In de boksring
Dagboek

In de boksring

Opperrabbijn Jacobs schrijft een dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. Het NIW publiceert deze stukken twee keer per week.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 28 juni 2023, 13:15
In de boksring

Het klinkt wellicht vreemd, maar ik zit nu heerlijk te relaxen. Het is zondagochtend. Opgestaan om 5 uur, gedavvend (ochtendgebed), een stukje homebaked cheesecake gegeten en nu zit ik in de KLM-lounge op Schiphol in afwachting van mijn vlucht naar Berlijn. Ik zal vandaag dus in Berlijn zijn, niet als spreker maar als decorum. Er wordt daar een community center voor de Joodse gemeenschap geopend. Zeven verdiepingen hoog 1800 vierkante meter. Ik zie het dadelijk wel. Omdat er bij de opening van 12:00 uur tot ca. 14:00 uur veel Duitse vips aanwezig zullen zijn, ben ik van (de Nederlandse) stal gehaald vanwege mijn grijze baard en zal ik wel ergens zichtbaar gepositioneerd worden. In het Nederlands noemen we dit dus decorum, maar mijn (ooit Engelse) Blouma spreekt over rent a crowd. Meer over het uitstapje Berlijn op of na de terugvlucht vanavond om 18:50 uur.

Donderdagavond was het aflevering twee van de debatavond van het RD, het Reformatorisch Dagblad, vanwege 75 jaar Israël. Na de eerste editie in Gorinchem volgde nu aflevering 2. Nou, aflevering? Het had meer weg van een bokswedstrijd. Nadat de heer Hamburger in het eerste duel zich meende te moeten bedienen van vergelijkingen die mijns inziens niet kunnen, heb ik het RD laten weten dat ik er nog even niet uit was of ik aan de tweede avond nog wel wilde meedoen. En dus heb ik u, mijn trouwe dagboekeniers, via mijn dagboek verzocht om mee te denken en te adviseren. 

Uiteraard was het mijn bedoeling om gevraagd advies op te volgen, want waarom anders zou ik u vragen. Maar dat pakte anders uit dan verwacht, want hoewel ik niet echt de stemmen heb geteld, ontstond er een soort gelijkspel of om in schaakterminologie te spreken: een patstelling. En dus moest ik uiteindelijk toch zelf de knoop doorhakken en stond ik afgelopen donderdagavond, na intern beraad met mezelf, in Apeldoorn in het gebouw van het RD in de boksring. Nou heb ik in mijn jonge jaren weinig aan sport gedaan en al helemaal niet aan de bokssport, omdat mijn lieve moeder bevreesd was dat ik me zou bezeren, maar was ik wel een enthousiast schaker en heb in mijn schooljaren aan menig schaaktoernooi deelgenomen. Dat schaken, en dan ook nog simultaan, komt mij als opperrabbijn zeer goed van pas. Kenners van de Joodse (schaak)wereld begrijpen waarop ik doel. Maar om een lang (dagboek)verhaal kort te maken er ontstonden bij mijn adviseurs drie benaderingen: (1) absoluut niet deelnemen; (2) je had de uitnodiging niet moeten accepteren, maar nu je aan deel I hebt meegedaan zul je ook bij deel II de ring in moeten; (3) goed om mee te doen en het Ander (on)Joodse Geluid een paar ferme dreunen te geven.

Dag Rabbijn Jacobs,

Ik vind dat u het fantastisch hebt gedaan afgelopen donderdag. Er zijn helaas weinig mensen die dit goed kunnen, op een volwassen manier in gesprek gaan over Israël met mensen die diametraal het tegenovergestelde vinden. Ondanks de eenzijdige beschuldigingen aan het adres van Israël en de halve waarheden die Jaap Hamburger van Een Ander Joods Geluid regelmatig verkondigde, bleef u beleefd, door geduldig de feiten te benoemen, door te vragen en de bredere context te schetsen. Keihard nodig in zo’n gepolariseerd debat. Respect!

Beste rabbijn Jacobs,

Terugkijkend op de discussieavond van het RD, moet mij het volgende van het hart. U sprak met de directrice van het CIDI en de voorzitter van Een Ander Joods Geluid. In een dergelijke discussie heeft het CIDI uw religieuze opvattingen niet nodig, hoe waardevol die ook zijn. Voor het publiek van het RD is uw visie uiteraard van harte welkom. Maar dat hoeft niet in een dergelijke setting, de viering van 75 jaar Israël kan ook anders!

Ik denk echter dat het beneden uw waardigheid is om met iemand die u op Twitter betitelt als ‘rabbijntje’ in discussie te gaan. Hij beledigt daarmee niet alleen u, maar iedereen die respect heeft voor de Nederlandse rabbijnen die u vertegenwoordigt. Goed dat u toch weer hebt deelgenomen, maar Ik zou u adviseren om bij een volgende gelegenheid te bedanken voor de ‘eer’. Door aan te schuiven in een dergelijk discussiepanel biedt u een podium aan een marginale club als ‘een anti-Joods geluid’, want dat is het. De verzuurde en verknipte Hamburger verdient geen discussiepartners als het CIDI en de opperrabbijn om zijn leugenachtige stokpaardjes te ventileren. Toch heeft u zich goed geweerd en de enige Joodse staat waardig verdedigd. Ik wens u veel waardige gesprekspartners die u helpen het Heilige Land te promoten. 

Beste Binyomin. 

Ik had je duidelijk aangegeven dat je absoluut niet moest meedoen. Niet aan deel I en al helemaal niet aan deel II. Ik heb je na deel 1 meerdere keren gebeld en je bijna gesmeekt om je terug te trekken. Mijn redenen om absoluut niet te gaan: 1. met mensen als de heer Hamburg valt niet op een redelijke manier een discussie te voeren. 2. Een rabbijn (en zeker een opperrabbijn) heeft een religieuze functie en moet zich niet met een politiek debat in een positie laten manoeuvreren, waardoor hij mogelijkerwijs een redelijk deel van de onder hem vallende joodse gemeenschap tegen zich krijgt. Politiek bezien moet je neutraal blijven en boven de Joodse partijen blijven staan, ook boven het onjoodse geluid.

Als ik zelf terugdenk heb ik er toch wel goed aan gedaan om na deel I niet af te haken. Ik had het gevoel CIDI aan mijn (Joodse) kant te hebben en de tegenpartij een paar gevoelige dreunen te hebben toegediend, speciaal door mijn slotopmerking dat CIDI en ik geen kwaad woord hebben gezegd over de Palestijnen, aangegeven dat er een probleem is, opgeroepen tot vrede, duidelijk verschil hebben aangebracht tussen de gewone Arabische Israëliërs en terroristen als Hamas. Anders gezegd: terwijl de tegenpartij zichzelf beschadigde door uitsluitend te polariseren, probeerden CIDI en het ‘opperrabbijntje’ speciaal bij deel II te depolariseren! 

Inmiddels ben ik weer geland na een vertraging van bijna een uur, maar wel met een geweldig fijn gevoel over Berlijn, ondanks of juist door mijn decorum-positie. Even gewoon aan iets deelnemen zonder aan zet te zijn. In het volgende dagboek zal ik wel uitwijden over die indrukwekkende happening.

Plaats opmerking