Dagboek

De knagende onzekerheid

Opperrabbijn Jacobs schrijft op verzoek van het Joods Cultureel Kwartier dagelijks in zijn dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. In deze coronatijden worden extra uitdagingen gesteld aan zijn taak. Het NIW en CIP publiceren deze stukken dagelijks.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 22 februari 2021, 16:00
De knagende onzekerheid

Het zijn onzekere tijden. Mensen voelen zich eenzaam, weten niet wat de toekomst gaat brengen. En als er dan onverwachte stoorzenders doorheen gaan fietsen, maakt dat nog onzekerder en doet een nog groter beroep op het incasseringsvermogen. Even een voorbeeld. Elsje, waarover ik enige tijd geleden heb geschreven, is nog steeds niet in Israël. Ze had alles klaar staan, alleen gingen toen dus de grenzen met Israël op slot en dan is het lastig, om het even eufemistisch uit te drukken, om aliya te maken. Uiteindelijk was bijna alles rond, kon ze haar visum komen ophalen en toen, ter plekke in  het Israëlische Consulaat, was er een computerstoring en kon het visum niet worden vervaardigd. Het zou dus worden verzonden per post of bode. En ja hoor, na enige dagen kwam het aan. Alleen een klein foutje: als voornaam stond niet op het loeibelangrijke document “Els”, maar “Elst” met een toegevoegde “t”. Best begrijpelijk want Elst is de geboorteplaats van Els, maar op een visum, een spellingsfout, gaat zondermeer problemen opleveren. En dus krijg ik een paniek-WhatsApp en bied meteen mijn hulp aan. Of ik inderdaad had kunnen helpen, wist ik op dat moment nog niet, maar aanbieden, zo dacht ik, kan geen kwaad. Uiteindelijk is het met een sisser afgelopen en zal Elst met spoed in Els worden gewijzigd. Ik moest even terugdenken aan Israël 1972. Pas getrouwd en pas aangekomen in het Heilige land waar ik mijn rabbinale studie heb afgerond, had ik ook een probleem met mijn papieren. Mijn Joodse naam en mijn roepnaam is Binyomin. Maar in mijn paspoort staat een Nederlandse naam. Reden: het was toentertijd niet toegestaan om zomaar een naam aan je kind te geven. De te geven naam moest op een of andere lijst van de burgerlijke stand voorkomen. En dus zie je dat bijna alle Joodse Nederlanders naast hun Joodse naam een Nederlandse paspoort-naam hebben. Afhankelijk van de religiositeit hanteren ze dan de Nederlandse of de Joodse naam, maar dit even terzijde. Ik woonde dus in Israël en studeerde aan een Talmoed Hogeschool. Omdat wij in een zeer afgelegen stadje woonden waar de ontwikkeling van de moderne samenleving nog nauwelijks was binnengedrongen en de populatie over een groot aantal analfabeten beschikte, kregen wij van overheidswege een salaris omdat wij geacht werden om onder de bevolking sociaal-pastorale zorg te bieden. Mijn betaalcheck kwam binnen op mijn Joodse naam, maar bij de bank, waar ik het geld maandelijks moest ophalen, moest ik mijn identiteitskaart tonen en op die identiteitskaart stond mijn Nederlandse paspoort-naam. Dat leek dus lastig. Maar de oplossing was heel simpel: met een gummetje heb ik de naam op mijn ID uitgewist en met een ballpoint de naam ingevuld die op de check stond vermeld. Dat waren nog eens tijden. Voor de analfabeten stond er trouwens bij de balie een stempelkussen zodat de ongeletterden hun geld konden verkrijgen met een vingerafdruk in plaats van een handtekening. Nu kan ik er om lachen, maar het werd me toen wel even duister voor de ogen. Hoe gaan we later terugkijken naar dit coronajaar? Zullen we achteraf bezien over een heleboel kwesties die we nu als een kwestie ervaren kunnen lachen? Maar we leven niet in de toekomst, we leven nu en ik bemerk dat voor velen de onzekerheid steeds moeizamer wordt, ook natuurlijk voor mezelf. Hoe gaat Poerim er dit jaar uitzien en wat met Pesach?

Maar ondertussen ben ik druk bezig steeds weer afspraken te verplaatsen, want niet alleen verdwijnen de lezingen, waarvan de meesten een jaar geleden al waren vastgelegd, ook de inmiddels vervangende livestream lezingen moeten weer verplaatst worden vanwege de avondklok. Het komt het blijde gemoed allemaal niet ten goede. En zo worstelen we allemaal met nieuwe dagelijkse problemen die inmiddels al niet zo nieuw meer zijn. Hoorde ik aan het begin nog hoe geweldig dat we nu allemaal vanuit huis kunnen werken. Wat goed voor het milieu dat we minder rijden. Wat fijn dat de schoolkinderen vakantie hebben. Een jongere collega heeft mij gevraagd om tijdelijk een volwassenencursus van hem over te nemen. Een heel leuk gezelschap. Maar die overname gaat per zoom. Het bespaart allen de reistijd, maar het gezamenlijk drinken van het kopje koffie, elkaar de hand schudden, samen de deur uitgaan, samen binnenkomen, voor sommigen samen aan komen rijden, met mijn nieuwe leerlingen echt helemaal kennismaken…het ontbreekt allemaal. We zien alleen elkaars gezichten terwijl een mens meer is dan alleen een hoofd. Meer en meer word ik geconfronteerd met medemensen die proberen zoveel mogelijk om het hoofd boven water te houden, overeind te blijven, niet te verdrinken in gevoelens van depressiviteit, eenzaamheid. Donderdag de vastendag van Esther, donderdagavond de megilla, de rol van Esther, en vrijdag Poerim. Laten we er ondanks alles toch een vrolijke Poerim van maken. De eerste Poerim kwam na een periode die veel moeizamer, bedreigender en gevaarlijker was dan de huidige coronatijd. En toch was het eind een grandioze overwinning vol echte Simcha.

Dit is een persoonlijk dagboek van de opperrabbijn en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *