Dossiers

Van Amsterdam naar Herzlia

In de serie over Nederlanders die recent alia hebben gemaakt dit keer Harry Polak en Irith Mosterd over hun ervaringen. “Onze alia komt niet voort uit angst.”

Jan Franke 17 februari 2021, 10:00
Van Amsterdam naar Herzlia

Dit artikel verscheen eerder in NIW 13, 5777/ 2017. Foto’s: Dave Sinaï.

Harry Polak en Irith Mosterd

Harry Polak (69) en Irith Mosterd (62) uit Amsterdam maakten in maart vorig jaar alia. Een paar maanden later spraken we ze voor het eerst. Ze zijn net uit de verhuisdozen en nog een beetje beduusd. Het bescheiden huurappartement in Herzlia, een rustieke, welvarende kuststad ten noorden van Tel Aviv, is al ingericht, de boekenkasten zijn gevuld en vrolijke schilderijen sieren de muren. Maar alles ruikt nog nieuw en buiten begint het grote onbekende. Iets bestellen op het terras in gebroken Ivriet, de weg of de juiste bushalte vinden, een mooie wandelroute voor het hondje Nola. Iedere nieuwe dag in Israël biedt antwoorden die op hun beurt weer vragen oproepen.

“Het voelt nog als een soort vakantie. We genieten van het weer en het land zelf, met al zijn ups en downs,” zegt Harry. “Er moet natuurlijk van alles geregeld worden, maar het gaat vrij soepel. We merken dat dit land is ingesteld op immigranten.” Polak en Mosterd werkten beiden in de geestelijke gezondheidszorg. Harry was tot aan zijn pensionering kwaliteitsmanager bij Arkin, een door fusies en overnames ontstaan monsterverbond van ggz-organisaties in de regio Amsterdam. Irith werkte jarenlang als activiteitenbegeleidster bij het Sinai Centrum in Amstelveen. Door bezuinigingen kwam een deel van haar baan te vervallen. Toen ging de bal rollen. Irith: “We dachten: nu moeten we de stap zetten. Voor veel mensen is het pensioen een moment om zaken af te sluiten, maar wij vonden het juist mooi om iets nieuws te beginnen. We zijn nu nog gezond en energiek.”

‘Voor veel mensen is het pensioen een moment om zaken af te sluiten, maar wij vonden het juist mooi om iets nieuws te beginnen’

Katwijk
Israël speelde altijd al een grote rol in het leven van het echtpaar. Harry groeide op in Katwijk en zat bij Haboniem. “Daar kwam het eerste zionistische en Joodse gevoel binnen. Dat is toch blijven hangen.” Regelmatig gingen ze met het gezin naar Israël op vakantie. Het reilen en zeilen van het land werd steevast aan de keukentafel besproken. Ze waren actief in de Liberaal Joodse Gemeente en Harry zat in het bestuur van verschillende Joodse organisaties. Harry, lachend: “We zouden nooit naar Spanje of zoiets verhuizen.” Ook hun drie inmiddels volwassen dochters gingen naar Haboniem. De jongste, Tamar (27), was acht jaar geleden de eerste die de stap naar Israël waagde. Haar studie in Nederland wilde niet zo vlotten, ze nam een tussenjaar in Israël, ging achter de man van haar dromen aan, en maakte alia. Irith: “Onze oudste dochter, die ook is getrouwd met een Israëli, heeft een zoontje. Zij wonen in Amsterdam, maar willen eveneens alia maken. Daar kijken we heel erg naar uit, want we missen die kleinzoon vreselijk. Dat vind ik tot nu toe het moeilijkste van de verhuizing.” De middelste dochter woont in Amsterdam met haar Nederlandse, niet-Joodse partner en heeft voorlopig geen aliaplannen.

Ondertussen vullen Harry en Irith hun dagen met de bureaucratie waar alle oliem chadasjiem mee te maken krijgen. Een bankrekening openen, het rijbewijs omzetten, een Israëlische verblijfsvergunning bemachtigen zonder dat je het Nederlandse paspoort verliest. Het blijkt nog niet zo makkelijk om binnen te komen in de juiste oelpan. En als je geen auto hebt, kom je op sjabbat echt niet makkelijk de stad uit, dus daar moet ook een oplossing voor komen. En wordt het dan een tweedehandsje of toch maar nieuw? De prijzen zijn hoe dan ook bepaald niet mals. Harry en Irith maken een optimistische, maar ook voorzichtige indruk. Ze zijn beleefd, geduldig en onafscheidelijk. Ze nemen kleine, weloverwogen stapjes.

Dialoog
Maar het verhaal van hun alia heeft een aanloop. Achteraf bezien waren de aanslagen van 11 september 2001 een kantelpunt. “Er ontstond toen veel wantrouwen in de Nederlandse samenleving,” zegt Harry. “In Amsterdam begonnen daarom projecten om bruggen te slaan tussen moslims en Nederlanders, en tussen Joden en moslims. Ik heb daar altijd veel energie in gestoken.” Maar Harry nam het werk en de zorgen soms mee naar huis. Het raakte hem. De frustraties liepen op. Irith, met gevoel voor understatement: “Ik vind dat je daar soms te ver in ging.” Er waren slapeloze nachten. “Er zijn uiteindelijk wel goede dingen uit gekomen en die bestaan ook nog, maar het was vaak een paar stappen vooruit en dan weer een stapje terug,” beaamt Harry. “Ik spande me ervoor in omdat ik de ander wilde leren kennen en wilde ontdekken of het nu allemaal zo erg is met intolerantie en antisemitisme onder moslims in Amsterdam.” Hij aarzelt even en zoekt zorgvuldig naar woorden. Dit is duidelijk een onderwerp dat hem hoog zit. “Helaas wordt het wel erger. Wij zijn niet gediscrimineerd, maar wij zijn liberaal en niet-herkenbaar Joods. Onze alia komt niet voort uit angst. Maar voor orthodoxe Joden zijn de scheld- en spuugpartijen duidelijk erger geworden. Links Nederland is extreem kritisch tegenover Israël, om andere groepen in de samenleving maar te vriend te houden, lijkt het wel. Ik kreeg daar een heel akelig gevoel van.”

Er zijn voorbeelden te over van ontwikkelingen in Nederland die het echtpaar de afgelopen jaren bezorgd gadesloeg. De aangescherpte bewaking van Joodse instellingen, de antizionistische uitlatingen van de Belgisch-Libanese activist en schrijver Dyab Abou Jahjah in het veelbekeken televisieprogramma van Jeroen Pauw, het debat over kosjer slachten, de afbrokkeling en versplintering van Joodse instellingen in Nederland. “Of neem nu die ophef over de stedenband tussen Amsterdam en Tel Aviv van een tijdje geleden,” zegt Harry. “Dat verbaasde mij niets. Er is nu eenmaal een groep mensen die rode vlekken voor de ogen krijgt zodra je met Israël aankomt. Maar dat de Amsterdamse gemeenteraad daar zo ver in meeging vond ik schokkend en zorgelijk.”

Op Facebook deelt Harry graag zijn gedachten over de ontwikkelingen in Nederland en Israël. Zijn alia-columns op de website van Crescas worden graag gelezen in Joods Nederland. Vaak probeert hij de zaken van meerdere kanten te belichten, te schrijven over de kleine groep moslims die hardnekkig weigert aan te sluiten bij de moderne samenleving, maar ook over de gematigde, moedige krachten in die gemeenschap. Over het verdwijnen van Joodse organisaties in Nederland, maar ook over de nieuwe aanwas in de gemeenschap. Het leven in Israël geeft nieuwe, interessante perspectieven. “Die heftige discussie over een mogelijk verbod op boerkini’s op de stranden in Frankrijk. Dat soort zaken is hier totaal geen issue. Dat vind ik razend interessant. Je blik wordt ruimer.”

‘Zaken als de boerkini zijn hier totaal geen issue. dat vind ik razend interessant. Je blik wordt ruimer’

Ingeburgerd
Ruim een half jaar later lopen Irith en Harry met stevige pas naar hun oelpan in Tel Aviv. Ze hebben allebei de vrolijke rugzak om die ze van de school hebben gekregen. De seniorenklas van Irith zit vol Franse oliem, en een enkele Oekraïner. Hun nieuwe leven in Israël staat inmiddels behoorlijk op de rails. Bankrekening, zorgverzekering en auto zijn geregeld. De belastingdiensten zijn ingelicht. “We zijn redelijk deskundig geworden. Uiteindelijk is het allemaal best makkelijk gegaan. Maar ik las de afgelopen maanden ’s avonds geen boeken meer. Mijn hoofd zat gewoon te vol,” zegt Irith. “Daaraan merk ik hoe intensief het toch is geweest.”

Hun oudste dochter Rosaura heeft inmiddels ook alia gemaakt met haar jonge gezin, dus door het oppasschema is het een stuk drukker geworden. Harry en Irith hielpen haar bij het zoeken naar een huurhuis in Herzlia. Zo leerden ze hun eigen stad beter kennen “We voelen ons al een stuk meer thuis,” zegt Irith. “Kortgeleden waren we voor het eerst naar Nederland op vakantie. We hadden echt het gevoel dat we hier de deur van ons huis achter ons dichttrokken, en dat we naar huis gingen toen we uit Amsterdam vertrokken. Maar veel dingen zijn nog steeds moeilijk hoor! Omdat we de taal niet goed spreken, moeten we overal veel meer ons best voor doen.”

Er wordt al voorzichtig naar de toekomst gekeken. Irith zou wel in het nabijgelegen Nederlandse bejaardentehuis Beth Juliana willen werken, wellicht als vrijwilliger. Harry hoopt de dialoog weer op te kunnen zoeken. “Er gebeurt hier zoveel dat je je geen seconde hoeft te vervelen. Ik wil graag iets bijdragen aan het land. Maar laat me eerst maar eens fatsoenlijk de taal spreken.”

Hoewel ze hun huurhuis in Amsterdam hebben aangehouden is van een plan B eigenlijk nooit sprake geweest. Alle spullen kwamen over in een container. Ze besloten daartoe uit de overtuiging dat een emigratie alleen kan slagen als je je volledig committeert. “Toen wij in Nederland vertelden dat we op alia gingen, reageerden veel vrienden verbaasd. In onze kring van de Liberaal Joodse Gemeente doen maar heel weinig mensen dat,” zegt Harry. “Ook Israëli’s reageren vaak verbaasd als ze horen waar wij vandaan komen. Maar uiteindelijk zijn ze altijd heel blij dat je gekomen bent. Ze willen je hier. Dat is erg mooi om mee te maken.”

Opmerkingen (1)
Michael Jacobs 19 februari 2021, 22:12
"Ze willen je hier. Dat is erg mooi om mee te maken." De klemtoon ligt op 'willen'.
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *