Herdenking of activisme?

Dokwerker_JCK

Een herdenking is geen debat. Toch leek de herdenking van de Februaristaking daar sterk op — en dat vraagt om een verklaring. Jaïr Stranders, voorzitter van het Comité Februari-
staking, verdedigde in een interview met Powned de uitnodiging aan Jerry Afriyie om te spreken bij de Dokwerker in Amsterdam. Controverse, betoogde hij, is waardevol: die brengt discussie op gang, en die discussie mag best schuren. Dat is immers wat een open samenleving kenmerkt.

Maar er is een tijd en een plaats voor alles. Een herdenking die in het teken staat van het verzet tegen het onrecht dat Joodse medeburgers werd aangedaan, is niet de plek voor bewuste provocatie. Juist daar een spreker uitnodigen die uitspraken heeft gedaan die velen opvatten als een oproep tot geweld tegen datzelfde volk, is niet alleen misplaatst — het is toondoof.

Grens

Tien dagen na 7 oktober zei Afriyie: “Als ik Palestijns was, zou ik ook Israël willen zien lijden. Ik zou het land willen zien met een gebroken hart, hangend over de doodskist van dierbaren.” Stranders doet deze woorden af met een schouderophaal — veel dingen zijn kwetsend, dus laten we vooral met elkaar in gesprek blijven. Dat klinkt verdraagzaam, maar het mist de kern volledig. Er is een verschil tussen woorden die pijn doen en woorden die aanzetten tot geweld. Bij die laatste moet je een grens trekken. Het toont aan dat Afriyie geenszins staat voor de open samenleving waar Stranders naar verwijst.

Er speelt iets diepers. Door de herdenking te framen als podium voor tegenstrijdige meningen, wordt die een middel voor een ander doel. Het specifieke Joodse leed verdwijnt naar de achtergrond, ingeruild voor een universeel verhaal over mensenrechten en gedeeld slachtofferschap. Opiniemaker Victor Vlam merkt terecht op dat het toenmalige verzet tegen het nazisme en het ‘verzet’ tegen Zwarte Piet zo op één hoop worden gegooid — terwijl het op geen enkele manier hetzelfde is. Die gelijkstelling zaait verwarring over wat zich destijds werkelijk heeft afgespeeld.

Het Joodse leed wordt ingeruild voor een universeel verhaal over mensenrechten

De Februaristaking herdenkt geen abstract onrecht. Het herdenkt het verzet tegen een gerichte haatcampagne tegen Joden, puur omdat zij Joods waren. Schrijvers als Dennis Prager, rabbi Joseph Telushkin en Dara Horn wijzen er al jaren op hoe Anne Frank is uitgegroeid tot symbool van universeel humanitair leed, terwijl het specifiek Joodse karakter van haar verhaal langzaam is verdwenen. Wat deze herdenking liet zien, is dat dit patroon zich blijft herhalen — des te wranger nu de plechtigheid gekaapt dreigt te worden door een beweging die openlijk het bestaansrecht van het veilige thuisland van diezelfde gemeenschap ter discussie stelt.

Persoonlijk

Maar herdenken is in de kern een daad van rouw. Bij een begrafenis noem je ook niet alle anderen die ooit zijn gestorven. Je rouwt om wie je verloor. Verbindingen met het heden kun je altijd leggen, maar die zijn persoonlijk en horen niet de boventoon te voeren op een moment van collectieve herdenking. Stranders vraagt: als je een herdenking niet naar het heden kunt trekken, waarom herdenk je dan? Het antwoord is simpel. Om stil te staan bij wat er toen is gebeurd. Om niet te vergeten. En om die herinnering te bewaken tegen hen die haar willen inzetten voor iets anders. Wat dat laatste betreft: deze herdenking heeft de toets niet doorstaan.

Het Centraal Joods Overleg stelde het al: er zijn genoeg mensen in de Joodse gemeenschap die een passender keuze waren geweest als spreker. Zelfs daar waar die band er wel was, werd het podium alsnog ingezet voor het benadrukken van Palestijns leed. Dat het comité dit heeft laten gebeuren, zegt misschien wel meer dan alle zinnen die er bij de Dokwerker werden uitgesproken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Column

Herdenking of activisme?