15 oktober-5 november 1948 – Hiram
Israël 75

15 oktober-5 november 1948 – Hiram

Tegelijkertijd met operatie Joab in het zuiden wordt in het noorden de operatie Hiram uitgevoerd. De IDF slaagt er binnen enkele dagen in heel Galilea te veroveren.

Bart Schut 17 mei 2024, 10:00
15 oktober-5 november 1948 – Hiram
IDF-soldaten in Sasa, waar de Zevende en Negende Brigades elkaar ontmoeten op 30 oktober 1948. Foto: GPO

Terwijl het leger van de jonge Joodse staat in het zuiden de troepen van de Egyptische koning Faroek een mokerslag toebrengen met operatie Joab, staat er in Galilea een rekening open met een andere vijand. Het Arabische Bevrijdingsleger, beter bekend onder het Engelse acroniem ALA, is in 1947 opgericht als een goedkope interventiemacht van het Syrische regime. Goedkoop, omdat de kosten van het ‘bevrijdingsleger’ door de Arabische Liga – vooral door Egypte – en niet door Syrië zelf betaald worden. Bovendien, mocht het ALA verslagen worden, is dat geen schande voor het onbetrouwbare Syrische leger en ’s lands eerste president Shukri al-Quwatli. 

In werkelijkheid is geen van Israëls Arabische buurstaten geïnteresseerd in de stichting van een Palestijnse staat, zoals in het VN-verdelingsplan voor het Britse Mandaatgebied is voorzien. Faroek van Egypte wil het gebied bij zijn rijk voegen, net als koning Abdullah van Jordanië. Om de ambities van die laatste te stuiten, wil Quwatli het noorden van het voormalige mandaatgebied bezetten. De man die wordt uitgekozen dit plan te verwezenlijken, is de in Libanon geboren Arabische nationalist Fawzi al-Qawuqji. Net als de Palestijnse leider en grootmoefti van Jeruzalem Amin al-Hoesseini heeft Qawuqji de Tweede Wereldoorlog onder de bescherming van de nazi’s in Duitsland doorgebracht.

Hamer en aambeeld

Het ALA moet op papier tienduizend man sterk worden, maar is in werkelijkheid nooit groter dan de helft daarvan. Als op 18 juli 1948 de wapens zwijgen en het tweede door de VN bemiddelde staakt-het-vuren van start gaat, heeft het ALA een groot deel van Galilea en het gehele Libanese grensgebied in handen. De Israëli’s zitten langs de kust bij Naharia en in het oosten in Tsfat en Tiberias. De regering van David Ben-Goerion is niet van plan op haar lauweren te rusten tot alle Palestijnse, Syrische en Libanese ALA-eenheden, ondersteund door vrijwilligers uit andere Arabische landen, uit het noorden verdreven zijn.

Dat moet gebeuren in operatie Hiram, genoemd naar de Bijbelse koning van Tyrus. Vanuit de kuststrook zal de Negende (Oded) Brigade oostwaarts aanvallen, de Zevende doet hetzelfde in westelijke richting vanuit Tsfat. De twee brigades moeten de hamer en het aambeeld zijn waartussen het ALA vernietigd zal worden. De Golani Brigade valt vanuit het zuiden aan als afleidingsmanoeuvre. 

‘Jullie hebben Galilea voor altijd teruggegeven aan het Joodse volk’

Anders dan aan het begin van operatie Joab hebben de Israëli’s geen moeite een goede aanleiding voor hun offensief te vinden. Waar de Egyptenaren in het zuiden zich redelijk aan het staakt-het-vuren houden, geeft Fawzi al-Qawuqji de IDF meer dan genoeg redenen om in de aanval te gaan als hij op 22 oktober kibboets Manara, gelegen tussen Kiriat Sjmona en de Libanese grens, aanvalt. Hiram begint op 28 oktober met een luchtaanval die weliswaar nauwelijks schade aan het ALA aanricht, maar een dreun betekent voor het moreel van de Arabische vrijwilligers. 

Vergeldingsacties

De Zevende en Negende IDF-brigades – met druzische en Circassische troepen in hun gelederen – beginnen tegelijkertijd hun opmars naar het centrum van het ALA-gebied in Galilea. Al op 30 oktober ontmoeten de voorhoedes van de twee brigades elkaar in Sasa. Het Arabische Bevrijdingsleger smelt weg als sneeuw voor de zon. Zo’n 400 vrijwilligers worden gedood en nog eens 550 gevangen genomen. De rest vlucht in paniek noordwaarts de Libanese grens over. Zoals verwacht krijgen zij geen enkele steun van het Syrische leger. 

Wervingsposter van het Arabische Bevrijdingsleger (ALA) uit 1948

In het spoor van de vluchtende ALA-eenheden verlaten zo’n 30 duizend Arabische burgers hun huizen: gevlucht voor de oprukkende Israëli’s en in veel gevallen door hen gedwongen. Er vinden bloedige vergeldingsacties plaats onder de bevolking, maar het veroverde gebied wordt niet systematisch etnisch gezuiverd. Meer Arabieren blijven achter dan dat er vluchten en zij zullen de kern vormen van de Israëlisch-Arabische bevolking in Galilea zoals wij die nu kennen. Tegelijkertijd met het offensief valt de Carmeli Brigade Libanon binnen: het zijn de eerste Israëlische soldaten in de geschiedenis die een landsgrens overschrijden.

Het succes van Hiram is totaal. Yaakov Dori, de eerste stafchef van de IDF, feliciteert zijn troepen als begin november de wapens zwijgen en een nieuwe VN-wapenstilstand ingaat: “Jullie hebben Galilea bevrijd uit de handen van de bezetters en het voor altijd teruggeven aan het Joodse volk.”

Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Max 1000 tekens. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *