Goed en zoet

Dagboek van 9 september 2026.
Dordrecht

“Sjalom! En groet rabbijn Binyomin Jacobs. Ik hoorde de rabbijn op Instagram. Wat verdrietig dat de Joodse medemens straks gedwongen wordt om ons land te verlaten … Bij deze mijn oproep naar de opperrabbijn en zijn Joodse gemeenschap: blijf bij ons. Wees sterk.”

Na het warme Israëlisch-Joodse bad van acht dagen ben ik weer geland, hoewel het landen me zwaarder afgaat dan verwacht. En terwijl ik bezig ben te acclimatiseren, omdat ik geen keus heb, ontving ik bovenstaand berichtje van een bekende van mij die van een hem bekende en voor mij onbekende het verzoek kreeg mij te groeten en, dat kwam zeer welkom binnen, mij een hart onder de riem te steken. Omdat ik allergisch ben voor het verkwisten van tijd en bovendien bijna tegen het depressieve aan zit te hikken vanwege het religieuze klimaatverschil tussen Israël en Nederland, heeft bovenstaand ‘Sjalom!’ een helende werking.

Wat mij ook goed heeft gedaan, was de taxirit van luchthaven Ben-Goerion naar Jeruzalem. De taxichauffeur had vernomen van het kort geding dat IPC (Israel Producten Centrum) en EJA (European Jewish Association) hadden aangespannen tegen de Nederlandse staat vanwege het ophanden zijnde verbod op de in- en verkoop van producten uit de betwiste gebieden. Waarom sprak die mij onbekende taxichauffeur mij hierover aan? Toen hij vernam dat ik uit Nederland afkomstig was, vertelde hij mij dat hij juist enige minuten voor onze rit van een vriend van hem in een dagboek van een of andere Nederlandse rabbijn, dat hij op zijn computer regelmatig liet vertalen in het Hebreeuws, had gelezen hoe Nederland zich opstelt ten opzichte van Israël. Toen ik de chauffeur vertelde dat ik die ‘een of andere Nederlandse rabbijn’ was, kondigde hij spontaan een fikse hanacha aan op de rit die normaliter volgens hem vierhonderd sjekel zou hebben gekost en ik nu voor slechts driehonderd sjekel kreeg. Overigens kostte mij de terugrit zonder hanacha (!) 250 sjekel, maar dat was wel overdag en ook nog toevallig zonder file.

Maar dat mijn dagboek zover reikt, deed me goed: weer een bemoediging, een soort kalmeringspilletje, in de inwendige strijd tegen mijn acclimatiseringsdepressie die al redelijk op z’n retour is, want ik ben alweer enige dagen terug.

Wat me trouwens ook goed doet, is de groei van solidariteitswandelingen. We staan dus kennelijk niet helemaal alleen en als ik dan ook nog word uitgenodigd om mee te lopen en mijn aanwezigheid er zelfs toe leidt, volgens de organisatoren, dat er meer deelnemers komen dan gewoonlijk… dan kan mijn dag bijna niet meer stuk! Het is nu drie uur in de ochtend/nacht van dinsdag op woensdag en ik heb al een flink aantal uren diepe slaap achter de rug. Om half zeven ‘s avonds vertrok ik met beveiliging richting Dordrecht en om tien voor acht hadden we het beginpunt van de wandeling bereikt. Omdat Dordrecht driehonderd leden verloor in de oorlog, is de Joodse gemeente officieel opgeheven en werd de Joodse Gemeente Dordrecht een buitengemeente van de Joodse Gemeente Rotterdam. De Dordrechtse synagoge bestaat niet meer. Ook het gebouw, dat in vele gemeenten als gebouw de Holocaust wist te overleven, is letterlijk van de kaart geveegd en heeft plaats moeten maken voor een parkeerterrein, waarmee zelfs de herinnering aan wat eens was werd weggevaagd. Een klein honderdtal vrienden van Israël liep mee, trotseerde de stromende regen om solidariteit met de Joodse gemeenschap in Nederland te betuigen en, zoals ook duidelijk werd vermeld, stond als één man achter, voor en naast Israël.

In de week voor Rosj Hasjana, Joods Nieuwjaar, zeggen gelovige Joden overal ter wereld heel vroeg in de ochtend, wanneer de dag nog nauwelijks is aangebroken, slichot, smeekgebeden. Het is nog te vroeg om de slichot van woensdag nu al te zeggen. Dadelijk, woensdag, krijg ik bezoek van de politie om de inbraakbestendigheid van mijn huis te bekijken en om elf uur ben ik in het IPC, het Israël Producten Centrum, voor een livestreamopname,. Waarschijnlijk over Rosj Hasjana, want vrijdagavond aanstaande begint niet alleen de sjabbat, maar tegelijkertijd de eerste dag van Rosj Hasjana. Ik duik mijn bed weer in, maar niet voordat ik u allen, mijn trouwe dagboekeniers, een goed en gezond jaar heb gewenst. Een jaar van sjalom voor alle bewoners van G’ds aarde. Sjalom, niet alleen als een staakt-het-vuren, maar echte sjalom, waarin ieder zichzelf kan en mag blijven, naastenliefde iedere vorm van haat en jaloezie heeft verdreven en G’ds alomtegenwoordigheid door ieder (mede)mens wordt gevoeld en beleefd.

In mijn herderlijk schrijven, dat naar alle Joodse Gemeenten wordt verstuurd, verwoordde ik het als volgt:

“Toen Mozes zag dat een deel van het Joodse volk G’d vergeten was en zich schuldig maakte aan afgodendienst, brak hij de stenen taferelen die hij zojuist van hogerhand had ontvangen. Hij toonde hiermee dat de Tora, jodendom en afgodendienst, de ouderwetse naam voor secularisatie, niet samengaan. Tora is geen wetenschap maar ons handboek waarin aangegeven staat hoe wij als mensen dienen te leven en hoe we moeten omgaan met het alledaagse met al zijn beproevingen. Niet jezelf afzonderen, jezelf nooit opsluiten en zeker niet wegkijken.

In den beginne schiep G’d de hemel en de aarde. Iedere letter, punt en komma in de Tora heeft een betekenis. Koning Salomo kende alle betekenissen, zelfs van de wetten en gebruiken die ogenschijnlijk geen betekenis hebben. Maar de Schepping zelf bleef ook voor hem en zelfs voor Mozes een niet te vatten gegeven. Op Rosj Hasjana worden we geacht onszelf op te warmen met als doel: in een koude wereld met al zijn valkuilen en problemen, ook als we er geen touw aan kunnen vastknopen, toch overeind te blijven, als Joden en als niet-Joden, als mensen in een brede samenleving, met de Eeuwige steeds voor ogen.

Moge de Eeuwige ons allen zegenen met nog vele jaren in goede gezondheid, vrede en kracht, zodat wij samen Zijn weg mogen blijven bewandelen in een entourage die weliswaar steeds grimmiger wordt, maar waarin tegelijkertijd ook steeds meer vrienden vanuit de brede samenleving zichtbaar worden die ons begroeten met een warm sjalom – שלום.”

U, niet-Joodse lezers van mijn dagboek en deelnemers aan solidariteitswandelingen, u bent die vrienden waarover ik schrijf in mijn herderlijk schrijven! Dank voor die vriendschap! En terwijl onze Tweede Kamer probeert mijn glaasje Israëlische wijn, die ik nodig heb bij de inwijding van de sjabbat en Rosj Hasjana, te criminaliseren, wens ik u nog vele jaren, een goed en zoet 5787 – לשנה טובה ומתוקה בגו”ר !

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Dagboek

Goed en zoet