In de jaren veertig van de vorige eeuw was Teun Leever jachtopziener in het gebied tussen Amen en Hooghalen in Drenthe. Hij woonde met zijn gezin in een boerderijtje op een plek die bekendstond als Diana Heide. Daar leidde hij een leven dat draaide om het veld: stropers opsporen, wild beschermen en het jachtgebied bewaken. Van oorsprong zelf stroper, kende hij het landschap als geen ander en wist hij precies hoe je ongezien door bossen en heidevelden kon bewegen. Die kennis maakte hem in de oorlog waardevol voor het verzet.
In de regio’s Rolde en Assen ontstond in de jaren 40–45 een netwerk dat zich bezighield met onderduikers, distributiebonnen en inlichtingen. Leever raakte daarbij betrokken. Zijn afgelegen boerderij bleek een geschikte plek voor mensen die tijdelijk moesten verdwijnen. Volgens een historisch artikel in het Drentse tijdschrift De Kloetschup bood hij onderdak aan verschillende onderduikers. Daarbij wordt ook vermeld dat er ‘een paar Joden’ waren die overdag bij boeren werkten en ’s avonds niet terugkeerden naar Kamp Westerbork. In plaats daarvan verbleven zij in een schuilplaats nabij Leevers huis en werden zij door een verzetsgroep naar veiliger oorden gebracht. Als dit klopt, speelde de Drentse jachtopziener een rol in het onttrekken van Joodse mensen aan de greep van het kamp.
Verzet
Dat Leever actief was in het verzet staat buiten kijf. In september 1944 hielp hij een auto te verbergen van een Duitse functionaris die wilde onderduiken. De auto werd verstopt in een kuil bij zijn huis en gecamoufleerd. In april 1945 hielp de Drent geallieerde militairen die in de buurt waren gedropt, vond een vermiste sergeant terug en misleidde Duitse speurhonden door peper te strooien en een vals spoor te trekken. Ook was hij betrokken bij een wapendropping op korte afstand van Kamp Westerbork, waarbij containers met wapens en materieel moesten worden verstopt voordat Duitse patrouilles ze zouden ontdekken. Voor al die activiteiten ontving hij na de oorlog een onderscheiding van de geallieerden.
Dat Leever actief was in het verzet staat buiten kijf
Vanwege de mogelijke link met Joodse onderduikers nam het NIW contact op met Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Daar bleek de naam Teun Leever niet bekend in relatie tot het kamp of hulp aan Joodse gevangenen, er zijn geen concrete gevallen bekend die via hem geholpen zouden zijn.
Dat betekent niet automatisch dat het verhaal onjuist is. We kregen de toezegging dat medewerkers het zullen onderzoeken. Veel verzetsactiviteiten zijn nooit volledig gedocumenteerd. Hulp aan Joden moest in het geheim plaatsvinden en werd na de oorlog vaak alleen mondeling doorgegeven. Tegelijkertijd maakt het ontbreken van bevestiging harde conclusies onmogelijk.
Oproep
Er zijn aanwijzingen dat Teun Leever onderduikers hielp en dat onder hen Joden waren, maar sluitend bewijs ontbreekt. Namen, getuigenissen of archiefstukken die het verhaal concreet maken, zijn niet gevonden. Daarmee blijft de vraag staan of Leever daadwerkelijk Joodse onderduikers heeft gered, of dat het gaat om een verhaal dat in de loop van de tijd is gegroeid.
Het NIW is op zoek naar meer informatie over Teun Leever en zijn mogelijke rol bij zijn hulp aan Joodse onderduikers. Zijn er lezers met familieverhalen of andere bronnen die licht kunnen werpen op deze kwestie? Ging er in uw familie een verhaal rond over onderduiken in de omgeving van Rolde, Amen of Hooghalen, of is de naam Teun Leever u bekend? Laat het ons weten. De redactie komt graag met u in contact. Stuur een mail naar redactie@niw.nl. n