Iconisch rolmodel
Achtergrond

Iconisch rolmodel

Jodin, vrouw en moeder – voor veel Amerikanen was het even wennen toen de op 18 september overleden Ruth Bader Ginsburg raadsheer werd van het supreme court, het hooggerechtshof in de Verenigde Staten. Of eigenlijk raadsdame, want zij ontpopte zich al snel tot een van ’s lands invloedrijkste feministen. En – vaak genegeerd in de talloze loftuitingen sinds haar overlijden – een overtuigd zioniste.

Bart Schut 18 mei 2022, 10:00
Iconisch rolmodel

Dit artikel verscheen eerder in NIW 2 5781 – 2020

‘De eis van rechtvaardigheid loopt door het geheel van de Joodse tradities. Ik hoop dat ik, tijdens mijn jaren bij het hooggerechtshof van de Verenigde Staten, de kracht en de moed zal hebben standvastig te blijven in dienst van die eis.’ Het jodendom zou gedurende de lange, uiterst succesvolle carrière van juriste Ruth Bader Ginsburg een constante leidraad en bron van inspiratie blijken. En dat terwijl haar afkomst toch nauwelijks als een pre kon worden beschouwd aan het begin van haar loopbaan. “Een Jodin, een vrouw en een moeder,” zou zij zelf zeggen, “het was iets te veel van het goede.”

Bader werd op 15 maart 1933 geboren in Brooklyn. Haar vader was een Joodse immigrant uit Odessa, haar moeder een in New York geboren Jodin met wortels in Polen. Haar ouders gebruikten haar eerste voornaam Joan of de bijnaam Kiki, maar omdat haar schoolklas al de nodige Joans Bader werd op 15 maart 1933 geboren in Brooklyn. Haar vader was een Joodse immigrant uit Odessa, haar moeder een in New York geboren Jodin met wortels in Polen. Haar ouders gebruikten haar eerste voornaam Joan of de bijnaam Kiki, maar omdat haar schoolklas al de nodige Joans had, werd besloten haar tweede naam Ruth te gebruiken. Haar moeder Celia was een briljante vrouw, die om financiële redenen niet zelf de universiteit had kunnen bezoeken. Haar dochter stimuleerde zij zoveel mogelijk te studeren. Ruth was niet bijzonder gelovig, maar kreeg de Joodse traditie wel met de paplepel ingegoten. Zij leerde Hebreeuws en bezocht als meisje elk jaar een Joods zomerkamp, waar zij in haar tienerjaren ook als jeugdleidster aan de slag ging.

De 15-jarige Ruth spreekt als kamprabbijn in een Joods zomerjeugdkamp in Minerva, New York, 1948

De intelligente Ruth volgde gretig moeders advies op. Tijdens haar studie aan de prestigieuze Cornell-universiteit ontmoette zij Martin Ginsburg. Het stel trok naar Oklahoma, waar Ruth het in de jaren vijftig welig tierende seksisme aan den lijve ondervond toen zij gedegradeerd werd omdat zij zwanger was. Haar wraak zou zoet zijn. In 1956 begon Bader Ginsburg met haar rechtenstudie in Harvard. Als slechts een van de negen vrouwelijke rechtenstudenten werd zij uitgenodigd voor een diner met de decaan. Na afloop vroeg hij haar waarom zij met haar studie ‘de plek van een man bezet hield’.

De decaan vroeg haar waarom zij met haar studie de plek van een man bezet hield

Bader Ginsburg probleemloos weten dat zij geen interesse hadden in haar diensten. Werkend aan een boek over internationaal civiel procesrecht ging zij naar Zweden, waar zij de taal leerde en werd beïnvloed door de aanmerkelijk betere positie van vrouwen in dat land. Na haar terugkeer in de VS werd Bader Ginsburg hoogleraar aan de Rutgers Universiteit in New York, als slechts een van nog geen twintig vrouwelijke hoogleraren in de rechtsgeleerdheid in het hele land én met een lager salaris dan haar mannelijke collega’s.

In 1972 vertrok zij naar haar alma mater Columbia. In datzelfde jaar richtte Bader Ginsburg het Project voor Vrouwenrechten van de mensenrechtenbeweging ACLU op. Twee jaar eerder stond zij al aan de wieg van het eerste tijdschrift dat zich specifiek op de rechten van vrouwen richtte. Als jurist voor de ACLU kwam zij voor het eerst in aanraking met het supreme court, waar zij pleitte in zes discriminatiezaken – zij won er vijf. Daarbij gebruikte Bader Ginsburg een sluwe strategie: zij wees telkens op de nadelen voor mannen van seksediscriminatie, bijvoorbeeld in een zaak waar weduwen wel en weduwnaars geen uitkeringen kregen. Haar status als gelijkheidsvoorvechter werd al in de jaren zeventig vergeleken met die van Thurgood Marshall, de eerste zwarte opperrechter.

‘Een Jodin, een vrouw en een moeder, dat was iets te veel van het goede’

Voorzichtig en gematigd
In 1980 stapte Bader Ginsburg over naar de rechterlijke macht toen president Jimmy Carter haar benoemde tot federaal beroepsrechter in Washington. Het was een andere Democratische president, Bill Clinton, die haar in 1993 voordroeg voor het hooggerechtshof. Opvallend was dat dit gebeurde op voorspraak van senator Orrin Hatch, Republikein uit de conservatieve mormonenstaat Utah. Bader Ginsburg werd in die jaren gezien als voorzichtig, gematigd, iemand die een brugfunc – tie zou kunnen vervullen tussen de progressieve Democratische en de conservatieve Republikeinse raadsheren. Mede daarom bestond in de Senaat nauwelijks verzet tegen haar benoeming, die vrij – wel unaniem werd goedgekeurd. Op 10 augustus 1993 legde Joan Ruth Bader Ginsburg de eed af en werd de tweede vrouwelijke opperrechter – en de eerste Jodin.

Het is weinig verwonderlijk dat Bader Ginsburg als lid van het supreme court vooral roem vergaar – de in zaken die te maken hadden met vrouwen – rechten. Zij was een onwankelbaar verdedigster van het recht van de vrouw op het beëindigen van zwangerschap. In de geruchtmakende zaak United States vs. Virginia (1996) schreef Bader Ginsburg het vonnis waarin werd bepaald dat de militaire academie van die staat vrouwen moest toelaten. Zij verloor de zaak Ledbetter vs. Goodyear (2007), over gelijke betaling van mannen en vrouwen, schreef een opmerkelijke minderheidsopinie en kreeg genoegdoening toen die gelijkwaardigheid een jaar later op initiatief van president Barack Obama alsnog werd vastgelegd in een wet die naar de klaagster in de zaak werd vernoemd: de Lily Ledbetterwet op eerlijke betaling.

Aan het einde van de vorige eeuw begon Bader Ginsburgs worsteling met kanker. Nadat in 1999 darmkanker bij haar was geconstateerd en zij dankzij bestraling en chemotherapie was genezen, besloot de anderhalve meter lange opperrechter aan haar conditie te werken, op een leeftijd wanneer de meesten van ons met pensioen gaan. Zij stelde een ex-commando aan als personal trainer en kon zich op haar tachtigste verjaardag twintig keer opdrukken. De trainer vestigde twee weken geleden de aandacht op zich door push-ups te doen bij de kist waarin het lichaam van Bader Ginsburg opgebaard lag. In 2009 werd zij geopereerd voor alvleesklierkanker en een jaar later overleed haar echtgenoot Martin aan de gevolgen van zaadbalkanker. Eind 2018 werden twee kleine tumoren in haar longen ontdekt.

Bader Ginsburg legt de eed af in bijzin van opperrechter William Rehnquist (rechts), Martin Ginsburg en president Bill Clinton

Laatste wens
Vanwege haar fragiele gezondheid werd haar vaker gevraagd ontslag te nemen als opperrechter. De reden: de president van de VS draagt de nieuwe leden van het hooggerechtshof voor en dat zijn bijna zonder uitzondering ideologische medestanders. In een al door conservatieve raadsheren gedomineerd hof zou de balans verder verstoord worden als The notorious R.B.G. zou komen te overlijden tijdens de ambtsperiode van een Republikeinse president. De bijnaam, een verwijzing naar de roemruchte rapper Notorious B.I.G., werd in brede kringen gebruikt – tot genoegen van Bader Ginsburg zelf. Van opstappen wilde zij niet weten tijdens president Obama’s termijn: “Ik ga door zolang ik mijn ambt op volle stoomkracht kan vervullen.” Het leverde haar kritiek op uit progressieve kringen en de beschuldiging haar ego boven het landsbelang te stellen. Zelf zag zij het anders: “De gedachte dat president Obama een rechter zoals ik kan aanstellen, is misplaatst.”

Bader Ginsburg schatte het politieke klimaat zo in dat het onmogelijk zou zijn een dergelijk progressieve raadsvrouw – of -heer – door de Senaat benoemd te krijgen. Toch vergiste zij zich in de veranderende verhoudingen binnen de Amerikaanse politiek. In 2016 achtte zij het ondenkbaar dat Donald Trump de verkiezingen zou kunnen winnen van Hillary Clinton. Toen dat toch gebeurde, werd het cruciaal dat Bader Ginsburg Trumps presidentschap zou overleven. Maar dit jaar luidde de diagnose opnieuw kanker – de vijfde keer. Dit keer verloor zij het gevecht. Ruth Bader Ginsburg stierf 18 september op 87-jarige leeftijd in haar huis in Washington, D.C. Haar laatste wens? Dat Trump geen vervanger zou benoemen tot na de verkiezingen.

De president liet vrijwel onmiddellijk weten zich niets van die wens aan te trekken en nomineerde vorige week een conservatieve vrouwelijke rechter, de katholieke Amy Coney Barrett – in politiek opzicht de ‘anti-R.B.G.’ – als opvolgster. Dit kwam hem op gejoel van tegenstanders te staan tijdens Bader Ginsburgs uitvaart. De waarheid is dat haar dood Trump goed uitkwam als onderwerp om campagne over te voeren en conservatieve kiezers op 3 november naar de stembus te lokken.

Rolmodel
Bij alle lof die sinds haar overlijden over Bader Ginsburg is uitgeschud vanuit met name progressieve kringen werd één aspect van haar leven steevast genegeerd. Omdat Israël op dit moment niet bijzonder populair is in de Democratische Partij, wordt het liefst vergeten dat zij haar leven lang zionist was. Dat wil niet zeggen dat zij ooit in tweestrijd stond als zij de belangen van de Verenigde Staten moest verdedigen, ook niet wanneer deze botsten met die van de Joodse staat. Toen zij in 1991 in hoger beroep moest beslissen over het lot van Kevin Pollard, die schuldig was bevonden aan spionage voor bondgenoot Israël, was Bader Ginsburg onverbiddelijk en bekrachtigde zij het vonnis van levenslang. Dit tot grote woede van veel Israëli’s en Joodse Amerikanen, die blijkbaar niet beseften dat zij daarmee het antisemitische stereotype van gespleten loyaliteit voedden.

Maar gevraagd naar haar grote voorbeelden noemde Bader Ginsburg vorig jaar in een interview twee Joodse vrouwen die gezien worden als de belangrijkste vrouwelijke zionisten uit de Amerikaanse geschiedenis: Emma Lazarus, de dichteres die beroemd werd door haar tekst op het vrijheidsbeeld in New York, en Henrietta Szold, de oprichtster van Hadassah, de zionistische vrouwenbeweging van Amerika. Over dit tweetal zei de opperrechter: “Lazarus was een zioniste nog voordat dat woord in de mode kwam en Szold was dat zelfs vóór Theodor Herzl.” Het kan nauwelijks overschat worden hoeveel vrouwen de komende decennia, gevraagd naar hún rolmodel, zullen antwoorden: Ruth Bader Ginsburg.

Heeft u dit artikel met plezier gelezen? Met een abonnement op het NIW krijgt u toegang tot columns, opinies, analyses, nieuws – en achtergrondverhalen. Kies hier wat het beste bij u past.

Tags dit artikel heeft geen tags
Plaats opmerking