Binnenland

De echo van Schuster 

Redactie 09 november 2014, 00:00
De echo van Schuster 

Aron SchusterIn 1966 besloot opperrabbijn Aron Schuster dat NIHS-leden maar beter niet bij een liberale sjoel naar binnen kunnen lopen. Bijna vijftig jaar later zorgt dat nog altijd voor problemen. Maar hoe zit het nu eigenlijk met die rabbinale uitspraak? 

Afgelopen zomer, te midden van de oorlog in Gaza, IS-demonstraties in Den Haag en een exploderend aantal antisemitische incidenten, werd door de Liberaal Joodse Gemeente (LJG) Amsterdam, de orthodoxe gemeente (NIHS) en de Portugees- Israëlitische Gemeente (PIG) een solidariteitsbijeenkomst georganiseerd in aanwezigheid van de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan. De organisatie was een samenwerking tussen drie Amsterdamse gemeenten, het enige probleem vormde de locatie van het evenement. Aanvankelijk zou de avond in het gebouw van de LJG aan de Zuidelijke Wandelweg plaatsvinden, maar sommige NIHS-leden weigerden daar voet over de drempel te zetten. Niet toegestaan, luidde het. De avond vond uiteindelijk op neutrale grond plaats, in verzorgingshuis Beth Shalom.
Onlangs was er weer onenigheid, toen bleek dat een NIHS-chazan tijdens de zogeheten Monthly Minyan-avonden voorzingt op bijeenkomsten waar ook liberale of zelfs niet-halachische Joodse personen komen. De chazan zou ter verantwoording zijn geroepen door een NIHS-rabbijn, zo berichtte het NIW vorige week.
Deze kwesties hebben alles te maken met een psak dien, kortweg een psak, een rabbinale rechterlijke uitspraak, uit 1966. Die werd gedaan door opperrabbijn Aron Schuster (1907-1994), overigens ook de naamgever van de Rav Aron Schuster Synagoge (RAS), beter bekend als de Obrechtsjoel. Historicus Bart Wallet, gespecialiseerd in Joodse geschiedenis en coauteur van Die ons heeft laten leven, geschiedenis van de Joodse Gemeente Amsterdam van 1945 tot 2010, schetst de historische context: „De LJG hield in 1966 een speciale dienst ter ere van de opening van hun nieuwe synagoge en had onder meer het NIHS-bestuur daarvoor uitgenodigd. Dat zag daar geen probleem in en aanvaardde de uitnodiging. Drie jaar eerder was er een enorme rel geweest. Toen had Rav Schuster een verbod uitgesproken toen chazan Hans Bloemendaal van de NIHS samen met Jaap Soetendorp van de LJG zou optreden in een remonstrantse kerk.
Door die strikte, intolerante houding van Schuster had een aantal prominente NIHS-leden zijn lidmaatschap opgezegd. In 1966 dacht men: als we nu weer niet komen, gaat het weer opzeggingen regenen. Er werd zelfs gevreesd voor een schisma binnen de NIHS. Maar de conservatieve Schuster vond aanwezigheid bij een LJG-dienst in strijd met de grondslag van de NIHS en deed een dringend beroep op het bestuur om niet te gaan. Hij wilde aanvankelijk geen officiële psak uitvaardigen. Schuster was bang dat het bestuur zich niet naar zijn gezag zou voegen en dat hij daardoor in zijn hemd zou staan. Uiteindelijk is de psak er toch gekomen, omdat één conservatief bestuurslid dat eiste. Toen moest Schuster wel.”
De bewuste psak dien stelt dat bestuursleden van de Joodse Gemeente Amsterdam geen religieuze bijeenkomsten van de LJG Amsterdam mogen bijwonen. In een later commentaar breidde Schuster dat uit tot een verbod voor alle NIHS-leden om LJG-gebouwen te betreden, religieuze bijeenkomst of niet. De oorzaak hiervan legde hij bij de aard van het liberale jodendom, dat hij eigenlijk geen echt jodendom vond. Zo schreef hij in een brief aan zijn gemeenteleden in september 1966 „dat tussen het historische jodendom – in de wandel het orthodoxe jodendom genoemd – en de reformbeweging, ten aanzien van de Joodse religie dermate grote verschillen bestaan, dat nauwelijks nog van dezelfde religie gesproken kan worden.” Het liberale jodendom, betoogde de rabbijn elders, „is een christendom zonder kruis. Een jodendom zonder wet is namelijk een tegenspraak op zichzelf en verdient ook niet de naam van jodendom.” Daarbij beriep Schuster zich op een uitspraak van Moshe Sofer (1762-1839) beter bekend als de Chatam Sofeer, een halachische autoriteit rond het begin van de 19e eeuw.

Assimilatiebestrijding
Ron van der Wieken, van 2007 tot 2013 voorzitter van de Liberaal Joodse Gemeente en huidig voorzitter van het Verbond voor Progressief Jodendom, waar de LJG Amsterdam onder valt, noemt de uitspraak van Schuster ‘ontzettend beledigend’. „Het is een beetje alsof we lepra hebben. We worden niet erkend als volwaardige Joodse gemeente, dat heeft ermee te maken dat de orthodoxie onze gioer, de bekering, niet erkent. Sommige van onze leden zouden daardoor niet halachisch Joods zijn. De onderliggende reden is echter dat men bang is dat mensen het hier wel leuk vinden en naar de LJG overstappen. Het is angst voor het verlies van macht en leden.”
Jaap Schilo, die van 1987 tot 1997 bestuurslid van de NIHS was en zich al jaren met assimilatiebestrijding bezighoudt, beaamt dat. „Rabbijn Schuster dacht misschien dat mensen die religieus minder sterk in hun schoenen staan na een bezoek aan de LJG zouden overlopen. Dat hij daar bezwaar tegen heeft gemaakt, kan ik me wel voorstellen. Een van de grootste oorzaken van assimilatie is dat de LJG wat luchtiger omgaat met de geen verboden.”
En wat vindt het huidige NIHS-bestuur er eigenlijk van? Is het verbod om liberale bijeenkomsten bij te wonen nog altijd geldig? En zo ja, alleen voor het bestuur of voor alle leden? „De NIHS werkt op zeer veel gebieden en met wederzijds respect met de liberale gemeente samen,” laat voorzitter Eron Wolf in een schriftelijke reactie weten. „Het blijven echter twee verschillende kerkgenootschappen, met verschillende opvattingen over invulling van hun religieuze beleving, wat bij sommige leden (van beide kerkgenootschappen) gevoelig kan liggen. Hoe individuele leden met een vijftig jaar oude psak omgaan, die in de context van de jaren 60 is afgegeven, is een persoonlijke religieuze afweging, die in dat licht moet worden bezien.”
LJG-voorzitter Van der Wieken: „Ik geloof ook dat de orthodoxe en de liberale wereld elkaar fantastisch kunnen aanvullen. Dat gebeurt al op bestuurlijk niveau, bijvoorbeeld in het Centraal Joods Overleg. Maar dat moet dan wel met respect en openheid naar elkaar toe. En dat mis ik soms een beetje.” NIHS-voorzitter Eron Wolf noemt de bijeenkomst met burgemeester Van der Laan in augustus ‘een goed voorbeeld van de respectvolle samenwerking tussen beide’. Opmerkelijk, aangezien meerdere LJG-leden destijds juist beledigd waren omdat NIHS-leden weigerden het LJG-gebouw te betreden. Zelfs terwijl het een niet-religieuze bijeenkomst betrof. „Ik heb daarover mijn ongenoegen geuit,” zegt Van der Wieken. „Er is mij toen vanuit het NIHS-bestuur beloofd dat er iets aan deze situatie gedaan zou worden. Of dat al is gebeurd weet ik niet, maar ik heb er nog niets over gehoord.” Op de vraag of de psak dien van opperrabbijn Schuster binnenkort aangepast of afgeschaft gaat worden, gaf het NIHS-bestuur desgevraagd geen commentaar.
Van der Wieken: „Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid bij de huidige opperrabbijn van de NIHS, Aryeh Ralbag. Die kan dit met een pennenstreek verhelpen. Maar dat zie ik helaas niet snel gebeuren.” Ralbag was niet bereikbaar voor commentaar

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *