De Nakbaherdenking: losgezongen van de feiten

De Nakba is hip. Zelfs burgemeesters herdenken de Palestijnse visie op de oprichting van de staat Israël nu met alle egards, zonder enige aandacht voor de werkelijkheid.
De kransen voor 4 mei liggen achteloos opgestapeld achter het monument. Foto: Sira Minetti
De kransen voor 4 mei liggen achteloos opgestapeld achter het monument. Foto: Sira Minetti

Het is een symbolisch beeld: de berg kransen achter het verzetsmonument in Utrecht met op de linten ‘Voor hen die vielen’ en ‘Voor onze vrijheid’. Ze werden op 4 mei bij het monument gelegd. Op 15 mei lagen ze, achteloos op een hoop geworpen, uit het zicht. De kransen moesten plaats maken voor een andere herdenking: die van de -Nakba, de Arabische aanduiding van de oorlog tegen de oprichting van Israël in 1948. Met alle egards legde de Utrechtse burgemeester Sharon Dijksma — tevens voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten — samen met haar wethouder Linda Voortman (Pro) namens B en W een krans ter herdenking van ‘de catastrofe’, want dat is de vertaling van het Arabische woord nakba. De verontwaardiging was groot. Leden van de lokale partij UtrechtNu! plaatsten op sociale media foto’s waarop de 4 meikransen in ere waren hersteld, met de tekst: “Deze waren achter het monument gekwakt. Een verzetsmonument is geen politiek prikbord. Het is bedoeld voor de herdenking van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.” 

De herdenking werd mede georganiseerd door de ngo Palestijnse Gemeenschap in Nederland (PGNL). Die instantie werd opgericht door Amin Abou Rashed, die momenteel terechtstaat op verdenking van het doorsluizen van miljoenen euro’s naar Hamas. Hoewel de AIVD waarschuwde dat Hamas actief is in pro-Palestijnse netwerken, bleek dat voor de Utrechtse burgemeester geen bezwaar.

Pathos

Het charmeoffensief voor aanhangers van de Palestijnse zaak werd op vrijdagavond ingezet door de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema. Zij publiceerde kort voor sjabbat een verklaring op haar Instagramaccount waarvan velen zich aanvankelijk afvroegen of het geen nepbericht was. Haar woorden konden toch niet waar zijn? Was haar account misschien gehackt?

Maar nee: dit waren toch echt de woorden van de burgemeester van álle Amsterdammers. Ze verrieden enig pathos, eenzijdigheid en in het beste geval onkunde. Dit was niet de enige actie van de Amsterdamse overheid. De antizionistische wethouder Zita Pels (Pro) mocht een dag later met ambtsketen om de honneurs waarnemen bij een Nakbaherdenking in de Dominicuskerk.

De Arnhemse burgemeester Ahmed Marcouch liet zich evenmin onbetuigd. Op X verklaarde hij: “Vandaag herdenken Palestijnen de Nakba: verlies, ontheemding en generaties pijn. Terwijl Gaza en andere gebieden opnieuw worden verwoest, mogen wereldleiders niet wegkijken. Dwing vrede en recht af. Stop de Israëlische agressie. Bescherm burgers en menselijkheid.”

Knettergek

De verklaring van Femke Halsema veroorzaakte op sociale media de meeste deining. Zelfs AI-vraagbaak Grok vond dat deze tekst wel zeer eenzijdig was. Nadat de burgemeester in de eerste uren na plaatsing tal van verontwaardigde reacties onder haar bericht had ontvangen, terwijl algemeen bekend is dat zij maar moeilijk kritiek kan verdragen, zette zij de mogelijkheid te reageren uit. Voormalig Tweede Kamerlid Jacques Monasch was een van de laatsten voor wie het nog mogelijk was een pittige reactie te plaatsen: “Hier is nog maar één conclusie mogelijk: knettergek, nul kennis van de geschiedenis en uitspraken van een bestuurder die lid is van een partij die voor wie nog twijfelde als extreemlinks moet worden getypeerd.”

De tweet van Femke Halsema op X

Ook andere Jobo’s klommen in de pen, onder wie Ronny Naftaniel en Hans Knoop. De laatste nodigde Halsema zelfs uit voor een debat. Weinigen weten dat de term ‘nakba’ in de loop der jaren van betekenis is veranderd. Het begrip werd gemunt door Constantin Zureiq, een Syrisch-Arabische intellectueel en nationalist. Hoewel de term tegenwoordig synoniem is voor onschuldige, ontheemde Palestijnen in de Onafhankelijksoorlog, bedoelde Zureiq er iets heel anders mee. Voor hem lag de catastrofe niet in het feit dat Palestijnen ontheemd raakten, maar dat zeven Arabische legers niet in staat waren gebleken de Joden de zee in te drijven. Die schande, die vernedering: dat was voor hem de nakba

Omissie

Volgens de NOS was het trouwens een goed getraind Israëlisch leger dat die aanval wist af te slaan, legde de omroep uit op de website. Wie de geschiedenis kent, weet dat hier onzin wordt verteld. Naast de stress van de ‘soldaten’ die nog niet eens waren bijgekomen van de verschrikkingen van de Shoa, was er een chronisch gebrek aan wapens. Daarentegen beschikte het Jordaanse leger dat Israël aanviel over soldaten die door de Britten waren getraind en enorm veel militair materieel. Geen woord wijdde de NOS aan de overmacht van Arabische troepen. 

‘Hier is nog maar één conclusie mogelijk: knettergek, nul kennis’

Kijkers van het NOS Journaal werden getrakteerd op nog een omissie. Op zaterdag las de nieuwslezer voor: “Op verschillende plaatsen in Nederland is vandaag stilgestaan bij de Nakba. Daarmee wordt de verdrijving van honderdduizenden Palestijnen tussen 1947 en 1949 herdacht, zodat de staat Israël kon worden gesticht.” Een kwaadaardige zin, waaruit blijkt dat de NOS de schijn van onpartijdigheid al lang heeft losgelaten. Geen woord over het aanbod van de Joden om vreedzaam te co-existeren, een aanbod dat de Arabieren — inclusief de Palestijnen — beantwoordden met oorlog. Een strijd die ze wonder boven wonder verloren. 

Slachtofferschap

Het is de vraag waar de Nakbavereerders hun kennis vandaan halen. Hebben zij iets vernomen over de verbanning van honderdduizenden Joden — veel meer dan de eerste generatie Palestijnse vluchtelingen — die uit Arabische landen werden verdreven? Met achterlating van alle bezittingen? Inclusief hun grondbezit, dat wordt geschat op honderdduizend vierkante kilometer? Dat is tweeënhalf keer Nederland, of ruim vier keer Israël. Hadden de Arabische landen de Palestijnen opgevangen, dan zouden die vluchtelingen zeeën van ruimte gehad hebben. Dat die landen dat niet deden, valt Israël niet te verwijten. Het zijn harde, onweerlegbare feiten die er nu volstrekt niet toe lijken te doen. Dit onderbelichte deel van de geschiedenis verdient de aandacht van veel meer historici. Maar liever houdt men vast aan het gratuite slachtofferschap van ‘de Nakba die tot op de dag van vandaag voortduurt’. 

Opvallend is de selectie van het nieuws. Terwijl de Nakbaherdenkingen zich mochten verheugen in uitgebreide aandacht van de media, was er maar mondjesmaat belangstelling voor het onafhankelijke rapport over sadisme en seksuele wandaden van Hamasaanhangers op 7 oktober 2023, dat in dezelfde week uitkwam.

Koortsachtig

Vanwege sjabbat kwam het CJO pas zondag met een reactie. Over de inhoud daarvan was vooraf koortsachtig overleg gevoerd. Moest de koepel, zoals het CJO zichzelf noemt, een daad stellen of het bij woorden houden? Men koos voor woorden. Een citaat van voorzitter Chanan Hertzberger: “Het is niet de taak van een lokale bestuurder om een historisch conflict uit een ver land de eigen stad binnen te dragen. En al helemaal niet om dat conflict terug te brengen tot één verhaal, van één kant, en dat verhaal vervolgens te verbinden aan het heden. Er is maar één Joodse staat. Wie die met een dubbele standaard bejegent, geeft antisemitisme zuurstof.”

Moest het CJO een daad stellen of het houden bij woorden? Het werd het laatste

Normaal gesproken mengt het CJO zich niet in het Israëlisch-Palestijnse conflict, zegt hij. “Maar dit gaan wij niet negeren. Dit treft onze achterban, mensen wier leed door deze bestuurders dit weekend geheel onbenoemd bleef.” Voor een heuse call to action heeft het CJO wel een idee: “Het college van B en W van Utrecht legde een krans voor een ‘Free Palestine’-spandoek. Wij vragen het college om antwoord op een vraag die zich daarmee onvermijdelijk opdringt: wat verstaat het college onder ‘Free Palestine’? Hoe leest het college die slogan? Wij vragen het college deze vraag publiek te beantwoorden.”

Te betwijfelen valt of de betrokken burgemeesters ook maar enigszins wakker zullen liggen van de CJO-verklaring, die terug te lezen is op de website van het overlegorgaan. En wat gaat het CJO doen wanneer Utrecht niet op die vraag ingaat? In de Tweede Kamer hebben diverse partijen inmiddels vragen aangekondigd. Datzelfde geldt voor partijen in de Amsterdamse en Utrechtse gemeenteraden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Binnenland

De Nakbaherdenking: losgezongen van de feiten