Achtergrond

Was Erasmus een antisemiet of niet?

Wetenschappers zijn verdeeld: was de ogenschijnlijk onberispelijke humanist Erasmus nu een antisemiet of niet? Erasmus-kenners Fred Neerhoff en David Bakker doken in de literatuur. Oordeelt u zelf.

Fred Neerhoff en David Bakker 10 september 2021, 11:00
Was Erasmus een antisemiet of niet?

De fameuze Joods-Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig, wiens boeken in 1936 in Duitsland werden verboden, publiceerde in 1935 een lovende Erasmusbiografie. Hij beschikte toen niet over het bronnenmateriaal dat jurist en historicus Guido Kisch later zou publiceren in zijn vernietigende studie Erasmus’ Stellung zu Juden und Judentum (1969). Kisch ontmaskerde daarin de alom geprezen humanist Desiderius Erasmus (1466-1536) als een rabiate antisemiet. Hij baseerde zich op de correspondentie van Erasmus, die door Erasmus niet zelf werd gepubliceerd. Voor de classicus en Erasmuskenner Shimon Markish waren de bevindingen van Kisch de aanleiding om het hele oeuvre van Erasmus op uitlatingen over Joden te onderzoeken. Als geëmigreerde Russische Jood, wiens vader werd vermoord tijdens het bewind van Stalin, lag de Joodse zaak hem na aan het hart. Maar als bewonderaar van Erasmus wilde hij niets liever dan Erasmus vrijpleiten van antisemitisme. Het resultaat van zijn onderzoek publiceerde hij in 1979, in zijn boek Érasme et les Juifs.

Wie was Shimon Markish?
Shimon Markish (1931-2003) was de zoon van dichter Peretz Markish, die in 1952 tijdens De Nacht van de Vermoorde Dichters samen met een aantal andere Joodse schrijvers werd geëxecuteerd in de Ljoeblanka, de beruchte gevangenis van Moskou. Zoon Shimon werd classicus, vertaalde klassiek werk in het Russisch en schreef over het antieke Griekenland. In 1970 emigreerde hij uit de Sovjet-Unie naar Hongarije en vier jaar later naar Zwitserland, waar hij in 2003 overleed. Na zijn vertrek uit de Sovjet-Unie bouwde Markish een grote reputatie op als geleerde en vertaler (zes talen). Hij wijdde een belangrijk deel van zijn leven aan zijn grote liefde, de Russisch-Joodse literatuur.

Alle uitspraken van Erasmus over Joden verzamelde Markish voor zijn boek Érasme et les Juifs. Daarbij maakte hij een scherp onderscheid tussen anti-judaïsme en antisemitisme. Erasmus vond het judaïsme ‘leeg’; het was de antithese van zijn philosophia Christi, volgens Markish. Net zo leeg als zijn eigen rooms-katholieke kerk met al z’n ceremonies, die hij vol dedain het ‘nieuw-judaïsme’ noemde. Van alles wat Erasmus verafschuwde, kregen de Joden de schuld. Bekeerde Joden noemde hij ook wel marranen, varkens, zoals destijds de gewoonte was. Niettemin worden de antisemitische scheldpartijen in de brieven van Erasmus, die al door Kisch waren opgemerkt, door Markish gerelativeerd. Erasmus zou volgens Markish namelijk verder niet wezenlijk in het jodendom geïnteresseerd zijn geweest.

Maar moet je dan geïnteresseerd zijn in het jodendom om antisemiet te zijn? Is niet eerder het omgekeerde waar? In de tijd van Erasmus zette de Spaanse inquisitie duizenden bekeerde Joden op de brandstapel. Erasmus schrijft: “Het is niet mijn bedoeling om de handelwijze van de inquisiteurs. in Spanje te veroordelen, omdat het misschien wel noodzakelijk is om zo tegen de marranen op te treden.” Hij was dus niet alleen op de hoogte van deze barbaarse praktijken – hij keurde ze goed.

Bekeerde Joden noemde hij ook wel marranen, varkens

Begging the question
Markish geeft verder nog een hele lijst diskwalificaties die Erasmus gebruikte om Joden uit de tijd van Jezus te typeren. Joden, die volgens hem precies hetzelfde waren gebleven. Wij noemen hier slechts zijn uitspraak “Als het haten van Joden de echte christen legitimeert, dan zijn wij allen voortreffelijke christenen.” Zijn verdere stigmatiserende typeringen, waar een diepe minachting voor het Joodse volk vanaf spat, plaatst Markish in een historische context. Die minachting was in Erasmus’ tijd common practice. Markish redeneert zo al het belastende materiaal weg, en het zal u niet verbazen dat zijn eindconclusie in lijn ligt met zijn bewondering voor Erasmus: Erasmus was geen antisemiet. Markish stelt voor om Erasmus een ‘a-semiet’ (Semitisch neutraal) te noemen.

Portret van Thomas More door Hans Holbein de Jonge

Echte brieven
Erasmus’ correspondentie is doortrokken van de anti-Joodse sentimenten. Erasmus-onderzoeker Guido Kisch werd destijds verweten dat hij zich had beperkt tot de brieven die Erasmus zelf nooit publiceerde. De studie van Kisch zou niet representatief zijn, omdat hij het ‘echte werk’ buiten beschouwing had gelaten. Maar zegt de privécorrespondentie van Erasmus niet veel meer over de mens die hij was dan zijn officiële geschriften, waarin hij zijn imago als voorbeeldig christen cultiveerde?

Markish doet alsof de hele elite in Erasmus’ tijd anti-Joods was. En dat is in het algemeen waar – maar dat betekent toch niet dat Erasmus niet voor zijn uitspraken verantwoordelijk gehouden kan worden? Bovendien was niet iedereen negatief over Joden. Zo was humanist Reuchlin (1455-1522), voorloper van religieuze tolerantie en in zijn tijd even bekend als Erasmus, beslist geen antisemiet. Maar ook van Thomas More (1478-1535), een goede kennis van Erasmus, is geen enkele wanklank jegens Joden bekend. En dit geldt ook voor de invloedrijke renaissance-humanisten Giovanni Pico della Mirandola (1463-1494) en Michel de Montaigne (1533-1592).

Markish stelt dat Erasmus als ‘waar christen’ judaïsmevijandig was. Dit is een klassiek voorbeeld van een cirkelredenering. De ‘echte Jood zou hem verder niet boeien, maar desinteresse is geen ontlastend argument. In combinatie met de stigmatisering van Joden is het juist een vruchtbare voedingsbodem gebleken voor antisemitisme.

Vernietigend nawoord
Tot zijn teleurstelling werd Markish’ studie in eerste instantie nauwelijks door andere Joden opgemerkt. Toen de Joodse theoloog en filosoof Arthur A. Cohen zich bereid toonde om een nawoord te schrijven in een Amerikaanse editie van Markish’ boek (Erasmus and the Jews, 1986) was zijn vreugde dan ook aanvankelijk groot.

Maar Cohen bleek veel kritischer dan gehoopt. In het nawoord stelt Cohen dat juist omdat Markish het gehele oeuvre zo minutieus uitgeplozen heeft, hij onbedoeld meer anti-Joodse uitspraken van Erasmus heeft ontdekt dan de gewraakte Kisch zelf. Markish stelt dat Erasmus geen antisemiet was die tot geweld heeft aangespoord (geweld waar Markish in de Sovjet-Unie nota bene zelf mee te maken had gehad). Cohen schrijft daarentegen dat Erasmus wel degelijk in de antisemitische traditie staat die de Joden uiteindelijk naar de dodenkampen voerde. Een vernietigende conclusie – en nog even voor de duidelijkheid: dat Erasmus volgens Cohen een rechtgeaarde antisemiet was, staat in het nawoord van Markish’ eigen boek – hetzelfde boek waarin hij de deskundigheid van Cohen expliciet erkent en verwelkomt.

Erasmus’ vooroordelen jegens Joden spelen een belangrijke rol in zijn oeuvre maar daarover wordt in ons taalgebied bij voorkeur gezwegen, een enkele uitzondering daargelaten. Maar wie mocht het lemma over Erasmus schrijven in de gezaghebbende Encyclopaedia Judaica? Dat was uitgerekend Shimon Markish – waarmee Erasmus, althans daar, de geschiedenis in zal gaan als a-semiet en niet als antisemiet.

Fred Neerhoff is auteur van De Erasmusmythe. Een kritische beschouwing (Aspekt)

Tags dit artikel heeft geen tags
Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *