Mijn huisje van takjes en riet

Dagboek van 24 september 2026.
solidariteit sneek

Beste mensen, wat een geweldige baan heb ik toch: (solidariteits)wandeling na (solidariteits)wandeling mag ik (mee)lopen. In mijn agenda staan voor de nabije toekomst Groningen en Buren al ingepland. Leiden en Woudenberg hebben zich nu ook bij de 21 solidariteitswandelingen aangesloten. Daarmee staat de teller op 23.

Maar gisteravond was ik dus in Sneek, de geboorteplaats van mijn oma, de moeder van mijn vader. Haar meisjesnaam was Sanders. Ondanks de plensbuien was het een geweldige happening. De wandeling begon bij de Joodse begraafplaats voor het monument dat ikzelf jaren geleden mocht inwijden. Bij de plaats waar eens de sjoel was, werd gestopt. Ook daar staat een monument, dat nog maar een paar jaar geleden werd onthuld. Niet door mij, naar ik mij herinner, maar ik heb er wel een toespraak gehouden. Ik voelde me dus om meerdere redenen verbonden aan deze solidariteitswandeling.

Er gebeurde iets dat me nog veel meer een gevoel van verbondenheid gaf, een gevoel van thuiskomen. Tijdens een van de toespraakjes die ik hield, noemde ik de naam Wiersma. Ik zal nog even uw geheugen opfrissen. Vorig jaar, tijdens Chanoeka, ontmoette ik, na het publiekelijk aansteken van de menora in Leeuwarden, een vitale oude dame. Ze stelde zich voor als mevrouw Wiersma. ‘Wiersma!’, riep ik uit. ‘Die heeft mijn moeder en haar beide ouders het leven gered.’ Hij was een politieman uit Gouda en gaf leiding aan het verzet in Friesland … De intelligent ogende oude dame was gered door Sjoerd Wiersma uit Joure. Mijn redder was de neef van Sjoerd. Mevrouw Wiersma was Joods en haar achternaam was eigenlijk een andere. Maar bij Wiersma was ze grootgebracht en in de oorlog kon ze uiteraard niet haar eigen naam gebruiken. De christelijke pleegvader had haar bewust niet gedoopt, omdat hij haar ongedoopt aan haar Joodse ouders wilde teruggeven als ze haar zouden komen ophalen. Maar ze kwamen haar nooit ophalen… Een van de wandelaars in Sneek wist van mijn ontmoeting met de vitale Joodse mevrouw Wiersma die geen Wiersma was. Ze was een Joodse vrouw, toen slechts drie maanden oud, die haar leven aan hem had te danken en die nu, waarschijnlijk al haar hele leven, worstelde met de band met haar redders en met haar eigen ouders die ze nooit heeft gekend. De man in Sneek die van mijn ontmoeting afwist, is de vriend van een zekere Sjoerd Wiersma, de kleinzoon van de redder van de vitale oude Joodse dame. En die kleinzoon ga ik nu ontmoeten. Hij heeft ook de neef van zijn grootvader gekend: de redder van mijn moeder, aan wie ik dus ook mijn bestaan te danken heb. 

Dit alles gebeurde gisteravond, woensdag, in Sneek. Maar vanochtend, donderdagochtend, was ik in Loenen op het ereveld van de Oorlogsgravenstichting. Iets minder dan vijfhonderd mensen waren gekomen om het tachtigjarig bestaan van de Oorlogsgravenstichting te vieren. Ik weet niet of ‘vieren’ hier op z’n plaats is, maar het waren wel tachtig volle jaren. Ik behoorde tot de genodigden, en had een gereserveerde plaats naast mijn vriend, de voormalige luitenant-generaal van de Koninklijke Marechaussee. Ik zat dus bijna helemaal vooraan. Als lid van de adviescommissie van de Oorlogsgravenstichting voelde ik me helemaal thuis tussen vrienden. Ik voelde me zo welkom en voelde hoe er met mij werd meegeleefd. Begrip voor het feit dat ik beveiligd moet worden. Begrip voor de sluier van antisemitisme die beangstigend om me heen zweefde. Speciaal voor mij was er een koosjere lunch geregeld. Terwijl ik dit met u deel, voel ik de tranen van dankbaarheid opwellen.

Maar laat ik even mijn ‘emotionele thuisgevoel’ aan de kant zetten. De plechtigheid was intens indrukwekkend. De toespraken waren allemaal kort en diepgaand. Het leed van oorlogen werd in woorden zichtbaar gemaakt. Die jonge moeder die met haar twee kleine kinderen bij het graf van haar gesneuvelde man zat, om zijn verjaardag te vieren. De kinderen maakten tekeningen voor papa. En toen, het slot, de herbegraving van twee mannen die hun leven hadden gegeven om ons onze vrijheid te geven. Maar duidelijk klonk ook de waarschuwing, de hoop, de twijfel, de mogelijke herhaling van wat iedereen tot zo’n tien jaar geleden nog voor onmogelijk had gehouden. Niet dat het er al is, maar wat niet is, kan komen… Pas op Binyomin, waarschuw ik mezelf. Depressiviteit is weliswaar geen overtreding, maar het kan tot de grootste zonden brengen.

We hebben net Joods Nieuwjaar en Jom Kipoer achter ons gelaten. En nu: Soekot, het Loofhuttenfeest. Dien G’d met vreugde, om uiteindelijk de laatste dag Simchat Tora te vieren, Vreugde der Wet. We dansen met de Tora, de eeuwen door, ondanks alles. Am Jisraëel chai, we leven en overleven … maar onderweg vallen er slachtoffers. Waarom? Waarom bestaat er kwaad in deze wereld? Waarom bestaat er überhaupt een wereld? Heeft G’d ons nodig? 

Eergisteren had ik bezoek van Andries Knevel. Hij heeft in Utrecht een symposium georganiseerd over de plaats van lijden en het omgaan met pijn. Ik zou een van de deelnemers zijn, maar omdat de studiedag op sjabbat valt, kwam hij met een cameraman bij mij thuis en mocht ik de vraag beantwoorden: waar was G’d in Auschwitz? Ik heb de vijftien minuten die ik moest vullen, in één adem volgepraat. Knevel was blij, want er hoefde niets geknipt te worden, geen zenuwkuchje verwijderd en niets door de spreker toch nog even anders gezegd te worden. Nunu dus met volle snelheid richting Soekot, het Loofhuttenfeest, het feest bij uitstek van simcha, vreugde. Maar vreugde is pas echte vreugde als de vreugde inhoudsvol is. Vreugde is niet jezelf volgieten met drank en dan richtingloos brullen en gieren tot je erbij neervalt. ‘Dien G’d met vreugde’ is een zeer hoge vorm van vroomheid waartoe slechts weinigen echt in staat zijn. Mij lukt dat nog niet. Ik ben ook nog jong, maar ik probeer het wel. En terwijl ik mezelf aan het voorbereiden ben voor het Loofhuttenfeest, de loofhut in mijn achtertuin opbouw, probeer ik ook, door te lernen, tot vreugde te komen. Hoewel ik vaak denk dat ik beter een normaal beroep had moeten kiezen. Rabbijn is eigenlijk geen beroep voor een nette Joodse jongen. Altijd gezeur, steeds de confrontatie met andermans problemen en als het goed gaat, is er jaloezie (ook tussen Joden!), om maar te zwijgen over het per dag groeiende antisemitisme-antizionisme. 

En toch ben ik een bevoorrecht mens. Ik mag medemensen helpen en tot steun zijn: Joden en niet-Joden, christenen, moslims en ongelovigen. Wat een vreugde om dat te mogen doen… Ik ben ondertussen de opkomende depressie alweer kwijt en voel de dankbaarheid en de vreugde dat het mij gegeven is om voor de medemens klaar te mogen staan.

Genoeg! Even de filosofie verlaten en de realiteit van het leven weer instappen. 

Een verdwaalde Jood of niet-Jood — want daar draait het om — schakelt mijn hulp in om zijn Jood-zijn aan te tonen. Hij heeft namelijk een vriendin die (ook?) Joods is en hij denkt nu plotseling dat hij Joods is. Een ietwat naïeve man, die pretendeert mijn collega te zijn maar dat duidelijk niet is, weet duizend procent zeker dat de verdwaalde Joodse niet-Jood Joods is: dat kun je zien, zegt hij. Maar aan ‘dat kun je zien’ doen we niet. Een hele stamboom wordt me aangeleverd, maar de essentie van het verhaal is dat ik moet verklaren dat na diepgaand onderzoek is gebleken dat de heer X, buitenechtelijk kind van Y, Joods is volgens de halacha. Misschien zou DNA-onderzoek iets kunnen aantonen, maar X is, om mij onbekende redenen, tegen DNA-onderzoek. Intussen worden rabbijnen uit het buitenland erbij gesleept die zouden beweren, volgens X en zijn goedgelovige naïeve quasirabbijn, dat het Jood-zijn van X overduidelijk is. Dit soort bijkomende klusjes zorgen er toch voor dat ik niet alleen de Eeuwige met vreugde probeer te dienen, maar mijn baantje ook nog leuk vind. Ik ben een rijke opperrabbijn en ga nu weer snel verder opbouwen van mijn loofhut: 

“Mijn huisje van takjes en wat riet,
want meer is het niet, meer is het niet.
Het huisje is zo gauw gebouwd,
wat spijkers hier en daar wat hout.
En dat getimmerd aan mekaar,
en zie: hier is mijn loofhut klaar.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Dagboek

Mijn huisje van takjes en riet