Bemoediging op de Dam met criminele wijn

Dagboek van 17 september 2026
Dam 2026 pro-Israel demonstratie

Ik ben van plan het mezelf vandaag makkelijk te maken. Mijn dagboek telt gewoonlijk om en nabij de elfhonderd woorden. Ik heb zojuist op de Dam gesproken bij de grote Israëlmanifestatie, vóór Israël en tegen Jodenhaat. Normaliter spreek ik uit mijn hoofd, zonder een papiertje voor me. Het voordeel is de spontaniteit en improvisatie, maar het nadeel is dat ik soms te lang spreek, iets vergeet wat ik had willen benoemen of mezelf onnodig herhaal. Mijn toespraak uit het hoofd wordt ter plekke gefabriceerd. Ik heb wel van tevoren nagedacht over de boodschap die ik wil brengen en over wie of wat ik moet vermelden, maar vooraf heb ik uitsluitend het raamwerk in mijn hoofd: niet de verpakking of de presentatie en slechts in beperkte mate de inhoud. Vandaag werd ik min of meer (en eigenlijk meer dan min!) door de organisatie gedwongen mijn toespraak op papier te zetten, omdat ik, net als de vier andere sprekers, een tijdslimiet kreeg opgelegd van vijf minuten (met een uitloop tot maximaal zes). En omdat ik die toespraak dus op papier heb, dacht ik: dat komt mooi uit. Ik verhef deze toespraak tot een deel van mijn dagboek. En dus volgt hierbij mijn Damtoespraak:

“Vaak wordt mij de vraag gesteld: bestaan er nog wonderen? Mijn steevaste antwoord luidt dan: kijk naar mij. Ik ben een G’ds wonder! Stel dat er een professor in de geschiedenis zou bestaan die nog nooit van Joden heeft gehoord, en je zou hem vragen: ‘Hooggeleerde professor, er is een volk dat meer dan 3300 jaar geleden is ontstaan in een onbeschermde omgeving: een woestijn. Dat volk wordt van alle kanten aangevallen. Het krijgt een eigen land, genaamd Israël, en heeft aanval na aanval te verduren. Het wordt grotendeels uit zijn eigen land verdreven en over de hele wereld verspreid. In die vijandige wereld past dat volk zich aan de omgeving en de cultuur aan. Het neemt de taal van het land van inwoning over en vergeet vaak bijna zijn eigen oorspronkelijke taal. Het past zijn kleding aan en neemt uiterlijke kenmerken over van de omgeving waarin het leeft. Joden uit Siberië zijn hoogblond. Joden uit Jemen hebben een donkere huidskleur.

Het volk lijdt onder lokale pogingen tot uitroeiing: pogroms. In de tijd van de kruistochten werden Joden om religieuze redenen vermoord en werden hele gemeenschappen van dit volk daadwerkelijk uitgeroeid, terwijl de moordenaars tot helden werden verheven en nog steeds als zodanig in onze geschiedenisboekjes worden vermeld.Gedurende de middeleeuwen werd het volk aangewezen als overbrenger en veroorzaker van de pest, die duizenden doden tot gevolg had. Daarom mocht het volk worden gemarteld en vernietigd, alsof het een besmettelijk virus was.In de Tweede Wereldoorlog werd het vergast, omdat het tot een verkeerd en minderwaardig ras zou behoren. Nog maar zo’n drie jaar geleden werd op sociale media verkondigd dat dit volk de wereld met het covidvirus had vergiftigd, om vervolgens, sluw als het volk is, zelf het vaccin op de markt te brengen en er heel veel geld aan te verdienen. De Verenigde Naties keren zich keer op keer tegen dit ene volkje, het volkje dat gedurende de Holocaust zes miljoen van zijn mensen in de hel van de gaskamers verloor… Beste hooggeleerde professor, bestaat dit volk nog?

Het antwoord van de professor zou luiden dat dit volk volgens de wetmatigheden van de historie niet meer bestaat. En toch bestaan we! Lieve mensen, vrienden van Israël: u ziet hier een onverklaarbaar wonder voor u staan! En het wonder is nog groter dan het al is. Want ondanks alle bedreigingen, ondanks de tsunami aan vervloekingen, intimidatie, criminalisering en demonisering, sta ik hier niet in mijn eentje. Ik weet me hier op de Dam, anno 2026, in het Joodse jaar 5787, omringd door duizenden vrienden die weigeren het kuddegedrag van de overgrote meerderheid te volgen.

Vrienden die het bestaansrecht van de staat Israël erkennen en met wie ik, in vriendschap en met wederzijds respect, onder het genot van een glas koosjere wijn uit Israël kan uitroepen: ‘Lechajim, lechajim, op het leven en op sjalom voor alle volkeren van G’ds aarde.’

Afgelopen Rosj Hasjana, het Joodse Nieuwjaar, weerklonken in alle uithoeken van de wereld, en speciaal in het Heilige Land Israël, de klanken van de sjofar, de ramshoorn. Maimonides geeft aan dat we op de sjofar blazen omdat het zo in de Schrift staat. G’d heeft ons Joden in de Tora opgedragen op Rosj Hasjana, het Joodse Nieuwjaar, op de sjofar te blazen. Het staat geschreven. Dat is op zichzelf voldoende. En toch draagt die doordringende klank een duidelijke boodschap in zich, zoals Maimonides zelf ook aangeeft: wereld, word wakker! Ja, de wereld en de Verenigde Naties hebben toegekeken hoe zes miljoen Joden werden vermoord. Maar weet u dat daarnaast tussen de vijfenvijftig en vijfenzeventig miljoen medemensen diezelfde oorlog evenmin hebben overleefd? De sjofar leert ons dat we niet alles kunnen begrijpen. Jodenhaat en de mondiale drang om Israël van de wereldkaart te wissen, zijn een keiharde realiteit, maar niet logisch en volledig onverklaarbaar. En toch mogen we het niet op zijn beloop laten, alleen omdat we het niet kunnen plaatsen.

Alertheid is geboden. Educatie is essentieel. Solidariteitswandelingen maken onze verbondenheid zichtbaar. Er moet worden gestreden tegen polarisatie en Jodenhaat, tegen de demonisering van Joden en tegen de criminalisering van de staat Israël. Maar niet tegen mijn volkomen onschuldige, heerlijke glaasje wijn uit het Heilige Land. Am Jisraëel chai! Israël leeft en overleeft, ondanks alles en mede dankzij u, de duizenden vrienden die hier bijeen zijn gekomen om ons Joden en Israël te bemoedigen.”

Ik zit nu achterin de beveiligde auto, op weg naar huis. Het is nu 21.50 uur. Ik wil dit dagboek afsluiten en hoop het morgenochtend bij u in de digitale bus te krijgen. De pro-Israëldemonstratie was geweldig. Duizenden mensen waren met zevenendertig bussen uit verschillende delen van ons land gekomen. Bij tijd en wijle regende het pijpenstelen, maar ik denk niet dat dit ook maar iemand ertoe heeft gebracht voortijdig te vertrekken. Mijn toespraak kwam over, zegt mijn gevoel, en ik ben dankbaar dat ik een bijdrage heb mogen leveren aan deze geweldige en bemoedigende bijeenkomst.

O ja, ik heb aan het begin van mijn toespraak een slokje wijn gedronken. Niet omdat ik dorst had, maar omdat ik gewoon wilde kijken of ik al gearresteerd zou worden, hetgeen niet geschiedde. Dat had ook nog niet gemogen, want het verbod op criminele Joodse wijn gaat pas op 22 september in, de dag na Jom Kipoer. We kunnen dus bij het uitgaan van de Grote Verzoendag nog ongestraft havdala maken op Joods-criminele wijn! Maar eigenlijk begrijp ik het niet helemaal, want criminaliteit behoort niet aan een ingangsdatum gebonden te zijn. Misschien denk ik echter te Talmoedisch. Maar of de wijn nu al wel of nog net niet crimineel is: ik wilde van de gelegenheid gebruik maken om nog eenmaal legaal, maar dan ten overstaan van minstens drieduizend vrienden en vriendinnen, een heerlijk glaasje wijn uit de omstreden (onbezette) gebieden te drinken. Die kans krijg ik nooit weer, want wet is wet, Befehl ist Befehl, geldt ook voor mijn glaasje kiddoesj op sjabbat.

Sjabbat sjalom en voor Jom Kipoer, zondagavond en maandag: nog vele jaren, een goede vasten en een gezonde aanbijt. Mogen we allen worden ingeschreven en verzegeld voor een goed en gezond jaar, fysiek en geestelijk; een jaar van echte sjalom voor alle volkeren van G’ds aarde, ongeacht of hun welzijn wel of niet van invloed is op de benzineprijs!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Dagboek

Bemoediging op de Dam met criminele wijn