Abonneer op het NIW

Het opinietijdschrift en cultureel magazine in één, voor iedereen geïnteresseerd in de Joodse wereld. Abonneer nu »

Israël

Opperrechters schrappen ‘redelijkheidsverbod’

Het Israëlische hooggerechtshof heeft de omstreden wet ongedaan gemaakt die bedoeld was om juridische toetsing van politieke besluiten te beperken. Het hof besloot met acht stemmen voor en zeven tegen de ‘redelijkheids-clausule’ buiten werking te stellen.

Redactie 14 januari 2024, 07:00
Opperrechters schrappen ‘redelijkheidsverbod’

Zonder het bloedbad van 7 oktober en het aansluitende grondoffensief in Gaza zou de beslissing van het voltallige hooggerechtshof het grootste nieuws van het jaar in Israël geweest zijn. Het is voor het eerst in de Israëlische geschiedenis dat alle vijftien opperrechters samen over een zaak besluiten. Bovendien is het de eerste keer dat een quasiconstitutionele basiswet wordt afgekeurd door de hoogste rechter van de Joodse staat. Maar Israël is sinds die tragische dag in oktober grondig veranderd en de historische uitspraak haalde nauwelijks de krantenkoppen in binnen- en buitenland. 

De omstreden wet die het parlement in juli aannam, bepaalde dat het hooggerechtshof besluiten van de regering en de Knesset niet mag beoordelen op het redelijkheidscriterium. Veel Israëli’s – de overgrote meerderheid van rechters, advocaten, rechtsgeleerden en volgens peilingen de meerderheid van de bevolking – zien die redelijkheidstoetsing als cruciaal voor de rechtsbescherming van de burger, omdat diens rechten niet gegarandeerd worden door een grondwet. De Israëlische politiek heeft nooit een grondwet opgesteld, een ernstige weeffout bij de stichting van de Joodse staat, waardoor de burger slechts door de rechter beschermd kan worden tegen de overheid.

Bescherming

Juist dit laatste wilden premier Benjamin Netan-yahu en zijn extreemrechtse en ultraorthodoxe coalitiepartners onmogelijk maken toen zij vorig jaar het verbod op redelijkheidstoetsing in recordtempo door de Knesset joegen. Die houding van ‘de meerderheid plus één mag doen wat zij wil’ leidde tot maandenlange massale protesten in de Israëlische samenleving en het aanvechten van de wet in kwestie bij het hooggerechtshof. Dat hoogste rechtsorgaan heeft nu besloten de regeling buiten werking te stellen, hoewel de regering deze had verpakt in een ‘basiswet’. Overigens worden die basiswetten – anders dan grondwetten in westerse democratieën – met een gewone meerderheid aangenomen. Ze bieden dus nauwelijks extra garanties voor de bescherming van de burger.

Het verbod op redelijkheidstoetsing was slechts de eerste van een heel pakket maatregelen dat de regering-Netanyahu hardnekkig als ‘juridische hervormingen’ blijft omschrijven, maar dat experts en de meerderheid van de Israëli’s beschouwen als een aanval op de invloed en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Zo willen de (extreem)rechtse partijen de benoeming van rechters, tot nu toe geregeld in een afgewogen proces waarin alle betrokken partijen tot een consensus moeten komen, volledig in handen van de regering leggen. De reden hierachter is dat de rechts-religieuze partijen de rechterlijke macht en met name het hooggerechtshof zien als een obstakel op weg naar een minder liberaal en seculier Israël.

Staatsgreep 

Het hof besloot de wet te schrappen met de kleinst mogelijke meerderheid, acht tegen zeven. Wel kozen slechts twee opperrechters onomwonden de zijde van de regering. De andere vijf tegenstanders hadden weliswaar ernstige bedenkingen bij de plannen van de regering, maar zagen liever een andere uitweg uit de constitutionele crisis waarin het land vanaf vandaag verkeert. Immers, de rechterlijke, wetgevende en uitvoerende machten staan nu lijnrecht tegenover elkaar. Premier Netanyahu heeft tot nu toe geweigerd te zeggen of hij zich aan de uitspraak van het hof zal houden. Doet hij dat niet, zal de oppositie dit als een ‘juridische staatsgreep’ beschouwen, een term die rechts nu al gebruikt voor de uitspraak van het hof zelf. 

Netanyahu’s minister van Justitie Yariv Levin heeft laten weten zich weinig te willen aantrekken van het vonnis, zonder echter expliciet te zeggen dat hij het niet zal uitvoeren. Vorig jaar werd de dreigende constitutionele crisis beschouwd als een ramp voor de Joodse staat, maar sinds het Hamasbloedbad van 7 oktober en de oorlog in Gaza is deze historische situatie een stuk minder belangrijk geworden voor veel Israëli’s. Toch lijkt het einde van de ‘juridische hervormingen’ nabij, gezien de extreme impopulariteit van de regering-Netanyahu. Volgens alle peilingen zou zijn rechtsreligieuze coalitie weggevaagd worden als er nu verkiezingen gehouden werden.

Boven: Premier Benjamin Netanyahu en zijn nemesis, oud-hooggerechtshofvoorzitster Esther Hayut. Foto: Noam Revkini Fenton/Flash 90

Abonneer op het NIW

Abonneer nu!
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *