Dossiers

Vast in een vergeten oorlog

De Joden in de Oekraïense badplaats Marioepol proberen met man en macht het hoofd boven water te houden en willen de dramatische, niet-erkende Oekraïense geschiedenis van de Shoa een gezicht geven. Verslag uit een verscheurd gebied.

Esther Voet 02 september 2020, 10:00
Vast in een vergeten oorlog

Rijdend door de zacht glooiende heuvels van de oostelijke Oekraïne is het niet moeilijk te raden waarom de vlag van het land uit twee strepen bestaat: van boven blauw, van onder geel. Onder een eindeloze, strakblauwe hemel rijpen onafzienbare graan- en zonnebloemvelden. Het is drie uur rijden over een hoofdweg met diepe gaten en uitgesleten asfalt, die op diverse plekken wordt vernieuwd. Geen overbodige luxe, zeker niet als je weet dat de stad waar we naartoe moeten, de kustplaats Marioepol, op nog geen vijftien kilometer ligt van het front met de internationaal niet erkende, door Rusland gesteunde volksrepubliek Donetsk.

Het vliegveld van Marioepol is voor de burgerluchtvaart gesloten; dichterbij dan het vliegveld van Zaporizhia op zo’n tweehonderd kilometer afstand, kwamen we niet. Daarom zijn we van daaruit nu over de weg onderweg naar het zuidoosten. Over deze vergeten oorlog in de achtertuin van Europa horen wij in Nederland alleen nog iets als die in verband wordt gebracht met het neerschieten van vlucht MH17. Kranten spreken over een wapenstilstand, maar we zullen later merken dat daar geen sprake van is. Om de stad binnen te komen, moeten we langs verschillende checkpoints.

Rookpluimen
Marioepol is niet bepaald de badplaats waar je als Nederlander graag je vakantie doorbrengt. Het is grauw. Even buiten het centrum zien we de talloze rookpluimen van zware industrie. Marioepol heeft de naam de meest vervuilde stad van Europa te zijn. Ook is het de thuisbasis van rabbijn Mendel Cohen, die in de stad was toen pro-Russische rebellen met hulp van Vladimir Poetin in 2014 binnenvielen. Tot op het laatste moment wilde Mendel Cohen bij zijn kehilla blijven, maar toen hem werd verordonneerd nu, meteen, te vertrekken, maakte hij zich op het nippertje uit de voeten. Even later hadden de rebellen de stad in handen. Veel inwoners van Marioepol hadden al Russische speldjes klaarliggen, om ze ‘te verwelkomen’. Ze namen het zekere voor het onzekere en vreesden eenzelfde scenario als op de Krim, waar de Russen eerder dat jaar waren binnengevallen en dat door Rusland werd ingelijfd. Heel lang was Marioepol ook een pro-Russische Oekraïense stad. Die houding draaide na de inval. Met de grootst mogelijke moeite veroverde het Oekraïense leger Marioepol terug, maar het bleef er nog jaren onrustig. Rabbijn Mendel, geboren en getogen in het Israëlische Haifa, reisde voor de Joodse feestdagen op en neer naar de achtergebleven Joodse inwoners. En toen kwamen daar de Joodse vluchtelingen uit door de rebellen bezet gebied bij, die door zijn gemeenschap zo goed en zo kwaad als het gaat, worden opgevangen. 

Marioepol is niet bepaald de badplaats waar je graag je vakantie doorbrengt

Naar positie één
Nadat deze kleine Nederlandse delegatie van Christenen voor Israël (CvI) waarmee ik op reis ben, is ingecheckt in het hotel, stoppen twee Oekraïense legerauto’s voor de deur. Een van de inzittenden is commandant Pavlo Khazan, Joods en een goede vriend van rabbijn Mendel. Voor de oorlog was Khazan actief in de internationale milieubeweging. Hij was analist op het gebied van vervuiling, vulde zijn dagen met het nemen van monsters in de door de zware industrie en de kernramp bij Tsjernobyl geteisterde Oekraïne en streed tegen de grote fabrieken die het land vervuilen. Hij had banden met het Nederlandse Milieudefensie en sprak zelfs in Amsterdam tijdens bijeenkomsten met Shell. Maar hij heeft nu een grotere uitdaging. Khazan leidt een relatief nieuwe eenheid van het Oekraïense leger die zich toelegt op communicatie en inlichtingen. 

Esther Voet aan het front met commandant Pavlo Khazan

Als we willen, kan hij vanavond drie mensen meenemen naar het front. Nou, niet echt het front, maar naar positie één, op zo’n vij onderd meter afstand. Voorwaarde: helm op, donkere kleding en kogelvrij vest aan. 

Vader en zoon Prins (vader is lid van het ondernemersplatform van CvI) en ik heisen ons even later in de auto van Khazan. Met een veel te grote helm op die voortdurend van mijn hoofd wil rollen, komen we even later aan in oorlogsgebied. Ik ben me als journalist bewust van het feit dat ik dit conflict nu van maar een kant beschrijf, maar deze avond toont wel dat de ‘wapenstilstand’ waarover de westerse media berichten, slechts een woord is en dat het er in de praktijk heel anders uitziet. Gisteren nog zijn zeven Oekraïense soldaten tijdens gevechten omgekomen.

De wind waait door het wuivende gras, alsof duizenden stemmen fluisteren wat hier is gebeurd

Schoten
We rijden naar Shyrokyne, een dorpje aan de kust, op een paar kilometer afstand van Marioepol, dat we naderen in het schemerdonker. Van een afstand zien we prachtige villa’s, totdat we ze dichter naderen en de verwoesting van oorlog zien: Shyrokyne is een spookdorp geworden, overal kogelgaten in de gevels, kapotgebombardeerde daken. Voor 2014 was Shyrokyne een badplaatsje waar veel Oekraïners de zomer doorbrachten. Het vakantieresort waar we doorheen lopen, is nu volledig aan gort geschoten. We moeten om diepe putten heen lopen die toegang bieden tot een ondergronds gangenstelsel. Voor een volledig geruïneerd gymlokaal mogen we even, heel snel, wat foto’s maken. Op de achtergrond zijn schoten te horen. Het is inmiddels donker geworden. We zijn niet langer dan tien minuten op ‘positie één’, maar hebben een goede indruk gekregen van de destructie. Iets verderop kijken we vanaf een heuvel uit over wat ooit chique onderkomens aan het strand moeten zijn geweest. Ook hier is alles uitgestorven en ook hier klinken schoten op de achtergrond: sluipschutters, verduidelijkt Khazan. 

Rabbijn Mendel voor het bescheiden monument van het massagraf in Ahrobaza

Surrealistisch
“Stap niet van de weg af: mijnen,” zegt hij, waarna we wegrijden door de kapotgeschoten landerijen. Khazan zet een muziekje op. Ik hoor klanken van een Ladino-zangeres. “Maar dat is Ladino!” roep ik. “Ja, klopt,” antwoordt hij. “Ik heb zowel Asjkenazische als Sefardische wortels. Mijn broer woont nu in Spanje; hij heeft gebruik gemaakt van de nieuwe Spaanse regeling om Joden die tijdens de inquisitie zijn verdreven, terug te laten komen.” 

Dit is een totaal surrealistische situatie: gekke helm op, kogelvrij vest aan, aan het Oekraïens-Russische front, met een Joodse commandant in een legerauto met Ladino-muziek op de achtergrond. Verzin het maar. Maar deze avond, in oostelijk Oekraïne, is het realiteit. 

We passeren op de weg terug naar Marioepol opnieuw drie, vier wegversperringen van het leger. Je ziet sommige soldaten naar ons Nederlanders kijken met een blik van ‘wat doen die idioten hier?’ 

‘Extreem moeilijk’
De volgende dag. Het is maar een paar meter lopen van het hotel naar het Joodse gemeenschapscentrum van rabbijn Mendel, die via opperrabbijn Binyomin Jacobs in contact kwam met CvI. Het ligt in een straat in Marioepol, die ooit het hart vormde van de Joodse gemeenschap hier. In het centrum horen we uit eerste hand hoe de oorlog ook de Joodse inwoners van dit oude sjtetlgebied heeft ontwricht. Ingenieur Osher Kriatchkov, nu lid van de Joodse gemeenschap in Marioepol, vertelt zijn verhaal. Hij woonde tot 2014 in Shyrokyne, met zijn vrouw, dochtertje en andere familieleden in een groot huis. Tot 2014, toen ze op stel en sprong werden geëvacueerd. “Mijn vrouw is op die plek geboren en getogen. Toen we weg moesten, weigerde mijn schoonvader te gaan. Hij is er nog een aantal weken gebleven, verschool zich in de kelder en kon ons alleen ’s nachts, onder dekking van het donker, bellen dat hij die dag had overleefd, want alleen buiten had hij voldoende bereik.” Hij huilt. “Uiteindelijk is ook hij, een paar weken later, de grens overgestoken, door de velden heen. Gelukkig heeft hij het gehaald.”

Bij de gemeenschap van Rabbijn Mendel

“De eerste zes maanden hier in Marioepol waren extreem moeilijk. Mijn bankrekening was geblokkeerd, ik kon niet bij mijn geld. De kehilla van rabbijn Mendel heeft ons opgevangen. We kregen God zij dank voedselpakketten samengesteld door medewerkers van Christenen voor Israël,” vertelt Osher. “In 2015 zijn we nog één keer, in het geheim, met een kleine auto teruggegaan naar ons huis. Daaruit hebben we toen zo veel mogelijk spullen meegenomen. Alles was nog redelijk intact. Daarna zijn we er nooit meer geweest. Vorig jaar heeft een soldaat op ons verzoek in ons huis gefilmd. Wil je het zien?” 

Het is donker. Op de achtergrond zijn schoten te horen

Illegaal de grens over
We zien beelden van een totaal kapotgeschoten woning. Je hoort de glasscherven die nog eens extra breken onder het gewicht van de filmende soldaat. In een kledingkast waar de deuren uit zijn gesloopt, hangt nog een aantal van Oshers blazers, daaronder staan wat schoenen van zijn vrouw. Zou hij niet naar Israël willen emigreren? “Dat kan niet want mijn vrouw is niet-Joods. Ik hoop ooit terug te kunnen naar Shyrokyne. Mijn dochter is acht. Ze wil graag huisdieren. Maar dat lukt niet in het kleine appartementje dat we nu met z’n allen bewonen. Als we terug zijn kan ze alle katten, honden en konijnen krijgen die ze wenst. Alleen nu nog niet. Leg haar dat maar eens uit.”

Osher Kriatchkov vluchtte uit Shyrokyne

Een ander gevlucht lid van Mendels kehilla is Ilia Loekovenko, voormalig professor filosofie aan de universiteit van Donetsk. Hij had eerder willen vluchten: “Maar mijn moeder was ernstig ziek en ook hoopten we dat de oorlog snel voorbij zou gaan. Maar die ging niet voorbij, de situatie werd alleen maar slechter. Ik wist dat ik echt weg moest toen in 2016 mijn goede vriend en rector van de universiteit, Igor Kazlevsky, werd gearresteerd. Hij kreeg twee jaar cel omdat hij zich tegen de bezetting uitsprak. Toen ben ik illegaal de grens overgestoken. Mijn vrouw en kind volgden later.”

Massagraf
Opnieuw hobbelen we over vrijwel onbegaanbare wegen. Onder leiding van rabbijn Mendel Cohen zijn we onderweg naar een klein dorpje ten westen van Marioepol, Ahrobaza, locatie van een van de vele Joodse massagraven die Oekraïne ‘rijk’ is. Volgens goed onderbouwde schattingen kwamen van de zes miljoen vermoorde Joden tijdens de Shoa er zo’n 1,3 miljoen om in Oekraïne. Duizenden daarvan liggen in het kleine dorpje Ahrobaza, zo’n drie kilometer ten westen van Marioepol. Op deze zonnige dag rijden we een op het eerste gezicht vredig dorpje binnen. We zien huizen die aan een verfbeurtje toe zijn, een paar supermarktjes waar we onze busjes parkeren en water inkopen – water uit de kraan is in Oekraïne niet veilig – en lopen onder leiding van de rabbijn heuvels met verdroogd gras op en af. Hier en daar graast een koe.

De vrede is, de geschiedenis in acht genomen, bedrieglijk. Nergens staat een bordje dat ons vertelt waar het massagraf zich bevindt of waar we naartoe moeten om eer te bewijzen. Een behulpzame inwoner wijst Mendel de weg. Hij lijkt totaal niet geïntimideerd door de orthodox-Joodse kleding van de rabbijn, maar geeft rustig instructies. 

Hier werden begin 1941 de Joodse inwoners van Marioepol naartoe gevoerd. De plek van waaruit ze vertrokken, is in die stad duidelijk aangegeven met een plaquette. Om hoeveel mensen het ging, blijft tot op de dag van vandaag onduidelijk. Sommige bronnen spreken van 9.000, andere van tot 30.000.

Het hart van Joods Marioepol, de Kharlampievskaya-straat

Na een nacht te zijn opgesloten in een nu totaal vervallen gebouw, werd de Joodse bevolking van Marioepol, man, vrouw en kind, een voor een doodgeschoten en in ondiepe greppels gegooid. Tot drie dagen later hoorden de bewoners van Ahrobaza nog kreten uit het massagraf, waaruit sommigen konden worden gered. Hoe groot dit veld des doods precies is, is niet bekend. Sommigen spreken van een greppel van zestien kilometer lang. Op dagen dat het heel erg regent, komen botten en schedels bloot te liggen. Rabbijn Mendel hoopt met een scanner de grenzen van het massagraf te kunnen ontdekken – ook omdat het aangrenzende christelijke kerkhof graag wil uitbreiden, zonder resten op te hoeven graven. Een van de mensen van het ondernemersplatform van CvI zegt dat hij voor zo’n scanner kan zorgen. 

Er wordt Jizkor gezegd bij een bescheiden monument. Daarna is er een moment van stilte. De wind waait door het wuivende gras en de afstervende bladeren van kastanjebomen, alsof duizenden stemmen fluisteren over wat hier is gebeurd. Mendel: “Het enige dat ik graag zou zien, is dat dit gebied een omheining krijgt, zodat de mensen die hier liggen eeuwige rust kunnen krijgen, zonder dat koeien hun botten vertrappen.”

‘De mensen die hier liggen verdienen eeuwige rust, zonder dat koeien hun botten vertrappen’

Taarten op Instagram
Tijd om dit allemaal te verwerken, is er niet. Terug in de stad Marioepol, een uurtje later, bezoeken we Wanda (87). Ze woont in een eenkamerappartementje in een buitenwijk, dat doet denken aan een onderkomen in een derdewereldland. Wanda wil graag dat haar kleinzoon naar Israël emigreert maar ze mist documenten die bewijzen dat haar moeder Joods was. Dankzij haar jarenlange staat van ambtelijke dienst moet zij rondkomen van een – voor Oekraïense begrippen redelijk – pensioen van 120 euro per maand. “Zonder de voedselpakketten van Christenen voor Israël zou ik al lang dood zijn,” zegt ze.

Niet veel later zitten we in het luxere appartement van de 88-jarige Alina. Zij zag als klein meisje met eigen ogen vanuit een raam hoe alle Joden in 1941 werden verzameld om te worden afgevoerd naar Ahrobaza. Haar ouders weigerden gehoor te geven aan de oproep zich te melden. De hele familie dook onder, waardoor ze de bezetting overleefden. Alina’s huis hangt vol met foto’s van kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Haar iets oudere man volgt al haar bewegingen, als hij tenminste niet even naar buiten is geglipt om een sigaretje te roken. Meteen komt de wodka uit de kast. Weigeren, het is een uur of vier in de middag, is niet mogelijk. Er wordt veel gelachen. Rabbijn Mendel tegen haar man: “Hoe heb je het zo lang met haar uitgehouden?” Waarop zij er meteen overheen komt: “Vraag hem eerder even hoe ik 42 jaar samenleven met zijn moeder heb uitgehouden.” Alina, die alles overleefde, heeft een profiel op Instagram met duizenden volgers. Want de hele wereld moet zien hoe mooi haar zelfgebakken taarten zijn. 

Er zijn heel weinig geschreven bronnen bewaard gebleven over de Joodse geschiedenis van Marioepol, maar aangenomen wordt dat die begon in 1820, en een grote vlucht nam na de Krimoorlog, toen de stad aan de Zee van Azov (een uitstulping van de Zwarte Zee) een grote economische vlucht doormaakte. De meeste Joodse immigranten waren ambachtslieden. Overigens waren Joden niet de enige minderheidsgroepering die de stad in kwam; ook leeft er tot op de dag van vandaag nog een grote Griekse minderheid, waarmee de betrekkingen altijd redelijk goed zijn geweest. 

Pas in 1864 kon een eerste synagoge worden gebouwd, in de Kharlampievskaya-straat, tot op de dag van vandaag het hart van de Joodse gemeenschap. Tegenover de synagoge diende een pand als opvang voor arme Joodse immigranten, er was een mikwe, een Talmoed-Toraschool voor arme Joden, een meisjesschool, iets verderop was een matzebakkerij en vlak bij het stadspark kwam een Joods ziekenhuis. Er kwamen meer synagogen in de stad, waarvan er nog maar weinig zijn. Zoals de grote synagoge uit 1882, die klasse en grandeur uitstraalde. Daarom werd hij ook tot hoofdsynagoge gedoopt. Nu is het een ruïne. 

Alina (88) laat haar taarten zien op Instagram

Pogrom
Over de groei van de Joodse bevolking in de tweede helft van de negentiende eeuw zijn een paar cijfers bekend. Zo wordt in een geografische statistiek beschreven: “In 1864 bestond de stad Marioepol uit 7.740 inwoners, er waren 393 Joden.” Uit een volkstelling uit 1884 blijkt dat van de 161.044 inwoners Joden drie procent uitmaakten, zo’n vijfduizend dus. In 1896 waren dat er 7.862. Omdat de stad een multicultureel karakter had, hadden Joden het er relatief goed in vergelijking met andere delen van het Russische rijk. Maar onderhuids broeide het antisemitisme. Tot op de dag van vandaag is er een Oekraïens gezegde: ‘Als er geen water meer uit de kraan komt, hebben de Joden het opgedronken.’ In 1905 kwam het tot een pogrom: 21 Joden werden afgeslacht, hun winkels en huizen geplunderd.

Na de Eerste Wereldoorlog groeide de plaats uit tot een belangrijke industriestad. Veel Joden mochten nu ook werken bij overheidsinstanties of vonden werk in een van de fabrieken. 

Bron van zorg
In 1939 telde de gemeenschap 10.444 leden. En toen kwam de Shoa. Vrijwel de hele Joodse bevolking werd in oktober 1941 uitgemoord door de nazi’s, grif geholpen door een aantal Oekraïense inwoners. Vanaf september 1943 heerste het stalinistisch communisme over de stad. Op 24 augustus 1991 verklaarde het land zich onafhankelijk, nog voor het einde van de Sovjet-Unie. Maar de grote Russische broer blijft verlekkerd kijken naar de havens die Oekraïne aan de Zwarte Zee rijk is, waaronder de Krim, die Poetin in 2014 binnenviel, en later dus ook de regio Donetsk, waar Marioepol onder viel. 

Antisemitisme blijft ook in Marioepol een bron van zorg. Joden kunnen er een redelijk rustig leven leiden, mensen met keppels op worden niet lastiggevallen, maar in juni van vorig jaar werd de historische Joodse begraafplaats nog ernstig beschadigd. Er leven ongeveer 2.500 Joden in de stad, op een bevolking van zo’n 500.000.

Dit artikel kwam tot stand met medewerking van Christenen voor Israël en is deel 1 van een tweeluik. Deel 2, over Odessa, leest u volgende week.

Foto’s: Esther Voet

Dit artikel verscheen eerder in NIW 46, 5779

Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *