De oemma en Israël
Achtergrond

De oemma en Israël

Jason Walters 25 november 2023, 14:00
De oemma en Israël
Arabische studenten demonstreren in Israël

Sinds de aanslagen van 7 oktober en de oorlog van Israël tegen Hamas in Gaza valt het op hoezeer de Palestijnse zaak de islamitische massa’s weet te mobiliseren. Waarom voelen moslims zich zo betrokken bij wat in Israël gebeurt? Het antwoord is gelaagd en heeft deels te maken met de manier waarop de islam zich afzet tegen het jodendom. Dit kan geïllustreerd worden door te kijken naar de idee van een universele oemma, de islamitische gemeenschap. 

Een van de centrale ankerpunten van de islamitische identiteit is de idee dat men als moslim deel uitmaakt van een wereldwijde islamitische gemeenschap. Moslims vormen in die visie een religieuze natie, waarin verschillen in afkomst en etniciteit worden overstegen door een gedeelde religie. Hierbij is het nuttig te weten hoe de islam zichzelf begrijpt: als een transformatieve religie die een scherpe breuk vormt met de wereld waarin hij is ontstaan. In het bijzonder een breuk met het jodendom en het Arabische heidendom. 

Profeet

Wat betekent ‘oemma’? In vroege Koranverzen verwijst de term naar een groep mensen die verbonden zijn door een gedeelde afkomst, verwantschap en gekenmerkt door een eigen taal, religie en territoriale identiteit. De term verwijst, met andere woorden, naar wat wij een etno-religieuze groep of een stam zouden noemen. In het wereldbeeld dat de Koran schetst, is de geschiedenis van de mens voor de komst van de profeet Mohammed een particularistisch religieus verhaal: God stuurt profeten naar specifieke volkeren om de goddelijke boodschap te verkondigen. De boodschap is weliswaar universeel, maar deze boodschappers werden alleen naar hun eigen volk (‘oemma’) gestuurd. Volgens de Koran heeft God naar ieder volk op aarde een profeet gestuurd. De profetische traditie waar het boek naar verwijst, is echter duidelijk de oudtestamentische Joodse traditie.

Moslims beschouwen zichzelf als onderdeel van één religieuze natie

Met de komst van Mohammed krijgt de term oemma een nieuwe betekenis: de islam is niet langer een religie voor een specifieke stam, maar een universele religie voor de mensheid. Bekering tot de islam betekent dat iemand zijn oude etnische identiteit en religie opgeeft en deel gaat uitmaken van de islamitische wereldgemeenschap. Daarin vallen alle verschillen tussen mensen weg, ten gunste van een nieuwe religieuze identiteit, waarin de gelovigen broeders en zusters zijn. 

De bronteksten stellen de oemma voor als de beste gemeenschap die ooit is voortgebracht en de islam als ultieme religie die het zowel het jodendom als het christendom opvolgt. Daardoor kan de islam zich het Joodse culturele erfgoed toe-eigenen en als zijn eigen traditie presenteren. Het conflict met het jodendom is daarmee een fundamenteel onderdeel van de islamitische identiteit.

Ledematen

De oemma is dus een waardegemeenschap waarin de moslims één natie vormen die idealiter leven onder één religie (de islam), één rechtssysteem (de sharia) en onder het gezag van één politiek leider (de kalief). Volgens Mohammed is het een organische gemeenschap, waar de gelovigen zich tot elkaar verhouden als de ledematen van hetzelfde lichaam: als één ‘arm’ pijn heeft, lijdt het hele lichaam aan slapeloosheid en koorts. Daarnaast ligt in het woord oemma de connotatie met ‘moeder’ besloten: de gemeenschap is als het ware een moederschoot voor de gelovigen, die warmte en geborgenheid biedt. 

Het grondgebied van de oemma wordt de dar-al-islam genoemd, het huis van de islam. Het universele karakter van de islam ten spijt, is de geografische oriëntatie van de bronteksten regionaal: het middelpunt van de wereld ligt op het Arabische schiereiland en de Levant, met Mekka, Medina en Jeruzalem als belangrijkste religieuze centra. Dit betekent dat Israël in de ogen van veel moslims in het hart van de dar-al-islam ligt. En omdat de islam zichzelf als opvolger en erfgenaam van de Joodse traditie ziet, behoort het Joodse thuisland aan de oemma. 

Kortom, moslims beschouwen zichzelf als onderdeel van één religieuze natie. Als er een oorlog tussen Israël en de Palestijnen uitbreekt, dan ligt in hun ogen de oemma onder vuur. Daarnaast speelt het conflict zich volgens hen af in het hartland van de dar-al-islam. Tot slot raakt een conflict met Joden ook de religieuze identiteit, omdat de islam zich de Joodse traditie toe-eigent en zich er tegelijkertijd tegen afzet.

Foto boven: Arabische studenten demonstreren in Israël, © Flash90

Jason Walters (39) is voormalig lid van de Hofstadgroep en nu analist op het gebied van radicalisering en terrorisme 

Plaats opmerking