Dossiers

Oeroud familiebedrijf in nieuwe stad

In 1688 kreeg Isack den Juden zur Urmundt permissie om een bedrijf te beginnen. En dat Silvera is er nu nog, of moeten we zeggen: weer?

Esther Voet 07 juli 2021, 10:00
Oeroud familiebedrijf in nieuwe stad

Dit artikel verscheen eerder in NIW 39, 5779/ 2019. Foto’s: Esther Voet. Credit foto hierboven: Nyenrode Business Universiteit.

Er bestaat een boekje, uitgegeven door Nyenrode Business Universiteit, met
de oudste familiebedrijven van Nederland. Daar prijkt de onderneming op de zevende plaats: Silvera International, sinds 1688. We kunnen dus met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat Silvera het oudste Joodse familiebedrijf van ons land is. En je zou het niet verwachten, maar het bevindt zich in een van de jongste steden van ons land, Almere. Het pand herbergt, schrik niet, zo’n 300.000 hoogwaardige interieurstoffen,
keurig gerangschikt in enorme stalenboeken of uitgehangen in lange rekken. Dit is het domein van de familie Silbernberg, waar zoon Dennis het
CEO-stokje enige jaren geleden overnam van vader Herman, die de zaak heroprichtte. Heroprichtte, omdat de dynastie Silbernberg er even tussenuit
is geweest. Vanwege de Shoa. Toen het bedrijf medio jaren negentig het predicaat hofleverancier aanvroeg vanwege de lange staat van dienst,
werden de eigenaren daar nog even fijntjes aan herinnerd. Het secretariaat van de toenmalige commissaris van de Koningin in Noord-Holland, Jos van Kemenade, weigerde het bedrijf deze status toe te kennen. Silvera zat toen in het Noord-Hollandse ’s-Graveland. De reden voor de weigering: de familie was er ‘te lang tussenuit geweest’ om zich te mogen beroepen op de eeuwenoude geschiedenis van de voorvaders. Dennis: “Het was ‘helaas, pindakaas’.” Diezelfde bureaucratische houding ondervond ik bij de gemeente Laren (NH) toen ik een lintje voor mijn vader wilde aanvragen.
Herman geeft lezingen over zijn geschiedenis als onderduikkind, heeft boeken uitgegeven en zijn ervaringen vertaald in tekeningen en schilderijen, alles pro bono. En als er geld uit kwam, werd het gedoneerd aan CliniClowns of stichting Aylin. Daarnaast heeft hij als Joodse rugbyspeler tien jaar in het Nederlands rugbyteam gespeeld. Maar het lintje lukte ook niet.”

Stapels stalenboeken

Limburgse heuvels
De lange historie van Silvera begon met Isack den Juden zur Urmundt, die van de hertog van Gulik in 1688 toestemming kreeg zu handelen auch verkauffen mit fruchten, malzmachen auch slachten. Isack was dus ook sjocheet. Voor deze toestemming moest als Jood aan de hertog 1000 Reichsthaler per jaar worden betaald. Isack, ingeschreven in het Duitse Düsseldorf, waar de hertog zetelde, legde zich toe op stoffen in de ruimste zin des woords, tot kaasdoek aan toe. Zo ging het bedrijf over van vader op zoon, en Chaim Nathan Heijman nam in 1808, in de napoleontische tijd, de familienaam Silbernberg aan. Waarschijnlijk verwijst de naam naar de Limburgse heuvels waar een groot deel van de klantenkring van de familie woonde. Het is allemaal gedocumenteerd doordat historicus Jac Lemmens ooit in deze bijzondere familiegeschiedenis dook.

Grootvader Herman schildert ook. Dit schilderij staat in de toonkamer.

Mijnwerkersstoffen
Op deze middag zijn drie generaties Silbernberg aanwezig. Pater familias Herman, inmiddels 85, zijn vrouw Yvonne, zoon Dennis en eega Meta, en kleindochter Yvette. Ze zitten aan een grote tafel waar lekkers op staat, en er wordt tussen de generaties levendig en met de nodige humor getiktakt. Aan de muur hangt een vooroorlogse foto van Hermans vader, Philip Silbernberg, zittend naast rollen en draperieën stof. De kiek is genomen op de eerste Sittardse middenstandstentoonstelling in het Limburgse. Want hoewel het bedrijf zich nu in Almere bevindt, ligt de historie namelijk vooral in die provincie. De vooroorlogse zaak bevond zich aan de Brandstraat in Sittard, waar die goed gedijde omdat er stevige stoffen nodig waren voor de mijnwerkers. Ook leverde Silbernberg kolendoeken die de mijnwerkers voor hun neus en mond hielden om niet te veel stof binnen te krijgen. Voor de oorlog was niemand minder dan Toon Hermans nog bij de familie in dienst als etaleur. In 1941 moest de zaak via de Lippmann-Rosenthalbank worden overgedragen aan de nazi’s: er werd geroofd en gestolen. Philip en zijn vrouw Jenetta zouden de oorlog niet overleven. Zij werden in Auschwitz vermoord. Herman overleefde als klein jongetje in Limburg en België in de onderduik.

Drie generaties Silbernberg, links kleindochter Yvette

‘Nederlandse jongen’
Na de oorlog was er niets meer. Herman was na de bevrijding een jonge tiener en werd opgevangen door een voogd. Van het familiebedrijf was niets over. Al zijn herinneringen aan die tijd zijn gebundeld in het boek Jochie, je moet er trots op zijn. De oorlogsavonturen van een Joodse jongen. Naast verhalen en anekdotes staan daarin aandoenlijke tekeningen van Herman zelf. Op tv verbeeldde De Zandtovenaar Hermans verhaal, het programma werd twee keer rond 4 mei uitgezonden, en op 12 september opent een tentoonstelling met Hermans schilderijen in het Gouvernementsgebouw in Maastricht. Daarnaast komt er een theatervoorstelling waarin Hermans oorlogsverhaal is opgenomen. Na de oorlog ging Herman bij allerlei bedrijven in de leer. Opleiding had hij nauwelijks genoten; hij werd autodidact, of het nu ging om het bijhouden van administratie of het leren van talen. En hij ging in militaire dienst. “Daar had ik als Joodse jongen onderuit kunnen komen, maar dat wilde ik niet. Ik wilde vooral een Nederlandse jongen zijn. Ik kwam bij de luchtmacht terecht. Nou, dat hebben ze geweten!” grapt hij. Zo moest hij eens paraderen voor een Duitse generaal en dat vertikte hij pertinent. “Mijn superieur was van Indonesische afkomst, had in het Jappenkamp gezeten. Hij begreep mij.”

Herman en Dennis voor Dennis’ verzameling miniatuur-Ferrari’s

Intussen waren alle kennis en zakenrelaties die in de eeuwen daarvoor waren opgebouwd, verdwenen. Haast bij toeval kwam Herman na militaire dienst toch weer terecht in de textiel. Intussen leerde hij Yvonne kennen. Yvonne groeide op in Valkenburg en werd door haar moeder
naar Amsterdam gestuurd omdat haar vader zo getraumatiseerd was door de Shoa, waarbij hij op zeer dramatische wijze een nichtje verloor, dat Yvonne geen mogelijkheid kreeg zich te ontwikkelen. Vader was overmatig beschermend. Yvonne vluchtte op aanraden van haar moeder, ‘een vrouw uit duizenden’, het huis uit. Herman en Yvonne leerden elkaar kennen bij hotel American in Amsterdam. Yvonne: “Nou, ‘leerden’ kennen is overdreven, want dat doen we nog steeds!” Herman was in Amsterdam voor werk. En ofschoon de vele jaren jongere Yvonne in eerste instantie niets van hem moest weten, wist hij meteen: “Zij wordt mijn vrouw, ik vond het een leuk vrouwtje.” Ze trouwden in 1964.

Vanuit de garage
In de jaren zestig kwam Herman steeds gefrustreerder thuis. Hij zag de fouten die zijn bazen maakten. Dat kon hij beter. Yvonne: “Hij kwam thuis en dan zei hij: ‘Ik geloof dat ze knettergek zijn. Het is klaar.’” Zo waagde het echtpaar, inmiddels woonachtig in Amsterdam, in 1969 de stap en begon – in navolging van de vorige leden van de dynastie – opnieuw een eigen bedrijf in textiel. Een contact in Duitsland vormde een ongebruikelijke
start. Herman maakte een afspraak met een firma daar, maar op de dag dat hij naar Duitsland zou afreizen, viel er een brief in de bus die Yvonne onderschepte. De firma zegde de afspraak af. Yvonne: “Ik heb Herman dat niet gezegd en hem gewoon laten gaan. Eenmaal in Duitsland aangekomen, vroegen ze aan hem of hij de brief niet had ontvangen. Nee, dat had hij niet. Dat gesprek vond dus toch plaats. Met succes.”

Silbernberg werd heropgericht, vanuit de garage van hun huis in Buitenveldert. Daarna verhuisden ze naar Laren. Het echtpaar kreeg twee zoons: Dennis en Allain. Yvonne: “Met dubbel l, ja. Herman was na de bevalling zo dronken dat hij bij de burgerlijke stand een dubbele l heeft opgegeven”, lacht ze. Ook Allain is zelfstandig ondernemer, zij het minder betrokken bij het familiebedrijf. Dankzij het zakelijk talent van Herman groeide het bedrijf, mede vanwege de contacten met Amerikaanse leveranciers, waarmee ze Jiddisch spraken want de textielhandel in Amerika was nog steeds in handen van Joodse ondernemers. Dennis: “Wij spreken nog dagelijks Jiddisch, we doen veel zaken in Amerika waar in de textielwereld nog heel veel Joodse bedrijven zitten. Ik zeg: ‘Je hebt altijd een sjlemiel nodig om de sjmattes naar de klanten te sjleppen.’”

Paplepel
In de jaren negentig kwam Dennis na een studie bedrijfskunde in het bedrijf: “We hadden een mooi huis in Laren, we gingen twee, drie keer per jaar op vakantie, en het was echt niet evident dat ik de zaak in zou gaan. Maar toch vond ik het leuk om er te werken, het was me gewoon met de paplepel ingegoten. Ik kan me nog herinneren dat ik op mijn zestiende op een beurs zomaar een order van 30.000 Duitse marken boekte, een vermogen destijds, ik had geen benul van wat een grote of kleine order was. Dat ging gewoon zo, ik was er inmiddels aan gewend.” Dennis werkte eerst nog vanuit een nieuwe locatie in ’s-Graveland: “En toen het daar te
klein werd, zijn we in 2000 naar Almere verhuisd. Mijn vader had wel twee principes: hij wilde niet twee broers in de zaak en ook geen schoondochters. Daar had hij namelijk negatieve ervaringen mee opgedaan in het verleden. Nou, dat tweede heeft hij overboord moeten gooien want toch kwam mijn vrouw Meta erbij.” Meta: “Ik kreeg een heel eigen verantwoordelijkheid, draag zorg voor de accessoires als kussens en behang, en ben daarnaast gastvrouw. En nee, er is nooit ruzie geweest over zakelijke aangelegenheden.”

‘Ik had geen benul van wat een grote of kleine order was’

Combinaties
Silvera International is inmiddels een grote, internationale speler op het gebied van interieurstoffen, meubels en behang. In grote stalenboeken worden, op Amerikaanse wijze, diverse stoffen ton sur ton met elkaar gecombineerd, zodat interieurarchitecten in één oogopslag combinaties van verschillende producten kunnen zien. En zelf neuzen kan natuurlijk ook. Voor een textielliefhebber is dit moderne pand, waarvan de architectuur doet denken aan de Bauhausstroming, een waar walhalla. Als je het hier niet vindt, dan vind je het nergens. Dennis: “We leveren in principe niet particulier, maar we hebben een projectafdeling, gerund door Meta, waar we op recommandatie, meestal in samenwerking met een architect of stylist, particulieren bedienen: BN’ers, onder anderen uit de sport, met name uit de voetbalwereld, tot aan het koninklijk huis toe, komen bij ons terecht.”

Hoe nu verder? De dochter van Dennis en Meta, Yvette, heeft het hele gesprek genoeglijk mee zitten luisteren. Zij werkt, wanneer zij niet studeert, ook in het bedrijf. Het begon met een vakantiebaantje. Gaat zij of haar broer Lesley de familietraditie voortzetten? “Dat weet ik nog niet. Ik vind het leuk, maar ik voel me ook aangetrokken tot de journalistiek. Daar kan ik dus nog niets over zeggen. Maar die paplepel, die herken ik.”

Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *