Dagboek

Het vlammetje in verdwaalde medeschepselen.

Opperrabbijn Jacobs schrijft op verzoek van het Joods Cultureel Kwartier in zijn dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. In deze coronatijd worden extra uitdagingen gesteld aan zijn taak. Het NIW publiceert deze stukken twee keer per week.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 02 december 2021, 11:00
Het vlammetje in verdwaalde medeschepselen.

Nadat ik redelijk vermoeid terug was gekomen uit Kampen, zat mijn Blouma naar een video te kijken, een video waarin een zoon van een SS’er zijn verhaal vertelde.  Kampen was onverwacht geweldig. Onverwacht omdat ik niet had gedacht dat zo’n 150 belangstellenden aanwezig zouden zijn. Er was muziek, de locoburgemeester, een gedreven organiserend comité, koosjere soefganiot en zo waar ook Joodse inwoners van Kampen van wiens bestaan ik niet afwist. De Menora werd aangestoken, twee lichtjes.  Iedereen zong mee met het Ma’oz tsoer. Nog voor ik thuis was stond onze bijeenkomst al in de Stentor en in de lokale krant. De foto om naar het NIW te sturen had ik ook al binnen. Maar ik liet Kampen met een erg fijn gevoel voor wat het was en luisterede mee naar de video die mijn Blouma aan het bekijken was. Aan het woord was een man wiens vader een nazi was geweest, een moordenaar, die nooit enig berouw had getoond over zijn SS-lidmaatschap. Hij bleef van mening, tot zijn dood, dat Joden uitgeroeid moesten worden.  De zoon, inmiddels zelf een vader, verzweeg zijn afkomst angstvallig totdat zijn zoontje van zeven hem vroeg: pappa, had ik ook een opa? En nu vertelt deze zoon van een SS-crimineel zijn levensverhaal, zijn strijd tussen goed en kwaad, tussen moord en naastenliefde. Wat dit te maken heeft met Chanoeka? De zoon van de SS’er was voor mij als een licht in de duisternis, een soort wandelende en levende Menora, een verpersoonlijking van waarvoor Chanoeka staat, namelijk de les dat zelfs in de meest denkbare duisternis licht kan opbloeien en de brede wereld verlichten. Maar waarom moet ik dit beschrijven? Luistert en kijkt u zelf naar het levensverhaal van de zoon van een oorlogsmisdadiger: https://www.youtube.com/watch?v=oxPsMWYryiw  Net voordat ik deze link heb geplakt in dit dagboek heb ik wederom gekeken naar dit dramatische levensverhaal en mijn gedachten gingen enige jaren terug toen mijn Blouma en de dochter van een SS’er hand in hand stonden, in Israël, beiden tranen in hun ogen. En terwijl ik dit nu met u deel heb ik besloten om deze link naar mijn vriend de Duitse Ambassadeur te sturen, naar de directeur van de Oorlogsgraven Stichting, Theo Vleugels, naar de voorzitter, Mr. Piet-Hein Donner, naar de beheerder van het educatieve centrum van Ysselsteyn, de Duitse oorlogsbegraafplaats waar Nazi-moordenaars, landverraders, gewone Duitse soldaten en burgers, samenkomen…Terug naar mijn Chanoeka Toer. Bourtange! In dit kleine vestingstadje hadden we voor de 32ste keer de Menora aangestoken. Voor coronatijden was er een zeer goede opkomst, alles was bijna weer zoals twee jaar geleden. Alleen waren nu eerst de koosjere broodjes en daarna, om precies 17:00 uur, moesten we het café verlaten en staken we de Menora aan op het Marktplein. Tussen mijn aankomst en het aansteken niet alleen die broodjes, maar ook even bijpraten met de burgemeester. Hij had mij gezien op TV in de documentaire van Frans Brommet. Een documentaire die antisemitisme/antizionisme vanuit verschillend perspectief belichtte. De burgemeester wilde begrijpen hoe groot of hoe klein “Een ander Joods geluid” was en of het 50% van Joods Nederland vertegenwoordigde. Ik bracht als vergelijking een uitzending die ik ooit had gezien op televisie. Het onderwerp was wel/niet vaccineren. Het ging niet over corona, want dat bestond nog niet, maar over het normale vaccineren tegen polio, kinkhoest en mazelen. In dat programma was de pro-vaccinatie vertegenwoordiger 50% van de tijd aan het woord en de anticlub ook 50%. Dat lijkt dus eerlijk verdeeld. Maar, was dat wel zo eerlijk verdeeld? Immers de pro-vertegenwoordiger heeft een wereld aan deskundigen en wetenschappelijke onderbouwing achter zich. En de anti-mevrouw verhoudingsgewijs een piepklein groepje. Als de achterban meegenomen zou worden in de tijdverdeling, dan had de pro 99,9% van de tijd gekregen en de anti niet meer dan 0,1%. Pas op: als iemand om religieuze of ideologisch reden anti-vaccinatie is, dan respecteer ik dat, maar als het anti-zijn gekoppeld is aan medische onzin, vind ik dat triest en misleidend. Het “Ander Joods geluid” is maar zeer ten dele een Joods geluid en door het woord “ander” te bezigen, wekt het de indruk van 50-50. Misleidend en onjuist. Natuurlijk mag iemand het oneens zijn met het beleid van de Israëlische regering. Dat is meestal 50% van de bevolking van Israël. Maar dat piepkleine andere (on)Joodse geluid, vertegenwoordigt hier in Nederland waarschijnlijk niet eens die 0,1%. Nadat ik dus de burgervader van Westerwolde, want daartoe behoort Bourtange, had ingevoerd in het “gemiddelde Joodse geluid”, kwamen we te spreken over Winschoten, de nabuurgemeente.  Eens had Winschoten het hoogste percentage Joden binnen de stadsgrenzen. Alleen Amsterdam scoorde qua percentage hoger. Nu lijdt Winschoten aan groepen die met allerlei Nazisymbolen de stad onveilig maken. Antisemitisme? Helemaal niet! Ze zijn tegen Marokkanen, tegen allochtonen. Het AZC Ter Apel bevindt zich namelijk binnen de grenzen van Westerwolde en dus… Ik heb aangeboden om een gesprek aan te gaan met deze groep in Winschoten. Wie weet, misschien ben ik in staat om licht is hun duisternis te brengen en het zuivere vlammetje in ieder van deze verdwaalde medeschepselen te ontsteken.

Dit is een persoonlijk dagboek van de opperrabbijn en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *