Onder beveiliging
Dagboek

Onder beveiliging

Opperrabbijn Jacobs schrijft een dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. Het NIW publiceert deze stukken twee keer per week.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 05 december 2022, 11:05
Onder beveiliging

Mijn KLM-Airmilesprobleem is opgelost, maar het blijft een moeizame kwestie dat er zo’n gigantisch tekort is aan personeel. Of het nu bij KPN is, in de ziekenhuizen of waar dan ook. Het is zoals het is en wat van ons, en dus zeker ook van mij, wordt verlangd is: geduld. Geduld opbrengen wordt natuurlijk wel een pijnlijke kwestie als iemand medische hulp nodig heeft. Voor hoeveel medemensen komt de medische hulp te laat? 

Jaarlijks komt een bewoner van onze woonwijk een prachtige bos amaryllissen brengen. De reden is me niet erg duidelijk, maar die jaarlijkse bloemenhulde wordt door ons buitengewoon gewaardeerd. Bij deze dus, als u ook behoort tot mijn dagboekeniers en dit dus leest: dank!

Het was gisteren, zondag, een bijzondere dag. Nadat ik ’s nachts slechts enkele uurtjes had geslapen, zat ik gisterochtend om 4.15 uur in de taxi naar Schiphol op weg naar Sofia. Omdat ik in Parijs moest overstappen, heb ik mijn dagelijkse twintig minuten snelwandelen wel gemaakt. Charles de Gaulle is een doolhof waarin ook doolhofspecialisten verdwaald raken. Dan moest ik weer mijn paspoort laten zien, trap op, trap af, shuttle in, shuttle uit. Uiteindelijk ben ik aan boord gekomen en zette ik om precies 13.55 uur voet op Bulgaarse bodem.

En toen begon het proces van het intens verhogen van mijn gevoelens van hoogmoed. Nou moet u beseffen, beste dagboekenier, dat hoogmoed gelijk staat aan afgodendienst. De door hoogmoed geleide mens gelooft weliswaar in het bestaan van G’d, maar tegelijkertijd is hij een fervent aanhanger van de afgod IK. Nu klinkt deze opmerking weliswaar nogal zalvend, maar laten we er geen pijnstillende doekjes om winden: de oorlog in Oekraine heeft als enige oorzaak de hoogmoed van een enkel persoon die door ieder, koste wat het kost, gediend moet worden. Iedere ruzie en dus iedere oorlog heeft als diepe oorzaak de afgod IK. 

Maar ter zake: waarom zit ik nu in het peperdure Balkan Hotel in Sofia naast het presidentiële paleis, de woning van de premier en het gebouw van het Bulgaarse parlement? Menachem Margolin, de algemeen directeur van de European Jewish Association (EJA), wilde dat ik aanwezig zou zijn bij een bijeenkomst, een soort congres over hate speech. Aanwezig zijn allerlei openbare aanklagers en juridische grootheden uit Bulgarije en de rest van Europa en er lopen ook een paar Israëliërs rond, onder wie twee druzen. De rest van de ongeveer honderd deelnemers zal vandaag, naar ik verwacht, verschijnen.

Who cares, dacht ik, maar ik kan dus niet inchecken als dat gender niet staat ingevuld

Omdat ik een georganiseerd mens ben (eigenlijk een beetje te, maar daarover nu even niet) wilde ik vooraf ook alvast kijken of de terugreis, dinsdag aanstaande om zes uur inde ochtend, goed geboekt staat. En inderdaad staat het er goed op de website van Air Bulgaria, alleen kan ik er niets aan toevoegen, zoals bijvoorbeeld mijn paspoortnummer, omdat bij het hokje ‘gender’ niets staat. Who cares, dacht ik, maar ik kan dus niet inchecken als dat gender niet staat ingevuld. Dat was verbazing nummer één. Toen ik uit het vliegtuig was gestapt werd ik, aan het eind van de slurf, opgewacht door twee dames die wisten wie ik was en die ik moest volgen. De een liep voor mij en de ander linksachter. Een sanitaire stop werd niet toegestaan, ondanks mijn redelijk hoge nood. Een aantal deuren van het vliegveld ging open en na een minuut of twee zat ik in mijn eentje in een snikhete shuttlebus. De dames zaten naast de chauffeur, een van de dames deed me denken aan Maigret, maar dan in vrouwelijke uitvoering.

We reden recht af op een gebouw dat voorzien was van zo’n beetje alle vlaggen die onze aardbodem rijk is. Daar werd mij op vriendelijke wijze mijn koffertje ontnomen door een mijnheer die mij daar stond op te wachten. Vervolgens werd ik, na m’n paspoort te hebben afgegeven aan iemand anders, het toilet ingeloodst. Toen ik na enige minuten weer in de zaal was, waar inmiddels nog een paar heren en dames waren verschenen, werd ik voorgesteld aan een man die zei van een of ander ministerie te zijn en dat hij mijn beveiliger zou zijn voor de komende twee dagen en dat ik me dus geen zorgen hoefde te maken. Nou had ik er helemaal niet aan gedacht om dat wel te gaan doen, maar nu ik daarop zo nadrukkelijk werd geattendeerd en inmiddels in een kogelvrije auto was geduwd, van een privéchauffeur was voorzien en achter mijn geblindeerde auto een politieauto met zwaailicht stond opgesteld, begreep ik dat ik veilig was en me geen zorgen hoefde te maken.

Aangekomen bij het Balkan Hotel werd ik door staf en medewerkers aan alle kanten begroet, automatisch ingecheckt, en mijn koffertje naar mijn kamer gebracht. Jaäcov, een oudere man die ik recentelijk nog in Krakau/Auschwitz had ontmoet, bleek vloeiend Hebreeuws en Engels te spreken, terwijl in Krakau en ook op eerdere congressen ik alleen met hem kon spreken in het Engels via zijn assistente/tolk. Het was inmiddels drie uur en ik kreeg te horen dat ik tot zeven uur mocht gaan rusten. Nou is rusten, en dan ook nog vier uur, niet echt iets dat bij mij past en dus beleefde ik dit bijna als hate speech. Dat werd begrepen en vervolgens kreeg ik toestemming om de grote sjoel van Sofia te gaan bezichtigen en heb ik een paar uur als toerist door deze prachtige stad gelopen. Uiteraard mocht ik me niet vrij bewegen, maar werd ik vergezeld door mijn bewaker en een van de politiemannen die achter ons had gereden en nu dus kennelijk 24/7 voor het hotel de wacht hield.

Het is nu bijna zeven uur in de ochtend. Om 8.15 uur komt mijn bewaker me ophalen en word ik naar een echte sjoel gebracht. Met echte bedoel ik de synagoge van Chabad waar het ochtendgebed plaatsvindt. De schitterende synagoge van gisteren (zie foto) is helaas voornamelijk gedegradeerd tot museum. Overigens heb ik heel rustig bijna zeven uur geslapen. Ik vermoed dat deze unieke slaapprestatie het gevolg was van een veilig gevoel. In de kamer naast de mijne sliep mijn beveiliger. En, zo verzekerde hij mij, ik hoefde me niet ongerust te maken, want als hij sliep werd hij afgewisseld door een tweede medewerker van de Nationale Veiligheidsdienst die in de kamer tegenover mij de nacht zou doorbrengen. Op mijn wellicht ietwat onnozele vraag waarvoor dit allemaal nodig is, kreeg ik als antwoord dat dit van hogerhand was opgelegd. Dit antwoord inspireerde mij en ik hoop dat ook ik steeds zonder te veel vragen te stellen steeds mijn levensopdracht, die ook door Hogerhand wordt bepaald, zal mogen opvolgen. Er wordt geklopt op mijn deur. Ik moet naar sjoel.

Dit is een persoonlijk dagboek van de opperrabbijn en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

Plaats opmerking