Dagboek

Opperrabbijn als rechter

Opperrabbijn Jacobs schrijft op verzoek van het Joods Cultureel Kwartier dagelijks in zijn dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. In deze coronatijden worden extra uitdagingen gesteld aan zijn taak. Het NIW en CIP publiceren deze stukken dagelijks.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 08 oktober 2020, 13:49
Opperrabbijn als rechter

Hoewel het vandaag niet echt soeka-weer was, want er waren enorme plensbuien, toch was het iedere keer als we wilden gaan eten kurkdroog. En dus heb ik niet een keer moeten uitwijken naar de woonkamer of, en dat zou ik dan gedaan hebben, in de soeka gegeten met een dicht dak!

Vanochtend heb ik weer wat ‘gewoon’ rabbinaal werk verricht. Een baby geboren en die moet een brith milah hebben, een besnijdenis. Omdat de ouders geen bekenden zijn van de Joodse Gemeente moet ik op het laatste moment uitzoeken of de moeder inderdaad Joods is, want ervaring heeft me geleerd dat velen pas op het allerlaatste moment mij benaderen. En dus mag ik weer het vuile werk doen. Nou hoor ik u redeneren: als de moeder zegt dat ze Joods is waarom zou ze het dan niet zijn? U stelt een goede vraag, maar ik moet als rechter, want dan ben ik dan even, tot een rabbinale uitspraak komen. Ik ben dan even geen psycholoog en ook geen pastorale werker. Feiten! Overigens heeft de Brith Milah, de besnijdenis, inmiddels plaatsgevonden. Mazzeltov. Weer een Joods jongetje opgenomen in het oeroude verbond.

En dus heb ik niets te maken met de vraag waarom iemand zich zou willen uitgeven als Jood of Jodin als hij of zij dat niet is. Maar even ter informatie: vele keren heb ik aangetoond dat mensen een bewijs van Jood-zijn willen hebben die van geen kant iets met Joden te maken hebben of hebben gehad. Ik herinner mij een mevrouw die aangaf dat ze Joods was, niemand die daaraan twijfelde, ook ik niet. Alleen op een gegeven moment wilde zij voor haar dochter een verklaring hebben dat haar dochter een Joodse moeder heeft. Toen er geen enkel bewijs bestond gaf ze aan dat ze was geadopteerd. Haar ouders hadden haar op weg naar de concentratiekampen afgestaan aan haar pleegmoeder. Maar die pleegmoeder mocht ik niet benaderen, want dat was voor haar te emotioneel. En de naam van haar echte ouders wist ze ook niet.

Van mij wordt dat verwacht uiteraard vriendelijk te blijven en heel erg goed te luisteren. Waar klopt haar verhaal wel en waar niet. Mijn taak is om haar te helpen in het aantonen van haar Jood-zijn, maar het moet waar zijn. Het betrof hier een keurige, gestudeerde en vermogende vrouw. Ze maakte absoluut niet de indruk dat er iets mis met haar zou zijn. Maar het bevreemde mij wel dat ik haar pleegmoeder niet mocht benaderen. En ook navraag bij het ziekenhuis in Parijs waar zij zeker wist dat ze daar was geboren, werd mij door haar niet toegestaan. Uiteindelijk bleek er iets heel essentieels in haar verhaal niet te kloppen. Haar ouders hadden haar op weg naar Auschwitz afgegeven aan haar pleegmoeder, alleen de datum die ze opgaf en waarover ze zeer stellig was, klopte niet. Auschwitz bestond toen nog niet en er waren toen nog geen deportaties vanuit Frankrijk naar de vernietigingskampen. Ik heb haar dat stuk van haar geschiedenis laten opschrijven, nog een extra keer nagevraagd of alles klopte en speciaal de datum. Nadat ik haar had geconfronteerd met deze onmogelijke datum van transport van haar ouders, vertrok ze bij de Joodse gemeente. Nooit meer van haar ook maar iets vernomen.

Maar ook vandaag werd ik gebeld door een Israëlische arts die ergens binnen de EU werkzaam is in een Academisch Ziekenhuis. Zijn Jood-zijn leidt geen twijfel. Maar hij wil weten wie zijn grootouders waren, Nederlanders van ver voor de oorlog. Niets weet hij over hen. Ik meteen in de telefoon geklommen en kijk, na enige uren heb ik familie boven weten te krijgen waarvan hij het bestaan überhaupt niet wist. De arts en de familie zijn met elkaar in contact gekomen. Beiden zijn erg verheugd. De jonge arts had niet kunnen dromen dat er van zijn voorgeslacht nog overlevenden zouden zijn.

Maar om even terug te keren naar het begin van mijn dagboek van vandaag: Terwijl ik aan het schrijven ben heb ik al drie keer het regen-dak van de Soeka mogen openen en sluiten omdat het begon te regenen of omdat het juist weer droog was.

Zojuist zijn we teruggekeerd van een feestje in de soeka van Almere. Het was uiteraard rustiger dan andere jaren, maar aan Simcha ontbrak het niet. Volop te eten in de grote soeka, alles p.p. verpakt.

Een prachtige show met vuur. Fakkels, vuurspuwen, met vuur een soort levend roulette spelen en dat alles onder een aandachtig luisterend publiek en in een maar niet stoppende regenbui die bijna deed denken aan de vloedgolf uit de tijd van Noach.

Dit is een persoonlijk dagboek van de opperrabbijn en valt buiten de verantwoordelijkheid van de redactie.

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *