Op verschillende universiteiten in Iran zijn protesten uitgebroken tegen het regime van de Islamitische Republiek. Volgend de door aan de oppositie gelieerde studenten uitgegeven Amirkabir-nieuwsbrief werd er tegen de dictatuur van de ayatollahs gedemonstreerd op vijf universiteiten in de hoofdstad Teheran en een in de noordoostelijke stad Mashhad.
De studenten droegen de door het regime verboden Iraanse vlag met de gouden leeuw en zon met zich mee, hieven spreekkoren aan tegen het regime en spraken hun steun uit aan kroonprins Reza Pahlavi, de zoon van de laatste sjah van Iran die in brede kringen wordt gezien als de leider van de oppositie in het land. De regering in Teheran stuurde onmiddellijk leden van de paramilitaire Basij-militie af op de demonstrerende studenten, waardoor het tot geweld tussen beide groepen kwam.
De Basij (‘mobilisatie’) werd ook ingezet tijdens de grote protestgolf in januari en wordt ervan beschuldigd een belangrijk deel gehad te hebben in het bloedbad tegen pro-democratiebetogers. Basij en leden van de Revolutionaire Garde, waar de militie onder valt, hebben duizenden, zo niet tienduizenden Iraanse burgers gedood in een van de grootste bloedbaden uit de moderne geschiedenis van het Midden-Oosten. In een reactie daarop verklaarde de gehele Europese Unie de Revolutionaire Garde, internationaal bekend onder het acronniem IRGC, tot een terroristische organisatie.
Het regime in Teheran probeert de hernieuwde studentenbetogingen van de afgelopen dagen razendsnel de kop in te drukken uit angst dat een nieuw bloedbad de Amerikaanse president Donald Trump geen andere keuze zal laten dan tot militaire actie tegen de Islamitische Republiek over te gaan. De VS hebben hun grootste troepenmacht geconcentreerd in het Midden-Oosten sinds de invasie van Irak in 2003. Onderhandelingen tussen Teheran en Washington over het kernwapenprogramma van de Islamitische Republiek hebben tot nu toe niets opgeleverd.