Dossiers

Verslag uit het buitenland: Het einde van een tijdperk? (Parijs)

Al jaren staat de Joodse gemeenschap in Frankrijk en in het bijzonder die in Parijs onder grote druk. Steeds meer Fransen besluiten om naar Israël te vertrekken. Is er in de lichtstad nog toekomst voor ze?

Bart Schut 13 december 2020, 10:00
Verslag uit het buitenland: Het einde van een tijdperk? (Parijs)

Quatorze juillet, 14 juli 2016, de Franse nationale feestdag. Met de vinger gestrekt langs de trekker van het Famas-geweer patrouilleren de vier soldaten door de Rue Pierre Ricard. Aan hun groene baretten is te zien dat zij légionnaires van het vreemdelingenlegioen zijn. Wie Parijs de afgelopen jaren heeft bezocht, herkent het beeld van patrouillerende soldaten bij trekpleisters als de Eiffeltoren, de Arc de Triomphe of het Louvre. Dit is anders, de Rue Pierre Ricard ligt weliswaar in de schaduw van de Sacré-Coeur, maar is eigenlijk een doodnormale straat in het 18e arrondissement – toeristen zijn hier niet te vinden.

Het is de werkelijkheid van Parijs na het bloedbad in de Bataclan, na de aanslagen op terrasjes, cafés en voetbalstadions op die fatale avond november vorig jaar. Niet langer worden de slachtoffers van terreur specifiek gekozen, zoals de redactie van Charlie Hebdo in januari 2015. Nee, iedere Parijzenaar is nu een potentieel doelwit van de moordlust van door de Islamitische Staat gestuurde of geïnspireerde jihadi’s. Het is een situatie die de Joden in de hoofdstad al decennia kennen, misschien zelfs eeuwen, als je bereid bent diep genoeg te graven in de tragische geschiedenis van de juifs français.

“Het basisgevoel van de Joodse gemeenschap in Frankrijk is er een van het einde van een tijdperk, het einde van een geschiedenis.” Shmuel Trigano is geen man die om de hete brij heen draait, al decennia publiceert de filosoof over het groeiende antisemitisme in zijn geboorteland. “Wij zitten al vijftien jaar in een extreem moeilijke situatie,” zegt Trigano. “Toch willen onze leiders, zoals de opperrabbijn, officieel in een briljante toekomst geloven. Ik ben het daar uiteraard niet mee eens.”

Shmuel Trigano

De cijfers lijken Trigano gelijk te geven. De Franse Joden keren in een steeds hoger tempo hun geboorteland de rug toe, als we de cijfers mogen geloven, al lijkt 2016 in dat opzicht minder dramatisch dan het rampjaar 2015 (zie laatste alinea). Frankrijk heeft een lange en donkere geschiedenis van antisemitisme, met als dieptepunten de Dreyfus-affaire aan het begin van de vorige eeuw en de medewerking aan de Shoa door de Franse overheid tussen 1940 en 1945. (In NIW 20 van 19 februari j.l. leest u een uitgebreid artikel over deze geschiedenis.) De Franse kille overleefde de rampen van de 20e eeuw en is met haar geschatte 500.000 leden de grootste van Europa en na de VS de grootste van de Joodse diaspora.

Maar nu, na de aanslagen in Toulouse (maart 2012), op het Joods Museum in Brussel (mei 2014, de dader was Frans) op de Hyper Cacher (januari 2015), maar ook vorige week nog na het neersteken van een orthodoxe Jood in Straatsburg, overwegen steeds meer Joden la douce France te verlaten. Voorgoed. Kan ‘le nouvel antisémitisme’, de nieuwe golf van Jodenhaat, bereiken wat de katholieke kerk, antisemitische koningen en Adolf Hitler niet lukte? Kijken we echt naar het einde van de Joodse gemeenschap in Frankrijk? “Aan de ene kant wil de overheid niet dat wij vertrekken, de Joodse aanwezigheid legitimeert de status van Frankrijk als open, vrije gemeenschap. Aan de andere kant heeft een minister de emigratie naar Israël al eens vergeleken met de jihad van Franse moslims in naam van de Islamitische Staat,” vertelt Shmuel Trigano. En: “U heeft geen idee hoe machtig het antizionisme is hier in Frankrijk.”

Shoa-monument in de Marais

Reflex
Er zijn ook Joden die, geconfronteerd met de vecht-of-vluchtreflex, kiezen voor dat eerste. Via een contact in Nederland heb ik op 14 juli een afspraak met ‘Serge’ (gefingeerde naam), een vooraanstaand lid van de Ligue de Défense Juive (LDJ), de Franse tak van de militante Jewish Defense League. Dat gebeurt allemaal nogal geheimzinnig, de LDJ staat onder zware druk van de Franse justitie na een reeks gewelddadige incidenten in de afgelopen jaren. Serge en ik ontmoeten elkaar op de Place de la Bastille, een uiterst symbolische locatie op Frankrijks nationale feestdag, maar ook de plek waar twee jaar eerder een demonstratie tegen de oorlog in Gaza volledig uit de hand liep.

We lopen door de Rue de la Roquette in de richting van de onooglijke sefardische synagoge in die straat. Dezelfde route namen tientallen, volgens sommige ooggetuigen honderden, extreem-linkse en islamitische jongeren die hadden deelgenomen aan de demonstratie. Hun doelwit: de synagoge, waar honderden Joden die dag deelgenomen hadden aan een gebedsdienst voor vrede tussen Israël en de Palestijnen. Maar de pogrom liep niet zoals verwacht, tientallen leden van de LDJ voorkwamen dat de demonstranten de synagoge konden bereiken. Het leidde tot een fel straatgevecht, waarbij vooral het meubilair van de in de Rue de la Roquette gevestigde horeca als wapen werd gebruikt. Net op het moment dat de LDJ-linies leken te bezwijken onder de steeds fellere aanvallen, jaagde de oproerpolitie met traangas en wapenstok de menigte uiteen.

Ondanks deze geslaagde verdediging verkeert de LDJ in slechte staat, vertelt Serge. Justitieel onderzoek en kritiek vanuit de eigen gemeenschap – de organisatie zou te radicaal zijn en eerder geweld uitlokken dan verhinderen – eisen hun tol als het gaat om het moreel van de LDJ’ers. Net als ‘vergrijzing’. Serge: “Veel van onze leden die jaren voor de zaak hebben gestreden, zijn nu in de veertig, hebben gezinnen of zitten in Israël.” Om zich aan het oog van de Franse justitie te onttrekken, voegt hij eraan toe. En: “De jonge generatie is minder bereid te vechten.”

In oorlog
’s Avonds, als de laatste tanks, pantserwagens en infanteristen de jaarlijkse parade op de Champs Elysées hebben afgesloten en de laatste gevechtsvliegtuigen en helikopters aan de horizon zijn verdwenen, onderbreekt de Franse televisie haar reguliere uitzending: er is iets helemaal mis in Nice. Even denkt men aan een enorm verkeersongeluk, maar al snel dringt de rauwe werkelijkheid door: de aan de Côte d’Azur wonende Tunesiër Mohamed Lahouaiej Bouhlel heeft gehoor gegeven aan de terreuropdracht van de Islamitische Staat door met een vrachtwagen in te rijden op een feestende menigte op de Promenade des Anglais in de Zuid-Franse kustplaats. Het gevolg: 84 doden en het gevoel onder de Fransen dat hun land in oorlog is.

Er is iets helemaal mis in Nice. Even denkt men aan een enorm verkeersongeluk, maar al snel dringt de rauwe werkelijkheid door

Weer een aanslag, maar ook dit keer is – net als bij het bloedbad van 15 november in Parijs – het doelwit niet Joods. Toch is dit niet bepaald een reden om opgelucht adem te halen voor de communauté juive. De Joden zijn de kop van jut voor zowel extreem-rechts (Front National-oprichter Jean-Marie Le Pen werd al in 1987 veroordeeld wegens antisemitisme), radicale moslims en in toenemende mate ook van Frans extreem-links (uit ‘solidariteit’ met de Palestijnse zaak). De Joden verdwijnen steeds meer uit het platteland en de kleinere steden en concentreren zich vooral in Parijs, met 350.000 juifs de onbetwiste hoofdstad van Joods Frankrijk, en de grote steden Marseille (70.000), Lyon (25.000), Toulouse (23.000), Nice (20.000) en Straatsburg (16.000).

Banlieues
Binnen Parijs en vooral net erbuiten, in de door islamitische immigranten bevolkte banlieues, verdwijnen de Joden uit wijken en steden en concentreren zij zich in arrondissementen als het welvarende 16e. “Dat is mooi voor wie het zich kan veroorloven, maar in tegenstelling tot de antisemitische stereotypen, zijn niet alle Joden rijk. Wat moet je als je het je niet kunt veroorloven bij het Bois de Boulogne te gaan wonen?” vraagt Shmuel Trigano zich af. Ik spreek Trigano op een andere plek die symbolisch is voor de Franse waarden van vrijheid, gelijkheid en broederschap: de Place de la République. Het monument ter ere van de republiek, midden op het plein, is bedekt met kaartjes, kaarsen en foto’s ter nagedachtenis aan de terreurslachtoffers van de afgelopen twee jaar. Trigano kijkt ernaar met een sarcastische blik, haalt zijn schouders op en zegt: “Een teken van zwakte. In plaats van terug te slaan, denken wij iets te bereiken met dit soort zinloze symbolen van vrede, vergeving en verdraagzaamheid. Alsof onze republikeinse vrijheden niet keihard zijn bevochten op de tirannie. Eigenlijk is dit een belediging voor de republiek.”

‘In tegenstelling tot de stereotypen, zijn niet alle Joden rijk. Wat moet je als je het je niet kunt veroorloven bij het Bois de Boulogne te gaan wonen?’

Optimisme
Als Shmuel Trigano het pessimisme binnen de Frans-Joodse gemeenschap verwoordt, lijken Nathan Kaplan (29) en Lauren Weinberg (27) de woordvoerders van een nieuwe, optimistische generatie. Hij zit in sportmanagement, zij is headhunter. Zoals steeds meer jonge Fransen spreken zij uitstekend Engels, al is dat in Laurens geval een minder opmerkelijke prestatie, haar wieg stond in het Mount Sinai Hospital in New York. Drie jaar geleden ontmoetten zij elkaar in een door hun synagoge georganiseerde jongerenbijeenkomst. Het stel begrijpt ergens wel waarom zoveel Franse Joden hun land de rug toekeren, zelf zijn zij dat absoluut niet van plan.

Lauren Weinberg en Nathan Kaplan

“Parijs zal altijd mijn stad blijven,” zegt Kaplan, “Wie vertrekt, geeft de mogelijkheid op de situatie te verbeteren, de relaties tussen de gemeenschappen te versterken. Men denkt dat het elders beter, veiliger is, maar ik weet dat een heleboel emigranten terugkeren. Zoveel beter is het elders blijkbaar niet en men komt er al snel achter dat het leven in Frankrijk helemaal zo slecht nog niet was. Wij proberen het beste te halen uit de situatie waarin wij leven, wij geven het hier niet op, zien daar eerlijk gezegd ook geen reden toe.” Weinberg vult aan: “Als wij vertrekken, is dat een positieve keuze, een carrièremogelijkheid in het buitenland bijvoorbeeld, maar het zal niet uit angst zijn. Wij zijn optimisten. Dit hoewel pessimisme een deel van de Franse cultuur is. En van de Joodse!”

‘Parijs zal altijd mijn stad blijven. Wie vertrekt, geeft de mogelijkheid op de situatie te verbeteren, de relaties tussen de gemeenschappen te versterken’

Hoogopgeleid, professioneel succesvol en goed gekleed, blaken de twee van het zelfvertrouwen. “Kijk om je heen,” Kaplan maakt een weids armgebaar, we zitten in de zomerhitte op een terrasje in de schaduw van de Madeleine, “kijk naar de mensen. Voel jij je onveilig? Lijkt het erop dat wij het hier slecht hebben?” Beter dan in Israël? De twee knikken instemmend. Natuurlijk kan er op elk moment iets gebeuren, nieuwe aanslagen dreigen, weten ook Nathan en Lauren. Maar zij zien dat niet als een specifiek Frans probleem, in een globaliserende wereld zonder grenzen, kan het overal misgaan, menen zij. “Ja, we moeten de verhoudingen met de moslimgemeenschap verbeteren, moeten vechten tegen racisme en verloedering in de buitenwijken,” zegt Lauren Weinberg. Hoe dat precies moet, blijft een beetje in de lucht hangen, maar Nathan Kaplan weet in ieder geval zeker welke methode niet werkt: “De Ligue de Défense Juive maakt het alleen maar erger. Dat zijn extremisten, gestoorde mensen – net zo erg als de andere kant. Het zou een groot verlies voor Frankrijk zijn, als de Joden verdwenen… maar dat zal niet gebeuren.”

Vleugje Yad Vashem
Opvallend is de afwezigheid van veiligheidsmaatregelen in het historische hart van Joods Parijs: de Marais (genoemd naar het moeras net buiten de middeleeuwse stadsmuren). Het kan toeval zijn, maar tijdens mijn wandeling van het ‘Mémorial voor de martelaren van de deportatie’ op het Île de la Cité (een vleugje Yad Vashem aan de achterkant van de Notre-Dame) naar het Shoa-monument in het 4e arrondissement, kom ik niet één militaire patrouille tegen. Ook de politie lijkt afwezig in de wijk waar zich in de 19e eeuw duizenden Oost-Europese asjkenaziem vestigden – en dat drie dagen na de massamoord in Nice.

Dit terwijl de Marais een perfect doelwit voor de gemiddelde jihadi zou moeten zijn. Orthodoxe Joden stromen uit de synagogen en grote rijen veelal Amerikaanse toeristen wachten op hun beurt buiten de talloze falafeltenten. Boekhandel ‘Du Temple’ en de Fondation Fleischmann talmoed Tora-school (‘pour les enfants’) zijn gesloten, maar in Schwartz’s Deli aan de Rue des Ecouffes is het gezellig druk en bij Chez Marianne, Parijs’ bekendste Joodse eethuis op de hoek van de Rue des Rosiers en de Rue des Hospitalières Saint-Gervais, wordt bijna gevochten om een tafel te bemachtigen. Nergens in de ‘Pletzl’, de bijnaam van de Joodse wijk, zijn veiligheidsmaatregelen zichtbaar. Dit ondanks een plaquette in de Rue des Rosiers die voorbijgangers eraan herinnert dat de Joden in Parijs al in 1982 hun leven niet zeker waren (zie de tijdlijn).

Schwartz’s Deli, Rue des Ecouffes, Marais

In diezelfde Rue des Rosiers zijn de straatnaamborden bedekt met stickers van de zionistische jeugdbeweging Betar en de LDJ. Je soutiens Israel, ‘ik steun Israël’, is erop te lezen. Maar is die steun er ook onder niet-Joodse Fransen? En nu het conflict tussen Israël en de Palestijnen én de jihad in Syrië en Irak steeds meer naar Frankrijk overslaat, is de hoopvolle toekomst waar Nathan Kaplan en Lauren Weinberg naar uitkijken nog wel een realistische?

Shmuel Trigano, die tien jaar geleden al een boek getiteld De toekomst van de Joden in Frankrijk schreef, ziet het somber in: “Dit is niet meer het land van mijn jeugd, ik herken het niet meer.” Dat geldt niet alleen voor de Joden, meent de filosoof glimlachend, “alle Fransen boven een bepaalde leeftijd zien dat zo. Maar immigratie en het eenheidsstreven van de Europese Unie hebben de natiestaat aan het wankelen gebracht. Frankrijk wordt hier extra hard door geraakt. In andere landen is het de natie die de staat heeft gecreëerd, bij ons creëerde de staat de natie. Valt die staat weg, stort alles in elkaar, dus ook vrijheid en veiligheid. Zonder deze twee zaken heeft de Joodse gemeenschap – voor zover je daarvan als één geheel kunt spreken – geen kans te overleven.”

Stilte
Trigano spreekt van ‘le nouvel antisémitisme’, dat aan het begin van deze eeuw enorm de kop opstak. (Sommige denkers noemen het de ‘vierde antisemitische golf’, de eerste drie zouden respectievelijk In 1958, 1968 en 1987 zijn begonnen – al spreekt historicus Bernard Lewis van drie golven: de raciale, de christelijk-religieuze en nu de Arabische.) “In 2001 en 2002 hebben er zo’n vijfhonderd geweldsincidenten tegen Joden plaatsgevonden,” vertelt Trigano, “daarover heeft een absolute stilte geregeerd. Bij de overheid, in de media, maar ook door de Joodse gemeenschap zelf… niets! Wie er wel iets van zei, werd van racisme beschuldigd, omdat de daders vooral zwarte en islamitische migranten waren. De regering wilde geen olie op het vuur gooien en zweeg om de lieve vrede te bewaren. Maar ik vraag u welke vrede?”

Zeker na het bloedbad dat Mohamed Bouhlel in naam van IS aanrichtte, hebben veel Fransen het gevoel in oorlog te zijn. De rechtse ex- en mogelijk weer toekomstige president Nicolas Sarkozy sprak kort na de aanslag in Nice zelfs van een “totale oorlog. Het is zij of wij.” Ik leg de vraag voor aan Shmuel Trigano: dreigt er een burgeroorlog in Frankrijk? “Dreigt?” antwoordt de filosoof verbaasd, “de burgeroorlog is begonnen op het moment dat men begon Joden aan te vallen. Franse burgers van Noord-Afrikaanse afkomst vallen Franse burgers met Joodse wortels aan. Fransen tegen Fransen dus, is dat niet de definitie van een burgeroorlog?” 

Emigratie van Franse Joden
In 2015 emigreerden ruwweg 8000 Joden van Frankrijk naar Israël, een record voor deze eeuw, maar minder dan sommige sombere voorspellingen. Een jaar eerder waren dat er 7000, in 2013 een kleine 3300 en in 2012 zo’n 1900, wat betekent dat in die drie jaar het aantal Fransen dat alia maakte elk jaar bijna verdubbelde. In de jaren daarvoor, onder president Nicolas Sarkozy, was deze groep juist verminderd, na een eerdere emigratiegolf aan het begin van de eeuw. In de eerste zes maanden van dit jaar lijkt de groep emigranten lager dan in het ‘rampjaar’ 2015, het jaar van de moordpartij in de Hyper Cacher in Parijs, maar een serie aanslagen op specifiek Joodse doelen in Frankrijk, kan deze cijfers snel doen stijgen.

Benjamin Netanyahu riep vorig jaar de ongeveer 500.000 Franse Joden op massaal naar Israël te vertrekken, een oproep die van de hand werd gewezen door leiders van de gemeenschap. Zij beschuldigden de Israëlische premier van politiek opportunisme en werden daarin bijgevallen door Shimon Peres, die meent dat Israël een bestemming ‘van hoop, niet van angst’ moet blijven. David Harris, hoofd van het AJC (American Jewish Committee), viel Netanyahu bij: “Het is begrijpelijk dat een Israëlische premier de Europese Joden eraan herinnert dat wanneer zij zich niet meer veilig voelen, wanneer zij niet meer op hun gemak zijn, zij deze optie hebben.

Dit artikel verscheen eerder in NIW 43, 5776. Foto’s: Bart Schut.

Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *