Een ‘zeer jonge jongen’
Dagboek

Een ‘zeer jonge jongen’

Opperrabbijn Jacobs schrijft een dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. Het NIW publiceert deze stukken twee keer per week.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 22 februari 2024, 13:38
Een ‘zeer jonge jongen’

In mijn aanstaande column voor het papieren NIW ga ik in op de zegen en de vloek die social media kunnen brengen. Want het moge dan zo zijn dat als er Twitter zou zijn geweest in de Shoa de wereld had kunnen vernemen over de vernietigingskampen, mijns inziens zou dat niet veel hebben uitgemaakt. Een berichtje over de gaskamers zou immers worden weggehoond door duizenden reacties die dat ene berichtje of die ene video naar het land der (bloed)sprookjes zouden verwijzen. Maar nog voordat mijn column in NIW 20 is verschenen, worden we naar aanleiding van 7 oktober overspoeld met ‘aanwijzingen en bewijzen’ dat Israëlische soldaten zich schuldig maken aan martelingen van onschuldige Palestijnse gevangenen en verkrachting van Palestijnse vrouwen … 

Mijn lieve moeder hield me altijd de uitdrukking voor: ais de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel. Waarmee ze me wilde bijbrengen, van kinds af aan, dat ik altijd de waarheid moest zeggen en nooit jokken. Mijn lieve moeder had en heeft gelijk: uiteindelijk drijft de waarheid boven. Het probleem is echter dat tot die waarheid is achterhaald er al veel schade door de leugen kan zijn aangericht.

Hoe we die schade kunnen voorkomen, zou ik niet weten. Maar het moge duidelijk zijn dat opvoeding hier een belangrijke rol speelt. Opvoeding en beïnvloeding van volwassenen, van studenten, maar ook van de jeugd in de prille kleuter- en kinderjaren. Ik denk even aan de ‘zeer jonge jongen’, zoals de Telegraaf hem betitelde, die de hakenkruizen op de synagoge van Middelburg had gespoten. De indruk die dat artikel wekt, is dat de bekladding dus nogal meeviel, want het betrof niet een ouder persoon met een bepaalde achtergrond maar ‘een zeer jonge jongen’. En daarom had rabbijn Jacobs gelijk toen hij zei dat hij zich niet kon voorstellen dat in Middelburg iemand zou wonen die bewust een hakenkruis wilde aanbrengen op de sjoeldeur. 

De indruk die dat artikel wekt, is dat de bekladding dus nogal meeviel, want het betrof niet een ouder persoon

Ik vind deze opmerking niet verstandig, want ik heb de beelden van het aanbrengen van het hakenkruis gezien en ik herken echt niet ‘een zeer jonge jongen’. De puber was naar mijn inschatting 1,80 meter lang. Ik zag hem lopen met een hondje dat hij aan het uitlaten was. Hij stopt voor de sjoel, had kennelijk toevallig een spuitbus met verf bij zich en dacht toen als ‘zeer jong jongetje’: laat ik nou eens een hakenkruis op de deur van de synagoge spuiten.

We concentreren ons op onderwijs over de Holocaust aan middelbare scholieren en aan studenten op de universiteiten. Dat is uiteraard van zeer groot belang en uiterst noodzakelijk. Maar heropvoeding is lastig. Je krijgt er niet zomaar uit wat er jarenlang ingepompt is. Frapper toujours! Maar veel belangrijker is de opvoeding in de prille baby- en kleuterjaren. De kinderhoofdjes zijn nog leeg, ontvankelijk en onschuldig. Niet omdat de bekladder een ‘zeer jonge jongen’ is, valt het wel mee. Integendeel! De ‘zeer jonge jongen’ van nu is de potentiële terrorist en moordenaar van morgen. 

Het was maandagavond een heel fijne sjivvebijeenkomst in de sjoel van Enschede, de sjoel van Leo Berg. Voor zijn echtgenote Irene, de kinderen en kleinkinderen moet deze bijeenkomst een goed gevoel hebben gegeven, een stukje rust en dankbaarheid.

Omdat ik in Montreal geen tv-programma’s kon zien op mijn computer, heb ik vandaag pas Broertje is verdwaald kunnen bekijken. Het broertje is dat van van Benoit Wesly en zijn drie zussen die grootgebracht zijn in de schaduw van hun broertje dat in Auschwitz werd vermoord. Vader Wesly was na de oorlog en na het verlies van hun zoontje niet meer dezelfde. Het hele gezin Wesly leefde en leeft nog steeds met hun verdwaalde broertje.

Ik brei een eind aan dit dagboek, ben nog niet echt uitgeslapen en moet morgenochtend, woensdag, mijn digitale sjioer voor morgenmiddag voorbereiden, nadat ik eerst Leo van Doesburg heb mogen ontvangen. Hij is de ‘Director for European Affairs for the European Christean Political Movement’ (ECPM) en ik had hem in de Tweede Kamer ontmoet bij de bijeenkomst over UNRWA. Hij wilde graag kennismaken en woont bij mij bijna om de hoek. Morgenavond naar Amsterdam voor de sjivve van mevrouw Tugendhaft zl. en donderdagochtend vroeg op Schiphol. De zoon van Daniel van Praag,  met wie ik twintig jaar heb mogen samenwerken binnen de Dienst Geestelijke Verzorging van het Sinai Centrum, trouwt in Wenen. En mede omdat ik ook weleens in een vliegtuig wil zitten, had ik besloten om daarheen te gaan. Vrijdag heel vroeg weer terug en vrijdagavond en sjabbat hebben we te gast de Amerikaanse student die ik in Krakau ontmoette en die in Europa op zoek was naar zijn identiteit of althans hoe met zijn identiteit om te gaan.

Plaats opmerking