Ontmoetingen onderweg

Dagboek van 12 augustus 2026
Kishinev

Als iemand ziek is, moet de ziekte bestreden worden om weer op gezonde wijze te kunnen (blijven) functioneren. Hoe pakken we dit aan? Allereerst moet er een diagnose worden gesteld, daarna een passende medicatie worden gevonden om uiteindelijk, met G’ds hulp, van de ziekte bevrijd te worden. Maar er is nog een actie nodig. Juist een zieke moet goed eten om het gezonde deel van zijn gesteldheid extra kracht te geven om zo, samen met de specifieke medicatie/behandeling, het zwakke punt in zijn lichaam te bestrijden en waar mogelijk geheel uit te schakelen.

Wat geldt voor het lichaam, geldt ook voor de geest. In de maand eloel zijn we begonnen dagelijks op de sjofar te blazen: word wakker! En als we dan wakker zijn geschud, denken we aan de overtredingen die we hebben gedaan ten opzichte van de Eeuwige en ten opzichte van de medemens. Waar zijn we de mist ingegaan en waar hadden we iets goeds kunnen doen, maar van de gelegenheid geen gebruik gemaakt?

Tesjoeva heet zoiets: tot inkeer komen, berouw hebben, terugkeren naar de weg die we hadden moeten bewandelen, die mijn gps, gebaseerd op Tora en Traditie, zorgvuldig had aangegeven. Tesjoeva is vergelijkbaar met een medicijn! Maar enkel een medicijn werkt niet. Er moet ook bij ons gezonde voeding binnenkomen: extra goede daden, mitswot. Het zieke deel van het lichaam heeft die ondersteuning hard nodig, fysiek en geestelijk. Naar die geestelijke bijvoeding moeten we op zoek gaan. Maar gelijk de valkuilen ongevraagd op onze weg komen en we vaak de beproevingen ongevraagd zien verschijnen, zo ook komen we de onvoorziene extraatjes tegen.

Gisteren bijvoorbeeld, ik had me verslapen. Gebeurt niet vaak en eigenlijk bijna nooit, maar gisteren dus wel. Teruggekomen uit Algarve-Faro-Portugal dook ik maandagavond uitgeput mijn bed in om half een ’s nachts. Het woordje ‘duiken’ is eigenlijk op deze plek onjuist, want ik was veel en veel te vermoeid om een duik in mijn bed te nemen. Een betere omschrijving is dat ik mijn bed instrompelde, zo vermoeid was ik na vier dagen snikhete Algarve-strand-dagen die niet alleen warm waren vanwege de zon, maar ook vanwege de problematiek, de ruzies dus, die ik mocht oplossen. ‘Mocht oplossen’, ja, ik ‘mocht oplossen’, want zo zit het leven in elkaar. Al lopend op deze aardbol komt er van alles en nog wat op je weg en ieder obstakel is een beproeving, een valkuil of een kans.

Een mooi voorbeeld: doordat ik maandagavond bekaf in slaap was gevallen en nadat ik mijn wekker op zes uur dinsdagochtend had ingesteld, werd ik pas om zeven uur wakker. Zeven uur was knap laat, want om uiterlijk acht uur moest ik op Schiphol zijn om mijn vliegtuig naar Chisinau (beter bekend als Kisjinev) via Wenen te halen. En dus kon ik niet meer thuis het ochtendgebed uitspreken met talliet, gebedsmantel, en tefillin, gebedsriemen, maar verplaatste ik het ochtendritueel, dat ongeveer vijftig minuten duurt, naar een propvol Schiphol. Omdat het zo propvol was, kreeg ik helemaal geen bekijks. Alle reizigers waren kennelijk dusdanig met zichzelf bezig om zich een weg tussen de meute door te banen, dat ze een Jood gehuld in een talliet, met tefillin op zijn hoofd en met een gebedenboek in z’n handen, niet meer opmerkten. En daar stond ik dan, moederziel alleen, tussen de bewegende niet-Joodse massa. Niemand besteedde aandacht aan me, geen enkeling zag me staan, behalve een ietwat Joods uitziende man.

Om een lang dagboekverhaal kort te houden: hij, zijn echtgenote en hun zoon waren op weg naar Curaçao, ze waren Joods en voelden zich duidelijk opgewarmd door mij te zien davvenen, tussen honderden niet-Joden. Na afloop van mijn ochtendgebed ontstond er een gesprek, uiteraard over jodendom en over mijn ‘moed’ om ongegeneerd tussen al die niet-Joodse reizigers met mijn Jood-zijn ‘te koop’ te lopen. Het toeval wilde dat zij juist net voor hun vakantie de mezoezot van hun woning hadden verwijderd omdat ze, naar hun zeggen, niet met hun jodendom te koop wilden lopen en geen antisemitisme wilden uitlokken. Maar na de confrontatie met mij in vol Joods ornaat te midden van honderden niet-Joden, hadden ze spijt van hun mezoezaverwijdering en zullen ze, meteen na hun vakantie, juist de duidelijk zichtbare mezoezot aan al hun deurposten terugbrengen.

In het vliegtuig tussen Wenen en Chisinau kwam ik naast een ietwat oudere man te zitten. Hij woonde in Florida en was op weg naar zijn geboorteland Oekraïne om daar naar de tandarts te gaan voor een of andere behandeling die in zijn huidige vaderland enige duizenden euro’s kostte, maar in Oekraïne verhoudingsgewijs bijna gratis was. Het ticket had hem 1300 dollar gekost, maar dat ticket maakte het nog steeds meer dan de moeite waard om de VS-tandarts te vervangen voor een Oekraïense specialist vanwege de verschillende prijskaartjes. En, na het tandartsverhaal geduldig te hebben aangehoord, vertrouwde hij mij toe ook Joods te zijn, liet een foto van zijn typisch Joods ogende moeder zien en beloofde mij spontaan toe om dit jaar Rosj Hasjana en Jom Kipoer wel naar sjoel te gaan, nadat ik hem een sjana tova had toegewenst. Kennelijk had hij dit jaar Rosj Hasjana en Jom Kipoer buiten de sjoel willen doorbrengen, maar had mijn buurmanschap hem tot andere en betere gedachten gebracht. Alles komt van boven en overal liggen kansen. 

“Welcome. We are honored to have you join us for this special occasion. Official inauguration of Rabbi Menachem Mendel Axelrod as chief rabbi of the republic of Moldova.” Voor die inauguratie was ik gisteren naar Chisinau gevlogen, zodat ik vanmiddag aanwezig kon zijn bij de officiële benoeming van mijn verse en veel jongere collega rabbijn Axelrod tot opperrabbijn. Overigens was ik niet de enige aanwezige opperrabbijn. Rabbijn Kalman Bar, de opperrabbijn van Israël, behoorde tot de geëerde gasten. Rabbijn Rafael Shaffer, de opperrabbijn van Roemenië. Rabbijn Menachem Mendel Nachson, opperrabbijn van Nof Hagalil. En naast nog een aantal geëerde rabbijnen en bestuurders van Europese Joodse gemeenten, waren er ook vele Moldavische hoogwaardigheidsbekleders. 

Hoewel ik vanaf het vliegtuig naar het Radisson Hotel en de hele dinsdag en woensdag een vipbehandeling kreeg, behoorde ik niet tot de sprekers bij de inauguratieceremonie. Mijn taak beperkte zich tot decorum. Bij de lunch, na afloop van de inauguratie, werd er wel van mij verwacht om de verse jonge collega toe te spreken, zo las ik op de uitnodiging. 

Waarover ik heb gesproken? Omdat ik de duizend woorden, die mijn dagboeken per keer in beslag nemen, reeds heb bereikt, zal ik mij hier beperken tot een korte samenvatting. Wat verandert er voor de Moldavische rabbijn? Salarisverhoging? Een groter kantoor? Extra taken? Het antwoord is: neen! En toch is die titel van wezenlijk belang, want met de titel wordt er anders tegen je aangekeken, vanuit de Joodse gemeenschap en vanuit de lokale en nationale overheden. Ja, er zal dus vaker en fellere kritiek komen. Jezelf even terugtrekken, korte tijd vakantie, zit er niet meer in. Maar desondanks kan een opperrabbijn door de titelverhoging meer bereiken dan voorheen, want ieder woord dat hij uitspreekt krijgt door de toevoeging ‘opper’ een zwaarwegendere betekenis. 

Het woord van de opperrabbijn wordt al snel verheven tot een Woord!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer Gerelateerde Berichten

Dagboek

Ontmoetingen onderweg

No data was found