Binnenland

Geen losse flodder

Redactie 19 november 2012, 00:00
Geen losse flodder

Ronny Naftaniel (l.), premier Dries van Agt en zijn assistent J. Merkelbach tijdens een CIDI-symposium in 1982

Van Agt zei vorige week donderdag dat de Joden een veilige plek in Duitsland hadden moeten krijgen. Die uitspraak paste in een historie van pro-Palestijns activisme. 

Helemaal verrassend was de uitspraak van Van Agt niet, maar wel weer zo driest dat die wel tot verontwaardiging moest leiden. Tijdens een symposium over interreligieuze en interculturele dialoog van de Heilig Landstichting bij Nijmegen vroeg hij zich, zo meldde De Telegraaf vrijdag, donderdag 8 november hardop af waarom de Joodse staat na de oorlog niet op Duits grondgebied werd gevestigd. „Joden hebben een veilige plek nodig. Waarom hebben ze indertijd geen veilige thuishaven in Duitsland gekregen. Waarom moest dat zo nodig Palestina zijn?”

Van Agt (1931), van 1977 tot 1982 driemaal minister-president (het mandaat werd maar éénmaal volledig uitgediend) en van 1971- 1977 minister van Justitie, ontwikkelde na zijn vertrek uit de politiek, in 1983, een pro- Palestijns activisme, dat begon tijdens een ‘katholieke bedevaart in het heilige land’, in 1999, toen hij de universiteit van Betlehem bezocht en met de president ervan sprak. Hij hoorde toen ‘voor het eerst over de nood waarin hun studenten, en de gezinnen waaruit ze voortkwamen, vaak verkeerden. Toen heb ik mezelf verweten dat ik er niks van afwist, dat ik wel geweldig moest opschieten om al die jaren van onachtzaamheid goed te maken. Ik werd er heel onrustig van’. Hij vertelde dat tijdens een interview met de NRC, in augustus 2009.

Avonturier
Het is een verhelderend vraaggesprek, waarin Van Agt duidelijk maakt hoe zijn activisme ontstond, kort voor de verschijning van zijn boek Een schreeuw om recht. Hij noemt zichzelf een ‘avonturier’ die door zijn vrouw een ‘nooit helemaal rijp geworden persoonlijkheid’ wordt genoemd – hij citeert met een tegendraads soort koketterie. Hij ziet drie oorzaken voor zijn pro-Palestijnse gedrevenheid: hij is een ‘jong uit het christendom’ en ‘ik zie zo immens veel onheil in het heilige land, dat is een absurditeit waarmee niet te leven valt’. En voorts vindt hij dat Europa ‘een dubbele verantwoordelijkheid’ heeft: door de massamoord op de Joden werden de overlevenden er na 1945 uit verdreven, en de Britten speelden na de Eerste Wereldoorlog een ‘dubbelspel’, door zowel Palestijnen als ‘de zionistische beweging’ beloftes te doen (elders zegt Van Agt dat het Palestijnse ‘drama grotendeels van Europese makelij is’.) Ten derde is Van Agt ‘tot in mijn vezels jurist’, en hij vindt dat de Verenigde Staten en Israël zich aan het internationale recht ‘vergrijpen’. Wat hij volgens Hans Knoop, die de degens met hem kruiste in de Menten-zaak, over het hoofd ziet is dat de wereldproblemen niet zo eenduidig zijn dat ze uitsluitend via de juridische bril opgelost zouden kunnen worden.

Hij ziet wel in dat Israël het antwoord is op ‘eeuwenlang antisemitisme dat in Europa heeft geheerst, met de Holocaust als culminatie’, wat de gedachte ‘begrijpelijk’ maakt dat ‘de Joden eindelijk eens ergens veilig moeten leven’, maar dat hoeft niet per se in een Joodse staat in het Midden-Oosten te zijn. De zelfmoordaanslagen zijn weliswaar ‘een verfoeilijk fenomeen’, maar hij denkt niet dat Israël nog langer wordt bedreigd. De Palestijnen hebben recht op zelfverdediging tegen de ‘bezetter’: ‘De Palestijnen hebben geen tanks, geen vliegtuigen (…) Dan maar zelfmoordaanslagen, zegt men, dan doen we tenminste iets.’ Ja, hij weet dat er ‘veel deugnieten en booswichten in het Palestijnse kamp’ zijn, maar ‘Israël is de hoofdschuldige van dit onheil’. Hij denkt bovendien dat er aan de bezetting van de gebieden ‘een plan’ ten grondslag lag. Deze visie heeft Van Agt sinds 1999 niet meer wezenlijk aangepast.

Uitverkoren
Hij wijst erop – en dat is interessant – dat een protestantse politicus als Balkenende opgevoed is met ‘de noties van het Beloofde Land en het uitverkoren volk’. Maar in de kring van katholieken ‘is dat minder gewoon’, en daarom begrijpt hij niets van de pro-Israëlische ‘kruistocht’ van Maxime Verhagen. Van Agt wijst het concept van de uitverkorenheid van het Joodse volk af en, ten tweede, ook het historische recht van de Joden op het Heilige Land. In een fel stuk over het Israëlische beleid (Volkskrant, 11 juni 2005, ‘Een schreeuw om recht voor de Palestijnen’) benadrukt hij dat de bevolking van Palestina na de Eerste Wereldoorlog ‘nog voor meer dan 90 procent uit Arabische moslims en christenen’ bestond – met andere woorden, rechten op basis van solide aantallen Joden in Palestina waren er niet. Herzl en de zionisten vonden niet ‘van meet af aan’ dat een Joodse staat zich hoe dan ook in het heilige land moest bevinden, maar ‘hadden ook de vrijwel onbewoonde verten van Argentinië voor ogen’. Van Agts uitspraak in Nijmegen was ongetwijfeld geen losse flodder, maar onderdeel van een stabiel Israël-kritisch wereldbeeld. Toen De Telegraaf hem in 2006 aanklaagde wegens begrip voor de zelfmoordaanslagen kreeg de krant deels gelijk.

Historie
Hoe ontstaat een wereldbeeld? Kort na zijn aantreden als minister van Justitie, in 1971, gleed hij al uit door zichzelf als ‘ariër’ aan te duiden die, met het met oog op zijn voorganger Polak, met de Drie van Breda wel een lastig dossier zou hebben. In februari 1972 meldde hij dat het kabinet de Drie van Breda gratie wilde verlenen. Als gevolg van heftige reacties in de samenleving sprak de Tweede Kamer zich tegen dit besluit uit. Hebben al die weerstanden en die fameuze emotionele hoorzitting van 24 februari iets bij Van Agt aangericht? In 1976 nog noemde hij Israël ‘een broeder in benauwenis’, maar zijn postpolitieke leven stond na 1999 in het kader van het ‘mateloze onrecht dat zich aan het Palestijnse volk voltrekt’. Hij ondertekende in 2002 de petitie van Gretta Duisenbergs stichting Stop de Bezetting, waarin ontruiming van de gebieden werd geëist, en bekritiseerde het Israëlische beleid in het Volkskrant-artikel van 2005. Hij reisde na de ontruiming van de Gazastrook met een Europese delegatie door Israël en de gebieden, die opriep tot militaire en economische sancties. In 2007, nota bene op 5 mei, zei hij voor televisieprogramma NOVA dat de Israëlische ‘bezetting’ ‘acht maal vijf jaar duurde’, een onsmakelijke verwijzing naar de Tweede Wereldoorlog. In 2009 volgde zijn boek, Een schreeuw om recht, de tragedie van het Palestijnse volk, en in december van dat jaar stond van Agt aan de basis van The Rights Forum, dat zich wilde inzetten voor een rechtvaardig Midden-Oostenbeleid van de Nederlandse regering. Op 6 juni 2011 publiceerde hij met andere activisten een open brief in de NRC, waarin de Europese landen werden opgeroepen om druk op Israël uit te oefenen.

Van Agt is zich bewust van het risico om van antisemitisme beticht te worden. In 2005 schreef hij: ‘Wie in het openbaar het optreden van de staat Israël bekritiseert, wordt algauw van antisemitisme beschuldigd. Reeds de dreiging (…) schrikt menigeen zo af dat hij zijn kritiek (…) Israël voor zich houdt dan wel omzwachtelt.’ Het vervolg is saillant: ‘Gezegd wordt wel dat de Israëli’s het Europese schuldgevoel jegens de Joden uitbuiten en daardoor opkomende kritiek op de staat Israël in de kiem smoren.’ Hij zegt het niet zelf, het ‘wordt’ gezegd.

Ziehier de ingrediënten: Van Agt, ongelooflijke ijdeltuit, de conservatieve katholieke jurist die concepten als ‘ethisch reveil’ bedacht en belegen woorden als ‘gij’ en ‘nonvaleurs’ bezigde, een koppige geest die conflicten nooit uit de weg ging (vraag dit maar aan de nazaten van Joop den Uyl, die hem niet op diens begrafenis wilden hebben), een man met ‘het blinde, radicale, door de catechese gedicteerde geloof dat Israël er van meet af aan op uit was de Palestijnen te verdrijven’ (Jan Blokker in een recensie). Suggesties dat Van Agts katholicisme en wantrouwen jegens het idee van de Joodse uitverkorenheid een rol spelen liggen voor de hand, maar je kunt ze moeilijk bewijzen. Het Vaticaan en Israël hebben jarenlang een ijzige relatie gehad, die pas de laatste jaren verbeterde. Conflictstof genoeg: Israël beheert diverse christelijke heilige plaatsen en het vaak gewelddadige anti-Joodse verleden van de Kerk kan ook na het Tweede Vaticaanse Concilie nooit meer onder de mat worden geschoven – dit zijn geen natuurlijke vrienden.

Losse flodder?
Het merkwaardig is dat Van Agts uitspraak over een andere vestigingsplaats voor een Joodse staat al sinds 1948 zo evident een gepasseerd station is. Wat was Van Agts belang om, aan de vooravond van, nee, tijdens de Kristallnachtherdenking, de emoties weer eens op te stoken met dit thema? Sprak hij gedachteloos, of formuleerde hij, zoals in zijn geval vaker is vermoed, een doelbewuste belediging aan het Joodse en Israëlische adres?

Het fenomeen Van Agt staat ondertussen niet op zichzelf. Christelijke ex-politici als Blair, Carter, Lubbers en Van Agt stortten zich na hun politieke carrière, dat wil zeggen, ‘na de macht’, aldus de Groene Amsterdammer, op een ‘humanitaire agenda’, waar ‘duidelijk een element van compensatie – of boetedoening’ in schuilgaat. De verdrukking van de Palestijnen is daarbij ‘een geliefde gewetenskwestie’ die lekker in het morele gehoor ligt – en zo werd ook van Agt van ‘zalvende paapse conservatief’ tot internationale socialist.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *