Ambassadeur Vapni: ‘Wat mij beangstigt is de cancelcultuur in Nederland’

Zvi Aviner Vapni is ruim een jaar ambassadeur van Israël in Den Haag. Zijn lange loopbaan als diplomaat heeft er niet toe geleid dat hij een blad voor de mond neemt. In gesprek met het NIW vertelt hij openlijk hoe de haat tegen zijn land hem raakt. ‘Er moeten inspanningen komen uit de gehele Joodse gemeenschap.’
Foto: Bernard Blasband
Foto: Bernard Blasband

Het is bijna een understatement: ambassadeur van Israël is een van de moeilijkste banen in ons land. De Joodse staat gold natuurlijk al langer als kop van Jut voor linkse, islamitische en extreemrechtse activisten, die beweren het beste voor te hebben met de Palestijnen. Maar de omslag die 7 oktober 2023 teweeg heeft gebracht, het loslaten van alle taboes in pers, politiek en universiteiten — om nog maar te zwijgen over sociale media — zullen weinigen voor mogelijk gehouden hebben.  

Is er sinds de Tweede Wereldoorlog een tijd geweest waarin antisemitisme zo openlijk beleden werd in ons land? Is er ooit een staat meer gedemoniseerd dan de Joodse? Is er een politiek vraagstuk geweest dat tegelijkertijd zo weinig invloed heeft op de levens van Nederlandse burgers en toch zo centraal wordt gesteld in de politiek? Is er de aflopen tachtig jaar een conflict geweest waarover de Nederlandse pers zo eenzijdig berichtte en waarover zo veel desinformatie is verspreid? En dan vooral door de zelfbenoemde kwaliteitskranten en de door de belastingbetaler gefinancierde omroepen? 

Met deze en tal van andere vragen reisde het NIW naar Den Haag om ze voor te leggen aan de man die voor de vijanden van Israël gezien wordt als de personificatie van het zionisme dat zij verfoeien. En tegelijkertijd voor de overgrote meerderheid van de Joodse gemeenschap als een rots in de branding. De 63-jarige Zvi Aviner Vapni is nu een jaar ambassadeur en uit alles blijkt dat hij een intellectueel is. De tot historicus opgeleide ambassadeur is een niet onverdienstelijk romancier en schrijver van korte verhalen. Dat belet hem niet vrijuit te spreken, een opvallende karaktertrek voor een carrièrediplomaat met zo’n indrukwekkende staat van dienst. 

NIW: Hoe kijkt u terug op uw eerste jaar in Nederland? 

Vapni: Een van de belangrijkste ontwikkelingen van het afgelopen jaar is dat Nederland van een land in de middenmoot van Europa als het om de houding tegenover Israël gaat, opeens een van de koplopers is geworden. Het is nog niet zo erg als in bijvoorbeeld Ierland, waar het niet uitmaakt welke partijen in de regering zitten, zij zijn allemaal tegen Israël. Ben ik als Israëli gelukkig met de Nederlandse regering? Daar ben ik niet zo zeker van, maar het maakt niet uit. Ik heb geen stemrecht hier.

Beschouwt u Nederland nog als een bevriend land?

Ja, ik denk het wel. Al is er in de politieke balans wel echt iets veranderd in het denken over Israël, en niet ten goede. Maar we hebben nog steeds vrienden hier, ik kom ze dagelijks tegen. Ook in de politiek, met  JA21 , SGP, PVV, VVD en de CU.

Het zit in het DNA van Nederland altijd aan de belangrijke internationale tafels mee te willen praten, dat bewonder ik. Maar als je eenzijdig stelling neemt, in dit geval tegen Israël, dan raak je die plaats aan tafel kwijt. Dan word je irrelevant. Kijk naar Ierland, kijk naar Spanje, zij tellen internationaal niet mee omdat zij zo radicaal zijn. Ik denk dat de Nederlandse bevolking en regering relevant willen blijven. Luister dan naar ons, praat met ons, maar preek niet tegen ons. 

‘We hebben nog steeds vrienden hier, ik kom ze dagelijks tegen’

Tegelijkertijd zie je dat veel mensen bang zijn zich uit te spreken, er heerst een klimaat van intimidatie. Niemand wil dat de ruiten van zijn bedrijf ingegooid worden omdat hij zich voor Israël uitspreekt. Er heerst een zekere angst, een verlegenheid rond het thema. Mensen voelen zich geïntimideerd door een groeiende links-progressieve vleugel en door de groeiende moslimbevolking. Maar ik denk niet dat Nederland een vijandig land ten opzichte van Israël is. De meningen zijn divers.

Dat zijn ze niet op de universiteiten. 

De Nederlandse en Belgische universiteiten zijn de ergste van Europa. Op misschien twee na zitten ze allemaal op dezelfde lijn, zijn ze allemaal voor een boycot van Israël. Ik begrijp best dat er academische vrijheid is, dat de universiteiten autonomie hebben, dat hebben ze in Israël ook. Maar je kunt best als regering je bezorgdheid uitspreken. Er is ruimte voor leiderschap in elke situatie. Want nu is er alleen vrijheid van meningsuiting als je pro-Palestijns bent. Onze kant van het verhaal wordt volledig geblokkeerd. 

Academische vrijheid is volgens mij ook de vrijheid internationale contacten te hebben als je onderzoek wilt verrichten. In de praktijk is het nu zo dat als je ervoor kiest samen te werken met een universiteit in Israël, de reacties op zijn minst afkeurend zijn. Maar dat kan veel verder gaan: mensen die vertellen dat je carrière dan voorbij is. Er is geen volledige academische vrijheid en er is geen volledige vrijheid van meningsuiting.

Als ik praat met de rector magnificus van een universiteit over een antisemitisch spandoek op de campus en vraag wat hij daaraan gaat doen, krijg ik als antwoord: ‘Wat kan ik daaraan doen?’ Ik denk dan: het is niet aan mij te vertellen wat u moet doen, maar vreemd is het wel: u leidt de universiteit en u vraagt mij wat te doen? Wat moet de Joodse student doen die er elke dag langs loopt? Moet die het maar aanvaarden? Zou u dat accepteren als het spandoek tegen vrouwen gericht was? Of tegen zwarten? Tegen moslims? U zou naar de maan vliegen en weer terug om het weg te krijgen, als het seksistisch, racistisch of islamofoob was. Maar op de een of andere manier is dat anders als het om ons gaat, dan mag opeens alles.

Wat vond u van de recente herdenking bij Loods24 in Rotterdam? Linkse politici wilden u daar niet bij hebben en er werd gedemonstreerd tegen uw aanwezigheid, zelfs door een enkele Joodse Nederlander.

Wat we daar zagen was een poging van anti-Israëlische elementen de Joodse staat los te maken van de Joodse gemeenschap. Als ambassadeur ben ik bezorgd om de veiligheid en het welzijn van Nederlandse Joden, zij zijn onze broeders en zusters. De herinnering aan de Holocaust zou heilig moeten zijn en niet verbonden aan enige politieke agenda. Bij de herdenking sprak ik alleen maar over de herinnering aan de Holocaust. Het was van het begin af aan duidelijk dat ik erbij zou zijn, ondanks de pogingen van lieden die probeerden de herdenking te verstoren.

‘De Nederlandse en Belgische universiteiten zijn de ergste van Europa’

Wij zullen nooit zwijgen over de Holocaust of over degenen die proberen de Shoa te verdraaien. De Joodse staat Israël zal altijd een belangrijke rol spelen voor Joden overal ter wereld. Wij zullen de wereld blijven herinneren aan de consequenties van het antisemitisme en verschrikkelijke haat die we op dit moment de kop zien opsteken.

Wat voor soort leiderschap verwacht u van Nederlandse politici?

Dat ze stelling durven nemen, hardop zeggen waar ze staan. Als Frans Timmermans beslist dat Israëli’s nazi’s zijn en door dat te zeggen gewoon aan Holocaustinversie doet (het omdraaien van dader en slachtoffer in de Shoa, red.), dan verwacht ik dat iemand in de regering zegt dat dit onaanvaardbaar is. En antisemitisch. Met alle respect voor Timmermans … nou ja, ik heb persoonlijk niet zoveel respect voor hem. Anderen hebben dat misschien wel. Maar als je dit soort zaken hoort en erover zwijgt, dat sta je toe dat dit soort gevoelens groeien. Elke keer dat zo’n opmerking gemaakt wordt, is een test.

En de regering is niet geslaagd voor die test? 

Timmermans zei dat hij de volgende keer nog verder zou gaan. Wanneer hou je hem dan tegen? Want hij is een antisemiet, een echte antisemiet. Daar is geen twijfel over mogelijk. Wanneer roep je hem dan wel tot de orde? Moet hij eerst oproepen tot … ik wil er niet eens aan denken wat hij allemaal wil zeggen. Er moet onmiddellijk gereageerd worden, net zoals wanneer iemand zoiets zegt over moslims, ras of gender. Dan zou je onmiddellijk reageren. Maar als het over ons gaat, is er een verbazingwekkende stilte. En we weten precies wie dat ‘ons’ is: ons is Israël, ons is de Joden.

Zvi Vapni: ‘Wij zullen nooit zwijgen over de Holocaust of over degenen die proberen de Shoa te verdraaien’ Foto: Bernard Blasband

‘Timmermans is een echte antisemiet, daar is geen twijfel over mogelijk’

Ik weet dat het soms gemakkelijk is een verschil daartussen te maken, tussen Israël en de Joden. Maar feitelijk is dat verschil er niet. Niet vanwege ons, wij zien dat wel degelijk, maar omdat de wereld ons zo ziet, ons als één ziet. Omdat de wereld de Joodse gemeenschap hier bekijkt alsof die onderdeel is van de beslissingen van de regering in Jeruzalem. Dat is de werkelijkheid. Dus handel daarnaar, dat is wat ik van politici verwacht.

Deze maand begint de boycot van producten uit de Westelijke Jordaanoever, de Golan en Oost-Jeruzalem.

We wachten op het vonnis van het kort geding. Dat hebben we nauwgezet gevolgd. 

Daar verwacht u toch niet al te veel van?

Nee, inderdaad. Maar het was belangrijk dat de Joodse en christelijke gemeenschappen een daad stelden. Zelfs als ze verliezen. En daar mag het niet bij blijven. Er moeten inspanningen komen uit de gehele Joodse gemeenschap. Dat is iets waartoe ik iedereen oproep. Er zijn groepen die veel doen, die zich mobiliseren: CJO, Maccabi, CIDI, Lev, om er een paar te noemen, zij zijn bijzonder actief. En natuurlijk Christenen voor Israël, die zijn geweldig, onze beste vrienden. 

Ik begrijp dat het lastig is in het geweer te komen, maar dit is de wereld waarin wij leven. Het is belangrijk onze bezwaren in een zeer vroeg stadium te laten horen. En niet bang te zijn, want dit soort zaken negeren leidt alleen maar tot ergere. Ik voel een enorme empathie voor deze eeuwenoude en illustere gemeenschap, die leeft onder dreiging en intimidatie. 

De ambassadeur van Israël als ambassadeur van de Joodse gemeenschap, die houding zagen wij ook bij uw voorgangers. Natuurlijk is die verbondenheid wederzijds, maar tegelijkertijd leeft in brede kringen het gevoel dat de regering in Jeruzalem er alles aan doet het leven van Joden in de diaspora zo moeilijk mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door het zwakke optreden tegen Israëlische extremisten op de Westelijke Jordaanoever.

Om te beginnen moet je constateren dat Israël een functionerende democratie heeft. Daarin is nu eenmaal niet iedereen tevreden met het beleid van de regering. Als er een wisseling van de wacht komt, is de andere helft ongelukkig, dat hoort bij een democratie. Maar ik begrijp het punt en ik kan zeggen dat ook in Israël hier grote zorgen over leven. Dat heeft geleid tot een verandering in de houding van de regering. Het is iets waar veel Israëli’s zich nu mee bezig houden, veel meer dan twee jaar geleden bijvoorbeeld. Het bewustzijn over de situatie op de Westoever is gegroeid in de loop der tijd. We hebben een ernstig probleem met Joodse terroristen in Judea en Samaria. Die moeten op dezelfde wijze behandeld worden als elke andere crimineel.

‘Zodra het over ons gaat, heerst er een verbazingwekkende stilte’

Tegelijkertijd moet je erkennen dat men zich nu lijkt te focussen op de Westelijke Jordaanoever, maar dat het probleem hier nu een heel andere kwestie is. Het gaat vaak allang niet meer om kritiek op het Israëlische regeringsbeleid. Nee, het gaat nu om het bestaansrecht van Israël. Wij mogen niet bestaan. Wij kunnen morgen een Palestijnse staat creëren en het zou niets uitmaken. Luister naar wat de jongeren van Pro zeggen: van de rivier tot de zee mag er alleen een Palestijnse staat zijn. Die trend komt niet echt als een verrassing, maar wel de snelheid waarmee het is gebeurd. We hadden gedacht dat het nog wel tien jaar zou duren, misschien nog een generatie.

Wij krijgen hier soms het gevoel dat de regering alleen maar denkt aan het winnen van de verkiezingen op 27 oktober en stikken jullie maar in de diaspora.

Alle politiek is lokaal. Geen politicus in Israël denkt: o, wat zal men in Nederland hiervan vinden? Voor mij als diplomaat is dat soms problematisch, want mij interesseert het wel wat de Joden hier denken. Maar je mag niet vergeten dat de politiek net als de hele Israëlische samenleving nog aan de post-traumatische stress van 7 oktober lijdt. Als er een nieuwe regering komt, zal die allereerst de problemen in Israël zelf moeten aanpakken.

Zoals de verhouding met de ultraorthodoxe gemeenschap. Moeten charediem in dienst? 

Absoluut, de IDF is een volksleger. De meeste Israëli’s zullen je vertellen dat we het ons niet kunnen veroorloven als een groot deel van hen niet in dienst gaat. We zullen rekening moeten houden met bepaalde religieuze gevoeligheden, maar: ja, absoluut.

‘Vroeger gingen er ook bommen af, maar we hadden tenminste gesprekken’

Gelooft u nog in een tweestatenoplossing? 

Als een principe? Ja. Maar onze regio wordt steeds gecompliceerder. De tijd dat we die oplossing bespraken was voor de opkomst van de extremistische islam. We kunnen het ons niet veroorloven dat de Westelijke Jordaanoever net als Gaza wordt. Ariel Sharon was bijzonder moedig toen hij Israel besloot terug te trekken uit Gaza, maar wat hebben wij ervoor teruggekregen? Er is nooit een dergelijke stap van de andere kant gekomen. Niet eens de erkenning dat wij bestaan. Op scholen werd nog steeds onderwezen dat wij als ongelovigen gedood moeten worden. Stel je voor dat die eeuwigdurende nachtmerrie van Gaza ook in een door Hamas gecontroleerde staat ontstaat als wij ons terugtrekken uit Judea en Samaria.

Zvi Vapni bij de herdenking bij Loods 24 in Rotterdam. Foto: Bernard Blasband

Ten slotte: wat wilt u in Nederland bereikt hebben als u vertrekt als ambassadeur?

Ik zou een einde willen zien van die volledige boycot door de universiteiten. Ik wil met iedereen praten, met leden van alle politieke partijen. Uiteraard met de uitzondering van antisemieten. We hoeven het niet eens te zijn, maar we moeten wel een gesprek kunnen voeren. Wat mij het meest beangstigt is dat er een cultuur is ontstaan, een cancel culture, waarin discussies en dialoog als iets slechts worden beschouwd.

Vroeger kon ik praten met Palestijnen. En ook toen al gingen er bommen af, zelfmoordterroristen bliezen bussen op, het was verschrikkelijk … maar we hadden gesprekken, emotionele gesprekken op de universiteiten. En de studenten zaten erbij en luisterden. We werden het misschien niet eens, maar twee mensen die politiek niet verder van elkaar af kunnen staan, zaten in één ruimte en praatten met elkaar. Dat is nu weg, allemaal verdwenen.

–––––––––––––––––––––

Zvi Aviner Vapni (63)

2025–nu
Ambassadeur van de staat Israël in Nederland 

2023–2025
Ambassadeur van de afdeling Europa op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Aangewezen als ambassadeur in Spanje, door de verslechterende relatie tussen dat land en de Joodse staat echter nooit benoemd

2021–2023
Senior buitenlandadviseur van president Isaac Herzog 

2019–2021
Hoofd van het Noord-Amerikabureau op het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken 

2015–2019
Ambassadeur in  Slowakije 

2013–2015
Diplomatiek adviseur bij de Nationale Veiligheidsraad 

2011–2013
Directeur parlementaire zaken van de afdeling Noord-Amerika op het ministerie van Buitenlandse Zaken 

2007–2011
Ambassadeur op de Filippijnen 

2005–2007
Adviseur Noord-Amerika, ministerie van Buitenlandse Zaken 

2000–2005
Plaatsvervangend consul-generaal, Israëlisch consulaat in Atlanta, Georgia (VS) 

1998–2000
Medewerker parlementaire zaken, afdeling Noord-Amerika, Ministerie van Buitenlandse Zaken 

1996–1998
Plaatsvervangend consul-generaal en hoofd consulaire zaken, Israëlisch consulaat in Atlanta, Georgia (VS) 

1993–1996
Plaatsvervangend chef de mission en hoofd van de consulaire afdeling in Sofia, Bulgarije 

1991–1993
Cadet op de School voor Diplomatie in Jeruzalem 

1989–1992
Docent aan de Open Universiteit van Tel Aviv 

1982–1985
Dienstplichtig onderofficier bij de militaire inlichtingendienst van de IDF 

In 1988 behaalde Vapni een bachelor in Europese en Joodse geschiedenis en in 1993 een master in geschiedenis aan de Hebrew University in Jeruzalem. 

Zvi Aviner Vapni is geboren op 19 december 1963 in Petach Tikva.

Eén reactie

  1. Tja, over cancellen gesproken, voor wie wil: een interview op NRC podcast “Het Uur” (interviewer Pieter van der Wielen) met een inmiddels rasechte anti-Zionist met Amerikaanse achtergrond: Benjamin Moser.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Nieuws

Ed Sheeran gooit Macklemore uit voorprogramma om Palestijnse propaganda