14-29 februari 1948 – Terreur
Israël 75

14-29 februari 1948 – Terreur

Als de Arabieren in hun strijd tegen de Joden weinig bereiken met conventionele middelen, grijpen zij naar een ander wapen: bomaanslagen. Maar de Palestijnen zijn niet de enige terroristen in het Erets Jisraël van 1948.

Bart Schut 19 maart 2024, 17:00
14-29 februari 1948 – Terreur
Burgers ontvluchten de plek des onheils na de aanslag in Ben Yehuda Street, Jeruzalem, op 22 februari

Halverwege februari 1948 is het duidelijk dat de Arabische milities in het Britse Mandaatgebied Palestina niet sterk genoeg zijn om op eigen kracht de jisjoev te verslaan. Hun grote numerieke overwicht wordt tenietgedaan door een gebrekkige organisatie en discipline. Alle Arabische aanvallen op Joodse buitenposten mislukken, de Palestijnse fedajien slagen er vóór de aftocht van de Britten op 15 mei niet in ook maar één kibboets of mosjav in te nemen. 

Een voorbeeld hiervan is de aanval op Tirat Zvi, een religieuze kibboets in de Bet Sjanvallei, op een steenworp afstand van de Jordaan. Tirat Zvi is noodgedwongen meer een fort dan een dorp: de plaats wordt omringd door een verdedigingsmuur en loopgraven, en heeft een toren van waaruit vijanden al van grote afstand gezien kunnen worden. Dat is nodig ook. Op 16 februari valt een Arabische overmacht de kibboets aan, enkel om met zware verliezen teruggeworpen te worden. De Arabieren laten 57 doden achter bij de muren van Tirat Zvi, de Joodse verdedigers hebben slechts één dode en een gewonde te betreuren, een man met de prachtige naam Zvi Ben-Zvi. 

Wraak

Omdat de Arabieren met conventionele middelen falen, grijpen zij naar een ander wapen: terreur. Daarvoor hebben zij een expert in huis: de in Syrië geboren en door de SS getrainde bommenmaker Fawzi al-Koetoeb, die op 22 februari drie vrachtwagens volstouwt met explosieven. De trucks worden door Arabieren in Britse uniformen en twee omgekochte Engelse deserteurs geparkeerd in Ben Yehuda Street, in het hart van Joods Jeruzalem. Doelwitten zijn misschien twee hotels waar soldaten van de elite-eenheid Palmach verblijven, al zijn die op dat moment allang vertrokken. Of misschien willen de Arabieren gewoon zoveel mogelijk slachtoffers maken in de drukke straat.

Dat lukt. Het Atlantic- en het Amdurskyhotel worden zwaar beschadigd, evenals verschillende andere gebouwen in het zakencentrum van Jeruzalem. 58 burgers vinden de dood, bijna 200 raken gewond. Omdat de daders Britse uniformen dragen, keert de woede van de Joodse bevolking zich tegen de koloniale bezetter. De Irgoen neemt wraak en doodt binnen een etmaal na de aanslag negen Britse soldaten. Maar David Ben-Goerion houdt juist die organisatie medeverantwoordelijk voor het bloedbad in Ben Yehuda Street. Was het niet de Irgoen die de Arabieren had laten zien hoe effectief bomaanslagen kunnen zijn met het opblazen van het King Davidhotel in 1946? “Ik kon niet vergeten dat onze gangsters en moordenaars de weg geplaveid hadden,” zegt Ben-Goerion.

‘Verdorven en in strijd met de Arabische geest’

Want terroristen zijn aan beide zijden van het conflict te vinden. De op socialistische leest geschoeide Hagana, het officiële leger van de jisjoev, probeert zich er verre van te houden, maar de veel kleinere, rechtse Irgoen (de door Menachem Begin geleide ‘organisatie’, ook bekend als Etzel) en zijn nog radicalere afsplitsing Lechi (ook bekend als de Sternbende, naar leider Avraham Stern), hebben minder problemen met aanslagen op burgerdoelen. 

Neutraal

De wraak van Lechi voor het bloedbad in Ben Yehuda Street is niet tegen burgers, maar op militairen gericht. Alleen zijn het de verkeerde militairen. Op 29 februari blazen Lechi-leden in Rehobot een Britse troepentrein op. 28 soldaten komen om het leven in wat The Palestine Post betitelt als een ‘schanddaad’. Het tragische is dat de in naam neutrale Britse troepen juist de strijdende partijen uit elkaar moeten houden. Hoewel, diezelfde dag ontwapenen Britse soldaten in Holon een acht man sterke Hagana-eenheid en dragen de Joodse strijders over aan Arabische militieleden, die prompt alle acht vermoorden. 

Niet alle Arabieren staan achter de terreurmethoden van hun landgenoten. De secretaris van het (pan-)Arabische Hoge Comité noemt de bomaanslag in Ben Yehuda Street ‘verdorven en in strijd met de Arabische geest’ en is het daarmee opvallend eens met Ben-Goerion. Met conventionele aanvallen bereiken de Arabieren niets, met terreur weinig, maar met een derde wapen in hun arsenaal brengen zij de jisjoev bijna op de knieën: hinderlagen en blokkades van afgelegen kibboetsen en van de grootste trofee van allemaal: Jeruzalem.

Opmerkingen (0)
Plaats opmerking

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Max 1000 tekens. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *