De Israëlische politiek heeft eensgezind gereageerd op de aanval van meer dan honderd Joodse kolonisten op het Palestijnse dorpje Jalud, nabij Nablus. De extremisten probeerden zo te voorkomen dat de leden van een eerder verdreven gezin terug konden keren naar hun huis. De kolonisten keerden zich vervolgens tegen soldaten van het Israëlische leger. Drie IDF-militairen raakten daarbij gewond en verschillende relschoppers werden gearresteerd.
Benjamin Netanyahu veroordeelde de aanval en riep op de extremisten te vervolgen met het volle gewicht van de wet. De premier sprak van ‘een klein aantal relschoppers die niet representatief zijn voor de vreedzame kolonisten in Judea en Samaria’. “Ik sta achter de IDF en de grenspolitie die werken aan het voorkomen van terreur en aan het beschermen van onze veiligheid,” zei Netanyahu.
Meer stemmen uit het rechtse kamp veroordeelden de aanval, die volgde op het besluit van het Hooggerechtshof de Palestijnse familie onder politiebescherming naar haar huis terug te laten keren. Minister van Defensie Israel Katz, ook van Netanyahu’s Likoedpartij, veroordeelde de ‘criminele daden’. Volgens Katz hinderen de extremisten de strijd van leger en politie tegen Palestijnse terreurorganisaties.
‘Dit geweld is in strijd met de waarden van het jodendom’
Zelfs de leider van de kolonisten op de Westelijke Jordaanoever Yisrael Ganz riep de overheid er alles aan te doen het geweld van de extremistische elementen in zijn beweging de kop in te drukken. Eerder al sprak president Isaac Herzog van ‘een morele schandvlek en een aanval op de rechtsstaat en de basiswaarden’ van Israël. “
“Dit geweld is volledig in strijd met de waarden van het jodendom,” zei Herzog. De veroordeling van de aanval in Jalud vanuit de centristische en linkse partijen in de Knesset was unaniem. Alleen de extreemrechtse partijen van ministers Bezalel Smotrich en Itamar Ben-Gvir weigeren het geweld van de kolonisten te veroordelen.