Geldstroom naar Palestijnse gebieden blijft schimmig

Onderzoeker Kees Broer schreef een rapport over Nederlandse steun aan Palestijnse en Israëlische organisaties. Die clubs blijken veelal niet van onbesproken gedrag te zijn. Deze week werd het verslag gepresenteerd in Den Haag.
Een demonstratie van Pax in Den Haag, maart 2026. Foto: Bernard Blasband
Een demonstratie van Pax in Den Haag, maart 2026. Foto: Bernard Blasband

In Den Haag presenteerde het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) op 19 mei een rapport over de geldstroom van Nederland naar (hulp)organisaties in de Palestijnse gebieden. Het gaat daarbij om directe subsidies van de overheid en om de financiering door ngo’s als Oxfam–Novib, Pax en Somo, die geld krijgen van de Nederlandse autoriteiten.

Onderzoeker Kees Broer berekende aan de hand van openbare gegevens dat sinds 2008 ruim vijf miljard euro aan de Palestijnse gebieden is gedoneerd. Per hoofd van de bevolking is dat veel meer dan Nederland overhad voor Mali, Bangladesh en Zuid-Soedan. Toch laat ook dit rapport zien hoe onmogelijk het is een realistisch inzicht te krijgen in de geldstromen naar de Palestijnse gebieden. Hoeveel Nederlandse ngo’s daar uitgeven is nauwelijks te achterhalen. 

Alleen War Child, dat jaarlijks bijna vijf miljoen euro van de Nederlandse overheid krijgt, geeft een concreet getal: in 2024 besteedde de hulporganisatie tien miljoen euro in de Palestijnse gebieden. Die ngo (niet-gouvernementele organisatie) ontvangt ook geld uit Duitsland, Zweden en het VK. Ook de uitgaven aan bewustzijnscampagnes in Nederland, zoals de rodelijndemonstraties of de gezamenlijke rechtszaken tegen de staat, zijn niet via de jaarcijfers te recontrueren.

Overheidshulp

Het CIDI-rapport leunt noodgedwongen sterk op de gegevens van NGO Monitor, een onafhankelijke  organisatie in Jeruzalem. Die baseert zich op zijn beurt op rapportages van de Israëlische overheid waarin wordt bijgehouden van wie de Israëlische en Palestijnse ngo’s geld ontvangen. In verhouding blijkt er veel Nederlands geld naar de Westelijke Jordaanoever en Gaza te gaan. 

Het rapport richt zijn pijlen op enkele dubieuze Palestijnse ngo’s die hun geld vooral uit Nederland krijgen, waaronder de landbouworganisatie UAWC. Oud-minister Sigrid Kaag kwam in 2020 in de problemen omdat zeker 34 werknemers van die club banden zouden hebben met de Palestijnse terreurorganisatie PLFP. Twee werknemers werden zelfs verdacht van betrokkenheid bij een terreuraanslag in 2019, waarbij de 17-jarige Rina Schnerb omkwam. De overheidshulp van ruim een miljoen euro werd opgeschort. 

Maar uit het onderzoek van Broer blijkt dat UAWC vervolgens tot 2025 ruim 3,5 ton van Oxfam Novib ontving. Diezelfde organisatie was samen met UAWC en PARC, een andere Palestijnse agrarische ngo, betrokken in een project om ‘economische veerkracht’ te creëren in Gaza, waarvoor de internationale hulpbeweging 3,4 miljoen euro aan EU-geld ontving.

Schimmig

Vooral de organisaties die geld krijgen van Nederlandse ngo’s dragen volgens het rapport niet bij aan een vreedzame oplossing. In het ergste geval zijn zij betrokken bij terreur, veelal erkennen zij Israël niet als Joodse staat of ondersteunen zij op z’n minst de boycot. Naast Palestijnse ngo’s noemt het rapport Israëlische stichtingen als Breaking the Silence, Betselem, Yesh Din en Comet-ME. Dat zijn groeperingen die zeer kritisch tegenover Israël staan; Yesh Din bepleit zelfs bij het Internationaal Strafhof vervolging van Israëlische bewindslieden. 

Relatief gaat er veel Nederlands geld naar de Palestijnse gebieden

Eén organisatie spant de kroon. Zochrot heeft ten doel in Israël het bewustzijn over de Nakba te bevorderen en bepleit het recht op terugkeer van Palestijnen. Volgens NGO Monitor krijgt de stichting geld van het schimmige ‘Solidariteitsfonds’. Daarnaast treden ICCO en Kerk in actie op als financiers. De oecomenische ICCO, die zich op de agrarische sector richtte, is inmiddels gefuseerd met Cordaid. Hoewel Cordaid betrokken was bij de Giro 555-actie voor de Palestijnse gebieden, komt die nationale organisatie niet in het rapport voor.

Aansporing

Het CIDI bepleitte bij de presentatie steviger toezicht. De overheid zou groeperingen die het bestaansrecht van Israël niet erkennen moeten uitsluiten en de geldelijke steun van Nederlandse ngo’s zou transparanter moeten zijn. Zeker nu het CIDI zelf steeds meer in het verdachtenhoekje terechtkomt, valt te vrezen dat dit rapport de overheid en ngo’s aanspoort op de oude voet door te gaan met hun financiering van dubieuze ngo’s.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Binnenland

Geldstroom naar Palestijnse gebieden blijft schimmig