Dossiers

Van Amsterdam naar Zuid-Jeruzalem

In de serie over Nederlanders die op alia zijn gegaan, praat Jan Franke met het gezin Van der Sluis, dat al langer in Israël woont. “Ik ben geen beroepsjood, maar ik miste in Nederland bewegingsvrijheid.”

Jan Franke 10 februari 2021, 10:00
Van Amsterdam naar Zuid-Jeruzalem

Dit artikel verscheen eerder in NIW 24, 5777 / 2017. Foto’s: Dave Sinaï.

Gideon en Myriam van der Sluis

Op de zestiende verdieping van een glazen kantoorgebouw in Jeruzalem hangt een oude tekening van de Snoge en de Grote Sjoel in Amsterdam. Langs de muren staan lange rijen Nederlandse en Vlaamse wetboeken, netjes geordend op jaartal en onderwerp. Tientallen Nederlandse oliem chadasjiem in Israël kennen deze schets van de Amsterdamse synagoges maar al te goed. Hij hangt in de kamer van Gideon van der Sluis (40), directeur van Innodata, de grootste werkgever van Nederlanders in Israël. Het bedrijf specialiseert zich in digitaliserings- en dataverwerkingsprocessen voor grote uitgevers, waaronder het Nederlandse Wolters Kluwer. In Israël wordt redactiewerk dat een goede beheersing van het Nederlands vereist uitbesteed. Het is flexibel werk dat vanuit huis gedaan kan worden en valt goed te combineren met een oelpan of de zorg voor kleine kinderen. Logisch dus dat veel Nederlandse immigranten hun eerste geld in Israël bij Innodata verdienen. Uiteindelijk komen ze allemaal op gesprek bij Van der Sluis, in het kamertje met de tekening.

“Er werken hier nu rond de tachtig Nederlanders en Vlamingen, en dat aantal is nog hoger geweest. Soms zijn het mensen die voor een Israëlische partner hiernaartoe komen, maar we hebben ook pensionado’s die graag wat willen bijverdienen. De oudste werknemer ooit was 79. Het blijft bijzonder om voor nieuwe immigranten een eerste stop en een veilige haven te zijn.” Van der Sluis kent hun situatie maar al te goed. Nog niet zo lang geleden ging hij zelf op alia. In 2006 waagde hij de sprong, na jaren van twijfel. “Ik was zeer actief in het Joodse leven in Nederland en worstelde met de wens om naar Israël te gaan. Ik wilde graag op alia, maar vond het moeilijk om de gemeenschap achter me te laten. Als jurist was ik bovendien bang dat ik zonder Hebreeuws niet aan de slag zou raken.”

Myriam, Hodaya (7), Michal (5), Aviga’il (3), Benjamin (1) en Gideon (met hagada) thuis in Jeruzalem

Van der Sluis komt uit een bekende zionistische familie in Amsterdam. Vader Willem, oud-bestuurslid van het CIDI, was chirurg en ging in de Zesdaagse Oorlog naar Israël om te helpen. Zijn moeder was in de jaren 80 het eerste vrouwelijke bestuurslid van de Joodse gemeente in Haarlem. De familie van vaderskant heeft wortels in de mediene, in de textielgebieden van Vlijmen, Den Bosch en Oss. Gideons vader, tante en grootouders overleefden in de onderduik, alle anderen werden vermoord in Auschwitz en Sobibor. De familie aan moederskant, de Van Gelders, trof hetzelfde grimmige lot. Na de oorlog brachten de overlevenden enkele jaren in Israël door, waar grootvader in de Onafhankelijkheidsoorlog vocht, alvorens terug te keren naar Nederland. “Raar genoeg dank ik mijn bestaan aan Israëls oorlogen. Mijn ouders hebben elkaar ontmoet door de Zesdaagse Oorlog. Ze gingen allebei als vrijwilliger via Parijs, waar ze elkaar tegenkwamen, naar Israël. Daar werden ze verliefd.” Het jonge paar keerde terug naar Nederland. Hun drie zoons kregen het zionisme met de paplepel ingegoten.

Gekke afspraakjes
Gideon zat bij Bne Akiwa en was actief in Joodse jeugdorganisaties. Na de middelbare school volgde een tussenjaar in kibboets Lavi en een jesjiva bij Asjkelon. Nederland was altijd thuis, maar Israël bleef lonken, al tijdens zijn studie rechten aan de Universiteit van Amsterdam en de eerste banen op advocatenkantoren. Toen begon het te jeuken. “Ik droeg altijd een keppel en ik was chazan in de Gerard Dou-sjoel. Ik kon Joods leven, maar ik voelde me op straat in Amsterdam toch altijd bekeken.” Er waren antisemitische incidenten. Die keer dat hij door de Kalverstraat liep en een autochtone Nederlander plots sissende geluiden maakte. “Ik begreep het eerst niet en keek hem vragend aan, tot ik besefte dat hij het geluid van gas nadeed.” Er waren incidenten met Marokkanen in Amsterdam. Scheldpartijen. Hij werd weleens bespuugd. “Pas later realiseerde ik me dat ik op straat een haastige pas had ontwikkeld. Altijd op mijn hoede. Ik ben geen beroepsjood, maar ik miste in Nederland bewegingsvrijheid. Bovendien: het wereldje is klein en ik was nog vrijgezel. Ik heb wel geprobeerd te daten in Londen en Antwerpen, maar daar vloog je dan heen en dat werden gekke afspraakjes. Niets voor mij.”

Na jaren van twijfel ging hij bij zijn rabbijn te rade. Moest hij het risico nemen? Was alia niet de doodsteek voor zijn carrière in de advocatuur? Onzin, vond de rabbijn. Hij zei: “Gewoon doen. De gemeenschap in Nederland redt het heus ook zonder jou.” In januari 2006 hakte Gideon de knoop door, zes maanden later zat hij op het vliegtuig.

Het begin was nederig. Een half jaar lang iedere ochtend naar oelpan, slapen op een flinterdun matras in een kamertje met een Australische immigrant. Weinig geld en lange dagen. Na de taal kwam de omscholing en, uiteindelijk, het Israëlische beroepsexamen voor advocaten. “Ik had uit Nederland een klein spaarpotje meegenomen en me goed op de alia voorbereid, maar er blijft toch altijd een zekere mate van chaos en improvisatie. Je moet echt een positieve instelling hebben om hier te slagen. Dat zie ik ook iedere keer weer bij nieuwe mensen bij Innodata. Problemen laat je niet zomaar achter, je neemt ze mee.” Gideon pakte alles aan. Hij meldde zich voor het leger, maar was al te oud, dus werd hij vrijwilliger bij de politie. Door een buitenkansje kreeg hij een stage bij het Israëlische ministerie van Justitie, die met een andere baan gecombineerd moest worden om in het levensonderhoud te voorzien.

‘Problemen laat je niet zomaar achter, je neemt ze mee’

Liefde
We schrijven 2008. Op een picknick voor Poeriem in Jeruzalem verschijnt een jonge Française uit Reims, Myriam. “We bleken tegenover elkaar te wonen in Jeruzalem, maar we kenden elkaar niet. Ik zat meer in de Angelsaksische gemeenschap en de Fransen klitten hier graag bij elkaar.” Ze trouwden binnen een jaar. Niet veel later klopte Innodata aan. Het bedrijf was net begonnen in Israël, Van der Sluis mocht de vestiging in Jeruzalem gaan uitbouwen. Acht jaar en vier kinderen later (Hodaya, Michal, Aviga’il en Benjamin) woont het gezin in een van de nieuwe wijken in het zuiden van Jeruzalem. Dit is een groeigemeente, overal wordt gebouwd. Ze wonen in een ruime vijfkamerflat met een groot balkon, waar Nederlandse kinderboeken om ruimte strijden met schilderijen met Joodse thema’s. Het huis blijkt een goede investering te zijn geweest; de prijzen blijven stijgen.

“Mijn zus woont een straat verderop met haar man en kinderen,” zegt Myriam (34) opgewekt. “We vinden het zo verrukkelijk hier.” Zij woont al zeventien jaar in Israël. Inmiddels heeft haar hele familie de kleine Joodse gemeenschap in Reims verlaten voor Israël. Aan teruggaan heeft ze nooit gedacht. “Ik ben juriste, maar laat me nu omscholen tot verpleegster.” Het is een drukke boel thuis. De kinderen hebben een springtouw om twee stoelen gebonden, de kleine Benjamin moet in bad, en de Pesach-schoonmaak is in volle gang. In de buurt stikt het van de jonge gezinnen, de bevolking is een mix van religieus en seculier. De straten zijn netjes onderhouden, maar eenvormig zoals zoveel nieuwbouw rond de stad. De buurt ligt nog geen tien minuten rijden van het kantoor in een van de nieuwere wijken van Jeruzalem. “Als je zoekt naar betaalbare ruimte en rust in de buurt van Jeruzalem, kom je al snel in een van deze buurten terecht.”

Veteraan
De alia van Gideon bleek het startsein voor het vertrek van de hele familie Van der Sluis. Zijn oudere broers Allon (44) en Yuri (43), die niet religieus zijn, wonen inmiddels in Tel Aviv. Ook moeder Esther van Gelder (69) kwam over. Ze vond met haar Nederlandse partner een fijn huis in Pardes Channa. “Toen mijn broers zagen hoe goed het hier met mij ging besloten ze ook te komen, denk ik. Zij zijn nu hun eigen weg aan het vinden, en zo hoort het ook.” Het is de belangrijkste les die Gideon uit bijna elf jaar ervaring met Nederlandse immigranten in Israël heeft getrokken. Gebaande paden zijn er niet. “Als je niet bereid bent je aan te passen, of niet goed met teleurstellingen om kunt gaan, krijg je het heel moeilijk. Natuurlijk verdien ik hier minder dan ik in Amsterdam waarschijnlijk zou doen. Maar je moet het leven niet altijd aan Nederland spiegelen. Sommige mensen kunnen dat niet loslaten. Ik heb er genoeg ook weer terug zien gaan.”

‘Als je niet bereid bent je aan te passen, of niet goed met teleurstellingen om kunt gaan, krijg je het heel moeilijk’

Voor de gemeenschap die hij in Nederland met pijn in het hart achterliet heeft hij inmiddels een surrogaat gevonden. Van der Sluis is zeer actief in de Irgoen Olei Holland, de vereniging van Nederlandse immigranten in Israël, die maar al te blij is met nieuw bloed. En begin dit jaar werd hij benoemd tot voorzitter van Jad Davids, de stichting die armlastige oudere Nederlanders in Israël financieel ondersteunt. “Nu de euro zo zwak staat ten opzichte van de sjekel komen behoorlijk wat gepensioneerde Nederlanders in de problemen. Ook in Israël nemen de kosten van sociale hulp en langdurige verzorging en verpleging toe. Dat voel je als je van een AOW of WUV moet rondkomen. Er zijn echt mensen die de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen. Vergeet niet: Israël is momenteel erg duur. Gelukkig kunnen we helpen met steun van de Marorgelden.”

Gideon van der Sluis (midden) met Nederlandse en Vlaamse collega’s bij Innodata in Jeruzalem

Iedere paar weken bezoekt Van der Sluis het Nederlandse verzorgingshuis Beth Juliana, voor een vergadering van het bestuur van Jad Davids, waarvan hij sinds begin dit jaar voorzitter is. Jad Davids is een fonds dat sociale en economische rechtvaardigheid wil garanderen onder Nederlandse ouderen in Israël. Per geval wordt bekeken of iemand geholpen moet worden met een tandheelkundige behandeling, een rollator of medicijnen. De zorg voor bejaarden is de belangrijkste en kostbaarste activiteit van de vergrijzende Nederlandse gemeenschap in Israël.

“Best gek eigenlijk, voor mijn gevoel was ik nog maar kortgeleden zelf een olee chadasj. Nu komen mensen naar mij toe, als Nederlandse veteraan, om een baan of om raad. Ik vind het eervol om op die manier iets te kunnen doen. Zoals Maimonides schreef: je helpt een mens het beste door hem zelf te laten verdienen.” 

Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *