Rab en Rik
Dagboek

Rab en Rik

Opperrabbijn Jacobs schrijft een dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. Het NIW publiceert deze stukken twee keer per week.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 22 december 2022, 11:12
Rab en Rik

Het is nu 00:13 uur woensdagochtend en ik ben net terug uit Middelburg waar op het stadhuis een grote menigte aanwezig was bij de menora. Na de bijeenkomst bij de menora, waar de burgemeester van Vlissingen een prima perfect voorbereide toespraak hield, leidde de rebbe van Zeeland, Luuc Smit, de avonddienst. Daarna werd ook in sjoel de menora aangestoken en toen een geweldige Hoffy’s-maaltijd met een praatje van mij. In de auto was ik op de heenweg kortstondig in slaap gevallen en op de terugweg uitgebreid (een mazzel dat ik zelf niet achter het stuur zat!). In slaap vallen ging heel eenvoudig, omdat het schitterende chanoekaconcert van maandagavond in het Concertgebouw te Amsterdam nog nagalmde in mijn gedachten. Dank aan het trio Coen Abram, David Serphos en voorzitter David Simon. 

Beste lezer van mijn dagboek: ik heb een chanoekaprobleem. Twee dagboeken per week zijn in deze tijd niet genoeg. Veel te weinig. Mijn gewone werk gaat door en daarbij komen de extra ontmoetingen bij de publieke menora-aanstekingen. Tot nu toe in Eindhoven, Zutphen (was ook geweldig, zeker de soep en latkes en ondanks de spekgladde wegen) en nu dus Middelburg.  Nieuwe mensen die we tegenkomen, enkelen echt voor het eerst en anderen na jaren weer ontmoet. Dadelijk (heet dat op dit tijdstip van het etmaal vandaag of morgen?) ga ik eerst naar Den Haag en daarna naar Arnhem. Den Haag zal ik in dit dagboek meenemen, maar Arnhem in het dagboek van zondag. 

Ik heb een chanoekaprobleem. Twee dagboeken per week zijn in deze tijd niet genoeg

Nu even relaxen voordat ik mijn bed induik. Naast mij brandt onze eigen thuismenora nog vredig. En onze woonkamer staat vol met prachtige boeketten. Het boeket dat we vanochtend (ik bedoel dus waarschijnlijk gisterochtend) ontvingen was van Jeroen Dijsselbloem, de burgemeester van Eindhoven. Opschrift op het aan het boeket bevestigde kaartje: “Beste mevrouw Jacobs. Wat vervelend dat u gister ten val bent gekomen. Hopelijk heeft u hier niet al te veel ongemak van. Veel beterschap.” Blouma kwam ten val omdat de glazen deur die ons bracht naar de kamer van burgemeester Dijsselbloem te vroeg automatisch sloot. Uitdrukkingen als ‘dit doet de deur dicht’ en ‘met de deur in (stad)huis vallen’ kwamen in mijn gedachten op toen Blouma op de grond lag. Haar helpen opstaan was niet meer nodig, want dat werd al gedaan door B en W.

Maar ook ik had een glazendeurervaring. Kennelijk dus besmettelijk. Toen ik enige uren geleden de sjoel van Middelburg uitliep, in het onverlichte sjoelsteegje, bemerkte ik niet de gesloten glazen deur. Dat heb ik wel geweten, want de deur mag dan doorzichtig zijn, hij kwam wel hard aan! Beiden zijn we dus een glazendeurervaring rijker, maar kwamen we B”H ongeschonden uit de deurconfrontatie. 

Pauze

Intussen is het ’s middags en ben ik net terug uit Den Haag. Onderweg werd ik nog even gebeld door een man op leeftijd die zich afvraagt of hij, als hij ‘er niet meer is’ en een orgaan heeft afgestaan, nog wel Joods begraven kan worden. Maar dit even als afleiding in de auto tussen Den Haag en mijn woon- en verblijfplaats.  In Den Haag mocht ik aan onze Minister Dilan Yeşilgöz het eerste exemplaar overhandigen van Rab & Rik. Die bundel is geen verzameling van dagboeken, maar is voortgekomen uit een heel jaar gedachten uit de Tora te destilleren. Het is een boek met een duidelijk Joods-religieus getinte inhoud. De sidra van de week wordt erin behandeld met aan het eind telkens twee, vaak ietwat stoute, vragen van Rik. En die vragen mocht ik, Rab, dan weer beantwoorden.

Maar wat heeft zo’n semireligieuze uitgave met onze minister van Justitie en Veiligheid te maken, hoor ik u vragen. Het eenvoudige antwoord is dat zij ook minister van Eredienst is. Maar een diepere verklaring is dat in dit boek over waarden en normen wordt gesproken. En justitie en veiligheid hebben alles te maken met goed en slecht, met het gunnen en geven van ruimte aan andersdenkenden. We vieren nu Chanoeka. Chanoeka is niet, zoals ik het de minister heb voorgehouden, het feest van de vrijheid van godsdienst en meningsuiting. Het klinkt natuurlijk prachtig om het zo te noemen, maar het dekt de chanoekalading mijns inziens niet geheel of nog iets uitgesprokener: geheel niet. Ik ben dan ook een tegenstander van zowel vrijheid van godsdienst als vrijheid van meningsuiting. En ik durf te beweren dat onze minister er ook zo in zit, althans zeker aan het eind van onze ontmoeting. Een godsdienst die oproept andersdenkenden te kwetsen of zelfs te vermoorden, mag niet getolereerd worden. Idem met de vrijheid van meningsuiting. Echte vrijheid kent grenzen, want onbegrensdheid leidt tot polarisatie en is dus levensgevaarlijk.

Ik ben dan ook een tegenstander van zowel vrijheid van godsdienst als vrijheid van meningsuiting

Ter voorbereiding van mijn bezoek aan de minister heb ik even de uitgever gevraagd hoeveel van de vijfduizend gedrukte boeken er al verkocht zijn en stiekem ook op www.bol.com gekeken. En zie: Rab & Rik staat op de derde plaats van de meest verkochte boeken over jodendom. Meer dan drieduizend exemplaren zijn in een mum van tijd via de uitgeverij in de huiskamer beland, nog voordat ik het eerste boek aan de minister van Eredienst had aangeboden. Wat er met de winst gebeurt? Het overgrote deel – de stand staat nu op 5000 euro – gaat naar een paar honderd jaar oude organisatie die als enig doel heeft de bestrijding van armoede, ondersteuning van de gezondheidszorg en hulp aan vluchtelingen in Israël, ongeacht religie, afkomst, huidskleur, politieke opvatting of noem maar op. De enige voorwaarde die deze liefdadigheidsinstelling heeft is iedere inwoner van Israël te helpen. Ik denk dat zo’n opstelling meer bijdraagt aan echte vrede voor alle in het Midden-Oosten wonende bevolkingsgroepen, dan een vrede die door de politiek moet worden gefabriceerd.

Vrede kan er uitsluitend zijn als er eenheid is in diversiteit. Rik, mijn medeschrijver en ik, Rab, hebben daarom deze publicatie het levenslicht laten zien.

Dit is een persoonlijk dagboek van de opperrabbijn en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

Plaats opmerking