De Canal Pride is inclusief, maar niet voor iedereen

Voor Joden is de Canal Pride in Amsterdam niet het reuzegezellige, inclusieve feest waarover menigeen de loftrompet steekt. Dat bewijst het verhaal van Daan, die de lhbt'ers wilde steunen.
Voorzitter van het Homomonument Femke van Casteren (met watermeloenspeldje) geeft een toelichting op de lokale zender AT5
Voorzitter van het Homomonument Femke van Casteren (met watermeloenspeldje) geeft een toelichting op de lokale zender AT5

De politie sprak na afloop van de Canal Parade in Amsterdam van een feest ‘zonder grote incidenten’. Daan (20, achternaam bij de redactie bekend) maakte zaterdag iets anders mee. Hij hing die ochtend de Israëlische vlag uit het raam van zijn woning in het centrum en voegde zich later bij een Joodse groep op een woonboot met die vlag. Daan is zelf Joods, niet queer, en hij wilde Joodse en Israëlische lhbt’ers die naar World Pride kwamen een hart onder de riem steken. Die middag stal een man de vlag, waarna Daan werd achtervolgd door een groep en met de dood werd bedreigd. Een video van het incident heeft op Instagram inmiddels ruim een miljoen weergaven en bedreigingen stromen binnen.

Daan groeide op tussen twee culturen. Zijn moeder is een Nederlandse, zijn vader Israëli. Hij woonde in zijn jeugd drie jaar in Israël, maar groeide grotendeels op in Nederland. Na 7 oktober vloog hij onmiddellijk naar Israël en stond hij op 11 oktober al in kibboets Kfar Aza, waar zijn vader als reservist hielp. “Je hoort de verhalen en je ziet de video’s, maar het met eigen ogen zien is zo afschuwelijk dat je er kotsmisselijk uitkomt. En dan kom je terug in Europa, waar op 8 oktober snoepjes werden uitgedeeld en toen al ‘genocide’ werd geschreeuwd.”

De vlag die Daan uit zijn raam hing tijdens de grachtenparade van ‘World Pride’ viel niet bij iedereen goed. Zijn buren, die zelf een Palestijnse vlag aan de gevel hadden, gooiden tomaten naar hem. Een groep Canadees-Joodse toeristen op een gehuurde woonboot aan de Prinsengracht zag de vlag en nodigde hem uit aan boord. De woonboot was privéterrein, met rode linten afgezet: ongenodigden mochten er niet op. Aan boord was een lesbisch stel van in de vijftig met Israëlische wortels. “Zij bedankten me dat ik er was. Als een idioot hun vlag afpakt, zijn zij de klos. Ik ben jong, ik kan mezelf beter verdedigen.” Een voorbijkomende jongen uit Tel Aviv vroeg of hij zich bij hen mocht voegen. “Hij zei: als iemand vraagt waar ik vandaan kom, zeg ik niet ‘Israël’. Bij jullie voel ik me op mijn gemak”. Daan vervolgt: “Als iemand, wie dan ook, zich door mijn aanwezigheid vrij voelt, is het het waard. Daar hoort Pride over te gaan.”

Vechten of vluchten

Op de kade verzamelden zich al snel mensen met Palestijnse vlaggen. Toen de jongen uit Tel Aviv met Daans Israëlische vlag poseerde voor een foto, klom een man in een Schotse kilt aan boord. “Hij rukte de vlag uit zijn handen en duwde hem tegen de grond. Mijn vecht-of-vluchtreactie sloeg aan.” Daan rende de man achterna en pakte de vlag terug. Op de terugweg volgde een groep hem tot aan zijn voordeur. “Ze riepen: ‘Iemand gaat je vermoorden, en als niemand het doet, doe ik het.” Daan belde de politie en toen de groep na een halfuur nog altijd zijn huis in de gaten bleek te houden, deed hij dat opnieuw. Uiteindelijk vertrok hij naar zijn moeder, die buiten Amsterdam woont.

Daar zag hij de video van het incident opduiken, gefilmd door een omstander. “Het geluid van de bedreigingen is eruitgeknipt. Wat overblijft ben ik, rennend achter die man aan, met een vrolijk muziekje eronder.” Iemand maakte Daans identiteit openbaar. Daan deed aangifte, ‘maar volgens de agenten die ik sprak was er niks strafrechtelijks gebeurd. Terwijl de autoriteiten vorige maand nog beloofden meer te investeren in de veiligheid van Joden! Ik vroeg: wanneer kan ik dan wél iets doen? Als ze voor je deur staan, zeiden ze. Moet ik wachten tot er iemand met een mes voor mijn deur staat? Je moet preventief kunnen handelen als een menigte weet waar je woont.’ Met zijn advocaat bereidt Daan vervolgstappen voor. De redactie wacht op contact met de politie.

Gebeten hond

Wat zegt hij tegen Israëli’s en Joodse Nederlanders die twijfelen of ze hier nog een toekomst hebben? Daan aarzelt: “Het zou dubbel zijn als ik zeg: kom, het is veilig. Want je ziet dat het niet veilig is. Dat klinkt grof en bot, maar het is zo. Je ziet de antisemitismecijfers snelgroeien. Je voelt je een misdadiger in eigen land, terwijl je niks hebt misdaan.”

Dat Israël opnieuw de gebeten hond was, bleek ook op de COC-boot die door de grachten voer. Volledig de ogen sluitend voor het feit dat leden van de lhbt-gemeenschap in Israël het veiligst is in het hele Midden-Oosten, paradeerde die organisatie met een groot affiche waarop vijf actiepunten stonden. Punt vijf: ‘No pinkwashing or profiting from war crimes, human rights violations and occupation’. De voorzitter van het Homomonument, Femke van Casteren, droeg tijdens de live-uitzending trots een watermeloenspeldje. Zou Van Casteren weten wie de Joodse homoseksueel en oprichter van het COC Benno Premsela was? En wat hij heeft gedaan voor de homo-emancipatie?

Hoezeer de feiten worden verdraaid, bleek al eerder op het Amsterdamse Museumplein. Daar stond een reeks vlaggen van landen waar homoseksualiteit nog steeds strafbaar is. Tot 2024 hing daar ook – terecht — de Palestijnse vlag. Sinds vorig jaar niet meer, waarschijnlijk om organisaties als ‘Queers for Palestine’ niet tegen de schenen te schoppen. Maar woensdag waren de inmiddels bekende zwart-wit-groen-rode vlaggen wel degelijk zichtbaar. Een aantal activisten hadden ervoor gezorgd dat die ‘vergeten vierkleur’ keurig bij de andere symbolen van onderdrukkende entiteiten hing.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Binnenland

De Canal Pride is inclusief, maar niet voor iedereen