Fryslân boppe

Leeuwarden 3

Een vriend van mij vond dat ik te veel in mineur spreek. Steeds op de een of andere manier komt het antisemitisme en antizionisme aan de orde. Van mij als rabbijn verwacht hij een bemoedigend en opbeurend artikel, toespraak of dagboek. Omdat ik zeer gevoelig ben voor (opbouwende) kritiek was de spontane reactie naar mezelf: “Binyomin, minder negatief, meer positief, je moet mensen tot steun zijn!” Maar mijn spontane goede voornemen werd enige dagen later finaal de grond ingeboord. Een andere vriend vertelde mij dat de rabbijnen van voor de oorlog verweten werd dat ze niet voldoende hadden gewaarschuwd, mooie toespraken hielden over vertrouwen en positieve benadering. Of ze inderdaad zo spraken en of dat alle rabbijnen betrof, weet ik echt niet en is ook niet zo belangrijk. Als het inderdaad zo zou zijn, begrijp ik dat ook nog. Hoop en moed houden zijn goede eigenschappen en zwartkijken is negatief. Maar ik zie het momenteel even niet zitten, want ik voel me verantwoordelijk voor mijn mede-Joden en zit in een pijnlijk dubio. Onze overheid is absoluut niet tegen Joden en niet achter iedere boom staat een antisemiet. Ik durf met zekerheid te verklaren dat Femke Halsema geen antisemiet is, ook al is haar visie op Israël van geen kant de mijne en in mijn optiek afkeurenswaardig. 

Een mooi voorbeeld van een mogelijk meningsverschil is een artikel over mijn gewaardeerde collega rabbijn Lody van de Kamp en mijzelf onder de titel “Van de Kamp boos op opperrabbijn Jacobs”. Van de Kamp trekt al 15 jaar op met Saïd, een Marokkaan, en samen tonen ze de wereld dat er best kan worden samengewerkt. Ik juich die samenwerking van harte toe, was daarom aanwezig bij de feestelijke bijeenkomst “15 jaar Saïd & Lody”, maar denk dat er helaas maar weinig Saïds en Lody’s in ons land te vinden zijn. Van de Kamp vindt het verkeerd dat ik de zeldzaamheid benadruk, want juist door dit te benadrukken, wordt ongewild het negatieve gestimuleerd. Benader het positief, is eigenlijk zijn meningsverschil met mij. Maar betekent het dat we daarom boos op elkaar zouden moeten zijn? No way! We zijn goede vrienden en of ik het gelijk aan mijn kant heb weet ik uiteindelijk niet met zekerheid.

Het klopt wel dat ik meer naar de pessimistische kant neig en bij Van de Kamp het optimisme iets zwaarder weegt dan bij mij, maar uiteindelijk verschillen we maar een paar grammetjes van elkaar. Maar nu ben ik dus in mineur. Moet ik mijn mede-Joden oproepen Nederland te verlaten voor het te laat is en met zo’n oproep paniek zaaien of moet ik duidelijk aangeven dat onze overheid niet van antisemitisme beticht kan worden en we dus gewoon de honderden jaren Jodendom in Nederland kunnen continueren. Ik wil onder geen beding gaan behoren, als ze inderdaad bestaan hebben, tot de Nederlandse rabbijnen die met Auschwitz in het vizier zonder dat ze dat wisten, zouden hebben aangegeven dat het allemaal zal meevallen en een positieve blik altijd goed is. 

Waarom zit ik nu plotseling te worstelen met die twijfel? Op Nieuwjaarsdag wordt er jaarlijks een mars voor de vrede gelopen. De mars begint bij een kerk en de groep loopt dan met fakkels, want de schemering heeft zijn intrede gedaan, naar de sjoel, waar ik de meute positief en bemoedigend toespreek. Vervolgens wordt er via het oorlogsmonument naar de moskee gelopen, waar de imam zijn bijdrage levert, waarna de vredige stoet bij de kerk, het vertrekpunt, de demonstratie voor vrede eindigt. Maar dit jaar deed de moskee niet mee om, zoals me werd medegedeeld, ‘technische reden’. Die ‘technische reden’ wakkerde mijn pessimistische gevoel goed aan. Geen greintje politiek zat er achter de fakkelwandeling, slechts een eensgezinde bede voor vrede voor alle volkeren van Gods aarde.

Drie weken later kreeg mijn neiging naar het pessimisme weer een nieuwe impuls. Bij de herdenking van de deportatie van de 1400 bewoners van Het Apeldoornsche Bosch in de nacht van 21 op 22 januari werd dit jaar tijdens de besloten jaarlijkse bijeenkomst voorafgaande aan de openbare herdenking bij het monument, het Hatikva, niet gezongen. Ik kan me hier nog iets bij voorstellen omdat, anders dan alle voorafgaande jaren, het volkslied van Israël dit jaar een vertaalslag zou kunnen krijgen die we niet moeten willen en die de waardigheid van de herdenking zou kunnen aantasten. Dat dan wel in een van de toespraken de politiek rond Israël erbij  werd gesleept, schoot bij velen in het verkeerde keelgat: “Het afgelopen jaar 2025, stonden we stil bij tachtig jaar vrijheid. We herdachten en we vierden. Maar wat er ook gebeurde in 2025, is dat de staat Israël door de Onafhankelijke Internationale Onderzoekscommissie van de VN is beschuldigd van genocide tegen de Palestijnen. Vanwege langdurig en buitensporig geweld tegen burgers, als reactie op de gruwelijke en onvergeeflijke aanslag door Hamas op Israëlische burgers op 7 oktober 2023.”  Het zotte is dat deze misser mij niet eens was opgevallen, kennelijk had ik niet goed geluisterd, maar anderen, boos en verdrietig, benaderden mij. 

Dinsdag stond Leeuwarden op het programma. Vertrokken om kwart over acht en weer thuis om kwart voor twaalf. De acht was in de ochtend en de twaalf in de late avond. Ik had de achturige werkdag er dus wel opzitten. Eerst een paar verzamelde klassen van het gymnasium toegesproken over antisemitisme. Je kon een speld horen vallen. ’s Avonds de herdenking van de Holocaust, met een zeer grote opkomst, ondanks de snerpende koude. Na afloop Q & A met de opperrabbijn (dat ben ik dus). Ik heb aan die inmiddels traditionele bijeenkomst zelf maar een einde gebreid omdat mijn chauffeur de volgende dag weer aan de (zijn) slag moest. Wat een belangstelling, wat een warmte voor Joodse gemeenschap en voor Israël, een en al betrokkenheid. Jammer dat als gevolg van het ‘breekverbod’ de plechtigheid rond de plaatsing van twintig stolpersteinen, die zo zorgvuldig en groots was voorbereid, geen doorgang kon vinden. Mocht u niet weten wat een ‘breekverbod’ is, geneert u zich vooral niet. Ook ik had er nog nooit van gehoord en met mij vele anderen, waaronder ook een drietal door mij benaderde burgemeesters.  De plaatsing krijgt op 23 april een tweede kans en ik zal dan weer mogen optreden met mijn Q & A (show). Friesland, waar de meeste onderduikers verborgen zaten, kan voor mij niet kapot als het gaat om liefde voor Israël en het Joodse volk. En dus had zelfs de afgelasting van de stolpersteinen een happy end. Dat het geldende ‘breekverbod’ de verwijdering van een paar tegels en de plaatsing van de kleine monumentjes had verhinderd, was het gevolg van een ietwat sukkelige onderlinge communicatie, maar heeft uiteindelijk geleid tot een nog hechtere vriendschapsband tussen alle betrokkenen, waaronder ook tussen mijn persoontje en de eerste burger van de hoofdstad van Fryslân, Sybrand van Haersma Buma. Fryslân had mijn dag, week en maand gemaakt!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Dagboek

Fryslân boppe