Deel 1: Van rijk en arm

Kibboetsen maakten voor, tijdens en na het uitroepen van de staat Israël een essentieel onderdeel uit van de opbouw en verdediging van het land. Ze vormden unieke gemeenschappen die je nergens anders ter wereld terugvindt. Esther Voet en Bart Schut bezochten in deze mede door Maror mogelijk gemaakte serie acht kibboetsen om in het kader van 75 jaar Israël te kijken hoe ze er in 2023 voor staan. Wat is veranderd en wat hetzelfde gebleven? En hoe ziet de toekomst van dit typisch Israëlische fenomeen eruit?
Nieuwe villa’s in 
kibboets Maäbarot
Foto: Bart Schut
Nieuwe villa’s in kibboets Maäbarot Foto: Bart Schut

Tot het ooit zo romantisch neergezette kibboetsleven lijkt in de eenentwintigste eeuw ook het kapitalisme te zijn doorgedrongen. Het collectieve karakter van de op socialistische leest geschoeide levenswijze staat onder druk. Scheefgroei tussen kibboetsbewoners leidt tot spanningen.

TEKST EN FOTO’S: ESTHER VOET EN BART SCHUT

Het is 38 graden in de schaduw als wij in Maäbarot aankomen. Met een luchtvochtigheid van meer dan 80 procent is het alsof iemand een dikke, natte deken om ons wikkelt als wij uit de auto stappen. De kibboets ligt hemelsbreed nog geen tien kilometer noordoostelijk van Netanya. Karel Vissel komt ons met uitgestoken hand tegemoet op de parkeerplaats. Maäbarot wordt omringd door onaantrekkelijke fabriekjes, het geheim achter het succes van de kibboets. Maar schijn bedriegt. Dieper in het dorp opent zich een waar paradijs aan bijzondere bloemen, planten en bomen.

Vissel is gekleed op het weer, op de bijna overdreven informele manier waar Israëli’s om bekendstaan. Sandalen, korte broek, T-shirt … geef hem eens ongelijk. Karel – een neef van NIW-redactrice Achsa Vissel – heeft een brede grijns op zijn zonverbrande gezicht als hij ziet hoe de Nederlandse journalisten worstelen met de hitte. Zijn bewegingen zijn rustig en doordacht, bijna sloom, aangepast aan de temperatuur. Zijn accent is eerder Amerikaans dan Israëlisch, een gevolg van de jaren die hij doorbracht in de Verenigde Staten. Opgegroeid is hij echter op Terschelling. Het zou een mooie titel voor een biografie zijn: van de Brandaris via Boston naar Maäbarot.

Vissel gaat ons voor naar het hart van de kibboets: de gemeenschappelijke eetzaal, een fenomeen dat in veel kibboetsen verdwijnt naarmate het collectieve aspect van het samenleven op de achtergrond raakt.

Ontmoetingsplaats

Zo niet in Maäbarot. Dit is een honderd procent collectieve kibboets, een van de laatste in Israël. Hier zit een paradox in, die we op onze rondreis langs acht kibboetsiem in het land vaker zullen tegenkomen: Maäbarot is rijk en die rijkdom betekent dat het dorp zich kan veroorloven vast te houden aan de socialistische stichtingsfilosofie. Is het symbolisch voor dit soort verregaand collectivisme, dat het alleen binnen een kapitalistische context kan functioneren? En hoe: in 2017 verkocht de kibboets zijn babyvoedingbedrijf Materna voor een kleine 150 miljoen euro aan voedselgigant Nestlé. Met zo’n vijfhonderd leden kwam dit neer op bijna 300 duizend euro per inwoner. Ieder kreeg zo’n 60 duizend euro uitgekeerd, de rest werd geïnvesteerd in de toekomst van de kibboets.

En dat is te zien. Het gras waarover wij lopen, is perfect onderhouden, net als de pracht aan planten, struiken en bloemen die het terrein sieren. De scootmobiels waarmee de leden zich over het terrein bewegen lijken gloednieuw, de kinderspeeltuin zou niet misstaan in de chicste Nederlandse nieuwbouwwijk en de kibboets heeft zijn eigen verzorgingstehuis, met voldoende personeel en voorzien van alle moderne gemakken.

De eetzaal is het centrale ontmoetingspunt voor de bewoners van Maäbarot

We spreken met Karel Vissel in de gekoelde centrale eetzaal, nog steeds de ontmoetingsplaats voor de kibboetsniks, zij het minder dan vroeger. Of we iets willen eten? Vissel leidt ons langs uitstekend uitziende gerechten en een enorme saladebar. Wij houden het bij een flesje water. De eetzaal is relatief leeg, slechts vier tafeltjes van de tientallen zijn bezet. Veel kibboetsniks eten nu gewoon thuis. Vissel: “Vroeger kende je iedereen die in de kibboets woonde, omdat je elkaar tegenkwam in de eetzaal. Nu is dat minder geworden. Ook omdat veel bewoners zijn getrouwd met partners van buitenaf, die zich liever in hun privéomgeving terugtrekken. En ikzelf kom hier nooit meer. Ik werkte een paar jaar in de viskwekerij en daarna repareerde ik computers. Ik kon geen hap meer rustig door mijn keel krijgen, want als ik hier at, werd ik aangesproken door iedereen die een computerprobleem had.”

Pionierstijd

Sinds de enorme kapitaalinjectie in 2017 discussiëren de leden van Maäbarot vaker en openlijker over het loslaten van het collectivisme dat al sinds de oprichting in 1933 bestaat. De kiem werd gezaaid door leden van Hashomer Hatzair, een socialistische, seculier-zionistische jongerenorganisatie die in 1903 werd opgericht. Maäbarot betekent ‘opvangkamp’ en die naam kennen we vooral van de kampen waar Joodse vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika kort na de Israëlische onafhankelijkheid werden opgevangen. Maar de hal van de eetzaal hier is behangen met zwart-witfoto’s uit de pionierstijd. Daarop staan vooral uit Hongarije afkomstige, zonverbrande, gespierde Joodse jonge mannen en vrouwen in korte broeken, vaak met een geweer over de schouder.

Maäbarot is zo groen, we lijken de tuin van Eden binnen te lopen

Wij slenteren achter Vissel de hitte weer in. Hoewel … Maäbarot is zo groen en biedt zoveel schaduw dat het er zelfs bij zulke temperaturen goed toeven is. De bomen, struiken en planten hebben naambordjes, wij hebben het gevoel de tuin van Eden binnen te lopen. In fonteinen zwemmen enorme koi, brokaatkarpers die als siervissen over de hele wereld geëxporteerd worden. De kibboets heeft een belang in een farmaceutisch bedrijf en ‘we doen in avocado’s’. Nog altijd verdient ieder lid van de kibboets hetzelfde, maar of dat zo blijft, betwijfelt Vissel. Binnenkort wordt erover gestemd. Het interesseert hem niet veel: “Wat moet ik met al dat geld? Ik weet niet eens of het gaat gebeuren.”

Schril contrast

De huisjes zoals die waarin Vissel en zijn vrouw Michal wonen, zijn sober en compact, maar goed onderhouden. Dat was in het begin wel anders. De twee wonen al vanaf 1985 in Maäbarot, en ze begonnen niet in dit huis: “Totdat onze zoon Raviv drie was, woonden we in een klein kamertje dat werd gescheiden door een gordijn. Daarachter lag het slaapgedeelte, en er was een piepklein keukentje met badkamertje. We sliepen elke dag op de bank, wat onze nachtrust niet ten goede kwam.” Zijn herinnering staat in schril contrast met wat we nu zien. In zijn zelfgebouwde schuur ligt nog het frame van de fiets waarmee Karel ooit van Nederland naar Griekenland fietste, vandaar maakte hij met de boot de oversteek naar Israël.

Iets verderop ligt een prachtig zwembad, waar het in de schaduw van omringende bomen goed toeven is. We treffen er de leden van de zwembadwacht, die aan een tafel zitten te roken. Een van hen komt net terug van een vakantie in Amsterdam. De brigade heeft het niet altijd zo rustig, een week eerder nog werd een 16-jarige zwemmer van de verdrinkingsdood gered en gereanimeerd toen hij duiktraining deed in het bad. Nu wordt er aan de tafel vooral over de politieke ontwikkelingen in het land gesproken. Het is niet verwonderlijk dat de pogingen van de regering de rechterlijke macht onder haar controle te brengen op weinig sympathie kunnen rekenen onder de afstammeling van Hashomer Hatzair-pioniers.

Tesla’s

Vissel gaat ons voor naar de rand van de kibboets, waar Arabische bouwvakkers – ze begroeten ons met ‘as-salaam aleikum’ – bezig zijn heuse villa’s uit de grond te stampen. Een aantal panden wordt al bewoond en die vormen een stevig contrast met de sobere woninkjes in het oudere deel van Maäbarot. Dit zijn huizen die niet zouden misstaan aan de kust van Marbella in Zuid-Spanje. Op een parkeerplaatsje worden Tesla’s opgeladen.

Wat moet je doen voor zo’n huis? ‘Hier al veertig jaar wonen,’ bromt hij

Wat moet je doen om zo’n huis te krijgen, vragen wij onze gids. “Hier al veertig jaar wonen,” bromt hij. Zo vergaar je punten en via dat systeem kunnen de bewoners steeds mooiere en grotere huizen krijgen. Zorgt dit niet voor jaloezie onder de kibboetsleden? “Natuurlijk wel. De mens is de mens.”

Van een socialistisch gelijkheidsideaal lijkt hier geen spoor meer over. Het enige nadeel voor de villa bewoners is dat hun wijkje zo nieuw is dat er nog geen bomen staan en de hitte er dus – anders dan in het groene hart van de kibboets – bijna ondraaglijk is. We zien niemand die zich in deze middaghitte op straat durft te begeven. Zijn deze huizen privébezit? Zeker niet, vertelt Vissel. Na overlijden vallen de huizen weer toe aan de kibboets. Er is dus geen sprake van bijvoorbeeld overerving. Want ja, er zitten ook nadelen aan het kibboetsleven: “Er wordt je gezegd wat je moet doen. Dat mag wel en dat mag niet. Ik zou mijn huis graag aan mijn kind geven, maar ook dat mag niet.”

Desondanks zal zoon Raviv met zijn vrouw Aviv volgende week toch terugverhuizen naar de kibboets, vertelt Vissel. “Michal en ik zijn net grootouders geworden van ons eerste kleinkind, Peleg. Raviv is hier opgegroeid, Aviv in Tel Aviv. Ze ontmoetten elkaar in het leger en woonden de afgelopen jaren in Tel Aviv. Maar daar is het leven zo druk en duur geworden, dat ze hebben besloten zich in Maäbarot te vestigen. Natuurlijk vooral voor Peleg, want ‘wie wil zijn kind hier nu niet op laten groeien?’ Het is een fenomeen van de afgelopen jaren. Trokken voorheen veel kibboetsniks naar de grote stad, nu zie je een voorzichtige tegenbeweging.

________________________________________

Een 113 jaar oude geschiedenis

De eerste kibboets ooit was het in 1910 gestichte Degania Alef, ‘Korenbloem-A’, net ten zuiden van het Meer van Tiberias. Na de mislukte Eerste Alia (1881-1903), probeerde een tweede golf immigranten het vanaf 1904 met meer succes. De filosofie achter de kibboetsen was socialistisch zionisme, met een vleugje Muskeljuden-leer van Max Nordau. De eerste kibboetsniks lieten zich beïnvloeden door het oude Sparta; vandaar dat in veel nederzettingen de kinderen van hun ouders werden gescheiden en in zalen sliepen in plaats van bij hun gezinnen.

Bewoners van kibboets Migdal, gesticht in 1910

Naast een politieke overtuiging was het collectivisme van de kibboetsiem bittere noodzaak. Landbouw in Palestina was vaak te moeilijk voor individuele Joodse boeren: de Negev was te droog, de heuvels van Judea te rotsachtig, Galilea te moerassig. Bovendien was het gevaarlijk, alleen in groepen konden de pioniers zich verdedigen tegen aanvallen van Arabische bandieten of erger. Daarnaast was het land vaak gekocht door zionistische organisaties, niet door individuele boeren.

In de jaren twintig, tijdens de Derde Alia, waren het vooral de socialistisch zionistische jeugdbewegingen zoals Haboniem, Hashomer Hatzair en Dror die het voortouw namen in de kibboetsbeweging. In de tijd van het Britse mandaat kregen de nederzettingen nog een extra functie: ze bewaakten de grenzen van de toekomstige Joodse staat.

Er wonen nu nog zo’n 100 duizend Joden in 270 kibboetsen

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog telden de 79 kibboetsen ruim 24 duizend bewoners, zo’n vijf procent van de Joodse bevolking in het gebied. In 1948 werd een aantal onverdedigbare kibboetsiem in de Jordaanvallei ontruimd en andere werden veroverd door de Arabieren, zoals het Etsionblok. Na de onafhankelijkheid groeide het aantal kibboetsbewoners naar 65 duizend, om in 1989 zijn hoogtepunt te behalen: 129 duizend. Sindsdien dalen de aantallen: op dit moment wonen er nog iets meer dan 100 duizend Israëli’s in 270 kibboetsen.

Het overgrote deel (230) daarvan is aangesloten bij het seculiere Hatnua Hakibbutzit, de Verenigde Kibboetsbeweging. Zestien zijn verenigd in een religieuze koepelorganisatie.

De meeste kibboetsen hebben inmiddels hun strikte collectivisme opgegeven. Hierover moet met een meerderheid van stemmen van de leden (wat niet per se hetzelfde is als het aantal bewoners, niet-leden huren vaak woningen in de nederzettingen) worden besloten. Veel kibboetsniks vinden collectivisme met een vaste vergoeding per maand, onafhankelijk van het werkelijke eigen inkomen, niet meer van deze tijd. Andere, vaak oudere leden houden vast aan de basisgedachte. Alle collectieve kinderslaapzalen zijn inmiddels afgeschaft.

Landbouw blijft een belangrijke activiteit, vaak met behulp van buitenlandse vrijwilligers. De 270 kibboetsen zijn goed voor 40 procent van de totale Israëlische landbouwproductie. Daarnaast staan in vrijwel alle kibboetsiem moderne fabrieken. De verdiensten daaruit komen vooral uit de biomedische sector, informatietechnologie en defensie-industrie.

________________________________________

Drop en stroopwafels

Beit Haëmek ligt een kleine twee uur rijden noordelijk van Maäbarot. Het ligt op een steenworp van de kuststad Akko en ten zuidoosten van Naharia. De kibboets, gelegen tussen bananen- en avocadoplantages, is bekend bij veel Joodse Nederlanders.

Op het eerste gezicht lijkt Beit Haëmek op Maäbarot: dezelfde gekleurde metalen hekken bij de entree en fabrieken aan de buitenrand, zoals dat van Sartorius, een Duits biomedisch bedrijf waarin bases voor celkweek worden geproduceerd. En ook hier centrale gemeenschapsgebouwen omringd door groen en lage huisjes. Maar wie goed kijkt, ziet al snel verschillen. In de kibboets, die in 1949 door Britse leden van de zionistische jeugdbeweging Haboniem (‘de bouwers’) gesticht werd, zijn de huizen en tuinen net iets minder goed onderhouden. De scootmobiels waarmee de bewoners zich door de kibboets bewegen, zijn net iets ouder, de grasvelden iets minder precies gemaaid.

Huizen in Beit Haëmek met uitzicht op Naharia

Al snel wordt duidelijk dat de bewoners het minder ruim hebben dan de kibboetsniks in Maäbarot. Dit is het thuis van de van oorsprong Nederlandse Salo Soesan en zijn vrouw Ineke Soesan-Vierenhalm. In de jaren vijftig streek hier zelfs een groep van 45 Nederlandse oliem neer, van wie nog kinderen in de kibboets wonen. Ze zijn volledig geassimileerd tot Israëli’s, met Nederland hebben ze over het algemeen weinig meer.

‘Ik heb vanmiddag nog kroketten gemaakt, dat wilde mijn zoon leren’

Ook de kinderen van de Soesans niet: “Alleen de liefde voor drop en stroopwafels,” zegt Salo en Ineke vult aan: “Ik heb vanmiddag nog met mijn kleinzoon kroketten gemaakt, dat wilde hij graag leren.”

Rode cijfers

Terwijl Ineke ons grote glazen versgemaakte citroenlimonade voorzet, relativeert ze: “In iedere kibboets vind je nog wel een Nederlander.” Salo Soesan vertelt over de geschiedenis van Beit Haëmek. Vanaf 1949 ging het de kibboets tot begin jaren tachtig voor de wind. Dat veranderde door de invoering van de nieuwe sjekel en de enorme inflatie. Toen een aantal investeringen door de leiding fout afliepen, kwam de kibboets diep in de rode cijfers terecht. In het laatste decennium van de vorige eeuw vertrokken zestig leden. “Het was echt een crisis. Als gezin kregen wij nog maar vijftig sjekel per maand. Toen Netanyahu aantrad, heeft hij zestien van de slechtst functionerende kibboetsiem uit het slop proberen te halen, waaronder Beit Haëmek. De staat nam onze schulden over, die wij over een periode van 25 jaar moesten terugbetalen.”

‘De baas van de keuken ging veel meer verdienen, dat gaf wrijving’

Over de manier waarop werd eindeloos gediscussieerd, vertelt Ineke Soesan: “Er gingen stemmen op om te privatiseren: alleen nog het eten en de auto’s gemeenschappelijk. Of alleen het eten gemeenschappelijk, of juist alleen de auto’s gemeenschappelijk. En er werden lage en hoge lonen ingevoerd. De baas van de keuken ging veel meer verdienen dan de arbeiders op de bananenplantage, terwijl dat veel zwaarder werk was. Dat gaf wrijving.” Voor die banen worden nu Arabische Israëli’s uit omringende dorpen aangetrokken. De banden met die werknemers zijn overigens uitstekend. Mensen komen bij elkaar thuis.

In de kibboets zelf voltrok de transformatie zich beslist niet zonder slag of stoot. De echtparen van in de veertig dreigden met vertrek als hun privileges zouden worden afgenomen, zoals de studie van de kinderen die door de kibboets werd betaald. “Maar wij waren al vijftigers en vielen tussen wal en schip. Onze kinderen zaten in het leger en hadden daarna geen recht meer op studiefinanciering. Wij zaten zonder pensioen en zonder geld. Onze kinderen gingen daarom weg,” vertelt Ineke. Kinderen van de veertigers bleven en er was zelfs een ledenstop die tien, twaalf jaar duurde.

Was omzetting naar een mosjav, een coöperatie van boerderijen in privé-eigendom, geen optie? Salo: “Daar werd jarenlang geldverslindend onderzoek naar gedaan. Door de wettelijke rompslomp die dat met zich meebracht, werd daar uiteindelijk niet voor gekozen.”

Slachthuis

Toch zette de privatisering door. “We hebben een aantal zaken gemeenschappelijk gehouden, zoals de eetzaal, de gezondheidszorg, de gemeenschappelijke feesten en het onderwijs. Daar draagt nu nog altijd iedereen aan bij,” vertelt Ineke.

Vanaf 2000 moest iedereen voor zijn eigen pensioen gaan zorgen. Dat was in de laatste jaren van de werkzame periode van Salo en Ineke. Inmiddels is er een systeem opgebouwd voor nieuwkomers. Ben je financieel in staat een huis te bouwen en kun je dat bewijzen, dan moet je eerst een jaar lang laten zien dat je sociaal genoeg bent om in de gemeenschap te functioneren. Pas als je door de ballotagecommissie bent gekomen, mag je gaan bouwen. In de praktijk komt het erop neer dat je drie jaar een onderkomen in de kibboets moet huren.

Salo Soesan: “Maar toen verdriedubbelde de regering ineens de grondprijs, die ging van 150 duizend naar 550 duizend sjekel. Je lidmaatschap voor de kibboets kost ook nog eens 150 duizend sjekel per echtpaar (een sjekel is ongeveer 25 eurocent, red.). En dan moet je nog gaan bouwen. Met de gestegen prijzen gaat je dat in totaal zo’n 2,5 miljoen sjekel kosten. Wil je hier in Israël komen wonen, moet je eigenlijk miljonair zijn. Alleen dan heb je een redelijk leven.”

Ballotage

Inkomsten van de kibboets worden sinds de verkoop van een celkweekpatent gehaald uit avocado’s, lychees, kippen en koeien. Daarnaast is er een project met de automatisering van honingwinning en een kleine cannabisplantage. In Akko staat een grote gezamenlijke fabriek waar alles voor de vleesproductie is geïntegreerd: voeding voor de kippen, slachthuis en verkoop.

Salo en Ineke Soesan kochten hun huis en in tegenstelling tot de praktijk in Maäbarot blijft dat na hun overlijden familiebezit. Dat wil zeggen: als de erven lid worden van de kibboets. “Onze zoon wil dat, hij is hier geboren en wil na twaalf jaar weer terug. Iedereen kent hem al jaren. Hij werkt nu in de eetzaal, maar ook hij moet gewoon het ballotagepad bewandelen,” zegt Ineke. En toch heeft ook hun zoon het ervoor over, want ook hier is er trek vanuit de stad naar de kibboets en het platteland. Salo: “Wat wil je ook. Als je kleine kinderen hebt, lopen ze hier zo de deur uit en zijn ze veilig. In de lockdownperiode was het hier een paradijs voor ze. Dat is wat de kibboets ook de komende generaties kan bieden.”

Deze serie is mede mogelijk gemaakt door Maror. Het artikel verscheen eerder in het NIW39 van 18 augustus 2023

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Kibboetsen

Deel 4: Het diepe zuiden