Nieuws

De lange weg naar gerechtigheid

Na een halve eeuw lijkt de strijd bijna voorbij: gerechtigheid voor de atleten die tijdens de Olympische Spelen in München (1972) beestachtig vermoord werden door terroristische Palestijnen, en voor hun nabestaanden. Voor Ankie Rechess, een van de weduwen, lijkt de cirkel eindelijk rond te komen. Dit is haar verhaal.

Esther Voet 28 november 2021, 11:30
De lange weg naar gerechtigheid

‘Nee, na een jaar in de kibboets te hebben gewerkt, wist ik dat daar mijn toekomst niet lag,’ vertelt Ankie Rechess, Israëlcorrespondente en weduwe van de in 1972 vermoorde schermcoach André Spitzer. “Ik was 19 en wilde met een tractor sinaasappels plukken. In plaats daarvan stond ik in een keuken een jaar lang uien te schillen die nota bene uit Nederland kwamen.” De kibboets viel tegen, misschien ging het in de stad, Tel Aviv, beter? Nou, nee. Ook dat liep uit op een teleurstelling, vooral door de ikke-eerstmentaliteit die daar heerste. Rechess keerde terug naar Nederland, waar ze als telg van een sportieve familie schermlessen nam: “De eerste schermschool die ik in het telefoonboek tegenkwam, heette Abrahams, dus meldde ik me daar aan. Bij Abrahams liep een Israëlische coach rond, ene André Spitzer, die er zijn coachingstalenten wilde verfijnen. Hij sprak Nederlands met een accentje, maar ik had niet door waar dat vandaan kwam. Totdat ik op een dag tijdens een conditietraining “Maspiek!” (genoeg) uitriep. Waar ik dat woord van kende, vroeg hij. We wisten allebei uit welke taal het kwam. Hij nodigde me uit een biertje te gaan drinken. En de rest is geschiedenis, zeggen ze dan.”

Spitzer liet haar een ander Israël zien, legde de mores van de bevolking uit en Ankie voegde zich bij hem in Biranit, in het uiterste noorden van Israël, direct aan de Libanese grens. “Het was behoorlijk gevaarlijk gebied. Het dorp lag aan de noordelijkste weg van het land, die om vijf uur ’s middags werd gesloten. Daar had hij zijn schermschool, in the middle of nowhere. Na vijf uur ’s middags konden wij het huis niet meer uit, er was zelfs geen elektriciteit. Die kon alleen worden opgewekt met een generator. Maar het was het gelukkigste jaar van mijn leven en ik raakte zwanger van onze dochter Anouk. Ze werd anderhalve maand voordat André naar de Spelen zou vertrekken, geboren. Meedoen aan de Olympische Spelen, dat was zijn allergrootste droom.”

Ankie en André trouwen op 17 april 1971 in Den Haag

Kinderziekenhuis
“Omdat ik net Anouk had gekregen, kon ik zelf niet uitkomen voor het nationale schermteam. Maar ik wilde natuurlijk wel met André mee naar München. Nu zou ik dat niet meer doen met zo’n jong kind, maar toen? Ik was 25, 26 jaar oud, groen als gras. Dus had ik een plan: ik zou Anouk bij mijn ouders in Nederland onderbrengen, en dan naar München liften. Zo gezegd, zo gedaan. Omdat ik niet in het olympische dorp mocht slapen, hebben André en ik samen ergens in München een kamertje gehuurd. Overdag gingen we natuurlijk het dorp in, en ik zal nooit vergeten hoe André op het Libanese schermteam afstapte. Want dat was de olympische gedachte: geen politiek, maar elkaar als sporters ontmoeten. Die glimlach op zijn gezicht toen hij met ze had gesproken!”

Intussen ging het met de pasgeboren Anouk niet goed. Ze huilde dag en nacht. “Gelukkig is mijn broer kinderarts, hij dacht dat het aan de stress lag van de reis en de spanningen voor ons vertrek. Anouk werd opgenomen in zijn kinderziekenhuis, maar je begrijpt: toen het schermteam was uitgespeeld, wilden we zo snel mogelijk naar haar toe. We zijn twee dagen bij haar in Nederland geweest, maar toen moest André op zijn laissez-passer – hij had geen visum voor Nederland – terug naar München. Hij miste de trein nog, maar uiteindelijk kon hij toch een aansluiting terug naar Zuid-Duitsland vinden.”

Anderhalve maand na de geboorte van Anouk in 1972 begonnen de Olympische Spelen

Het echtpaar had afgesproken dat Spitzer, zodra hij in München was aangekomen, zou bellen. Dat deed hij. “Ik ga maar even kijken waar in het olympisch dorp m’n bed staat,” zei hij, want hij had al die tijd met Ankie in een kamer buiten het dorp verbleven. Hij vond de kamer en was daar in eerste instantie alleen. Die avond zat het hele Israëlische team bij een Duitse voorstelling van Anatevka, ze kwamen pas rond twee uur ‘s nachts thuis.

Martelingen
Tweeënhalf uur later stond de terroristen van Zwarte September in de kamer en hadden ze elf atleten, inclusief André, gegijzeld. Rechess verkeerde in Nederland in totale onwetendheid, tot haar ouders haar ’s ochtends wekten, met de vraag: “Ankie, hoeveel mensen zaten er in de delegatie?” Toen hoorde ze van de gijzeling, en dat een coach al was doodgeschoten. “We hebben de hele dag aan de buis gekluisterd gezeten. Dit waren de eerste Olympische Spelen die live werden uitgezonden. Zo hoorde ik van de ultimatums die verstreken als er niet aan de eisen van de terroristen werd voldaan. Ze wilden 234 Palestijnse gevangenen vrij krijgen. Gebeurde dat niet, dan zouden ze ieder uur een gijzelaar doodschieten. Ik leefde die dag van half uur tot half uur, want constant werd het ultimatum uitgesteld. De gijzelaars bleken allemaal op André’s kamer op de eerste verdieping van een gebouw in het dorp te zijn verzameld. Uiteraard had ik inmiddels contact met Israël, maar de boodschap was duidelijk: we onderhandelen niet met terroristen.”

Pas later werd duidelijk wat zich in die kamer heeft afgespeeld. Hoe de worstelaar Yossef Romano een kalasjnikov heeft geprobeerd af te pakken van een van de terroristen, hoe hij is gemarteld, gecastreerd, beschoten en daarna doodgebloed. Als waarschuwing. Ankie: “Iets na vijf uur in de middag ging een raam open. Het was André. Omdat hij Duits sprak, moest hij aan de Duitse autoriteiten een boodschap van de terroristen overbrengen. Ik zie het nog voor me. Het zou de laatste keer zijn dat ik hem zag, maar voor mij was het toen tenminste bewijs dat hij nog leefde. Ik zag hoe hij een klap met een kalasjnikov kreeg, omdat hij te veel vragen wilde beantwoorden van de autoriteiten.”

Genegeerd
Inmiddels stond een Israëlisch militair team, onder leiding van Moshe Dayan, klaar om naar Duitsland af te reizen. Israël wist dat de Duitsers geen enkele ervaring hadden met dit soort terroristen, maar het werd al snel duidelijk dat ze geen enkele andere militaire macht op hun grondgebied tolereerden. Een Israëlisch team al helemaal niet. Dayan, Mossadchef Zvi Zamir en diens rechterhand Victor Cohen die vloeiend Arabisch sprak, werden door de autoriteiten totaal genegeerd. Ankie Rechess: “Later kregen we pas door met wat voor Duitse figuren we eigenlijk te maken hadden. Ze hadden allemaal een naziachtergrond, in ieder geval hadden ze in de Hitlerjugend gezeten. Dat hebben we heel duidelijk gevoeld.”

Een terrorist in het olympisch dorp in München tijdens de aanval

Ankie zag ook uiteindelijk hoe negen van de elf gijzelaars moesten instappen in twee Duitse helikopters die hen met de terroristen naar een afgelegen vliegveld in het nabijgelegen Fürstenfeldbruck moest brengen. Toen werd duidelijk hoeveel terroristen er waren. Acht, en niet vijf, waarvan was uitgegaan. Twee atleten waren toen al vermoord, onder wie Romano. “Mijn moeder dacht dat ze naar dat vliegveld werden vervoerd om verder te onderhandelen,” vertelt Rechess. “Ik wist wel beter: ze wilden de hele zooi uit het olympisch dorp hebben, zodat de volgende dag de Spelen gewoon door konden gaan.”

Op het vliegveld stond een vliegtuig van Lufthansa dat iedereen naar Egypte zou brengen. “Maar later bleek dat er niet eens kerosine in die kist zat. En de Duitsers hadden veertien jonge jochies, vrijwilligers van 19, 20 jaar, in het vliegtuig gezet. Ze wisten amper een wapen te hanteren, hadden geen enkele ervaring.”

De terroristen hadden het spel al snel door, de vrijwilligers zetten het op een lopen. Er volgde een urenlang wapengevecht en een gigantische explosie. “O ja, de Duitsers hadden scherpschutters ingezet. Wel vijf. Tegenover acht terroristen. Er was geen enkel plan, volgens mij is dat er nooit geweest.”

Onwezenlijk
Rechess volgde het allemaal op tv. Op een gegeven moment werd gemeld dat alle terroristen de dood hadden gevonden en de atleten gered. “Mijn vader wilde al de champagne opentrekken, maar ik zei dat ik niets deed zolang ik André niet zelf aan de telefoon had gehad.”

Het telefoontje kwam niet. Om kwart over drie in de ochtend, meldde journalist Jim McKay op de Amerikaanse zender ABC dat alle elf atleten, dus ook André, waren vermoord: “They’re all gone.

Rechess nam de eerste de beste vlucht naar München. Via het olympisch dorp wilde ze naar het grote stadion waar een herdenkingsceremonie zou plaatsvinden. “Het was zo onwezenlijk, ik rende daar door het dorp naar het stadion en zag atleten gewoon trainen, alsof er niets was gebeurd.” In het stadion sprak de voorzitter van het Olympisch Comité, Avery Brundage, de beroemde woorden ‘The games must go on’. Maar Ankie Rechess was al met andere dingen bezig. Na afloop van de plechtigheid werd haar gevraagd of ze persoonlijke spullen die de atleten hadden achtergelaten, op kon halen. “Daar nam ik geen genoegen mee. Ik moest en zou André’s kamer zien, de plek waar zich alles had afgespeeld, waar ze waren gemarteld, want van veel atleten waren botten gebroken. De kamer waar Romano was gecastreerd en vermoord. Iedereen raadde het af. Ik deed het toch.”

“Het was een maisonnette. Toen ik de deur op de begane grond opende, zag ik al hoe het bloed langs de wenteltrap naar beneden was gedropen. ‘Ga alsjeblieft niet naar boven,’ werd me geadviseerd. Toch wel, dacht ik. Ik moest zien waar André, die nooit een vlieg kwaad had gedaan, zijn laatste uren had beleefd, hoe ze allemaal vastgebonden hadden gezeten, ze niet eens naar het toilet mochten, hoe het eten dat was gebracht, onaangeraakt op de grond lag. Hoe de kogels van de terroristen hele stukken uit de muur hadden geschoten. Het bloed. Ik heb het allemaal gezien en ik kan de chaos niet verwoorden. Later hoorde ik pas dat er een fotograaf bij was. Op dat moment was ik me daarvan niet eens bewust.”

Het enige dat Rechess van haar echtgenoot meenam, was de mascotte van de Olympische Spelen in München 1972. Het had een souvenir voor zijn pasgeboren dochtertje moeten zijn. Hij had het speciaal voor haar gekocht. “Je begrijpt dat dat hier zal blijven staan.”

De laatste keer dat Ankie André ziet, hangend uit het raam van zijn maisonette

Bedreigd
Vijf atleten bleken door de explosie verbrand. De andere zes, onder wie André Spitzer, waren door de terroristen geëxecuteerd. Een Israëlische opperrabbijn identificeerde de lichamen en de volgende dag vloog Ankie met tien doodskisten terug naar Israël. Een van de atleten zou in Amerika begraven worden. “Eenmaal thuis kreeg ik mijn familie niet meer te pakken, bij wie Anouk nog verbleef; mijn ouders niet, mijn broer en mijn zus niet. Niemand nam de telefoon op. Van de ambassade hoorde ik wat er was gebeurd: iemand die Duits sprak met een Arabisch accent had mijn familie bedreigd en gedreigd Anouk te ontvoeren. Ze wisten dat de Israëlische regering dan zou moeten toegeven aan de eisen van de Zwarte September. Mijn hele familie zat in een safehouse en mocht geen enkel contact met de buitenwereld hebben. Ook niet met mij. Ik werd via de ambassade op de hoogte gehouden.”

Dit heeft bijna drie weken geduurd. Geen enkel contact met mijn familie, geen enkel contact met Anouk, terwijl zij in Nederland zat en ik in Israël. Op een speciale vlucht vanuit Amsterdam is Anouk na drie weken naar Tel Aviv gevlogen. Toen had ik eindelijk mijn baby weer in mijn armen.”

Onwaarschijnlijk
“Intussen was ik woedend. Agressief bijna. Ik wist dat ik Anouk geen goede opvoeding zou kunnen geven, geen goede moeder zou kunnen zijn, als ik zo veel haat in mijn hart zou hebben. Ik moest iets doen om die woede te neutraliseren. Ik heb een internationaal schermtoernooi opgezet voor jongeren uit alle hoeken van de wereld, van Zuid-Afrika tot de Arabische landen. Om te laten zien dat de olympische gedachte niet dood was. Dat sport zonder politiek wel degelijk mogelijk is.”

Maar Rechess wilde ook antwoorden op de talloze vragen dat zij had over het verloop van de aanslag. Zij wilde gerechtigheid voor André Spitzer, zijn medeatleten en de nabestaanden. Die kreeg ze niet. Integendeel: “De onkunde en de arrogantie van de Duitse autoriteiten kenden geen grenzen. Twintig jaar lang hebben ze volgehouden dat ze geen enkel rapport over de gang van zaken hadden. Tot ik in 1992 een interview gaf op de Duitse televisie en zei dat zoiets zeer onwaarschijnlijk was. Naar aanleiding van dat interview nam iemand die in het archief van de stad München werkte, contact met me op. Hij zei dat er duizenden documenten en honderden foto’s over de zaak lagen. Ik geloofde hem in eerste instantie niet op zijn woord, maar inderdaad, een paar weken later kreeg ik een dikke envelop met ballistisch en forensisch materiaal dat hij uit het archief had gestolen. Dat het echt was, wist ik pas nadat ik in Israël de authenticiteit had laten checken.”

“Toen ik dat bekend maakte, ging de gemeente München overstag. Na een gevecht van jaren mocht ik op 28 augustus 1992, twintig jaar na dato, dat archief bekijken. Samen met de weduwe van Yossef Romanov, Ilana, met wie ik al die jaren samen heb geknokt voor die openbaarheid. Op voorwaarde dat er een arts aanwezig zou zijn voor ons, zo gruwelijk waren de foto’s. De dossiers bedekten drie muren. We hebben alles gezien. Daarna hebben we familieleden en nabestaanden van de vermoorde atleten aangeraden niet te kijken. De beelden waren te gruwelijk.”

“Met het materiaal dat we toen, na twintig jaar, in handen hadden gekregen, zijn we gaan procederen: tegen de tekortkomingen, de fouten en de leugens van de Duitse autoriteiten. Tot aan het hooggerechtshof hoorden we hetzelfde verhaal: sorry, de zaak is verjaard. Die jarenlange gerechtelijke strijd heeft ons miljoenen gekost. Ik had er twee huizen van kunnen bouwen. Gelukkig zijn we via een achterdeurtje van een inmiddels overleden Israëlische politicus geholpen, anders was het niet vol te houden geweest.”

Via Dolorosa
“Daarnaast begon ik al twee jaar na München te ijveren voor een eerlijke erkenning van de vermoorde atleten: een minuut stilte tijdens de Spelen van Montreal in 1976. Die kwam er niet. Het Olympisch Comité was bang dat de Arabische landen de Spelen dan zouden boycotten. Ook die strijd zou een Via Dolorosa van bijna vijftig jaar worden. Ik vond dat de boodschap moest zijn: als je de geschiedenis niet kent, dan heb je geen toekomst, dus erken dit. Ik begreep niet waarom dat niet mogelijk was.”

Onophoudelijk klopten Rechess en Romanov bij de organiserende landen aan. In Barcelona (1992) hoorden ze dat ze met zo’n herdenking politiek in de Spelen zouden brengen, en dat het ‘na dertig jaar nog te vroeg was’. De ommekeer kwam in Londen, in 2012. Inmiddels had het Olympisch Comité een nieuwe voorzitter: Jacques Rogge, een Belg. Hij kende Rechess van het VRT-nieuws waarvoor zij al jaren correspondente is. “Toen ik Rogge aansprak, antwoordde hij: ‘Ankie, mijn handen zijn gebonden. Er zitten te veel Arabische leden in het Olympisch Comité.’ Waarop ik zei: ‘Jullie handen zijn niet gebonden, dat waren de handen en voeten van mijn man en de andere atleten.’ Ik vroeg hem: ‘Vertel me, als de slachtoffers leden van het Amerikaanse Dreamteam waren geweest, hadden jullie dan net zo gehandeld?’ Zijn antwoord was: waarschijnlijk niet. Toen was duidelijk dat de erkenning van deze moordpartij achterwege bleef omdat het atleten uit Israël waren.”

Tijdens een herdenking buiten het stadion, ergens in de luwte, sprak Rechess later Rogges opvolger, de Duitser Thomas Bach. Net als André Spitzer was hij schermer geweest. “Ik heb toen in mijn speech mijn fluwelen handschoenen uitgetrokken en gezegd: ‘Jullie hebben elf leden van de olympische familie in de steek gelaten. En alleen omdat het Joden, Israëli’s zijn.’ Na afloop draaide Bach zijn rug naar me toe. Hij zat op mijn rechtstreekse aanval natuurlijk niet te wachten. Maar het tij keerde. Bij de Spelen in Rio heeft hij ons uitgenodigd. In het olympisch dorp was voor het eerst een herdenking georganiseerd. Voor mij was het een goede stap, maar niet genoeg. Het zou tijdens de openingsceremonie moeten gebeuren, inclusief één minuut stilte, als miljoenen mensen kijken.”

Beeld: NOS

Sjehechejanoe
Rechess kan de keren dat zij naar het Zwitserse Lausanne vloog, waar het Olympisch Comité gehuisvest is, niet meer tellen. Evenmin als het aantal telefoongesprekken dat ze voerde en de brieven die zij schreef om haar zaak te bepleiten.

En toen was daar ineens Japan. Uit het niets werden Ilana Romano en Ankie Rechess uitgenodigd voor de opening. “Opperste verbazing hier, want al die jaren waren we op eigen kosten naar de Spelen gereisd. Ilana en ik vroegen ons af of we wel moesten gaan. Toch maar gedaan, als een van de slechts duizend aanwezigen bij de openingsceremonie, vanwege corona.”

“En toen gebeurde het. Ilana had het in eerste instantie niet door, want ze spreekt niet zo goed Engels. Maar Bach vertelde echt tijdens de opening wat onze Israëlische mannen was overkomen. En daarna was er een minuut stilte. Ik zag hoe de Japanse keizer het hoofd boog, en Emmanuel Macron. Echt, ik ben geen huilebalk, maar ik heb daarna uren, uren gehuild en tegen André, waar hij ook moge zijn, gezegd: ‘Hier, hier is het. Eindelijk.’ Toen ik Bach later tegenkwam, heb ik hem bedankt. Vooral voor het feit dat dit nog in mijn leven mocht gebeuren. Onze kinderen en kleinkinderen hoeven we er niet mee op te zadelen, die hebben al lang genoeg in de schaduw van München geleefd. Ook in Parijs, over twee jaar, zullen de elf weer worden herdacht. Er is een oude bracha in het Hebreeuws, het Sjehechejanoe: ‘Gezegend bent u, die ons heeft laten aankomen in deze tijd’. Ik denk daar vaak aan, omdat ik dit op mijn 76e nog mag beleven.”

Libië
Eén laatste stap resteert: rechtmatige compensatie en schadevergoeding voor deze slachtoffers van terrorisme, mede vanwege de totale incompetentie van de Duitsers in ’72 . Rechess: “Het advocatenduo Carry en Geert-Jan Knoops maakt zich daar samen met hoogleraar Tom Swart hard voor. We weten dat de Zwarte September in het Libië van kolonel Muammar Khaddafi werd getraind en dat de bankrekeningen van dat land zijn bevroren. Het gaat om miljarden. Wij hopen uit die pot komende september, als het vijftig jaar geleden is, eindelijk iets van financiële genoegdoening voor de nabestaanden te halen. Het was nooit mijn eerste doel, altijd het laatste. Maar als dit zou lukken, zou de cirkel rond zijn. Dit heeft ons jaren van levensvreugde, geld en moeite en gevoelens van verlies gekost. Dus het lijkt ons niet meer dan billijk.”

“Kijk naar de aanslag op het Pan Am vliegtuig dat door een terroristische aanslag neerstortte op Lockerbie. Ook daar zat Libië achter. Maar let wel: deze strijd van jaren is nooit mijn hobby geweest en ook nooit een obsessie geworden. Ik heb vier kinderen en zeven kleinkinderen. Ik heb een vak waar ik veel van houd. Ik was 26 toen André werd vermoord, nu ben ik 76. André zal tot het einde van mijn leven bij me blijven, maar het wordt tijd dat we er een punt achter kunnen zetten.”

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *