Het was aan het eind van de middag, ergens begin februari, medio jaren tachtig. Een aantal redacteuren van Het Parool en ik waren aan het borrelen in de kamer van hoofdredacteur Wouter Gortzak. Het was gezellig. De vraag was: wat gaan we met de Februaristaking doen, wie sturen we erheen, dat soort vragen.
“Wouter,” zei een van de redacteuren, “Jij moet het doen.”
“Waarom ik?”
“Omdat jij op de Dokwerker lijkt.”
Wij lachten. Het was waar. Vanuit een bepaalde hoek leek Wouter destijds op dat beeld. Hij lachte ook. “Dank je. Ik hoop dat het waar is. Als het waar is, ben ik daar trots op.” In werkelijkheid stond de timmerman Willem Termetz trouwens model voor het beeld van Mari Andriessen. Gortzak begon vervolgens omstandig te vertellen over zijn gesprekken met Ben Sijes, auteur van de in 1954 verschenen studie De Februaristaking die een paar jaar daarvoor, in 1981, was gestorven. Gortzak was net als Sijes communistisch opgevoed (de families kenden elkaar) en citeerde graag diens uitspraak: “Armoede leert dromen.”
Communisten
De geschiedschrijving van de Februaristaking was een moeilijke geweest, wist Gortzak. Er waren niet veel bronnen, behalve wat politierapporten. En dus ging Sijes mensen interviewen die de staking hadden meegemaakt. “Oral history en gewoon goed journalistiek werk,” zei Gortzak. Na verschijning van de studie was er een probleem. Ofschoon Sijes het strenge communisme in de jaren vijftig had verworpen — hij bleef aanhanger van het radencommunisme — en hoewel hij de rol van de CPN in zijn boek toch behoorlijk groot had gemaakt, was die volgens de toenmalige CPN-leider Paul de Groot niet groot genoeg. De Groot zag Sijes als geschiedschrijver dan ook niet zitten en had medewerking geweigerd, waardoor volgens hem het boek historisch sowieso tekortschoot.
“Net als bij de Paroolgroep waren er onder de communisten grote ruzies,” zei Gortzak. Hij vond het belangrijk voor de krant dat wij de herinnering aan de Februaristaking in ere bleven houden, maar belangrijker vond hij de rol van Sijes in diens onderzoek naar Eichmann en vooral Rajakowitsch die in 1963, dankzij het speurwerk van Simon Wiesenthal, in Oostenrijk werd gearresteerd.
Rajakowitsch
“Wie is dat?” vroeg ik. “Dat je dat niet weet, is eigenlijk een reden voor ontslag bij onze krant,” vond Gortzak. Hij vertelde dat Erich Rajakowitsch, vriend van Eichmann, een van de grootste oorlogsmisdadigers was, verantwoordelijk voor de deportatie van Joden en voor invoering van de Jodenster. In 1941 kwam hij, op initiatief van de centrale organisator van de Holocaust Reinhard Heydrich, naar Nederland. Sijes wist veel over hem. Ik citeer historicus Ger Harmsen over Ben Sijes en Rajakowitsch: “Sijes verzocht de rechter of hij als getuige-deskundige mocht worden gehoord. Dit werd toegestaan. Sijes gaf daarop een zeer gedetailleerde uiteenzetting van Rajakowitsch’ aandeel in de deportatie en plundering van Joden. Deze uiteenzetting werd door zoveel feitenmateriaal gesteund dat de schuld van Rajakowitsch onomstotelijk vast kwam te staan. Sijes had als het ware de functie van openbare aanklager overgenomen.” En dan de treurige zin met een nog treuriger klapstuk: “In 1965 werd Rajakowitsch tot tweeënhalf jaar veroordeeld, en een half jaar later vrijgelaten.”
In 1965 werd Rajakowitsch tot tweeënhalf jaar veroordeeld, en een half jaar later vrijgelaten
“En wat herdenk jij?” vroeg Gortzak mij. “De Februaristaking natuurlijk,” zei ik. Maar eigenlijk herdenk ik tegenwoordig de helden en de schoften en hoe die onze moraal slijpen. Jerry Afriyie neem ik mee als schurk.
“Dankjewel, Wouter,” zeg ik zeker één keer in de week, als ik de Dokwerker passeer.