Spreken bij een choepa
Dagboek

Spreken bij een choepa

Opperrabbijn Jacobs schrijft een dagboek over maatschappelijke en religieuze zaken. Het NIW publiceert deze stukken twee keer per week.

Opperrabbijn Binyomin Jacobs 03 augustus 2023, 12:34
Spreken bij een choepa

Nadat ik in allerijl had moeten beslissen of ik mijn mening over de spanningen in Israël publiekelijk bekend zou moeten maken en nadat ik overleg had gepleegd met twee deskundigen van mijn advisory board, nadat ik had ingestemd om een paar uur voor sjabbat een interview af te geven voor de NOS … vernam ik zondag dat de uitzending wegens gebrek aan actualiteit niet zou doorgaan. Zo gaat dat. Boos? Teleurgesteld? Zeker niet boos, maar wel lichtelijk teleurgesteld. Maar ik weet dat dat zo werkt met actueel nieuws. Ondertussen is er wel een NOS-verhaal hierover verschenen op de site van de NOS. Maar dat is minder zichtbaar en minder hoorbaar dan het journaal, maar schriftelijk is wel genuanceerder.

Waar ik zondag wel zichtbaar en hoorbaar was, was bij een choepa in de synagoge van de Joodse Gemeente Bussum. Wat wil ik bereiken met een choepa? Uiteraard natuurlijk het jonge paar al het mogelijke goeds toewensen. Geweldig dat onze Joodse gemeenschap er een jong enthousiast gezin bijkrijgt in een tijd dat trouwen, en dus trouw aan elkaar beloven, steeds minder gewoon wordt. De toespraak is bij zo’n choepa van groot belang. Die zet de toon. Als een droogstoppel een verband leggen met de sidra van de week komt niet over. Uitsluitend nietszeggende grapjes is leuk, maar zet geen spirituele zoden aan de Joodse dijk. En dus moet er een combinatie ontstaan. Een mooie verpakking voor een waardevolle geestelijke gedachte waar de toehoorders en uiteraard het bruidspaar iets mee kunnen en dat ze bijblijft.  Ik laat u het begin horen:

“Chatan we kalla, bride and groom, bruid en bruidegom, geachte aanwezigen, dear all of you, dear parents of the groom, lieve ouders van de bruid …

I’am quite nervous for this choepa, ik ben nogal zenuwachtig voor deze huwelijksvoltrekking, want because the kalla, the bride, de bruid, Ella is quite organised, ze is nogal pietje-precies. I had the honor during the 48 years that I am functioning as a rabbi, ik had de eer om gedurende de vele decennia dat ik als rabbijn werkzaam ben, to officiate at many chupot, vele paartjes (met een T!) onder het trouwbaldakijn te mogen brengen. Maar nog nooit, never ever, I was so restricted, werd ik zo beperkt, in a time schedule, in een strak tijdrooster. And at the same time, en tegelijkertijd, kreeg ik de opdracht, I was forced, to keep it short, om het kort te houden. But, maar, wel in two languages, twee talen. 

After a few hours thinking about this speech, kwam ik tot de conclusion, that it will be impossible, niet zo eenvoudig, om in two languages in not meer dan fifteen minutes any serious boodschap to bring over. By the way if I look at mijn polshorloge, nearly vijftig percentage of my tijd, time, has gone already …. En ik heb nog geen zinnig woord uitgebracht.”

En daarna kwamen de gedachten, de zinnige woorden, die ik ze heb willen meegeven. Maar beginnen met iets lichts en grappigs is nodig om de aandacht van het publiek, de volle synagoge, te krijgen, een soort voorgerecht, een appetizer zoals dat in de culinaire wereld wordt genoemd. Als ik dan daags na de choepa een bericht ontvang van het bruidspaar dat de toespraak ‘fantastisch’ was, dat ze ervan hebben genoten en dat de inhoudelijke boodschap ‘duidelijk werd begrepen’, dan was de tijd die ik heb geïnvesteerd niet voor niets. Want zo’n droosje voorbereiden kost tijd. Ouders, grootouders, bijzondere gebeurtenissen uit het leven van bruid en bruidegom, toekomst en verleden: niets mag ontbreken op het moment dat chatan en kalla, terwijl ze onder de choepa staan, worden toegesproken. 

Niets mag ontbreken op het moment dat chatan en kalla, terwijl ze onder de choepa staan, worden toegesproken

Vreugde en verdriet. Innig geluk en slaande ruzie. Het wisselde weer sterk af de afgelopen dagen. Maar zo is het leven nou eenmaal. Gistermiddag de obsjerenisj, de eerste haarknipbeurt van onze achterkleinzoon in Amsterdam. Zonder verder hier op de betekenis van dat haarknipritueel in te gaan, toch even heel kort: als een Joods jongetje drie jaar wordt, krijgt hij voor het eerst tsietsiet (schouwdraden) en zal vanaf die dag altijd een keppeltje dragen. Hij mag de honing aflikken van een papier waarop het alef-beet staat geschreven en krijgt als het ware zijn eerste Joodse les. Het feestje heeft alles te maken met het prille begin van de Joodse opvoeding.

Vanwege vakantiegangers, de familie Brodman uit Israël en Duitsland, hebben we nu bij ons thuis iedere ochtend sjoeldienst. De vader/grootvader van de Brodmannen was de rabbijn van de sjoel in de Lekstraat te Amsterdam. Rabbijn Brodman was dus de rabbijn van mijn ouders. Oude en mooie herinneringen wellen op, terwijl het buiten plenst en het boottochtje dat gepland stond in Boskoop waarschijnlijk wordt afgelast. Maar we gaan daar wel een oude belofte inlossen en na afloop dineren bij Hoffy’s in Antwerpen. Dat boottochtje, de maaltijd bij Hoffy’s en de twee echtparen met wie we dit uitstapje maken heeft te maken met een oude vriendschap met niet-Joodse vrienden die in hun jongere jaren zich keihard voor het Cheider en anderen Joodse belangen hebben ingezet. 

Aanstaande sjabbat zijn we in Maastricht. Vakantie? Ja en nee. Een sjabbaton met de Joodse Gemeente Limburg. Het moge dan officieel werk heten, maar het is eigenlijk vakantie. Al op voorhand dank aan rabbijn Cohen en zijn rebbetsen voor de maaltijden en de sjoeldiensten en dank aan oud-voorzitter Benoit Wesly in wiens hotel Derlon we weer mogen overnachten.

Plaats opmerking