Dagboek

De Jood Moszkowicz was niet te verslaan.

Opperrabbijn Jacobs schrijft op verzoek van het Joods Cultureel Kwartier in zijn dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. In deze coronatijd worden extra uitdagingen gesteld aan zijn taak. Het NIW publiceert deze stukken twee keer per week.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 31 januari 2022, 15:00
De Jood Moszkowicz was niet te verslaan.

Het had vandaag een dag zullen zijn met een overvol programma, toespraken en honderden kilometers auto. Om 13:00 uur had ik aanwezig zullen zijn bij een herdenking in Ede die al was verplaatst naar vandaag. Maar omdat een bar mitswa feest in Maastricht ook was verplaatst vanwege corona, na eerst te zijn afgelast op een andere datum, kwam ik in de knel en dus had de organisatie van de herdenking in Ede ingestemd om hun herdenking een uur te vervroegen zodat ik weliswaar een uur te laat, maar toch nog redelijk op tijd in Maastricht zou kunnen komen. Nou kon ik op dat bar mitswa feest ook weer niet te lang blijven want ik moest aan het eind van de middag naar Gouda voor een herdenking. Uiteindelijk zou dus alles passen en hadden wij besloten om niet naar Eindhoven te gaan waar het driejarig zoontje van rabbijn en mevrouw Steinberg zijn obsjerenisj gaat vieren tussen 14:30 en 16:30 uur. Maar toen kwam het eerste (voor de tweede keer!) roet in het eten. Ede werd afgelast. Er werden te veel beperkingen opgelegd en per zoom vonden ze geen goed idee. Vervolgens werd Gouda een week vervroegd, hebben toen een enorm goede professionele opname gemaakt die vandaag werd uitgezonden. Toch zou het me niet lukken om op tijd in Eindhoven te zijn en hebben we aangekondigd dat we om 18:00 uur in Eindhoven zullen zijn. Weliswaar na afloop van het feestje, maar toch. En toen kreeg ik vrijdag te horen dat Max Moszkowicz was overleden en ik de lewaja-de begrafenis- moet leiden in Maastricht. En dus heb ik het tijdstip dusdanig vastgelegd, 12:30 uur, dat ik om twee uur bij de bar-mitswa in Maastricht kan zijn. Maar toen kregen we vrijdag de Whatsapp dat de moeder van de bar-mitswa jongen corona heeft gekregen en dus voor de derde keer het feest moet worden uitgesteld. En daarom vertrokken we vanochtend om 10:00 uur van huis om op tijd aanwezig te zijn voor de begrafenis in Maastricht en na afloop rustig naar Eindhoven voor de obsjerenisj. Maar goed, dacht ik, dat ik een digitale agenda heb en niet een gewone papieren, want die had dan weer afspraken gehad die waren doorgestreept dan afspraken die werden nagekomen. Mocht u denken dat vandaag binnen de corona periode een uitzonderlijke dag was dan vergist u zich! Gelukkig ben ik nogal secuur en goed georganiseerd, hoewel ik deze week fysiek ook verscheen bij een vergadering, die was afgelast. Helaas was ik door een vergissing van de secretaresse, die corona had maar gewoon doorwerkte, geen bericht ontvangen dat de vergadering een maand was verplaatst. Jammer van de afgelegde kilometers en de verkwiste tijd, maar de bedoeling was goed.

De obsjerenisj, eerste afknippen van het haar, van het driejarige zoontje van rabbijn Simcha en Rina Edel Steinberg was geweldig. Toen wij binnenkwamen, een uur na aanvang van de receptie, troffen we een volle Eindhovense sjoel en een feestzaal vol met knutselende kinderen. In de sjoel overigens geen gebeden, maar een imposant aanbod aan lekkernijen waarvan de meeste zeker koosjer waren maar gezien het suikergehalte niet tot de allergezondste behoorden. Maar voor allen die de dagelijkse suikerinname willen beperken waren er visballetjes, falafelballetjes, kip op een stokje en heerlijke soep. Kortom: het heette receptie en stond op het niveau van een volledige maaltijd.

Maar het meest imponerend waren de vele Joodse bewoners uit Brabant. In mijn toespraakje, want ik werd geacht iets te zeggen, benadrukte ik dat mij van tijd tot tijd de vraag wordt gesteld of er nog wonderen bestaan. Ik verwees toen naar de Joodse Gemeente Brabant. Am Jisraeel Chaj: het Joodse volk leeft, ook op plaatsen waarvan gedacht werd dat de laatste de deur al bijna had gesloten.

Maar voorafgaand aan deze mooie simcha, de lewaja van Mr. Max Moszkowicz sr. Zoals verwacht een zeer grote opkomst voor deze gigant in de wereld van de rechtspraak. De Sidra van afgelopen sjabbat was misjpatim. Misjpatiem zijn de wetten die ieder land en ieder volk moet hebben: verbod op diefstal, moord, zedendelicten, bedrog etc. Wetten die noodzakelijk zijn om als samenleving te functioneren. En toch begint deze Sidra met de woorden: En dit zijn de wetten, waarmee onze wetten gekoppeld worden aan het voorafgaande, namelijk dat G’d ons en met ons de hele wereld, alle wetten heeft gegeven, ook de zogenaamde ‘gewone’ wetten. En aan het einde van deze Sidra lezen we dat onze grote leider Mozes de berg opklimt, op weg naar G’d.

Moszkowicz sr. was een topper op het gebied van rechtspraak, maar hij was tegelijkertijd in hart en ziel een gelovige Jood die de wereld heeft getoond dat ondanks Auschwitz, ondanks Mauthausen, ondanks verlies van ouders en ontelbare dierbaren, de Jood Moszkowicz niet te verslaan was en op G’d bleef vertrouwen. Gelijk wangedrag van een individuele Jood voor het hele Joodse volk schade aanricht, zo ook was hij een wandelend reclamebord die toonde dat een mens., ondanks alles, in staat is overeind te krabbelen, een gigantische hoogte kan bereiken en onder alle omstandigheden G’d steeds voor ogen kan en moet houden.

“Moge zijn ziel gebundeld worden in de bundel van het eeuwige leven.”

Dit is een persoonlijk dagboek van de opperrabbijn en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *