijntrekkers en wevers’ opgepakt en in dienst van de kroon tewerk gesteld dienden te worden. In een variant op de klassieke witz zou daar de vraag op gesteld worden: ‘Wat hebben de wevers misdaan?’ Dat ging zo nog een paar decennia door. In een vergelijkbaar bevel van de kroon uit 1741 werden de Joden in één adem genoemd met ‘schadelijke’ beroepsgroepen als ‘narren, koorddansers en komieken’. Voorstellen Portugese Joden binnen te laten om de economie een noodzakelijke impuls te geven, stuitten op verzet van gevestigde economische belanghebbenden en de in die tijd weinig tolerante houding van de Zweden tegenover vreemdelingen.
Streng paleis
Daar kwam verandering in onder het bewind van koning Gustaaf III. Het Nordisk familjebok, een klassieke Zweedse encyclopedie uit de negentiende eeuw, meldt dat Gustaaf in 1771 tijdens een verblijf in Parijs onder de indruk was van ‘zo’n ijverig volk’ als de Joden. Wie nu vanuit de Koningstuin in het welvarende hart van Stockholm de brug oversteekt en over het ijzige trottoir langs het paleis glibbert, loopt tegen het standbeeld van Gustaaf aan. Dit is het eiland Gamla Stan, het oudste deel van de stad. Naast een uitzonderlijk streng koninklijk paleis telt het flink wat bezienswaardigheden, zoals het Nobelprijsmuseum – de plaats waar zoveel Joodse wetenschappers geëerd worden – en het Joods Museum.

Het was onder Gustaafs bewind dat in 1774 de Pommerse graveur Aaron Isaac zich in Zweden vestigde, volgens de overlevering de eerste Jood die openlijk zijn geloof in Scandinavië mocht belijden. U leest meer over deze bijzondere man vanaf pagina 20. In zijn spoor en met Gustaafs goedkeuring vestigden Joden zich in Stockholm en in de vrijhaven op het eiland Marstrand aan de westkust, net ten noorden van Gotenburg. Op Marstrand verrees rond 1780 Zwedens eerste synagoge. Tegelijkertijd verleende Gustaaf III de Joden vrijheid van religie en officieel het recht zich te vestigen in Stockholm, Norrköping en Gotenburg. De eerste synagoge van Stockholm werd in 1795 ingewijd aan de Själagårdgatan 19 in Gamla Stan, aan een schilderachtig pleintje met de nu nog zichtbare Tyska Brunn, de ‘Duitse bron’.
Geel lintje
Acceptatie ging niet zonder slag of stoot. De burgerij van de hoofdstad bekeek Gustaafs sympathie voor de Joodse nieuwkomers met argusogen en eiste dat zij een geel lintje moesten dragen. Daarin liep Zweden eeuwen achter op de rest van Europa. Het voorstel haalde het niet, maar in een ironische speling van het lot sieren gele lintjes nu het hek en de bomen voor de Grote Synagoge, als symbool voor solidariteit met de Israëlische gijzelaars in Gaza. De Stora Synagoga, voluit Bet Haknesset Hagadol shel Stockholm, werd gebouwd tussen 1861 en 1870 door de niet-Joodse architect Fredrik Vilhelm Scholander.
De eerste helft van de negentiende eeuw stond in het teken van verzet van de burgerij en de adel tegen de liberalisering van Joodse rechten. De kloof verbreedde zich tussen de positie van de gemeenschap in de grote steden, waar de Joden onder bescherming van de koning stonden, en die op het platteland, waar zij expliciet toestemming nodig hadden van de kroon om land te verwerven. Een petitie die vroeg de positie van de Joden te verzwakken naar die van voor 1780, kreeg liefst honderdduizend ondertekenaars. Dit aantal is des te schokkender als je weet dat er in die tijd nog geen duizend Joden in Zweden waren.
In 1838 liep de emmer over. De druppel was een politiek conflict waarin de Joden geen partij waren. Dat leidde tot rellen in Stockholm, die omsloegen in een pogrom. Bij woningen van politici die als pro-Joods werden beschouwd werden de ramen ingegooid, huizen van Joden zelf werden aangevallen. Het was een van de weinige voorbeelden in de Zweedse geschiedenis van antisemitisch geweld, maar opvallend is hoe laat in de geschiedenis deze plaatshadden. Nog in de negentiende eeuw stak het aloude verwijt van kindermoord op, het Bloedsprookje. De rellen hadden effect en de regering trok een aantal vrijheden van het Judereglementet in, al werden deze in de tweede helft van de negentiende eeuw weer stapsgewijs ingevoerd.
Neutraal
In 1849 kregen de Joden het recht te getuigen voor de rechter en in 1854 definitief de vrijheid zich overal in Zweden te vestigen. In de jaren zestig van die eeuw volgden het stemrecht en het recht met niet-Joden te trouwen. Rijkelijk laat voor een land met tegenwoordig zo’n progressief imago. Andere rechten volgden: de aankoop van onroerend goed overal in het land, het recht onderwijs te geven op staatsscholen.
De Rijksdag stemde op 16 februari 1870 in met volledige emancipatie
Op het platteland vestigden zich vooral veel Joodse kleermakers, bijna elke kleine stad had er wel een. Het parlement, de Riksdag, stemde op 16 februari 1870 in met volledige emancipatie, als een van de laatste landen in West- en Midden-Europa.
Dat ‘volledige’ is wel relatief. Pas sinds 1951 mogen Joden minister in de Zweedse regering worden. In datzelfde jaar kregen zij het recht niet aangesloten te zijn bij een Joods kerkgenootschap. Intussen groeide de gemeenschap gestaag. Van drieduizend aan het begin van de twintigste eeuw naar zo’n achtduizend in de jaren dertig. In de stad Lund ontstond zelfs een hele Joodse buurt, Nöden, waar streng aan de kasjroet en sjabbat werd gehouden. De wijk werd vooral bewoond door armeren van de bevolkingsgroep, waarvan de mannen doordeweeks eropuit gingen als marskramer en vrijdags voor sjabbat thuiskwamen. Voor sommigen was dat door de enorme afstanden in Zweden niet eens mogelijk. Er waren vrouwen en kinderen die de vader des huizes alleen op Rosj Hasjana zagen, als hij thuiskwam om de Hoge Feestdagen te vieren. Er werd alleen Jiddisj gesproken, een taal die overigens in 1999 de status als officiële minderheidstaal zou krijgen, naast bijvoorbeeld het Sami. Een rechtstreeks gevolg daarvan is dat de Zweedse politie nu zelfs een website in het Jiddisj heeft.
De opkomst van het fascisme in Zweden was gedeeltelijk een xenofobische reactie. Er heerste angst voor grote hoeveelheden vluchtelingen die het land dreigden te overstromen tussen de twee wereldoorlogen. Daar zat een zekere ironie in, omdat velen juist vluchtten voor het groeiende fascisme. Al in 1927 verscherpte Zweden immigratievoorwaarden en grenscontroles. Dat deed het opnieuw in 1938, vandaar dat slechts drieduizend Duitse Joden een veilig heenkomen vonden in het land. Net als Nederland was Zweden neutraal gebleven in de Eerste Wereldoorlog en het land leek dus een veilige haven voor de naderende storm.
Studenten in Uppsala, ten noorden van Stockholm, demonstreerden tegen de toelating van gevluchte Joodse artsen aan hun universiteit, in nog zo’n opvallende parallel met de moderne tijd. De nationaalsocialisten kregen in de jaren dertig geen poot aan de grond in Zweden, mede omdat ze zelf hopeloos verdeeld waren. Bij de verkiezingen in 1936 behaalden de drie (pro)nazipartijen samen nog geen twee procent van de stemmen, minder dan de helft van wat de NSB een jaar later in Nederland binnenhaalde. Hoewel Zweedse nazi’s droomden van een scenario zoals in buurland Noorwegen, waar de collaborateur Vidkun Quisling vanaf begin 1942 als premier een marionettenregering van de Duitse bezetter leidde, had Hitler nooit serieuze plannen Zweden te bezetten.
Zweedse tijger
Dat was ook niet nodig, de eenheidsregering in Stockholm was vanaf 1940 zo neutraal dat het ijverig handel bleef drijven met de nazi’s. Met name de ongestoorde export van ijzererts voor de Duitse oorlogsindustrie was cruciaal voor de nazi’s. Zolang die geen gevaar liep, was er geen reden Zweden binnen te vallen. Het is achteraf gemakkelijk de regering daarvoor te veroordelen, maar de politici zagen met angst en beven hoe zij omsingeld werden door de bezetting van Denemarken en Noorwegen, en het bondgenootschap van Finland met Duitsland. Had Hitler de neutraliteit van Nederland niet ook aan zijn laars gelapt?
Duidelijk is dat een heldhaftigere Zweedse opstelling rampzalig geweest zou zijn voor de Joodse gemeenschap. Samen met die in Zwitserland bleven de Zweedse Joden als enigen in West-Europa volledig gespaard van de verschrikkingen van de Holocaust. Toch blijven de oorlogsjaren een gevoelig thema. Dat ondervond de Zweeds-Joodse satiricus Aron Flam toen zijn boek over de samenwerking tussen Zweden en nazi-Duitsland, Det här är en Svensk tiger (‘Dit is een Zweedse tijger’) in 2020 uit de handel werd genomen.

samenwerking tussen Zweden en de nazi’s,
werd in 2020 verboden
Aan de officiële reden hiervoor, een auteursrechtovertreding van de cover, werd in brede kringen getwijfeld. Flam had het gewaagd de rol van Jodenredder en humanitaire wereldmacht die zijn land zichzelf na de oorlog had toegekend, in twijfel te trekken. En er wordt een oogje dichtgeknepen bij het aanbod aan nazimemorabilia, zoals speelkaarten waarop SS’ers worden verheerlijkt en waarvan de verkoop in Nederland verboden is. Je vindt ze open en bloot terug op de grootste samlarmarknad (verzamelaarsmarkt) van het land, de jaarmarkt in Markaryd in het zuidelijk gelegen Småland.
Dankzij de neutraliteit werden er geen Joden vermoord of gedeporteerd
Maar het moet gezegd, dankzij de neutraliteit werden in Zweden geen Joden vermoord of naar concentratiekampen gedeporteerd. Toen de Duitsers in oktober 1942 begonnen de ongeveer tweeduizend Noorse Joden te arresteren, ontsnapte meer dan de helft van hen naar het vrije buurland. Dat was nog weinig vergeleken met de exodus van de Deense Joden naar Zweden. Na een vurig betoog van Nobelprijswinnaar Niels Bohr, die via actrice Greta Garbo een audiëntie bij koning Gustaaf V kreeg, opende het land zijn deuren. Op 2 oktober 1943 maakte de Zweedse staatsradio officieel bekend dat de Deense Joden welkom waren. In totaal werden bijna achtduizend vluchtelingen (meer dan 7200 Joden en een kleine 700 niet-Joodse echtgenoten) door het Deense verzet over zee naar Zweedse havens geëvacueerd. Dat veel lokale vissers daar goudgeld voor vroegen, is nog zo’n detail waaraan het gastland niet altijd even graag wordt herinnerd. Maar Zweden bleek na de oorlog in tegenstelling tot veel andere Europese landen, geen krimpende Joodse bevolking te hebben, maar een groeiende.
Kinderkopjes
In een steeg tussen de Grote Synagoge en het statige Hotel Berns, precies even oud als de sjoel, staat een wand met achtduizend namen van familieleden van Zweedse Joden die in de Shoa vermoord werden. Opvallend is de hoeksteen met enkele honderden overlevenden van de kampen, die in 1945 en 1946 in Zweden alsnog bezweken aan hun fysieke en geestelijke kwellingen. Van die wand loopt een pad naar het tegenovergelegen Berzeliipark aan de baai van Nybroviken. Het loopt daarmee van de synagoge naar het monument voor Raoul Wallenberg, de Zweedse diplomaat die in Boedapest duizenden Joden redde. De kinderkopjes van het pad, bij ons winterse bezoek aan Stockholm nauwelijks te ontwaren onder sneeuw en ijs, zijn afkomstig uit het getto in de Hongaarse hoofdstad.
Na de oorlog was het decennialang rustig rond de Joodse gemeenschap in Zweden. Natuurlijk waren en zijn er de onvermijdelijke neonazi’s, volgens bestsellerauteur Stig Larsson bestond het Zweedse economische en politieke establishment uit vrijwel niemand anders. Bij gebrek aan bezetting werd er in Zweden nu eenmaal minder hard afgerekend met extreemrechts dan in de rest van Europa. Maar de organisaties van deze blanke nationalisten met bombastische namen als Blank Arisch Verzet, het Wasalegioen of de Noordse Verzetsbeweging hielden het zelden lang uit door gebrek aan populariteit en interne verdeeldheid.
Opvallender was de overloop van (ex-)nazi’s naar de gevestigde politiek. Verschillende oprichters van de Sverigedemokraterna (Zweden Democraten) stapten over vanuit extreemrechtse bewegingen. Gelukkig kwam er een zuivering, vergelijkbaar met die van het Front National in Frankrijk. Partijleider Jimmie Akesson zegt al meer dan tien jaar een zerotolerancebeleid te voeren tegen fascisten en neonazi’s. Met succes, het aantal antisemitische uitspraken van partijkaderleden – schering en inslag in de jaren na de oprichting in 1988 – is tot vrijwel nul teruggebracht. Zoals overal in Europa plukt de partij er de rechts-populistische vruchten van.
Afkalvende steun
Op dit moment zijn de Zweden Democraten na de Sociaaldemocraten de grootste in het parlement en houdt de partij als gedoogpartner een centrumrechtse regering op de been. Dat is iets waar Aron Verständig niet ongelukkig mee is, want rechts is allang niet meer het grote gevaar voor de Joodse gemeenschap in Zweden. “Zo’n 25 jaar geleden, tijdens de Tweede Intifada, begonnen Joden steden als Malmö en Gotenburg te verlaten,” zegt Verständig. Linkse partijen kozen steeds nadrukkelijker voor de Palestijnen, mede onder druk van de snel groeiende moslimgemeenschap. Zoals in zoveel landen kunnen 20 tot 30 duizend Zweedse Joden qua invloed niet opboksen tegen de ongeveer 800 duizend moslims in het land.
Geteisterd door groeiend antisemitisme in het dagelijks leven en afkalvende steun van progressieve politieke partijen verlieten de Joden de steden in het zuiden en trokken ze naar Israël, naar de VS en vooral naar Stockholm. De meerderheid, schat Verständig.
‘Bijna niemand heeft Stockholm verlaten’
“Als ik om mij heen kijk naar mijn vrienden, heeft bijna niemand Stockholm verlaten.” Wat is in dat opzicht het verschil tussen de hoofdstad en steden als Malmö en Gotenburg? “Stockholm is meer gesegregeerd, moslimimmigranten wonen in hun wijken ver buiten het centrum, zoals het beruchte Rinkeby.”
Inderdaad is nergens in het centrum van de Zweedse hoofdstad een Palestijnse vlag te vinden. Wel winkels van Prada, Luis Vuitton en Cartier. Het voelt er veilig en schoon aan, ook in vergelijking met Nederlandse steden. Is dat de reden dat er voor de Grote Synagoge geen soldaten, zelfs geen politieagenten patrouilleren zoals in vrijwel alle West-Europese hoofdsteden? “Wij steken de beveiliging niet in dode stenen, maar liever in mensen,” vertelt Verständig kalm. Blijkbaar is het centrum van Stockholm zo veilig dat ook de Joodse school, aan de drukke winkelstraat Nyborgatan, alleen interne beveiliging heeft. Er is een hek en er hangen camera’s, maar het verschil met Maimonides, Cheider en Rosj Pina in Amsterdam, met hun zwaarbewapende marechaussees, is opvallend.
Tentenkamp
Er wordt wekelijks gedemonstreerd, vertelt Verständig, maar dan gaat het om een handjevol betogers. Net zoals het tentenkamp tegen Israël op de nabije Universiteit van Uppsala: dat stelde ook weinig voor. Dat werd pas eind mei vorig jaar opgezet, vertelt Verständig.
‘De minister maakte meteen duidelijk aan de demonstranten dat er niets zou veranderen’
“De minister van Onderwijs maakte meteen duidelijk aan de demonstranten dat er niets zou veranderen en hij riep het universiteitsbestuur op diezelfde houding aan te nemen. Dat gebeurde en de demonstranten hebben niets bereikt. Het academische jaar eindigt in juni, dus na een paar weken waren de tenten alweer weg.”
Het klinkt als een voorbeeld voor ons land, maar is dan alles koek en ei voor de Joodse gemeenschap? Zeker niet, en weinigen weten daar beter van mee te praten dan Aron Verständig. Daarover kunt u meer lezen in het artikel over de tentakels van de Iraanse Revolutionaire Garde in Zweden op pagina 26. Toch is de gemeenschapsleider ‘best gelukkig’ met de huidige coalitie. “Na decennia van sociaaldemocratische regeringen die pro-Palestijns waren, zou ik deze niet per se pro-Israël noemen. Wel evenwichtiger, meer genuanceerd.” Dat blijkt uit het beleid: eind december staakte de Zweedse regering als een van de eerste in Europa de financiering van de omstreden VN-‘hulporganisatie’ UNRWA.
Deze Zwedenspecial werd mede mogelijk gemaakt door Maror en verscheen eerder in het NIW15 van 31 januari 2025
